Sinds de inwerkingtreding van het EU-Migratiepact (Pact) op 12 juni 2026 gebeurt de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van je verzoek om internationale bescherming overeenkomstig de Asiel- en Migratiebeheerverordening van 14 mei 2024 (EU) 2024/1351 (AMMR). Een verordening heeft rechtstreekse werking en hoeft niet, in tegenstelling tot een richtlijn, omgezet te worden in intern recht. 

In het kort

Als je een verzoek om internationale bescherming (VIB) opstart in ons land, betekent dit niet automatisch dat België je verzoek ook zal behandelen. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) zal eerst onderzoeken of België wel verantwoordelijk is voor de behandeling van je verzoek. DVZ zal de verantwoordelijke lidstaat bepalen aan de hand van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (EU) 2024/1351 (AMMR). Hierbij zal DVZ ook rekening houden met feiten van vóór de inwerkingtreding van AMMR.

AMMR-onderzoek

Om de verantwoordelijke lidstaat aan te duiden, bevat AMMR specifieke criteria. De criteria dienen door DVZ getoetst te worden in de volgorde van de tekst van de verordening. Het AMMR-onderzoek gebeurt onmiddellijk na de opstart van je verzoek om internationale bescherming. 

Als een andere lidstaat verantwoordelijk is, dan zal je aan die staat worden overgedragen. België zal zich dan niet meer buigen over jouw verzoek. 

Is België wel verantwoordelijk voor de behandeling van jouw VIB, dan wordt je dossier aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) overgedragen en handelt België jouw verzoek verder af.

Alle EU-lidstaten plus IJsland, Noorwegen, Liechtenstein en Zwitserland zijn lid van AMMR.

Begrippen

Onder gezinsleden wordt verstaan en voor zover het gezin reeds bestond voordat jij of je gezinslid op het grondgebied van de lidstaten is aangekomen:

  • de echtgenoot van de verzoeker of de niet-gehuwde partner van de verzoeker met wie een duurzame relatie wordt onderhouden, indien in het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat niet-gehuwde paren en gehuwde paren op een vergelijkbare manier worden behandeld in het kader van het vreemdelingenrecht.
  • ongehuwde minderjarige kinderen, ongeachte of het wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn. 
  • indien de verzoeker een minderjarige en ongehuwd is, de vader, de moeder of een andere volwassene die voor de minderjarige verantwoordelijk is krachtens de wet of volgens de praktijk van de lidstaat waar de volwassene aanwezig is.
  • indien de minderjarige internationale bescherming geniet en ongehuwd is, de vader, moeder of een andere volwassene die voor de minderjarige verantwoordelijk is krachtens de wet of volgens de praktijk van de lidstaat waar de minderjarige bescherming geniet.

  • een volwassen tante of oom 
  • een grootouder

van de verzoeker die op het grondgebied van een lidstaat aanwezig is, ongeacht of het een wettig, buitenechtelijk of geadopteerd kind is.

Tijdens het onderzoek naar de verantwoordelijke lidstaat, moet je bereikbaar zijn voor DVZ. Als je je bewust onttrekt aan de procedure dan spreekt AMMR en de Verblijfswet van onderduiken en wordt de termijn van 6 maanden, waarbinnen de overdacht naar de verantwoordelijke lidstaat moet plaatsvinden, verlengd.

AMMR definieert 'onderduiken' als de handeling waarbij een betrokken persoon niet beschikbaar blijft voor de bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteiten, bijvoorbeeld door:

  • het grondgebied van een lidstaat te verlaten zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten om redenen die niet buiten de controle van die persoon vallen;
  • te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf indien een lidstaat dat vereist, of
  • te verzuimen voor de bevoegde autoriteiten te verschijnen indien die autoriteiten dat vereisen.

