Geboorteattest van CGVS is bewijs afstammingsband

In het kort

In arrest 328.347 van 17-6-2025 bevestigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) dat in het kader van een aanvraag gezinshereniging een geboorteattest van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) bewijskrachtig is en dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) dat niet zomaar naast zich kan neerleggen. Bovendien mag DVZ een DNA-test niet weigeren omdat er geen uittreksel van strafregister is.

Bewijs afstammingsband voor aanvraag gezinshereniging

Een man met de Ethiopische nationaliteit wil gezinshereniging aanvragen voor zijn vader. Aangezien de man het statuut van erkend vluchteling heeft, is het voor hem echter niet mogelijk om zijn oorspronkelijke geboorteakte te bekomen. Om de afstammingsband te bewijzen, wordt er wel een geboorteattest van het CGVS voorgelegd dat bevestigt dat hij de zoon is van de persoon voor wie hij gezinshereniging aanvraagt. 

In het verblijfsrecht wordt rekening gehouden met de onmogelijkheid die erkende vluchtelingen ervaren om officiële documenten van hun nationale instanties te verkrijgen. Voor aanvragen gezinshereniging met een erkende vluchteling is dan ook voorzien dat het ontbreken van officiële documenten niet de enige grond tot weigering mag zijn en dat er rekening wordt gehouden met andere wettelijke bewijzen.

Dienst Vreemdelingenzaken motiveert in dit geval echter dat er geen bewijs van de afstammingsband wordt voorgelegd en weigert de aanvraag. Een DNA-test zou soelaas kunnen brengen maar daarvoor moet een nieuwe procedure worden opgestart én dat kan alleen als er ook een uittreksel uit het strafregister wordt voorgelegd, aldus de weigeringsbeslissing.

Geboorteattest van CGVS

Omwille van hun statuut kunnen erkende vluchtelingen geen contact opnemen met hun nationale autoriteiten. Het Verdrag van Genève voorziet daarom in een verplichting voor de autoriteiten van het ontvangende land om alle documenten of verklaringen te verstrekken die normaal door de nationale autoriteiten van de erkende vluchteling worden afgegeven. Artikel 25.3 van het Verdrag van Genève stelt dat “de aldus verstrekte documenten of verklaringen zullen strekken tot vervanging van de officiële bewijsstukken (…) en zullen geloof verdienen behoudens tegenbewijs”.

Het geboorteattest vervangt dus het officiële bewijsstuk en moet wel degelijk in overweging genomen worden. Het waarborgt de identiteit van de persoon en geldt als bewijs tot het tegendeel bewezen wordt. Door te stellen dat er geen bewijs van de afstammingsband wordt voorgelegd, gaat DVZ aan de bewijskracht van het geboorteattest voorbij.

DNA-test niet op voorwaarde van uittreksel strafregister

In de weigeringsbeslissing wordt vermeld dat de afstamming zou bewezen kunnen worden aan de hand van een DNA-test, maar dat daarvoor een nieuwe procedure moet worden opgestart én er eerst een uittreksel van het strafregister moet worden voorgelegd. Het niet voorleggen van dit uittreksel is nochtans niet relevant voor de beoordeling van de afstammingsband. Bovendien mag een weigering niet enkel en alleen berusten op het ontbreken van bewijsstukken.

Hoewel het legitiem is om na te gaan of de aanvrager een bedreiging vormt voor de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid, vereist die controle een concrete beoordeling van elke situatie. Het feit dat er geen uittreksel van het strafregister voorligt, kan dus geen automatische weigering motiveren, zo beaamt ook de RvV. 

Omwille van voorgaande punten schendt de weigeringsbeslissing van DVZ de motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel én het redelijkheidsbeginsel en vernietigt de RvV de beslissing.

Conclusie

Het recht op administratieve bijstand, zoals voorzien in het Verdrag van Genève, is fundamenteel opdat een erkende vluchteling documenten kan voorleggen die hij nodig heeft bij het stellen van tal van rechtshandelingen. Het hier besproken arrest is een belangrijke bevestiging daarvan, doordat de RvV expliciet stelt dat een geboorteattest van het CGVS de identiteit van de persoon waarborgt en geldt als bewijs tot het tegendeel.  

Een tweede aspect dat in het arrest naar voor komt, is dat het uitvoeren van een DNA-test als bewijs voor een afstammingsband niet afhankelijk mag worden gemaakt van het eerst voorleggen van een uittreksel van het strafregister. Een dergelijk uittreksel heeft niet alleen geen verband met het bewijs van de afstammingsband, maar het louter ontbreken ervan kan sowieso geen weigeringsbeslissing afdoende motiveren.