Rechtspraak

(R. t. Frankrijk) Schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandelingen)
uitwijzing naar Rusland na beëindiging vluchtelingenstatuut
Behouden hoedanigheid vluchteling na beëindiging statuut (R. t. Rusland)
Opheffing statuut en verlies hoedanigheid vluchteling (W. t. Rusland)
onvoldoende ex-nunc onderzoek van het non-refoulement beginsel
behoren tot geviseerde groep door Russische autoriteiten
schending procedurele verplichtingen artikel 3 EVRM (R. t. Rusland)
schending materiële vlak artikel 3 EVRM (W. t. Rusland) met 4 stemmen tegen 3
Afwijkende opinie (W. t. Rusland)
(W. t. Frankrijk) Schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandelingen)
uitwijzing naar Rusland na beëindiging vluchtelingenstatuut
Behouden hoedanigheid vluchteling na beëindiging statuut (R. t. Rusland)
Opheffing statuut en verlies hoedanigheid vluchteling (W. t. Rusland)
onvoldoende ex-nunc onderzoek van het non-refoulement beginsel
behoren tot geviseerde groep door Russische autoriteiten
schending procedurele verplichtingen artikel 3 EVRM (R. t. Rusland)
schending materiële vlak artikel 3 EVRM (W. t. Rusland) met 4 stemmen tegen 3
Afwijkende opinie (W. t. Rusland)
(Darboe en Camara t. Italië) Schending art. 8 EVRM
Positieve verplichtingen
Privéleven
Verzuim om met redelijke zorgvuldigheid te handelen ten aanzien van niet-begeleide minderjarige asielzoeker die niet in aanmerking komt voor minimale procedurele waarborgen in leeftijdsbeoordelingsprocedure
Belang van leeftijdsbeoordelingsprocedure in migratiecontext, met inbegrip van procedurele waarborgen, voor waarborgen van rechten die voortvloeien uit minderjarigheid van persoon
Vaststelling van relevante waarborgen uit EU- en internationaal recht
Schending artikel 3 (materieel)
Onmenselijke en vernederende behandeling
Plaatsing van minderjarige in opvangcentrum voor volwassenen in onaangepaste omstandigheden gedurende meer dan vier maanden en onderwerping aan leeftijdsbepalingsprocedure in strijd met art. 8 EVRM
artikel 13 (+ art. 3 en art. 8)
Geen doeltreffende rechtsmiddelen
(Safi e.a. t. Griekenland) Schending artikel 2 EVRM (recht op leven, procedureel vlak)
Gebrek aan daadwerkelijk onderzoek naar het zinken van vissersboot met vluchtelingen aan boord
Schending artikel 2 EVRM (recht op leven, materieel vlak)
positieve verplichtingen van de kustwacht
omissies en vertragingen van de Griekse kustwacht bij de uitvoering en organisatie van de reddingsoperatie
Schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandeling)
naaktfouilleringen van de geredde vluchtelingen bij aankomst
(A.I. e.a. tegen Polen) Schending artikel 3 EVRM
Uitzetting
Weigering van grenswachters om asielverzoeken in ontvangst te nemen en onmiddellijke verwijdering naar derde land, waardoor asielzoekers worden blootgesteld aan risico van kettingrefoulement naar land van herkomst, onmenselijke en vernederende behandeling
Verplichting van staat om veiligheid van asielzoekers te waarborgen, met name door hen toe te staan binnen zijn rechtsgebied te blijven in afwachting van onderzoek van hun verzoek om internationale bescherming; Schending Artikel 4 Protocol 4
Collectieve uitzetting van vreemdelingen door ruimer beleid van weigering van toegang, met miskenning van het voornemen van verzoekers om internationale bescherming te verzoeken; Artikel 13 EVRM
Ontbreken van een daadwerkelijk rechtsmiddel voor het indienen van klachten bij de binnenlandse autoriteiten; Artikel 34
Belemmering van de uitoefening van het recht om een verzoek in te dienen
Niet-naleving van de voorlopige maatregel krachtens artikel 39
(A.B. e.a. t. Polen) Schending artikel 3 EVRM
Uitzetting
Weigering van grenswachters om asielverzoeken in ontvangst te nemen en onmiddellijke verwijdering naar derde land, waardoor asielzoekers worden blootgesteld aan risico van kettingrefoulement naar land van herkomst, onmenselijke en vernederende behandeling
Verplichting van staat om veiligheid van asielzoekers te waarborgen, met name door hen toe te staan binnen zijn rechtsgebied te blijven in afwachting van onderzoek van hun verzoek om internationale bescherming; Schending Artikel 4 Protocol 4
Collectieve uitzetting van vreemdelingen door ruimer beleid van weigering van toegang, met miskenning van het voornemen van verzoekers om internationale bescherming te verzoeken; Artikel 13 EVRM
Ontbreken van een daadwerkelijk rechtsmiddel voor het indienen van klachten bij de binnenlandse autoriteiten; Artikel 34
Belemmering van de uitoefening van het recht om een verzoek in te dienen
Niet-naleving van de voorlopige maatregel krachtens artikel 39
(Akkad t. Turkije) Schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling)
verwijdering naar Syrië zonder onderzoek van het risico op slechte behandeling
begunstigde van bescherming in Turkije
geen formele verwijderingsbeslissing
ondertekening verklaring van “vrijwillige” terugkeer zonder voldoende garanties
terugkeer niet vrijwillig
positieve procedurele verplichtingen
Schending artikel 5 EVRM (recht op vrijheid en veiligheid) §1, 2, 4 (rechtsmiddel) en § 5 (geen mogelijkheid op vergoeding)
willekeurige de facto detentie
Tweede schending artikel 3 EVRM
handboeien in een bus transfer gedurende 20 uur –vernederende behandeling
(L.B. t. Litouwen) Artikel 2 Protocol 4 EVRM (Vrijheid om het land te verlaten)
Formalistische weigering om vreemdelingenpaspoort opnieuw af te leveren aan langdurig ingezetene van Tsjetsjeense afkomst, voormalig begunstigde van subsidiaire bescherming en bang om contact op te nemen met Russische autoriteiten
Verzuim om afweging te maken en ervoor te zorgen dat maatregel gerechtvaardigd en evenredig is in individuele omstandigheden
Geen onderzoek naar situatie in land van herkomst en naar mogelijkheid om Russisch paspoort te verkrijgen in de praktijk
Detentie
verzoek tot invrijheidstelling
minderjarige kinderen
art. 7, al. 3 Vw.