Artikel 51/5/3, § 2 Vw somt 5 situaties op waarin je verondersteld wordt onder te duiken bij een overdrachtsprocedure in het kader van AMMR:

  • je gaat niet naar de toegewezen opvangstructuur of je hebt de opvang verlaten, zonder binnen de 3 werkdagen je adres van je effectieve verblijfplaats in België aan DVZ te hebben gemeld. Het Grondwettelijk Hof (GwH) oordeelt in haar arrest 89/2026 dat je nog wel de mogelijkheid moet hebben om achteraf aan te tonen dat het niet je bedoeling was om je aan de overheid te onttrekken. 
  • als na één of meerdere woonstcontroles omstandig blijkt dat je niet op het adres verblijft dat je aan DVZ hebt opgegeven als effectieve verblijfplaats.
  • wanneer je je niet hebt aangeboden op de gesprekken die voor het aanklampende begeleidingstraject in het kader van je overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat zijn gepland. Deze bepaling (art. 51/5/3, § 2, 3° Vw) werd echter door het GwH vernietigd.
  • wanneer je de minder dwingende maatregel voor vasthouding die aan jou werd opgelegd niet hebt gerespecteerd.
  • wanneer je de welbepaalde plaats waar je werd vastgehouden zonder de vereiste toestemming hebt verlaten en binnen de 3 werkdagen geen adres van je effectieve verblijfplaats in België aan DVZ hebt meegedeeld. 

Verplichtingen van de verzoeker

AMMR legt een aantal verplichtingen vast waaraan je als verzoeker dient te voldoen:

  • je verzoek indienen in de lidstaat van eerste binnenkomst

  • ben je in het bezit van een geldige verblijfstitel of een geldig visum, je verzoek indienen in de lidstaat die de verblijfstitel of het visum heeft afgegeven

  • je volledige medewerking verlenen bij het verzamelen van de biometrische gegevens en alle elementen en informatie, waaronder je identiteitsdocumenten, verstrekken waarover je beschikt die relevant zijn voor het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat 

  • je aanwezigheid in:
    • de lidstaat van eerste binnenkomst of de lidstaat dat je visum/verblijfstitel heeft afgegeven, in afwachting van het onderzoek naar de verantwoordelijke lidstaat en tijdens de uitvoering van de overdrachtsprocedure
    • de verantwoordelijke lidstaat
    • de lidstaat van herplaatsing

  • bij een overdrachtsbesluit je medewerking verlenen en het besluit nakomen 

Als je laattijdig elementen en informatie aanbrengt dan zullen die enkel in aanmerking genomen worden als ze bepalend zijn voor het aanduiden van de verantwoordelijke lidstaat en betrekking hebben op de criteria voor minderjarigen of in het kader van gezinshereniging. 

Waarborgen voor de verzoeker

  • Recht op informatie.

    Van zodra het mogelijk is en ten laatste bij de registratie van je verzoek om internationale bescherming verstrekt DVZ je informatie over de toepassing van AMMR en over je rechten en plichten overeenkomstig deze verordening.

  • Recht op juridische counseling. Bij ons heb je recht op de bijstand van een advocaat. Dat was ook al het geval voor de inwerkingtreding van AMMR. De juridische counseling is een nieuw concept waardoor je recht hebt op een juridische adviseur die je begeleid tijdens de procedure. Het kan gaan om iemand die werkt voor de overheid of voor een niet-gouvernementele organisatie. Het is de taak van DVZ om voor deze juridische counseling te zorgen <LINK: art. 50/1 Vw>.
  • Recht op persoonlijk onderhoud.

     Er kan worden afgezien van een persoonlijk onderhoud:

    • bij onderduiking
    • zonder gegronde reden afwezig zijn op het persoonlijk onderhoud
    • je hebt al met andere middelen informatie verstrekt om de verantwoordelijke lidstaat te bepalen

Van het persoonlijk onderhoud moet een geluidsopname worden gemaakt en een schriftelijke samenvatting met ten minste de belangrijkste informatie die je tijdens het interview hebt gegeven.

  • Waarborgen voor minderjarigen.
    • Belang van het kind heeft prioriteit. Om dit beoordelen werken de lidstaten nauw samen en houden ze rekening met volgende factoren:
      • de mogelijkheden van gezinshereniging
      • het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige
      • veiligheids- en beveiligingsoverwegingen wanneer de minderjarige het slachtoffer is van mensenhandel
      • de standpunten van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit 
    • Zo spoedig mogelijk de aanstelling van een voorlopige vertegenwoordiger
    • Aanstelling van een voogd binnen de 15 werkdagen na het doen van het VIB

Criteria

De criteria aan de hand waarvan de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald dienen in de volgorde van de tekst van de verordening te worden afgetoetst (art. 24 AMMR).
Opgelet! Om de verantwoordelijke lidstaat aan te duiden zal DVZ ook rekening houden met feiten van vóór de inwerkingtreding van AMMR.

