Kort verblijf derdelands familielid van Unieburger of mobiele Belg

In het kort

Als je België binnenkwam als familielid van een Unieburger of mobiele Belg, dan heb je een recht om er gedurende maximaal drie maanden te blijven, zonder dat je aan andere voorwaarden moet voldoen. Er geldt wel een verplichting om je adres te melden.

Tijdens je kort verblijf als familielid van een Unieburger heb je meteen een recht op werk als werknemer of zelfstandige, en mag je je inschrijven als student.

Voor ouders van een minderjarige Unieburger geldt in principe hetzelfde, maar is de regelgeving niet eenduidig.

De 'andere familieleden' van een burger van de EU of van een mobiele Belg hebben pas een recht op werk na de erkenning van hun verblijfsrecht voor meer dan drie maanden.

Bewijs van identiteit

Als derdelands familielid van een Unieburger moet je je identiteit bewijzen. Met welk document je dit bewijst, hangt van je verwantschap af.

Een 'ander familielid' van een Unieburger moet de identiteit altijd bewijzen met een geldig paspoort.

Voor een 'gewoon' familielid van een Unieburger gelden soepelere voorwaarden:

Je moet je identiteit bewijzen. Dat doe je normaal met een geldig paspoort of een geldige nationale identiteitskaart. Als je visumplichtig bent moet je in principe ook een visum hebben.

Heb je géén geldig paspoort of geldige identiteitskaart? Dan kan je je identiteit ook bewijzen met alternatieve documenten:

  • een vervallen paspoort;
  • een vervallen identiteitskaart;
  • een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, afgegeven door een andere lidstaat van de EER (niet uitgefaseerd);
  • een duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, afgegeven door een andere lidstaat van de EER (niet uitgefaseerd);

Let op! Sinds 3 augustus 2026 zijn sommige oudere verblijfskaarten voor familieleden van Unieburgers "uitgefaseerd" omdat ze niet meer voldoen aan de veiligheidsvoorschriften, zoals een operationale MRZ-zone. Het is dus mogelijk dat je over een geldige verblijfskaart beschikt, maar dat die toch geen voldoende bewijs meer is voor binnenkomst of voor de aanvraag tot inschrijving.

Heb je geen enkel van die documenten, dan kan je ook andere bewijzen van identiteit voorleggen.

  • Dit is bijvoorbeeld een rijbewijs of een verblijfsdocument afgegeven door een lidstaat van de Europese Unie. DVZ beoordeelt elk voorgelegd bewijs individueel. In de praktijk aanvaardt DVZ alleen een document met pasfoto of andere biometrische en veiligheidskenmerken (bijv. vingerafdrukken).

Als je je Unieburgerschap op met alternatieve bewijzen aantoont geeft de dienst Grenscontrole van DVZ je een bijzonder doorlaatbewijs af (bijlage 10quater). In dat geval kan DVZ je een administratieve geldboete opleggen van 200 euro.

Sta je aan de grens, en kan je geen enkel bewijs voorleggen van je Unieburgerschap? Dan moet DVZ Grenscontrole je nog de mogelijkheid geven om de vereiste documenten te bekomen, om ze nog te laten bezorgen, binnen een redelijke termijn. Je kan dus vragen om iemand te contacteren die je bovenstaande documenten nog kan bezorgen. Pas als dat niet kan, mag DVZ Grenscontrole de binnenkomst weigeren.

Bewijs van familieband

Je moet het bewijs voorleggen van je familieband met een Unieburger of met een mobiele Belg, 

In principe moet je je verwantschap of partnerschap bewijzen met officiële documenten. Heb je een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Ga dit na op de website van de FOD Buitenlandse zaken. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen. 

Als je de verwantschap of het partnerschap niet kan bewijzen met officiële documenten kan DVZ rekening houden met 'andere geldige bewijzen'. Meer info hierover vind je in de omzendbrief van 17 juni 2009. Kan je ook geen ‘andere geldige bewijzen’ voorleggen, dan kan DVZ jou en de Unieburger uitnodigen voor een gesprek. DVZ kan ook voorstellen om een DNA-analyse te laten uitvoeren.