minder dwingende maatregelen
art. 74/9 Vw.
detentie aangepast aan noden gezinnen met minderjarige kinderen
risico op onderduiken
objectieve motivering
gegrond
(Khasanov en Rakhmanov t. Rusland) Artikel 3 EVRM
Uitlevering
Geen reëel individueel risico van mishandeling in geval van uitlevering van etnische Oezbeken aan Kirgizië
Risicobeoordeling ex nunc op drie niveaus van situatie in land van bestemming, in het algemeen en met betrekking tot de betrokken groep
Ex nunc-beginsel vormt waarborg wanneer aanzienlijke tijd is verstreken tussen de nationale beslissingen en het onderzoek door het EHRM van een klacht ex artikel 3
Risicobeoordeling vatbaar voor herziening door het EHRM in het licht van veranderende omstandigheden
Individuele omstandigheden van verzoekers naar behoren onderzocht door nationale rechterlijke instanties
(N.B. e.a. t. Frankrijk) Art. 3 EVRM (materieel)
Onmenselijke en vernederende behandeling
Administratieve detentie gedurende veertien dagen met het doel een buitenlands kind vergezeld door zijn ouders uit te zetten
detentie in een ongeschikt centrum
Klacht betreffende het lijden van de ouders niet gegrond
art. 34 EVRM
Belemmering van de uitoefening van het recht om beroep in te stellen
Geen rechtvaardiging voor het niet naleven (gedurende zeven dagen) van de voorlopige maatregel tot stopzetting van de detentie van het kind
(Sabani t. België) Schending art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van de woning)
binnentreden van politie zonder toestemming van persoon zonder wettig verblijf
geen duidelijke wettelijke basis
Schending art. 8 EVRM (recht op privéleven)
gebruik van handboeien
geen nood aangetoond door de autoriteiten
geen schending art. 5§4 (recht op een effectief rechtsmiddel bij detentie)
kennelijk ongegrond en onontvankelijk
5.000 euro morele schadevergoeding
Staatloze
Palestijnse origine
art. 1 Verdrag van New York van 28 september 1954 betreffende de Status van Staatlozen
Verdrag van Montevideo van 26 december 1993
elementen van een staat
niet afhankelijk van erkenning door België
voorwaarden voldaan
regering die gezag uitoefent over grondgebied
Palestina als staat beschouwen
verwerping
Art. 9ter Vw.
art. 6 en 8 richtlijn 2008/115
HvJ 19 juni 2018, nr. C181-16, Gnandi
HvJ 15 februari 2016, nr. C-601/15, J.N.
impliciete intrekking BGV door aflevering attest van immatriculatie?
prejudiciële vraag aan HvJ
(Abdi Ibrahim t. Noorwegen) Schending artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van privé-leven, familie- en gezinsleven) gelezen in samenhang met artikel 9 EVRM (vrijheid van godsdienst)
Tekortkomingen in besluitvormingsproces dat heeft geleid tot verbreking van de band tussen moeder en kind, in een context van verschillende culturele en religieuze achtergronden van moeder en adoptieouders
onvoldoende belang gehecht aan het belang van moeder en kind om door contact de familiebanden en persoonlijke relaties in stand te houden
Niet naar behoren rekening gehouden met het belang van de moeder om het kind in staat te stellen een zekere band met zijn culturele en religieuze oorsprong te behouden.
(Savran t. Denemarken) Geen schending art. 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling)
ernstig zieke vreemdelingen
criteria Paposhvili ook van toepassing bij psychische aandoening
ernstdrempel bij gebrek aan zorgen doorslaggevend
intens lijden of ernstige beperking van de levensverwachting
drempel art. 3 EVRM in casu niet bereikt
geen onderzoek naar de toegang tot de zorgen nodig
Schending art. 8 EVRM (recht op gezins- en privéleven)
gepleegde feiten gerelativeerd door gebrek aan strafrechtelijke aansprakelijkheid (internering)
sterke banden met Denemarken
onvoldoende belangenafweging door interne rechters
(Melouli t. Frankrijk) Geen schending art. 8 EVRM (recht op gezins- en privéleven)
Algerijn in Frankrijk sinds 1977
wettig verblijf tot 2007
onvoldoende bewijs verblijfplaats in Frankrijk sinds verblijfstitel verstreken in 2007
geen positieve verplichting om verblijfstitel af te leveren
bevel om het grondgebied te verlaten
voldoende belangenafweging door nationale rechters
verzoekschrift onontvankelijk