Verblijfsaanvraag Unieburgers alleen mogelijk na voorlegging van alle bewijsstukken
In het kort
Unieburgers kunnen sinds 1-9-2025 alleen nog een verklaring van inschrijving (bijlage 19) vragen bij de gemeente voor zover ze onmiddellijk alle documenten overmaken die bewijzen dat ze gebruik maken van het vrij personenverkeer binnen de Europese Unie. De mogelijkheid om de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van drie maanden, verlengbaar met een bijkomende termijn van één maand, wordt opgeheven. Voor de verklaringen van inschrijving die zijn ingediend vóór 1-9-2025, ook als ze nog in behandeling zijn op die datum, geldt nog de oude regeling.
In de praktijk rezen verschillende knelpunten naar aanleiding van deze wijziging. We bespreken een mogelijke aanpak ervan in de update van dit artikel.
Verblijf vóór aanvraag tot inschrijving (kort verblijf)
Historiek
De wetswijziging is bedoeld als administratieve vereenvoudiging. Een Unieburger die gebruik maakt van het recht op vrij personenverkeer, mag de eerste drie maanden van verblijf in België komen werken als werknemer of zelfstandige zonder de verplichting om eerst bij de gemeente een inschrijving te vragen. Wanneer de Unieburger besluit om hier langer dan drie maanden te verblijven, is er een administratieve verplichting om een inschrijving te vragen. Op de niet-naleving van deze verplichting kan de DVZ een administratieve boete van 200 euro opleggen (wat, voor zover wij weten, in de praktijk niet gebeurt).
Omdat de Unieburger zijn recht op vrij verkeer en het daaraan gekoppeld verblijfsrecht rechtstreeks uit het Unierecht put (art. 25 Burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG) kan de gemeente onmiddellijk overgaan tot de afgifte van een verblijfskaart EU, op voorwaarde dat de Unieburger aantoont dat hij werkt of een zelfstandige activiteit uitoefent. Bijgevolg is de vroegere tussenstap van een verblijfsperiode met alleen een bijlage 19, in afwachting van aanvulling van de aanvraag, overbodig.
In de praktijk van de oude wetgeving was er echter bij werkgevers en bij overheidsdiensten de gewoonte ontstaan om Unieburgers te vragen om een document zoals de bijlage 19 of een rijksregisternummer voor te leggen om te kunnen beginnen werken.
Door de wetswijziging kan deze praktijk niet meer worden toegepast. Op basis van het Unierecht:
- kan de werkgever de Unieburger onmiddellijk tewerkstellen zonder een bewijs van inschrijving;
- kan het ondernemingsloket de Unieburger die een activiteit als zelfstandige wil opstarten onmiddellijk inschrijven;
- kan de dienst voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Actiris of Forem) de Unieburger onmiddellijk inschrijven als werkzoekende.
Sinds 1 september 2025 moeten werkgevers en diensten er dus op voorzien zijn om de nodige administratieve handelingen te doen zonder dat de werknemer, zelfstandige of werkzoekende beschikt over een rijksregisternummer of een adres van inschrijving. Hierna beschrijven we hoe dat praktisch kan:
Recht op tewerkstelling als werknemer
Een EU-werknemer put zijn recht om hier te werken en te verblijven rechtstreeks uit het Unierecht. Hij kan zijn burgerschap van de Unie onder meer bewijzen met een geldig of vervallen paspoort, of met een geldige of vervallen identiteitskaart.
Een EU-werknemer kan beginnen werken zonder dat hij een bijlage 19 of een rijksregisternummer heeft. Dit brengt echter een aantal administratieve ongemakken met zich mee.
Om de werknemer te kunnen aanmelden bij de Belgische Sociale Zekerheid moet de werkgever een BIS-nummer aanvragen via de website Belgian-ID-Pro. Met dat BIS-nummer kan de tewerkstelling aangegeven worden bij Dimona.
Recht op inschrijving als zelfstandige
Voor EU-zelfstandigen hebben de ondernemingsloketten van de FOD Economie de instructie gekregen om bij de aanmelding als zelfstandige eerst een BIS-nummer aan te vragen met vermelding van het adres van de Unieburger in het thuisland. Als er geen document is dat de inschrijving op dit thuisadres bewijst, wordt het verblijfsadres in België geregistreerd. Dit kan op verklaring.
Recht op inschrijving als werkzoekende
De VDAB (Vlaanderen) schrijft de werkzoekende die nog geen rijksregisternummer heeft in op naam, en maakt op dat moment geen BIS-nummer aan.
Voor werkzoekenden hebben Actiris (Brussel) en ook Forem (Waalse gewest) hun manier van werken aangepast en vragen bij inschrijving als werkzoekende een BIS-nummer aan. Het aanvragen van een BIS-nummer is niet mogelijk bij een inschrijving online of via telefoon. Hiervoor zal de werkzoekende persoonlijk moeten langsgaan.
Mocht er voor een bepaalde dienstverlening toch een rijksregisternummer nodig zijn dan kan de werkzoekende Unieburger bij de gemeente een BIS-nummer aanvragen.