Sommige familieleden moeten, naast het bewijs van hun verwantschap of partnerschap met de Unieburger, bijkomende bewijzen voorleggen:

  • (Klein)kinderen vanaf 21 jaar en (groot)ouders moeten bewijzen dat ze in het herkomstland ten laste zijn van de Unieburger en zijn echtgenoot of partner;
  • Het 'ander familielid' dat in het herkomstland ten laste is van de Unieburger moet hiervan het bewijs leveren;
  • Het 'ander familielid' van de Unieburger dat in het herkomstland deel uitmaakt van het gezin van de Unieburger moet hiervan het bewijs leveren;
  • Het 'ander familielid' van de Unieburger dat wegens ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door de Unieburger strikt nodig heeft, moet hiervan het bewijs leveren;
  • Het 'ander familielid' van de Unieburger dat een relatie heeft met de Unieburger moet zijn duurzaam partnerschap met die Unieburger bewijzen.

Wil je meer weten over 'andere familieleden' van Unieburgers? En welke bewijzen ze moeten voorleggen?

Je bent een ‘ander familielid’ in één van de volgende vier situaties:

  1. Je hebt een deugdelijk bewezen duurzame relatie met de Unieburger. Bovendien moet je voldoen aan volgende voorwaarden:
    • Je komt niet in aanmerking voor gezinshereniging als ‘wettelijk geregistreerde partner’ (omdat je niet voldoet aan één of meerdere voorwaarden);
    • Je bent niet verwant aan je partner. Niet alle familieleden zijn uitgesloten. Alleen de volgende verwante partners komen niet in aanmerking voor gezinshereniging:
      • (schoon)(groot)ouders en (schoon)(klein)kinderen,
      • broers en/of zussen,
      • oom/tante en nicht/neef
    • Je mag géén duurzame partnerrelatie hebben met een ander persoon

      Door te eisen dat je niet verwant mag zijn aan je partner en dat beide partners geen duurzame partnerrelatie mogen hebben met een ander persoon, geeft België een eigen, nationale, invulling aan het begrip ‘ander familielid – duurzame partner’ terwijl dit een exclusieve bevoegdheid is van de Uniewetgever en het Hof van Justitie.

      Je moet bewijzen dat je een relatie hebt en dat de relatie een duurzaam karakter heeft. Je mag het duurzaam karakter van de relatie bewijzen met elk bewijsmiddel. 

      DVZ moet in het bijzonder rekening houden met de intensiteit, duur en stabiele aard van de banden tussen de partners. In de praktijk hanteert DVZ voor de beoordeling van het duurzame en stabiele karakter van de relatie, quasi dezelfde criteria als voor wettelijk geregistreerde partners. D.w.z. het bewijs dat je:
      • gedurende minstens 1 jaar, voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken in België of een ander land samenwoonde, of
      • elkaar ten minste 2 jaar kent en bewijst dat je regelmatig, telefonisch, via briefwisseling of elektronische berichten met elkaar contact onderhield. Binnen die 2 jaar moet je mekaar minstens driemaal ontmoet hebben en die ontmoetingen moeten in totaal 45 of meer dagen betreffen, of
      • een gemeenschappelijk kind hebt.

        > Deze (rigide) praktijk is betwistbaar omdat zowel de Uniewetgever als de Belgische wetgever bepalen dat het duurzaam karakter van de relatie met elk bewijsmiddel bewezen mag worden. 

