De impact van het migratie- en asielpact op de gezinshereniging
In het kort
De inwerkingtreding op 12-6-2026 van de Kwalificatieverordening 2024/1347, onderdeel van het Migratie- en asielpact, heeft tot gevolg dat de regels rond gezinshereniging als meereizend gezinslid van een internationaal beschermde (erkend vluchteling of subsidiair beschermde) veranderen. Zo zullen meereizende meerderjarige kinderen die ten laste zijn van de internationaal beschermde gezinshereniging kunnen krijgen en zal het niet meer mogelijk zijn om gezinshereniging aan te vragen als meereizend gezinslid van een staatloze.
Het migratiepact heeft niet enkel impact op de manier waarop verzoeken om internationale bescherming behandeld worden, maar ook op de gezinshereniging. Immers, de Kwalificatieverordening (2024/1347) regelt het recht op gezinshereniging van meereizende familieleden van erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden. De details inzake de voorwaarden, de te volgen procedure en de verblijfsrechtelijke gevolgen vind je hier.
In dit nieuwsbericht gaan we in op wat er precies verandert na de grote hervorming van de regels inzake gezinshereniging van augustus 2025.
Onmiddellijke impact van de inwerkingtreding van het pact
Het pact heeft meteen een aantal gevolgen en heeft bijkomende gevolgen bij inwerkingtreding van de wet op de uitvoering van het migratie- en asielpact.
Andere regels voor familieleden van personen met een verblijf als staatloze
De (nog niet gepubliceerde) wet ter uitvoering van het migratie- en asielpact heeft als voornaamste impact de schrapping van de mogelijkheid tot gezinshereniging als meereizend familielidvan een persoon met een verblijfsstatuut als staatloze. Familieleden van staatlozen kunnen nog gezinshereniging vragen onder dezelfde voorwaarden en procedures voor nareizende familieleden van erkende vluchtelingen. De impact van deze maatregel wordt echter beperkt, aangezien de mogelijkheid om een aanvraag gezinshereniging in te dienen bij de gemeente uitgebreid wordt. Familieleden van staatlozen die zelf geen aanspraak kunnen maken op een verblijfsstatuut als staatloze en die onder toepassingsgebied van art. 10, §1, 1ste lid, 5° Vw. vallen én indien de gezinsbanden reeds bestonden voordat de referentiepersoon aankwam in België kunnen de aanvraag indienen bij de gemeente.
Meerderjarige kinderen ten laste met ernstige ziekte of zware handicap van personen met internationale bescherming
Het recht op gezinshereniging wordt beperkt uitgebreid voor de kinderen van begunstigden van internationale bescherming. Meerderjarige kinderen ten laste van de begunstigden van internationale bescherming kunnen in bepaalde omstandigheden aanspraak maken op een verblijfsrecht als gezinslid van een erkend vluchteling of subsidiair beschermde. De Kwalificatieverordening definieert de term ‘meerderjarig kind ten laste’ niet in de tekst zelf, maar enkel in de overwegingen. In overweging 17 staat dat een meerderjarig kind, op basis van een individuele beoordeling alleen als afhankelijk mag worden beschouwd als het niet in staat is in zijn of haar levensonderhoud te voorzien ten gevolge van een fysieke of mentale staat die verband houdt met een ernstige, niet-tijdelijke ziekte of een zware handicap.
Een meerderjarig ongehuwd kind met handicap kon reeds een verblijfsrecht krijgen als meereizend familielid sinds de wet van 18 juli 2025. Dit kon op voorwaarde dat het kind een medisch attest kon voorleggen dat aantoonde dat het kind vanwege zijn of haar handicap niet in de eigen behoeften kon voorzien.
Geen samenwoonstverplichting
Oud art. 10, §1, 1ste lid, 4° Vw schreef voor dat de referentiepersoon en het familielid moesten samenleven. Noch de ondertussen ingetrokken Kwalificatierichtlijn, noch de nieuwe Kwalificatieverordening legden/leggen een samenwoonstverplichting op. België kan dit dan ook niet eisen. Rekening houdend met de ratio legis, nl. instandhouding van het gezin (zie o.a. overweging 58 en art. 23 Kwalificatieverordening), zou een werkelijk gezinsleven moeten volstaan voor de toekenning én het behoud van het verblijfsrecht.
Gehuwde minderjarige kinderen
Net zoals voor de inwerkingtreding van het pact komen meereizende minderjarige kinderen in aanmerking voor gezinshereniging op voorwaarde dat ze ongehuwd zijn. Van zodra het kind – volgens het recht van zijn/haar/hun nationaliteit – de leeftijd heeft bereikt waarop het rechtsgeldig een huwelijk kan sluiten, moet bij de aanvraag gezinshereniging een attest van ongehuwdheid worden voorgelegd. Nieuw sinds de inwerkingtreding van het pact is dat ook gehuwde minderjarige kinderen – wanneer hun huwelijk in België wordt erkend – een verblijfsrecht kunnen krijgen op basis van gezinshereniging wanneer DVZ van mening is dat gezinshereniging in het belang van die minderjarige is.De echtgeno(o)t(e) van dit minderjarig kind komt echter niet in aanmerking voor gezinshereniging met het kind.