Wanneer je een niet-begeleide minderjarige (NBMV) bent zijn volgende criteria van toepassing in de volgorde waarin ze voorkomen in art. 25 AMMR om de verantwoordelijke lidstaat te bepalen:

  • lidstaat waar een gezinslid, broer of zus wettig verblijft 
  • lidstaat waar een familielid (tante, oom of grootouder) wettig verblijf als op basis van een individueel onderzoek vaststaat dat het familielid voor de minderjarige kan zorgen
  • wanneer er geen gezins- of familieleden aanwezig zijn in de lidstaten, is de lidstaat waar het verzoek van de NBMV voor het eerst werd geregistreerd, de verantwoordelijke lidstaat

Bij de toepassing van de criteria voor de NBMV moet steeds het belang van kind primeren. 

De andere AMMR-criteria worden niet toegepast op NBMV.

Het gaat om een gezinslid dat wettig in een lidstaat verblijft als persoon die

  • Internationale bescherming geniet 
  • Langdurig ingezetene is  
  • Toegelaten als persoon die internationale bescherming genoot en die de nationaliteit van de lidstaat heft verkregen

Betrokkenen moeten wel schriftelijk verklaren dat zij dit wensen.

De verantwoordelijke lidstaat is de lidstaat waar het VIB werd ingediend en waarover nog geen beslissing ten gronde is genomen, mits schriftelijk akkoord van de betrokkenen.

Wanneer verzoeken van verschillende gezinsleden of minderjarige ongehuwde broers of zussen tegelijk in dezelfde lidstaat zijn geregistreerd en wanneer bij toepassing van de AMMR betrokkenen van elkaar gescheiden zouden worden, zijn volgende criteria van toepassing:

  • De lidstaat die verantwoordelijk is voor het grootst aantal verzoeken.
  • De lidstaat die verantwoordelijk is voor het verzoek van de oudste onder hen.

De lidstaat die een geldige verblijfstitel of visum afleverede is verantwoordelijk voor de behandeling van het VIB.

Ben je houder van verschillende verblijfstitels of visa, dan is de lidstaat verantwoordelijk die de verblijfstitel of het visum met de langste geldigheidsduur heeft afgeleverd. Bij een gelijke geldigheidsduur is de lidstaat die de verblijfstitel of het visum heeft afgeleverd, waarvan de geldigheid het laatst verstrijkt, verantwoordelijk.

De lidstaat blijft verantwoordelijk tot 3 jaar na het verlopen van de verblijfstitel en tot 18 maanden na het verlopen van het afgeleverde visum.

Als je in het bezit bent van een diploma of een andere kwalificatie, dan is de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd die het diploma of de kwalificatie heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van je VIB.

Deze lidstaat blijf verantwoordelijk tot 6 jaar na de afgifte van het diploma of de kwalificatie.

Wanneer je het grondgebied betreedt van een lidstaat waarvoor je niet visumplichtig bent, dan is die lidstaat verantwoordelijk.

Werd je verzoek echter geregistreerd in een andere lidstaat waar je ook niet visumplichtig bent, dan is die lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van je VIB.

Wanneer je in een internationale transitzone van een luchthaven van een lidstaat een verzoek om VIB doet, is die lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van je verzoek. 

Je verzoek zal dan behandeld worden volgens <LINK: de asielgrensprocedure>.

Wanneer je onwettig de grens van een lidstaat hebt overschreden dan is die lidstaat verantwoordelijke voor de behandeling van je VIB. Deze lidstaat blijft verantwoordelijke tot 20 maanden nadat je de grens bent overgegaan.

Wanneer je na een opsporings- of reddingsoperatie dan is de lidstaat waar je bent ontscheept tot 12 maanden na de ontscheping verantwoordelijk voor de behandeling van je VIB.

Indien geen van de voorgaande criteria kan worden toegepast, is de lidstaat die jouw VIB heeft geregistreerd verantwoordelijk voor de behandeling van je verzoek.