  2. Je bent in het herkomstland ten laste van de Unieburger. Het gaat om een financiële afhankelijkheid. Bovendien kom je niet aanmerking voor gezinshereniging als echtgenoot, gelijkgestelde partner, wettelijk geregistreerde partner, (stief)(klein)kind of (schoon)(groot)ouder van de Unieburger (omdat je niet voldoet aan één of meerdere voorwaarden): 
    • Het bewijs dat je een familielid bent van de Unieburger (bijvoorbeeld een geboorteakte). 
    • Het bewijs van ten laste zijn moet in principe afgegeven worden door de bevoegde overheden van het land van herkomst. Als die overheden geen bewijs afgeven, kan je het bewijs met elk passend middel leveren. 
    • De voorwaarde dat je ‘ten laste’ bent van de Unieburger moet volgens de memorie van toelichting bij de Verblijfswet, geïnterpreteerd worden conform de rechtspraak van het Hof van Justitie. Dat betekent dat je in de periode vóór je aanvraag voor gezinshereniging, afhankelijk was van de financiële of materiële bijstand van de persoon die je komt vervoegen. Dit om minimaal te kunnen overleven in je herkomstland of gewoonlijke verblijfplaats. Lees hier wanneer je 'ten laste' bent.
  3. Je was in het herkomstland deel van het gezin van de Unieburger. Er moet sprake zijn van een een nauwe, duurzame en persoonlijke band ('emotionele afhankelijkheid'). Bovendien kom je niet aanmerking voor gezinshereniging als echtgenoot, gelijkgestelde partner, wettelijk geregistreerde partner, (stief)(klein)kind of (schoon)(groot)ouder van de Unieburger (omdat je niet voldoet aan één of meerdere voorwaarden): 
    • Het bewijs dat je een familielid bent van de Unieburger (bijvoorbeeld een geboorteakte). 
    • Het bewijs deel uit te maken van het gezin moet in principe afgegeven worden door de bevoegde overheden van het land van herkomst. Als die overheden geen bewijs afgeven, kan je het bewijs met elk passend middel leveren. 
    • Om te bepalen of er sprake is van een nauwe, duurzame en persoonlijke band moet men, volgens het HvJ, rekening houden met de volgende criteria:
      • de graad van verwantschap (tussen de Unieburger en het ander familielid);
      • de hechtheid van de familieband, de reciprociteit en de intensiteit van de band. De band moet van die aard zijn dat, mocht het ander familielid in België niet kunnen inwonen bij de Unieburger, minstens één van beiden daaronder zou lijden;
      • de duur van het samenleven;
      • om 'deel uit te maken van het gezin van de Unieburger in het herkomstland' is het niet nodig dat de Unieburger aan het hoofd van het huishouden staat/stond.
  4. Je hebt vanwege ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door de Unieburger strikt nodig. Het gaat om een lichamelijke afhankelijkheid. Bovendien kom je niet aanmerking voor gezinshereniging als echtgenoot, gelijkgestelde partner, wettelijk geregistreerde partner, (stief)(klein)kind of (schoon)(groot)ouder van de Unieburger (omdat je niet voldoet aan één of meerdere voorwaarden):
    • Het bewijs dat je een familielid bent van de Unieburger (bijvoorbeeld een geboorteakte)
    • Zowel de ernstige gezondheidsredenen, als de noodzaak van verzorging door de Unieburger, moet bewezen worden. De Verblijfswet preciseert niet hoe je dat moet bewijzen. 

Unieburger of mobiele Belg begeleiden of vervoegen

Je moet bewijzen dat je familielid bent van een Unieburger of van een mobiele Belg, en je moet ook bewijzen dat je een Unieburger in België begeleidt of komt vervoegen. 

Dit kan je aantonen door bijvoorbeeld een kopie voor te leggen van zijn paspoort of identiteitskaart en een bewijs dat de Unieburger al in België verblijft (met een kopie van de bijlage 3ter, de bijlage 19 of EU kaart).

Je kan dit ook aantonen met een bewijs dat de Unieburger in de nabije toekomst naar België zal komen, bijvoorbeeld met een arbeidscontract bij een Belgisch bedrijf op diens naam.

