Visumplicht voor een kort verblijf als derdelander

In het kort

Als derdelander heb je in principe een visum nodig om het grondgebied van België te betreden en er kort te verblijven. Voor bepaalde derdelands familieleden van een Unieburger, gelden soepeler regels voor een visum kort verblijf. In bepaalde gevallen zijn derdelanders vrijgesteld van de visumplicht. 

Visumplicht

Wil je familie of het land bezoeken, of om een andere reden België en ruimer het Schengengebied  betreden voor een korte tijd (minder dan 90 dagen), dan moet je kijken of je hiervoor een visum voor een kort verblijf nodig hebt.

Je hebt een visum nodig als je de nationaliteit hebt van een land genoemd op de lijst van bijlage I bij EU-Verordening 2018/1806.

In dat geval moet je een C-visum (Schengenvisum) aanvragen.

Als je een C-visum hebt, moet je nagaan of je visum geldig is voor binnenkomst. Je moet de reis maken binnen de vervaltermijn van het visum, je mag niet langer blijven dan de duur van het kort verblijf waar het visum recht op geeft (meestal 90 dagen), en je mag het visum enkel gebruiken voor de landen waarvoor het is toegestaan (meestal het Schengengebied, maar soms ook voor één land). Zie verder onder 'kenmerken van het C-visum'.

Een visum kort verblijf of een visumvrijstelling biedt geen automatisch recht op binnenkomst. Bij een eventuele controle aan de grens moet je kunnen aantonen dat je aan de algemene binnenkomstvoorwaarden voldoet. Als die niet vervuld zijn, kan het visum kort verblijf worden ingetrokken, en wordt de binnenkomst geweigerd.

Er wordt dan een beslissing tot terugdrijving betekend en, in geval onmiddellijke terugdrijving niet mogelijk is, een beslissing tot administratieve vasthouding. Tegen de beslissing tot terugdrijving staat een beroep open bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en tegen de beslissing tot vasthouding bij de Raadkamer.   

Kort gaat het over volgende voorwaarden (voor verdere toelichting, zie de binnenkomstvoorwaarden):

  • geldig reisdocument, minstens drie maanden geldig na uitreis en maximum tien jaar oud;
  • bewijs van reisdoel met bewijs van voorziene terugkeer;
  • bewijs van verblijfsomstandigheden (uitnodiging gastheer of hotelreservatie);
  • bewijs van voldoende bestaansmiddelen;

    geen signalering in het Schengen Informatiesysteem (SIS), bvb wegens een actief inreisverbod);

  • geen gevaar vormen voor de openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid;
  • niet meer dan 90 dagen binnen een termijn van 180 dagen op het Schengengrondgebied verbleven hebben, tenzij in een lidstaat waarvoor je een visum D of verblijfstitel hebt.

Wil je als derdelander een verblijf van meer dan drie maanden, dan is er altijd een visumplicht. In dat geval moet je een D-visum vragen. De voorwaarden en procedure voor de aanvraag van een D-visum worden besproken op de pagina's van de verschillende verblijfsstatuten.

Vrijstelling van de visumplicht

Je hebt geen visum nodig voor binnenkomst en een kort verblijf in België als je:

In deze twee gevallen moet je niet beschikken over een visum, om België te mogen binnenkomen en er kort te verblijven.

Als je een EU-verblijfskaart hebt voor een familielid van een Unieburger, dan ben je ook vrijgesteld van de visumplicht, maar gelden meteen ook andere regels.

Vrijstelling van visumplicht betekent niet dat je onvoorwaardelijk recht hebt op binnenkomst. Als je niet visumplichtig bent, moet je bij een eventuele controle aan de grens kunnen aantonen dat je aan de algemene binnenkomstvoorwaarden voldoet. Als die niet vervuld zijn, kan het visum kort verblijf worden ingetrokken, en wordt de binnenkomst geweigerd.

Er wordt dan een beslissing tot terugdrijving betekend en, in geval onmiddellijke terugdrijving niet mogelijk is, een beslissing tot administratieve vasthouding. Tegen de beslissing tot terugdrijving staat een beroep open bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en tegen de beslissing tot vasthouding bij de Raadkamer.