Afwijkingen

Ondanks het feit dat een andere lidstaat verantwoordelijk is om jouw VIB te behandelen, kan België afwijken van de AMMR-criteria en zich alsnog verantwoordelijk verklaren:

  • Afhankelijkheidsclausule: Wanneer je wegens een specifieke kwetsbaarheid (een zwangerschap, een pasgeboren kind, een ernstige geestelijke of lichamelijke ziekte, een zware handicap, een ernstig psychisch trauma of hoge leeftijd), afhankelijk bent van je kind, broer, zus of ouder die wettig verblijft in één van de lidstaten, kan deze lidstaat zich verantwoordelijk verklaren om je VIB te behandelen. Dit geldt ook in de omgekeerde richting, wanneer je als verzoeker de ‘verzorgende persoon’ bent. De betrokkenen moeten zich wel schriftelijk akkoord verklaren en de familiebanden moesten bestaan voordat je toekwam op het grondgebied van de lidstaten.   
  • Soevereiniteitsclausule: Overeenkomstig deze clausule kan België zich verantwoordelijk verklaren, ook al is België overeenkomstig de AMMR-criteria niet de verantwoordelijke lidstaat. Ja kan hier schriftelijke om verzoeken. Doorgaans omdat je dichte banden hebt met België of om humanitaire redenen. 

 

AMMR-procedure

voor meer informatie, zie <LINK: 'opstart verzoek om internationale bescherming'>.

DVZ begint de AMMR-termijnen die hieronder beschreven staan te tellen vanaf de registratie.

DVZ onderzoekt op grond van de AMMR-criteria welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van je VIB. Bij dit onderzoek haalt DVZ haar informatie uit:

  • vingerafdrukken uit de Eurodac-databank. Als er een ‘hit’ is (een oveeernkomst) dan spreken we van een ‘Eurodac-treffer’.
  • informatie uit het EU-visuminformatiesysteem (VIS). In deze databank wordt opgeslagen welke lidstaten een schengenvisum hebben afgeleverd.
  • de verklaringen afgelegd tijdens het AMMR-interview. Wanneer bij de registratie van het verzoek wordt vastgesteld dat er een Eurodac-treffer is bij het afnemen van je vingerafdrukken wordt er eerst een AMMR-interview afgenomen. Hetzelfde geldt wanneer uit het VIS blijkt dat een andere lidstaat een schengenvisum heeft afgeleverd en deze niet langer dan 18 maanden geleden kwam te vervallen. De vragen die tijdens dit AMMR-interview worden gesteld zijn vergelijkbaar met die van het voorbereidend interview bij DVZ, aangevuld met vragen die specifiek betrekking hebben op jouw reisroute. Wanneer tijdens het standaard ‘voorbereidend interview’ uit je verklaringen blijkt dat een AMMR-onderzoek noodzakelijk is, wordt het voorbereidend interview vervangen door een AMMR-interview om na te gaan welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van je VIB.
  • identiteitsdocumenten en informatie die de Belgische instanties verkrijgen van andere lidstaten

 

Na het voeren van het AMMR-onderzoek en het aftoetsen van de AMMR-criteria kan DVZ oordelen dat een andere lidstaat verantwoordelijk is. 

Als DVZ oordeelt dat een andere lidstaat verantwoordelijk is, dan richt België een overnameverzoek of een kennisgeving inzake terugname  aan de andere lidstaat.

Een kennisgeving inzake terugname wordt gebruikt wanneer de verantwoordelijkheid van de andere lidstaat quasi vaststaat omdat je daar een VIB hebt ingediend of omdat je er al internationale bescherming hebt gekregen of omdat er een Eurodac-treffer is.

De kennisgeving inzake terugname wordt binnen de twee weken na ontvangst van de Eurodac-treffer naar de verantwoordelijke lidstaat gestuurd.

Bij een overnameverzoek zijn er aanwijzingen dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van je VIB, bijvoorbeeld omdat je er familieleden hebt.

Het overnameverzoek wordt binnen de twee maanden na de registratie van je VIB aan de andere lidstaat overgemaakt. In geval van een Eurodac-treffer of een VIS-treffer wordt het verzoek tot overname binnen de maand verzonden na ontvangst van de treffer.

Wordt er binnen deze termijnen geen verzoek tot overname verstuurd, dan zal de lidstaat waar je VIB werd geregistreerd verantwoordelijke zijn voor de behandeling van je verzoek.

Bij een kennisgeving inzake terugname stuurt de verantwoordelijke lidstaat binnen de twee weken na ontvangst van de kennisgeving een bevestiging, tenzij ze kan aantonen dat ze niet verantwoordelijk is.