Melding van aanwezigheid

Als familielid of 'ander familielid' van een Unieburger of mobiele Belg moet je aanwezigheid melden bij de Belgische overheid binnen 10 werkdagen na je aankomst in België. Dit kan online via ‘Mijn Adres in België’ of persoonlijk bij de gemeente van je verblijfplaats.

Je bent niet verplicht je aanwezigheid te melden:

  • als je logeert in een logementshuis dat onderworpen is aan de wetgeving betreffende de controle op reizigers
  • als je tijdens je reis in België opgenomen wordt voor behandeling in een ziekenhuis of een soortgelijke verplegingsinrichting
  • als je aangehouden bent en in een strafinrichting of een inrichting tot bescherming van de maatschappij gedetineerd bent
Online

Kies je ervoor om je melding online te doen? Dat kan je doen via het online platform 'Mijn Adres in België'. Je bezorgt enkele van je gegevens (nationaliteit, (voor)naam, geboortedatum, geslacht, paspoort- of identiteitskaartnummer, adres, e-mailadres, datum van binnenkomst in België) aan DVZ en ontvangt een ontvangstbevestiging via mail dat een bewijs is van je adresmelding.

Je ontvangt in dit geval dus géén bijlage 3ter. Je krijgt een ontvangstbewijs per mail. Deze mail is op zich geen bewijs van je wettig verblijf. 

Bij de gemeente

Als je als derdelands familielid van een Unieburger bij de gemeente persoonlijk een adresmelding doet, geeft de gemeente je een document Bijlage 3ter ("melding van aanwezigheid"). Dit document is geen verblijfsdocument en wordt kosteloos verstrekt. Het toont wel aan dat je in België begunstigde bent van het vrij verkeer.

De gemeente geeft onmiddellijk het document Bijlage 3ter als je volgende documenten toont:

  • een geldig paspoort én een visum C met de melding BNL 11 (= inreisvisum familielid Unieburger), OF
  • een geldig paspoort én een geldige verblijfskaart voor familielid van een Unieburger, afgegeven door een andere lidstaat

Heb je als familielid van een Unieburger bovengenoemde documenten niet in je bezit? Dan moet de gemeente toestemming vragen aan DVZ alvorens het een bijlage 3ter (melding van aanwezigheid) kan afgeven. De gemeente moet dan volgende gegevens doorsturen:

  • paspoort (alle pagina's);
  • indien nodig, het visum, of de verblijfstitel of visum D afgegeven door een andere lidstaat;
  • bewijs van je verwantschap;
  • identiteit van de Unieburger;
  • je verblijfsadres in België.

DVZ geeft dan de instructie aan de gemeente om het document Bijlage 3ter wel of niet af te geven.

Als je een 'ander familielid' bent, zal op instructie van DVZ geen bijlage 3ter afgegeven worden, maar een document "Bijlage 3" (aankomstverklaring).

Rechten tijdens kort verblijf voor familieleden van een Unieburger of mobiele Belg

Familieleden van een Unieburger of van een mobiele Belg mogen België binnenkomen en er verblijven voor een periode van maximum drie maanden. Dit is een recht, geen gunst en vloeit voort uit het Unierecht. Voor dit recht op kort verblijf gelden dezelfde voorwaarden als de voorwaarden voor de toegang tot het grondgebied.

Als familielid van een Unieburger of mobiele Belg heb je een recht op tewerkstelling. Er mag hierbij geen document of bewijs van inschrijving worden gevraagd. Een document Bijlage 19ter, waarmee een lang verblijf aangevraagd wordt, geldt als voldoende bewijs, maar je mag ook met andere middelen aantonen dat je familielid bent van een Unieburger die in België verblijft. Volgens de wet is de werkgever ook niet verplicht om het verblijfsdocument te controleren zodra je kan aantonen dat je familielid bent van een Unieburger.

Je hebt in principe geen recht op inschrijving bij een ziekenfonds. Meestal heb je als familielid van een Unieburger een publieke ziekteverzekering in het EU-land van het familielid, en kan je dat aantonen met een Europese ziekteverzekeringskaart (EZVK). Meer informatie vind je op deze pagina.