Kort gaat het over volgende voorwaarden (voor verdere toelichting, zie de binnenkomstvoorwaarden):

  • geldig reisdocument, minstens drie maanden geldig na uitreis en maximum tien jaar oud;
  • bewijs van reisdoel met bewijs van voorziene terugkeer;
  • bewijs van verblijfsomstandigheden (uitnodiging gastheer of hotelreservatie);
  • bewijs van voldoende bestaansmiddelen;

    geen signalering in het Schengen Informatiesysteem (SIS), bvb wegens een actief inreisverbod);

  • geen gevaar vormen voor de openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid;
  • niet meer dan 90 dagen binnen een termijn van 180 dagen op het Schengengrondgebied verbleven hebben, tenzij in een lidstaat waarvoor je een visum D of verblijfstitel hebt.

Kenmerken van het C-visum (Schengenvisum)

Een visum voor kort verblijf is een Schengenvisum (visum type C), en is geldig voor een verblijf van maximum 90 dagen. Het Schengenvisum geldt in principe voor reizen binnen het hele Schengengebied. Uitzonderlijk kan een visum voor een kort verblijf territoriaal beperkt worden tot één of meerdere landen van de Schengenzone. In dat geval wordt dat vermeld op de visumsticker.

De visumsticker heeft een gebruiksduur voor de duur van het voorziene verblijf, vermeerderd met een marge van vijftien dagen. Het visum kan de geldigheid van het reisdocument nooit overschrijden.

De visumsticker voorziet meestal één enkele binnenkomst in het Schengengebied. Gedurende de periode van geldigheid mag je vrij in België en in de overige Schengenlanden reizen en verblijven.

Je kan ook een visum voor meerdere binnenkomsten aanvragen zodat je voor meerdere kortere periodes naar het Schengengebied kan reizen. In dat geval mag je meerdere keren binnenkomen, maar nooit langer dan 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen. Je moet daarvoor je integriteit en betrouwbaarheid aantonen en de nood aan een visum voor meerdere binnenkomsten op basis van je gezins- of beroepssituatie. Bijvoorbeeld: zakenlieden, zeevarenden, vertegenwoordigers, familieleden van Unieburgers of derdelanders met verblijfsrecht in België.

Een visum voor meerdere binnenkomsten kent meestal een langere geldigheidsduur: van zes maanden tot vijf jaar. Je kan dus meerdere keren tot 90 dagen verblijven. De duur van de verschillende verblijven samen mag de toegestane duur van 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen niet overschrijden. De begindatum valt vaak samen met de datum van eerste binnenkomst in de Schengenzone.

Voor bepaalde landen gelden soepele visumvoorwaarden voor een kort verblijf. De Europese Unie sloot akkoorden in dat kader met deze landen. 

Soepelere regels voor familieleden van Unieburgers

Voor derdelands familieleden van Unieburgers gelden soepele regels voor binnenkomst.  Deze regels gelden ook voor familieleden van Belgen die vanuit een andere EU-lidstaat naar België reizen.

Als je een EU-verblijfskaart hebt voor een familielid van een Unieburger, afgegeven door een andere lidstaat, dan kan je België binnenkomen voor een verblijf van drie maanden, en kan je ook nadien opnieuw binnenkomen voor een verblijf van drie maanden, ook al valt dit verblijf in een zelfde periode van 180 dagen.

Als je een nationaliteit hebt met visumplicht, en geen EU-verblijfskaart of andere verblijfstitel hebt, dan gelden soepelere regels voor een visum kort verblijf. Dit is een C-visum, maar je kort verblijf is niet onderworpen aan de beperkingen van een verblijf van maximum 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen.

De afwijkende regels voor derdelands familieleden van Unieburgers worden door de Dienst Vreemdelingenzaken enkel toegepast op derdelands familieleden van Belgen, als zij samen gebruik hebben gemaakt van het vrij personenverkeer binnen de EU. Deze praktijk is juridisch betwistbaar. De Verblijfswet bepaalt namelijk dat derdelands familieleden van Belgen op dezelfde manier behandeld worden als derdelands familieleden van Unieburgers. Ook als ze geen gebruik hebben gemaakt van het vrij personenverkeer.