Preventieve en minder dwingende maatregelen voor vasthouding
In het kort
Deze maatregelen hebben als doel iemand zonder wettig verblijf aan te zetten om stappen te zetten richting een terugkeer zonder dat hierbij effectieve dwang en voorafgaande detentie voor nodig zijn.
Preventieve maatregelen
Preventieve maatregelen hebben als doel het risico op onderduiken te vermijden tijdens de termijn die je krijgt om zelfstandig het land te verlaten. Dit risico moet actueel en reëel zijn. Het wordt na een individueel onderzoek en op basis van een of meer volgende objectieve criteria vastgesteld, rekening houdend met alle omstandigheden die eigen zijn aan elk geval:
- je hebt na een onwettige binnenkomst of tijdens onwettig verblijf geen verblijfsaanvraag ingediend, of je verzoek om internationale bescherming niet binnen de door de wet voorziene termijn gedaan;
- je gebruikte valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten gebruikt, of hebt fraude gepleegd of andere onwettige middelen gebruikt;
- je werkt niet mee of hebt niet meegewerkt in het kader je verblijfsaanvraag of verwijdering;
- je hebt duidelijk gemaakt je niet te willen houden aan een door België of andere lidstaat opgelegde:
- overdrachts-, terugdrijvings- of verwijderingsmaatregel;
- inreisverbod dat noch opgeheven, noch opgeschort is;
- minder dwingende maatregel dan een vrijheidsberovende maatregel die erop gericht is om jouw overdracht, terugdrijving of verwijdering te garanderen, ongeacht of het om een vrijheidsbeperkende maatregel of een andere maatregel gaat;
- vrijheidsbeperkende maatregel die erop gericht is om de openbare orde of de nationale veiligheid te garanderen;
Preventieve maatregelen kunnen bestaan uit:
- Het tonen of overhandigen van identiteits- of reisdocumenten bij de autoriteiten.
- De verplichting om zich te melden bij de politie of de vreemdelingendienst.
- Het aanwijzen van een verplichte verblijfplaats.
Minder dwingende maatregelen voor vasthouding
Voor wie?
Wanneer je onvoldoende voldoet aan de medewerkingsplicht en DVZ uitgaat van een doeltreffendheid van deze maatregelen voor jou(w gezin). Je gedrag in het verleden ten aanzien van de medewerkingsplicht maar ook je familiale en materiële omstandigheden spelen hier een rol. De wet vermeldt bovendien enkele situaties waarbij een minder dwingende maatregel voor vasthouding geacht wordt niet doeltreffend te zijn om de terugkeer, verwijdering of overdracht te realiseren, zoals:
- Het niet-naleven van eerder opgelegde preventieve en minder dwingende maatregelen.
- Het niet-naleven van de medewerkingsplicht of aanklampende begeleiding.
- Een bedreiging vormen voor openbare orde of nationale veiligheid.
- Een eerder onwettig verblijf zonder voorafgaande pogingen tot registratie van aanwezigheid en in orde brengen van verblijf.
In dat geval kan DVZ besluiten toch over te gaan tot vasthouding wanneer deze minder dwingende maatregelen aantoonbaar niet (langer) doeltreffend zullen zijn. Deze minder dwingende maatregelen voor vasthouding kunnen niet worden opgelegd aan vreemdelingen die aan de grens worden tegengehouden.
Welke maatregelen?
- Meldingsplicht: op vaste tijdstippen langsgaan bij politie of DVZ.
- Deze maatregel zal meestal kaderen in de ICAM-begeleiding
- Aanwijzen van een verplichte verblijfplaats.
Beroepsmogelijkheid
Tegen deze maatregelen heb je alleen een beroepsmogelijkheid bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Het gaat om een niet-schorsend beroep tot nietigverklaring. Het zijn dus niet de onderzoeksgerechten, zoals bij detentiebeslissingen, die bevoegd zijn voor beroepen tegen preventieve en minder dwingende maatregelen voor vasthouding. Dit impliceert wel dat de opgelegde maatregelen van kracht blijven gedurende de hele periode waar een beroep in behandeling is.