Wijzigingen Vlaams arbeidsmarktbeleid vanaf 1 januari 2026
In het kort
Een besluit van de Vlaamse regering van 28-11-2025 tot wijziging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7-12-2018 (BVR) voert verschillende wijzigingen door aan het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. De meeste nieuwe bepalingen treden in werking op 1-1-2026. Aanvragen ingediend tot en met 31-12-2025 worden volgens de oude bepalingen behandeld.
Opvallende wijzigingen zijn onder meer het aanscherpen van de voorwaarden voor de categorieën ‘middengeschoolde knelpuntberoepen’ en ‘overige’ en het invoeren van een wettelijke basis voor het innen van een retributie voor de behandeling van de toelating tot arbeid door het Vlaams Gewest.
In dit nieuwsbericht overlopen we de belangrijkste wijzigingen. Kleinere en meer technische wijzigingen bespreken we hier niet. Waar nodig passen we de webpagina’s over tewerkstelling begin januari aan.
Wijzigingen categorie ‘Overige’
Door een wijziging van artikel 18, § 2 BVR, wijzigen de voorwaarden voor categorie ‘Overige’, waarbij een aanvraag kan worden ingediend met arbeidsmarktonderzoek.
Onder de nieuwe bepalingen, kan je als werkgever alleen nog een aanvraag met arbeidsmarktonderzoek indienen als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
- de functie wordt vermeld op de knelpuntberoepenlijst die de VDAB jaarlijks publiceert;
- de functie vereist een kwalificatie van niveau 3 of niveau 4; en
- de vacature voor de arbeidsplaats is gepubliceerd op de platformen van de VDAB en EURES, gedurende een aaneengesloten periode van minimaal negen weken in de periode van vier maanden die onmiddellijk voorafgaan aan de aanvraag van een toelating tot arbeid.
De eerste en derde voorwaarde zijn niet nieuw. In de tweede voorwaarde wordt kwalificatieniveau 2 geschrapt. Dit betekent dat het niet langer mogelijk is om een gecombineerde vergunning of arbeidskaart aan te vragen voor de laaggeschoolde functies op de knelpuntberoepenlijst van de VDAB. Volgens de conceptnota van minister Demir is de schrapping van de mogelijkheid om een gecombineerde vergunning aan te vragen voor deze laaggeschoolde beroepen bedoeld om ‘verdringing van onze eigen arbeidsreserve’ te voorkomen en bescherming te bieden tegen sociale uitbuiting door te garanderen ‘dat de beschikbare kansen in de eerste plaats naar de lokale werkzoekenden gaan die moeilijker toegang vinden tot de arbeidsmarkt’. De impact van deze maatregel zal in de praktijk hoogstwaarschijnlijk relatief beperkt zijn, gezien het laag aantal gecombineerde vergunningen die aan aanvragers van kwalificatieniveau 2 werd uitgereikt. Uit navraag bij het Vlaamse Gewest blijkt dat in 2024 slechts 12% van de toelatingen tot arbeid in categorie ‘overige’, seizoenarbeiders uitgezonderd (zij worden overigens gevrijwaard in de conceptnota), aan beroepen van kwalificatieniveau 2 werd toegekend. Deze berekening toegepast op het jaarverslag 2024 van de Vlaamse Dienst Economische Migratie leert dat het hooguit om 200 van de meer dan 20.000 toekenningen, of zo’n 1%, ging in 2024.
Reeds toegekende toelatingen tot arbeid vóór 1 januari 2026 in kwalificatieniveau 2 blijven wel geldig totdat ze verstrijken en kunnen hernieuwd worden voor zover het gaat om dezelfde functie bij dezelfde werkgever.
Daarnaast wordt niet langer vereist dat de werkgever actieve bemiddeling vraagt aan de VDAB. De werkgever moet wel actief meewerken wanneer er bemiddeling door VDAB gebeurt. In de nieuwe tekst wordt er bij de beoordeling van het arbeidsmarktonderzoek immers vermoed een geschikte kandidaat aanwezig te zijn, in elk van de volgende situaties:
- de lokale spanningsindicator voor de functie in kwestie is tijdens de volledige periode van vier maanden die onmiddellijk voorafgaan aan de aanvraag van toelating tot arbeid, groter of gelijk aan twaalf;
- in de vacature staan de gevraagde kwalificaties niet in verhouding tot de uit te voeren functie; of
- de werkgever verleent tijdens de vacature geen medewerking bij de bemiddeling door VDAB.
Bij de beoordeling van het arbeidsmarktonderzoek kan advies worden gevraagd aan de VDAB, die dit dan binnen de acht dagen moet bezorgen.