Zoals steeds spelen de regels van internationaal privaatrecht wanneer het kind gehuwd is. Enkel huwelijken die de conflictenrechtelijke en openbare orde toetst doorstaan, kunnen in België rechtsgevolgen hebben. Lees hier meer over de erkenning van een buitenlandse huwelijksakte in België.Wordt het buitenlands huwelijk niet erkend, dan wordt het kind beschouwd als ongehuwd. Sinds het pact staat dit ook met zoveel woorden in de Kwalificatieverordening: “een minderjarige wordt, op basis van een individuele beoordeling, als ongehuwd beschouwd indien zijn of haar huwelijk niet in overeenstemming met het betreffende nationale recht zou zijn als het in de betrokken lidstaat zou zijn gesloten, met name gelet op de wettelijke huwelijksleeftijd”.
In België vallen de grondvereisten voor het huwelijk onder het nationale recht van elke toekomstige echtgenoot. De vraag of een persoon jonger dan 18 jaar in België rechtsgeldig een huwelijk kan sluiten, wordt dus beoordeeld volgens het recht van zijn of haar nationaliteit. Naast de controle van het door het WIPR aangewezen toepasselijke recht, speelt ook de openbare orde exceptie. Een huwelijk in het buitenland gesloten door een minderjarig kind zal in België niet erkend worden wanneer er sprake is van strijdigheid moet de internationale openbare orde. Het belang van het kind staat hier centraal. Het loutere feit dat art. 144 (oud) Burgerlijk Wetboek bepaalt dat niemand een huwelijk mag aangaan voor hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, is niet doorslaggevend aangezien de wet ook in een uitzondering voorziet.
Schijnrelatie als expliciete uitsluitingsgrond
Waar de Kwalificatierichtlijn enkel de gronden voor uitsluiting van internationale bescherming (vervat in de hoofdstukken III en V) en redenen van nationale veiligheid of openbare orde vermeldde als uitsluitingsgronden om een verblijfstitel te krijgen in het kader van gezinshereniging, herneemt de Kwalificatieverordening deze uitsluitingsgronden en voegt het een extra uitsluitingsgrond toe. Voortaan wordt eveneens geen verblijfstitel afgeven aan de echtgenoot of partner van een erkend vluchteling of subsidiaire beschermde wanneer vaststaat dat het huwelijk of partnerschap uitsluitend is aangegaan om voor de betrokken persoon toegang tot of verblijf in de betrokken lidstaat te verkrijgen.
Onmiddellijke afgifte BGV opnieuw mogelijk voor familieleden van Unieburgers en Belgen
Voor de inwerkingtreding van het pact ging een bijlage 20 niet vergezeld van een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV). Werden niet alle bewijsstukken (tijdig) overgemaakt, was de woonstcontrole negatief of weigerde DVZ om het verblijfsrecht toe te kennen, dan kreeg het familielid dat gezinshereniging aanvroeg vanuit België enkel een bijlage 20. Uit de nieuwe RvV-wet volgt dat ook bij aanvragen gezinshereniging waarbij de referentiepersoon een Belg of Unieburger is, de gemeente of DVZ een BGV kan koppelen aan elke beslissing tot weigering van verblijf en iedere beslissing tot beëindiging van het verblijf. Merk wel op dat een BGV pas uitwerking krijgt nadat de beroepstermijn voor beroep tegen de gekoppelde beslissing is verlopen of, wanneer een beroep werd ingesteld, vanaf de uitspraak van het beroep.
Geen overgangsbepalingen
In tegenstelling tot de wet van 18 juli 2025 die de regels over de gezinshereniging wijzigde, worden er ditmaal geen overgangsbepalingen voorzien. Vanaf de datum waarop de wet in werking zal treden na publicatie in het Belgisch staatblad geldt onmiddellijke inwerkingtreding. Dit betekent dat hangende aanvragen gezinshereniging (bijvoorbeeld van meereizende familieleden van staatlozen) niet meer kunnen goedgekeurd worden. Dit betekent anderzijds dat meereizende familieleden, die door de overgangsbepalingen van de wet van 18 juli 2025 nog niet de mogelijkheid hadden om een verblijfsaanvraag in te dienen, deze nu expliciet wel krijgen. Het zal voor hen niet meer relevant zijn dat de referentiepersoon internationale bescherming kreeg voor 18 augustus 2025.