Herkwalificatie verblijfsaanvraag: DVZ kan juiste rechtsgrond toepassen, moet motiveren waarom ingeroepen rechtsgrond niet van toepassing is

In het kort

In arresten 328.343 van 17-6-2025 en 328.924 van 26-6-2025 herkwalificeerde Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) aanvragen tot lang verblijf. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) oordeelt dat dit kan wanneer de ingeroepen rechtsgrond foutief was. Maar, wanneer de aanvrager meent beroep te kunnen doen op de door hem ingeroepen rechtsgrond en die toepasselijk zou kunnen zijn, moet DVZ dit onderzoeken. 

Geen gezinshereniging ‘ander familielid’ wanneer voorwaarden niet voldaan zijn als descendent ten laste: herkwalificatie naar juiste rechtsgrond

DVZ weigerde de aanvraag gezinshereniging van een Chinees minderjarig kind met zijn Belgische grootmoeder. DVZ stelde dat de grootmoeder ingevolge art 40bis, §2, 3° Verblijfswet (Vw) diende te beschikken over het recht op bewaring, overgedragen bij rechterlijke beslissing, wat in casu niet gebeurde. Bovendien waren beide ouders in België en verbleven zij ook op het adres van de grootmoeder.

In het verzoekschrift van het kind werd aangehaald dat de aanvraag ingediend was op basis van art. 47/1 Vw, zoals toegelicht in een begeleidend schrijven. DVZ zou onzorgvuldig gehandeld hebben door de rechtsgrond eenzijdig te wijzigen.

De RvV stelde echter vast dat art. 47/1 Vw er niet op gericht is een vangnet te vormen voor bloedverwanten van Unieburgers die niet voldoen aan de voorwaarden voor gezinshereniging in de voor hen voorziene bepalingen. 47/1 Vw bepaalt uitdrukkelijk dat de in 40bis, §2 Vw bedoelde familieleden uitgesloten zijn van zijn toepassingsgebied.

Bovendien vermeldde het aanvraagdocument bijlage 19ter uitdrukkelijk dat de verblijfsaanvraag voor het minderjarige kind ingediend werd in de hoedanigheid van bloedverwant in neergaande lijn, in toepassing van art. 40bis Vw (en op grond van art. 40ter Vw.)

Het begeleidend schrijven neemt niet weg dat DVZ mocht vaststellen dat niet art. 47/1 Vw, maar wel art. 40bis Vw de toe te passen rechtsgrond is. Dit is volgens de RvV niet kennelijk onredelijk of onzorgvuldig. DVZ kon bijgevolg de verblijfsaanvraag herkwalificeren.

Geen herkwalificatie aanvraag gezinshereniging meerderjarige zus erkende vluchteling naar humanitair visum zonder onderzoek situatie zorgnood

DVZ: Herkwalificatie aanvraag gezinshereniging naar aanvraag humanitair visum

De visumaanvraag van een (vermoedelijk) 19-jarige alleenstaande Hazara vrouw in Afghanistan werd geweigerd door DVZ. DVZ beoordeelde de aanvraag als humanitaire visumaanvraag en niet als aanvraag gezinshereniging zoals gevraagd in het begeleidend schrijven van de advocaat van de vrouw. De vrouw had immers de intentie om samen met haar ouders haar niet-begeleide minderjarige (NBM) broer te vervoegen die internationale bescherming geniet in België.

DVZ motiveerde deze beslissing door te stellen dat meerderjarige broers of zussen geen gezinshereniging kunnen aanvragen op grond van artikel 10 Vw. Bovendien wees de beendertest van de vrouw erop dat ze ouder is dan opgegeven en dus identiteitsfraude pleegde. Ook zouden er nog een broer en zus in Afghanistan zijn en werd in de aanvraag niet aangetoond dat de vrouw ten laste was of geen andere inkomsten of aldaar in familiaal isolement leeft. DVZ stelt dat zij zich in die omstandigheden niet kunnen beroepen op het recht om het gezinsleven verder te zetten. Ook is het veel veiliger in Afghanistan sinds de machtsovername door de Taliban in augustus 2021.

Beroep: onvoldoende rekening met omstandigheden en Europese rechtspraak

De Afghaanse vrouw stelde beroep in tegen deze beslissing. Ze beriep zich hierbij op rechtspraak van het Hof van Justitie (HvJ). In arrest C-608/22, oordeelde het HvJ dat het geheel aan discriminerende maatregelen die genomen zijn t.a.v. vrouwen in Afghanistan door hun cumulatief effect afbreuk doen aan de eerbiediging van de menselijke waardigheid. Daarnaast werd ook verwezen naar Hof van Justitie in zaak C-560/20, waar het HvJ oordeelde dat, in toepassing van de gezinsherenigingsrichtlijn, een verblijfstitel toegekend moest worden aan een meerderjarige zus van een NBM die wegens ernstige ziekte permanent afhankelijk is van de hulp van haar ouders, als een weigering ertoe zou leiden dat het recht op gezinshereniging ontnomen zou worden van de NBM. 

Ook beweert de verzoekende partij dat er nooit fraude gepleegd werd, maar dat de leeftijdsbepaling in Afghanistan complex is aangezien er geen geboorteaktes opgemaakt worden. Verder is verzoekster niet alleen een alleenstaande vrouw in Afghanistan, maar behoort zij ook tot de Hazara-minderheidsgroep. Zij zou haar financiële situatie moeilijk kunnen aantonen in Afghanistan en bovendien zou rekening gehouden moeten worden met de economische toestand in het land. Bovendien zijn de ouders van de NBM teruggekeerd naar Afghanistan om voor hun dochter te zorgen en geven zij aan niet terug te zullen keren naar België zonder haar.

RvV: onderzoek nodig of rechtspraak meerderjarige zus van toepassing is en of gezinshereniging toegekend kan worden

De RvV stelde vast dat een visumaanvraag ingediend werd op grond van art. 10 Vw en dat de herkwalificatie naar art. 9 Vw gebeurde omdat de vrouw meerderjarig is. Daarbij motiveerde DVZ niet over de argumentatie van de verzoekster dat de aanvraag als een aanvraag gezinshereniging beoordeeld moet worden in toepassing  van het voormelde arrest van het HvJ. De Raad wijst erop dat art. 10, §1 Vw een omzetting vormt van art. 10, §3, a) van de Gezinsherenigingsrichtlijn, wat in het arrest uitgelegd wordt. DVZ moet uitmaken of de situatie van de alleenstaande Hazara vrouw een uitzonderlijke situatie is waardoor de ouders van de NBM hun recht op gezinshereniging niet kunnen laten gelden, wetende dat zij teruggekeerd zijn naar Afghanistan om hun dochter te beschermen ondanks de risico’s die dat voor hen inhield. De RvV vernietigde dan ook de beslissing.