Ten slotte wordt in artikel 63 van het BVR verduidelijkt dat in dit geval ook het diploma, het getuigschrift of het ervaringsbewijs dat de kwalificatie van de werknemer voor de specifieke functie aantoont en stavingsstukken waaruit vruchteloze inspanningen blijken van de werkgever met het oog op de aanwerving van een kandidaat op de arbeidsmarkt, met inbegrip van opleidingsinitiatieven die de werkgever onderneemt om de functie in te vullen, moeten worden voorgelegd.
Wijzigingen middengeschoolde knelpuntberoepen
Door een wijziging van artikel 18, § 2 BVR krijgt de minister een ruimere bevoegdheid bij het vastleggen van de middengeschoolde knelpuntberoepenlijst.
Volgens de nieuwe tekst moet de minister bij het beoordelen van een structureel tekort rekening houden met:
- het aantal openstaande vacatures op de arbeidsmarkt;
- de oorzaak en de duurtijd van het tekort; en
- de beschikbare arbeidsreserve.
De minister kan daarnaast rekening houden met:
- het aanbod van beroepsopleidingen en de geografische spreiding van de tekorten;
- indicaties dat een sector meer dan gemiddeld onderhevig is aan misbruiken;
- indicaties dat buitenlandse arbeidskrachten niet kunnen voldoen aan essentiële vereisten voor de uitoefening van of voor de toegang tot het beroep.
Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het advies van de Raad van State op een eerste ontwerp van nieuwe knelpuntberoepenlijst dat in de zomer van 2025 werd voorgelegd. Als motivering om bepaalde bovenstaande beroepen van de lijst te schrappen, werd onder meer gewezen op indicaties van misbruik in bepaalde sectoren. De Raad van State stelde in zijn advies echter dat het BVR als enige criterium ‘een structureel tekort op de arbeidsmarkt’ vermeldt en de Minister geen bevoegdheid toekent om met andere factoren rekening te houden.
Door deze wijzigingen kan de minister wel rekening houden met indicaties van misbruik. De nieuwe knelpuntberoepenlijst, die ook op 1 januari 2026 in werking treedt, werd vastgelegd in een Ministerieel Besluit van 1 december 2025. De wijzigingen van de knelpuntberoepenlijst bespreken we in een apart nieuwsbericht.
Verder wordt in artikel 76, § 2 BVR geëxpliciteerd dat aanvragers in de categorie ‘middengeschoold knelpuntberoep’ niet ingeschaald mogen worden als ongeschoolde arbeidskracht. Hiermee wordt het besluit in lijn gebracht met het reeds bestaande beleid.
Wijzigingen hooggeschoolden
Voor hooggeschoolden wordt in artikel 17, 1° BVR verduidelijkt dat het moet gaan om een hooggekwalificeerde functie. Het is dus niet mogelijk om een aanvraag in categorie ‘hooggeschoolde’ in te dienen voor een hooggeschoolde werknemer die een niet-hooggekwalificeerde functie uitoefent.
Verder wordt in artikel 45 BVR ook verduidelijkt wat in de Belgische arbeidsovereenkomst voor een hooggeschoolde of leidinggevende moet worden vermeld:
- de persoonlijke gegevens van de werkgever en de werknemer;
- de duur en de plaats van de tewerkstelling;
- het loon;
- het nummer en de naam van het paritair comité waaronder de werkgever ressorteert;
- de functie van de werknemer en de classificatie van de functie.
Het Vlaams Gewest kan daarnaast aan de werkgever vragen om een bewijs voor te leggen van attestering van waarachtigheid door een overheidsdienst of door de diplomatieke of consulaire post van het diploma van de werknemer.
Wijzigingen seizoenarbeiders
Voor seizoenarbeiders gaat het nog steeds om toelatingen voor maximaal vijf maanden per periode van twaalf maanden en enkel in de sectoren landbouw, tuinbouw en horeca.
Wel wordt in artikel 23 BVR niet langer verwezen naar artikel 18. Zij vallen hierdoor dus niet meer onder categorie ‘overige’, maar er wordt wel expliciet bepaald dat het ook voor hen moet gaan om beroepen op de knelpuntberoepenlijst van de VDAB. In tegenstelling tot de categorie ‘overige’ geldt er hier echter geen beperking tot kwalificatieniveau 3 of 4.
Daarnaast krijgt de minister de mogelijkheid om bepaalde functies voor seizoenafhankelijke activiteiten uit te sluiten als er geen zwaarwichtig tekort aan arbeidskrachten bestaat voor die functies. Hierbij wordt rekening gehouden met:
- het aantal openstaande vacatures op de arbeidsmarkt;
- de oorzaak van het tekort; en
- de beschikbare arbeidsreserve.
De uitsluiting van bepaalde functies voor seizoenafhankelijke activiteiten wordt uiterlijk om de twee jaar herzien.