Volledige aanvraag tot inschrijving (lang verblijf)
De Unieburger beschikt over een periode van drie maanden na binnenkomst (kort verblijf) om bewijzen te verzamelen van een activiteit als werknemer, zelfstandige, student, beschikker of werkzoekende.
Zodra er voldoende bewijzen verzameld zijn en de aanvraag volledig is, kan de Unieburger een inschrijving (bijlage 19) vragen.
Wanneer de Unieburger niet meteen alle bewijzen kan voorleggen, moet de gemeente hem informeren over de ontbrekende stukken. Dan heeft de Unieburger (en familie) de volgende keuze:
- De Unieburger kan ervoor kiezen om (eerst) zijn binnenkomst en verblijf te melden: dan geeft de gemeente een bijlage 3ter. De bijlage 3ter toont aan dat hij Unieburger is, wanneer hij in België aankwam, en dat hij mag werken. De Unieburger mag 3 maanden in kort verblijf in België verblijven. In die periode kan hij ook uitzoeken of hij in aanmerking komt om langer te blijven om dan later (met de nodige bewijzen) een (volledige) aanvraag tot inschrijving te doen.
- Vindt de Unieburger dat hij toch al meteen aan de voorwaarden voor een inschrijving voldoet en een aanvraag wil indienen, dan zal de gemeente de (onvolledige) aanvraag niet in overweging nemen en hem een bijlage 19quinquies afgeven. Tegen deze beslissing kan de Unieburger in beroep gaan. De bijlage 19quinquies toont intussen wel aan dat hij Unieburger is, behalve in het geval van de volgende, laatste optie:
- Een laatste optie is dat de gemeente vaststelt dat er geen bewijs is van nationaliteit: dan geeft de gemeente een bijlage 19quinquies af en duidt die redenen aan op de bijlage.
Welke documenten de Unieburger precies moet voorleggen voor een inschrijving staat opgesomd in artikel 50, §2 Verblijfsbesluit (als EU-werknemer, -zelfstandige, -beschikker, of -student) en in artikel 51/1, §2 Verblijfsbesluit (als EU-werkzoekende), maar volgens het Hof van Justitie zijn alle bewijsmiddelen toegelaten bij gebrek aan nadere bepalingen in het Unierecht, al is het natuurlijk van belang om alle mogelijke info voor te leggen.
EU-werknemer
Het Verblijfsbesluit vermeldt alleen een verklaring van indienstneming of tewerkstelling overeenkomstig het model van bijlage 19bis. Maar, ook een arbeidsovereenkomst geldt als bewijs. De Unieburger moet aantonen dat hij als werknemer werkt, en dat hij om die reden langer dan drie maanden in het land blijft. Wie meerdere tijdelijke contracten heeft, moet die dus allemaal voorleggen. Wie al enige tijd werkt, en loonfiches heeft, kan die toevoegen om de werkelijke activiteit te bewijzen.
EU-zelfstandige
Het Verblijfsbesluit meldt een inschrijving in de Kruispuntbank voor ondernemingen (KBO) met ondernemingsnummer en een modelattest van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen (RSVZ). Geen van beide documenten mag volgens het HvJ opgelegd worden als verplicht bewijs voor de inschrijving. Een zelfstandige activiteit kan op alle mogelijke manieren bewezen worden. Om in regel te zijn met de sociale zekerheid moet de inschrijving KBO en RSVZ wel voorafgaand aan de activiteit in orde zijn. De zelfstandige moet daarnaast aantonen dat er een effectieve activiteit is, en dat hij om die reden langer dan drie maanden in het land blijft. Wie meerdere opdrachten uitvoerde, moet daar de documenten van voorleggen, bijvoorbeeld door middel van de BTW-aangifte.
EU-werkzoekende
Het Verblijfsbesluit vermeldt een inschrijving bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening of bewijzen van meerdere, daadwerkelijke sollicitaties, en een bewijs van een reële kans op werk. Het HvJ corrigeerde deze bepaling door te stellen dat het bewijs van een reële kans op werk pas voorgelegd moet worden binnen zes maanden na de aanvraag tot inschrijving.
Specifieke situatie: Unieburger geboren in Nederland maar wonend in België
Voor kinderen geboren in België past de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een vereenvoudigde procedure gezinshereniging toe waarbij de gemeente de Belgische geboorteakte naar de DVZ e-mailt en het kind zelf inschrijft in de registers. Wanneer echter Nederlandse ouders in België wonen en er lang verblijf hebben maar in Nederland gaan bevallen, moeten ze zelf in naam van hun Nederlands kind een procedure gezinshereniging opstarten (bijlage 19, gezinshereniging met de Nederlandse ouder). Hiervoor is het nodig om onder meer de identiteit te bewijzen met een Nederlandse identiteitskaart of een Nederlands paspoort.
