RvV: Ghanese geboorteakte onvoldoende bewijs verwantschap
In het kort
De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) motiveert een weigeringsbeslissing behoorlijk door te stellen dat een Ghanese geboorteakte die niet conform het toepasselijk recht is, niet als bewijs kan dienen voor de verwantschap met een Belgische man. DVZ vermeldt ook dat laattijdig opgestelde Ghanese aktes in de regel niet erg betrouwbaar zijn, maar dat was in dit concrete geval niet de weigeringsgrond. DVZ motiveerde daarnaast ook behoorlijk dat de akte niet voldeed aan de toepasselijke voorwaarden van het Ghanese recht zodat ze geen bewijs levert van de ingeroepen afstammingsband. Zo oordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in een arrest van 10-12-2024.
Conflictenrechtelijke toets
Artikel 27 WIPR bepaalt dat alle overheden een buitenlandse akte mogen erkennen in België als het toepasselijk recht wordt gerespecteerd, er geen sprake is van wetsontduiking en geen sprake is van een schending van de openbare orde. In geval van afstamming wordt bij het toepasselijk recht een onderscheid gemaakt tussen de vormvoorwaarden en de grondvoorwaarden. In casu zijn er twee mogelijkheden voor het toepasselijk recht van de vormvoorwaarden: het recht van de nationaliteit van verzoeker of het recht van het land waar de erkenning plaatsvindt. Voor de grondvoorwaarden geldt hier het Belgisch recht aangezien de vermeende vader de Belgische nationaliteit heeft.
Bewijs afstammingsband bij aanvraag gezinshereniging
Een Ghanese onderdaan diende een aanvraag gezinshereniging in met zijn vermeende Belgische vader. Hij legde daarvoor zijn Ghanese geboorteakte neer die zestien jaar na zijn geboorte werd opgemaakt. DVZ weigerde dat verzoek omdat de afstammingsband niet deugdelijk was bewezen op basis van die Ghanese geboorteakte. De Ghanees ging daarop in beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Beoordeling afstammingsband in Ghanese geboorteakte - is het toepasselijk recht gerespecteerd?
Om na te gaan of een in het buitenland gevestigde afstammingsband in België erkend kan worden, moet ten eerste worden nagegaan of de afstamming tot stand kwam in overeenstemming met het Belgische recht, aangezien de vader de Belgische nationaliteit heeft. In België is een vaderlijke afstamming ofwel het gevolg van een geboorte binnen een huwelijk, ofwel het gevolg van een erkenning. In dit specifieke geval kan een huwelijk alvast niet de grondslag zijn geweest van de afstammingsband aangezien de man op het moment van de geboorte gehuwd was met een andere vrouw. De vraag die zich stelt is dus of de Ghanese geboorteakte het bewijs levert van een rechtsgeldige erkenning.
In de conflictenrechtelijke toets gaat DVZ na of de geboorteakte, voor wat betreft de vormvoorwaarden opgesteld is conform het toepasselijke recht, in dit geval het Ghanese recht. Volgens de interpretatie van DVZ stelt de Ghanese Registration of Births and Deaths Act dat een man als ‘vader’ of ‘informant’ op de geboorteakte moet worden vermeld om als juridische vader te worden erkend. Indien de vader niet op de geboorteakte vermeld werd, kan er een zogenaamde naamgevingsprocedure worden doorlopen waarbij de vader het kind uitdrukkelijk erkent. In casu stond de Belgische vader niet vermeld op de geboorteakte als informant en vond er geen naamgevingsprocedure plaats. Op basis daarvan oordeelt DVZ dat de referentiepersoon niet als juridische vader kan worden beschouwd in de zin van artikel 44 van de Vreemdelingenwet.
In beroep wordt geargumenteerd dat DVZ een onzorgvuldige motivering hanteert. In haar beslissing verwijst DVZ immers ook naar het feit dat de geboorteakte laattijdig werd opgemaakt, en dat dergelijk laattijdig opgestelde Ghanese geboorteaktes in het algemeen niet erg betrouwbaar zijn. Nochtans is dat in dossier expliciet niet de grondslag van de weigering. De RvV stelt dan ook vast dat DVZ zijn weigering wel behoorlijk motiveert, door de akte te toetsen aan het toepasselijke recht.