Als je al werkt tijdens je kort verblijf, kan je op basis van die tewerkstelling of zelfstandige activiteit wel al inschrijven bij een ziekenfonds. 

Een familielid van een Unieburger heeft tijdens het kort verblijf geen recht op sociale bijstand, en dit gedurende drie maanden. Omdat het mogelijk is dat je meerdere keren na mekaar in België bent voor een kort verblijf, gaat om de periode van drie maanden na de laatste binnenkomst. Maar informatie vind je op deze pagina.

Als familielid van een Unieburger of mobiele Belg kan je tijdens je kort verblijf toegelaten worden tot een verblijf van meer dan drie maanden. Die toelating volgt automatisch uit het feit dat je voldoet aan de voorwaarden voor een lang verblijf. Als derdelander moet je een verblijfsvergunning vragen bij het gemeentebestuur. Dit document is echter geen vereiste om te kunnen bewijzen dat je de rechten hebt van een begunstigde van het vrij verkeer.

De regelgeving is zo geformuleerd dat je als familielid van een Unieburger tijdens je kort verblijf al een tewerkstelling of zelfstandige activiteit kan starten, je kan inschrijven als student, je kan inschrijven bij het ziekenfonds, enz, en dat je los daarvan ook bij het gemeentebestuur je verblijfsvergunning voor een lang verblijf kan vragen.

Als je de verklaring van inschrijving later doet dan drie maanden na binnenkomst, kan je in principe een geldboete opgelegd krijgen van 200 euro. Deze boete wordt in praktijk niet toegepast. Het recht op verblijf ontstaat immers automatisch door het voldoen aan de voorwaarden en ook na het verstrijken van de termijn van 3 maanden blijft het mogelijk om een verklaring van inschrijving te doen.

Rechten tijdens kort verblijf van 'andere familieleden' van een burger van EU of mobiele Belg

'Andere' familieleden van een Unieburger of mobiele Belg genieten niet dezelfde rechten als gewone familieleden van een Unieburger of mobiele Belg.

Voor het recht op kort verblijf gelden dezelfde voorwaarden als voor de toegang tot het grondgebied.

Tijdens dit kort verblijf is er geen recht op werk als werknemer of als zelfstandige. Je kan pas een beroep doen op je rechten als 'ander familielid van een Unieburger of mobiele Belg, als je beschikt over een erkenning van je status door de Dienst Vreemdelingenzaken, dat is vanaf het verkrijgen van de F-kaart. Daarvoor moet je een aanvraag indienen tot verblijf van meer dan drie maanden.

Er is tijdens het kort verblijf geen recht om je in te schrijven bij een ziekenfonds.

Je hebt tijdens een kort verblijf als familielid van een Unieburger geen recht op sociale bijstand of maatschappelijke integratie.

Rechten tijdens kort verblijf voor de derdelands ouder van een minderjarige Unieburger

De ouder van een minderjarige Unieburger wordt in de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie een 'primaire verzorger' genoemd, en geniet een recht op verblijf, omdat dat noodzakelijk is voor het verblijf van de minderjarige Unieburger.

Als je als derdelander een ouder bent van een minderjarige Unieburger en ook daadwerkelijk voor de minderjarige zorgt, en samen met je kind naar België komt, dan hebben jullie allebei een recht op vrij verkeer. Je hebt dus ook een recht op kort verblijf van drie maanden, onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden voor toegang.

Welke rechten je hebt tijdens het kort verblijf is echter niet altijd duidelijk.

  1. Is er een recht op afgifte van een melding van aanwezigheid (document "Bijlage 3ter")?

Je beschikt over een wettig kort verblijf in het kader van de Belgische wetgeving als je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • je beschikt over een geldig paspoort;
  • je beschikt over een visum, nationaliteit van visumvrijstelling, of verblijfskaart van een andere lidstaat;
  • de minderjarige Unieburger beschikt voor zichzelf voldoende bestaansmiddelen heeft en een ziekteverzekering.