Wijzigingen bedienaars van erkende erediensten
Voor bedienaars van erkende erediensten, die overeenkomstig artikel 17, 14° zijn vrijgesteld van arbeidsmarktonderzoek, worden de voor te leggen documenten aangescherpt:
- het bewijs dat het gaat om een erkende geloofsgemeenschap binnen een erkende eredienst;
- het bewijs dat de betrokkene bedienaar van de eredienst is. Het bewijs wordt geleverd met een bewijs van aanstelling door de Belgische verantwoordelijke van de erkende eredienst. De duur van de opdracht wordt vermeld op dat bewijs; en
- het bewijs dat de wedde van de bedienaar van de eredienst ten laste genomen wordt door de Federale Overheidsdienst Justitie in het kader van artikel 181 van de Grondwet en de Wet van 2 augustus 1974 betreffende de wedden van de titularissen van sommige openbare ambten, van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de Centrale vrijzinnige Raad.
Invoering Vlaamse retributie
Door de invoering van een nieuw artikel 81/1 in het BVR wordt een wettelijke basis gecreëerd om een Vlaamse retributie te innen voor een aanvraag voor een gecombineerde vergunning. Aanvragen voor een arbeidskaart zijn vrijgesteld van deze nieuwe retributie.
Deze zal voor elke aanvraag voor een gecombineerde vergunningen in het Vlaams gewest betaald moeten worden en is in geen geval terugbetaalbaar. Aanvragen waarvoor de retributie niet of niet volledig wordt betaald worden, na een mogelijke herstelperiode van 15 dagen, zonder gevolg verklaard.
Deze retributie staat los van de federale retributie die nu al bestaat en betaald moet worden op basis van artikel 1/1 Vw om een ontvankelijk verblijfsaanvraag in te kunnen dienen. Voor een aanvraag van een gecombineerde vergunning in het Vlaams gewest zullen dus twee betalingen moeten gebeuren: één voor de behandeling door het gewest en één voor de behandeling door de Dienst Vreemdelingenzaken.
De nieuwe retributie treedt echter nog niet in werking op 1 januari 2026, maar op een nog te bepalen latere datum.
Het bedrag van de retributie moet ook nog worden vastgelegd door een Ministerieel Besluit en zal dan jaarlijks geïndexeerd worden. In de conceptnota van minister Demir is er sprake van een bedrag van 200 euro.
Wijzigingen facultatieve weigerings- en intrekkingsgronden
Door aan aanpassing van artikel 12, § 2 van het BVR worden er wijzigingen doorgevoerd aan de facultatieve weigeringsgronden.
- Zo wordt de mogelijkheid om aanvragen van werkgevers, gastentiteiten en bestuurders tegen wie bepaalde sancties werden uitgesproken of die bij de aanvraag onjuiste, vervalste of onrechtmatig verkregen gegevens, verklaringen of onrechtmatig verrichte aanpassingen hebben gebruikt verruimd naar drie jaar in plaats van één jaar voorafgaand aan de aanvraag. Ook de gelijkaardige facultatieve intrekkingsgrond wijzigt in de zin dat ook sancties tegen bestuurders in rekening gebracht kunnen worden en dat de sanctiegronden in lijn worden gebracht met de weigeringsgrond.
- Daarnaast wordt een nieuwe facultatieve weigeringsgrond ingevoerd wanneer het personeelsbestand van de onderneming of de gastentiteit voor meer dan 80% bestaat uit buitenlandse arbeidskrachten met een toelating tot arbeid van bepaalde duur.
De volledige lijst van weigerings- en intrekkingsgronden wordt begin januari aangepast op onze vaste webpagina’s.
'Fast lane' voor hooggeschoolden
Ten slotte blijkt uit de conceptnota van minister Demir ook dat een 'fast lane' gecreëerd wordt voor de behandeling van aanvragen voor hooggeschoolde profielen en gestreefd wordt naar een verkorte doorlooptijd voor alle andere profielen. Er wordt gestreefd naar een behandelingstermijn van 15 dagen voor hooggeschoolden en 30 dagen (of 45 dagen in piekperiodes) voor andere profielen. Het gaat enkel om de behandelingstermijn voor de toelating tot arbeid door het Vlaamse Gewest, niet om de totale behandelingstermijn inclusief de beslissing van DVZ. Dit werd ook vermeld tijdens een toelichting van de beleidswijzigingen door de Dienst Economische Migratie op 11 en 18 december 2025.
Het gaat echter louter om een interne beleidswijziging. Dit wordt niet wettelijk verankerd in het BVR en is dus niet juridisch afdwingbaar.
Meer info
- Besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2025 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, BS 19 december 2025.
- Conceptnota 'Verscherpt en geïntegreerd arbeidsmigratiebeleid', 9 mei 2025
- Nieuwsbericht 'Nieuwe Vlaamse knelpuntberoepenlijst voor middengeschoolden vanaf 1 januari 2026'