Nederlanders die in België wonen kunnen een identiteitskaart of paspoort aanvragen bij het Nederlands Consulaat in België of bij een grensgemeente naar keuze. De wachttijden voor de aanvraag en aflevering hiervan kunnen oplopen. Er is momenteel sprakevan een ‘paspoortpiek’ omdat10 jaar geleden een groot aantal paspoorten is afgeleverd die nu vervallen en hernieuwd worden. De verwerkingstijd bij het Consulaat is normaal ongeveer 4 weken, maarop dit moment is die langer. De verwerkingstijd bij de grensgemeenten is langer en de afspraakmogelijkheden variëren van 1 tot 10 weken afhankelijk van de gemeente en vanaf dan begint de verwerking van de aanvraag pas.
Om het paspoort of de ID aan te vragen moet een bewijs van legaal verblijf in België voorgelegd worden. Dat bewijs kan bestaan uit:
- een Belgische geboorteakte, of
- een bewijs van inschrijving in België.
Als de Nederlandse geboorteakte erkenbaar is in België kan je een Belgische geboorteakte laten opmaken en registeren in de DABS (databank voor akten van de burgerlijke stand). Het lijkt mogelijk om dan met deze Belgische akte een identiteitskaart of paspoort aan te vragen in Nederland.
Als het niet mogelijk is om een paspoort of identiteitskaart voor te leggen, kan het bewijs van Unieburgerschap (bewijs Nederlandse nationaliteit) ook op een andere wijze vastgesteld of aangetoond worden (art. 41 Vw en art. 50 Vb).
Wat bij de afgifte van een bijlage 19quinquies?
De bijlage 19quinquies, een niet-inoverwegingname, werd vernieuwd en kan door de gemeente nu in drie situaties worden afgegeven:
- De unieburger heeft zijn Unieburgerschap niet afdoende bewezen (was vroeger ook mogelijk)
- Het familielid van de Unieburger heeft de verwantschap niet bewezen (was vroeger ook mogelijk)
- De Unieburger heeft bij zijn aanvraag niet alle vereiste bewijzen voorgelegd (nieuw). In dat geval noteert de gemeente op de bijlage 19quinquies welke documenten ontbreken.
Als de bijlage 19quinquies vermeldt dat niet alle documenten zijn ingediend, geldt dat niet als weigering van het verblijfsrecht. Het is enkel een vaststelling dat niet alle documenten voorgelegd zijn voor een inschrijving. De Unieburger heeft nog altijd een inreisrecht en een recht op kort verblijf van drie maanden, en behoudt ook het recht op werk als werknemer of zelfstandige. Het is nog mogelijk om na het verkrijgen van de bijlage 19quinquies nieuwe bewijzen te verzamelen en binnen de drie maanden opnieuw een inschrijving te vragen.
Als de bijlage 19quinquies vermeldt dat het Unieburgerschap zelf niet bewezen is, dan is er dus ook geen recht op kort verblijf en ook geen recht om te werken.
De Unieburger die ondanks zijn bewijs van een activiteit toch een bijlage 19quinquies kreeg, kan tegen die beslissing beroep indienen bij de RvV, eventueel met verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Justitie (zie hoger).
Automatisch schorsend beroep?
Tegen een bijlage 19quinquies stond tot de wetswijziging van 1 september 2025 alleen een niet-schorsend beroep open bij de RvV. Sinds 1 september 2025 is het mogelijk om een beslissing tot niet-inoverwegingname (bijlage 19quinquies) te krijgen wanneer niet alle, in het Verblijfsbesluit opgesomde bewijzen overgemaakt worden, maar een deel ervan of alternatieve bewijzen. In dat geval zal er tegen de bijlage 19quinquies soms ook een automatisch schorsend beroep mogelijk zijn. Volgens artikel 39/79, 7° Verblijfswet kan een Unieburger immers een automatisch schorsend beroep indienen tegen elke weigering van erkenning van een verblijfsrecht op basis van het Unierecht. De nieuwe bijlage 19quinquies is zo’n (impliciete) weigering van erkenning van verblijfsrecht, waartegen een automatisch schorsende beroepsmogelijkheid moet openstaan.
Hangende aanvragen tot inschrijving op 1-9-2025
De aanvragen voor een verklaring van inschrijving van vóór 1 september 2025 en die op het moment van de inwerkingtreding van het KB nog in behandeling waren, volgen de oude regeling. Unieburgers hebben 3 maanden vanaf hun bijlage 19 om de bewijzen aan de gemeente te bezorgen. Als dat niet in orde is, weigert de gemeente de aanvraag met een bijlage 20. Daarna krijgen de unieburgers nog 1 maand extra om bewijzen te bezorgen.
Meer info
- Koninklijk Besluit van 12 december 2023, BS 25 maart 2025
- Koninklijk besluit van 4 juli 2025, BS 24 juli 2025
- Ministerieel besluit van 4 juli 2025, BS 24 juli 2025
- Burgerschapsrichtlijn 2004/38
- E-zine FOD Economie Jaargang 20 - nr.4 van 17 september 2025
- E-zine FOD Economie Jaargang 20 - nr.5 van 30 september 2025