Bij een verzoek tot overname zal de aangezochte lidstaat binnen één maand moeten antwoorden. Gaat het om een Eurodac-treffer of een VIS-treffer dan dient de aangezochte lidstaat te antwoorden binnen de twee weken. Als de aangezochte lidstaat niet binnen deze termijnen antwoord gaat ze impliciet akkoord en wordt ze de verantwoordelijke lidstaat.

Niet België maar een andere lidstaat is verantwoordelijk:

  • DVZ neemt een besluit tot overdracht (bijlage 26quater) <LINK: (art. 71/3, § 3 Vb>. Op dit document staat de verantwoordelijke lidstaat vermeld en de uiterste datum waarop je je bij de overheid van die lidstaat moet aanbieden. Daarnaast krijg je een bijlage 10bis (een doorlaatbewijs om te reizen)<LINK: art. 71/3, § 2 en 3 Vb> en de contactgegevens van de cel vrijwillige terugkeer. Mocht je een attest van immatriculatie (AI) hebben, dan zal je door de gemeente worden uitgenodigd om je attest in te trekken. 
  • Is er een vrijwillige overdracht, dan zorgt de dienst vrijwillige terugkeer voor de praktische organisatie van je overdracht.
  • Je kan ook gedwongen worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat. Dit kan enkel wanneer er een risico op onderduiken bestaat en indien er geen andere, minder dwingende maatregelen mogelijk zijn. Hierbij kan je vastgehouden worden in een gesloten centrum met het oog op de overdacht. De overdracht dient dan wel binnen de 5 weken te gebeuren <LINK: art. 74/6/1 Vw<
  • De overdacht moet binnen de 6 maanden na de aanvaarding van het overnameverzoek of de bevestiging van de kennisgeving inzake terugname door de verantwoordelijke lidstaat plaatsvinden, tenzij je in beroep bent gegaan tegen het overdrachtbesluit, dan begint de termijn van 6 maanden te lopen vanaf de definitieve beslissing in beroep als het beroep opschortend is.

    In geval van opsluiting in de gevangenis kan deze termijn verlengd worden tot één jaar. Bij onderduiking, of wanneer je je verzet tegen de overdracht, of je er opzettelijk voor zorgt dat je niet in staat bent om te worden overgedragen of niet aan de medische vereiste voldoet om et worden overgedragen, dan kan de termijn verlengd worden tot 3 jaar vanaf de verantwoordelijke lidstaat daarvan op de hoogte wordt gebracht.

    Wanneer je terug opduikt binnen de drie laatste maanden voor het verstrijken van de termijn van 3 jaar, dan heeft België 3 maanden om de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat uit te voeren.

  • Word je niet overgedragen binnen deze termijnen (6 maanden, 1 jaar of 3 jaar), dan wordt België verantwoordelijke voor de behandeling van je VIB. In dat geval moet je je opnieuw gaan aanmelden bij DVZ, Belliardstraat 68 en herleeft je oorspronkelijke bijlage 26.
  • Tegen een overdrachtsbesluit (bijlage 26quater) kan je binnen de 10 dagen een beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) <LINK: art. 2.15, § 2, 2°, a RvV-wet>. Je beroep heeft geen automatisch schorsende werking. In je verzoekschrift tot vernietiging kan je bij wijze van voorlopige maatregel de schorsing van het overdrachtsbesluit vragen <LINK: art. 2.30, § 1, eerste lid RvV-wet>. De RvV zal op je beroep de versnelde procedure toepassen <LINK: artikel RvV NB>. De rechter heeft 1 maand om over de schorsing te oordelen <LINK: art. 2.30, § 1, tweede lid RvV-wet> en nog eens 1 maand om uitspraak te doen over de vernietiging <LINK: art. 2.61, § 2 RvV-wet>. Word je vastgehouden dan zal de RvV je beroep behandelen in de urgente procedure <LINK: art. 2.28, §1, 4° RvV-wet> en zal de Raad uitspraak doen binnen de 3 weken <LINK: art. 2.61, § 3 RvV-wet>. 

België is de verantwoordelijke lidstaat 

Is België de verantwoordelijke lidstaat dan wordt het standaard voorbereidend interview’ (link naar opstart verzoek IB) afgenomen. Dit gaat vlot omdat alle gegevens reeds gekend zijn. Nadien wordt je dossier overgemaakt aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Het CGVS onderzoekt en beoordeelt je VIB inhoudelijk.