In dat geval is er ook een recht op afgifte van een document Bijlage 3ter. 

De gemeente kan zelf meteen de Bijlage 3ter afgeven, als je beschikt over een visum C met melding BNL11, of een verblijfskaart voor familielid van een Unieburger afgegeven door een andere EU-lidstaat. In de andere gevallen moet de gemeente eerst instructie vragen aan de Dienst Vreemdelingenzaken.

  1. Is er een recht op tewerkstelling tijdens het kort verblijf van de ouder van een EU-minderjarige?

Die Belgische nationale regelgeving bevat geen specifieke regeling over het recht op werk van ouders van minderjarige Unieburgers in kort verblijf, maar moet gelezen worden in overeenstemming met de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie.

Een derdelands familielid van een Unieburger kan het recht op werk bewijzen met een document 'Bijlage 19ter', namelijk een aanvraag tot lang verblijf. Maar de wet stelt ook dat de werkgever niet verplicht is om het verblijfsdocument te controleren bij een familielid van een Unieburger.

In praktijk zal de ouder pas een Bijlage 19ter kunnen verkrijgen als er eerst een bewijs van voldoende middelen getoond wordt, dus pas na het starten van een tewerkstelling in België.

Volgens de rechtspraak van het Europees Hof heb je samen met je kind een recht op binnenkomst en kort verblijf. Tijdens dit kort verblijf is er ook voor de ouder van de minderjarige Unieburger in principe een recht op werk.

Dit recht staat zelf niet in de wet of de richtlijn, en het Hof van Justitie heeft zich er nog niet expliciet over uitgesproken. Het Hof van Justitie heeft het recht op werk enkel erkend bij de toepassing van artikel 20 VWEU, terwijl de primaire verzorger een verblijfsrecht heeft in toepassing van artikel 21 VWEU (arrest Ruiz Zambrano). Maar het Hof achtte in het arrest Ruiz Zambrano het recht op werk essentieel voor het verblijfsrecht, en volgens de Richtsnoeren van de Commissie zijn ook voor de primaire verzorgers "alle relevante bepalingen van Richtlijn 2004/38/EG van overeenkomstige toepassing". De Commissie heeft in de richtsnoeren bovendien ook bevestigd dat primaire verzorgers beroep kunnen doen op artikel 25 van de Richtlijn 2004/38, waarin staat dat je je rechten mag bewijzen zonder dat er al een verblijfsvergunning of ander document is afgegeven. 

Je kan in toepassing van deze rechtspraak en van de richtsnoeren dus je recht op werk bewijzen met alle middelen, bijvoorbeeld:

  • met een bewijs van verblijfskaart als familielid van een Unieburger, afgegeven door een andere lidstaat, en een bijlage 3ter op naam van de minderjarige;
  • met een bijlage 3ter op jouw eigen naam, wat een bewijs is dat je begunstigde bent van het vrij verkeer;
  • met een paspoort van de EU-minderjarige, de geboorte-akte als bewijs dat je de bevoegde ouder bent, en je eigen paspoort (eventueel met visum, bewijs van visumvrijstelling of verblijfskaart van een andere EU-lidstaat).

Het bewijs van inkomen mag bovendien geleverd worden met een tewerkstelling van de ouder zonder verblijfsvergunning of werkvergunning.

Vanaf het moment dat de ouder beschikt over voldoende inkomen en een ziekteverzekering voor zichzelf en het kind, kan de gemeente een bijlage 19ter afgeven, en vervolgens ook een EU-kaart. Vanaf de afgifte van de Bijlage 19ter is beschik je ook naar nationaal recht over een duidelijk bewijs dat je als ouder in België mag werken.

Duur van je kort verblijf

Met een kort verblijf kan je als derdelands familielid van een Unieburger maximum drie maanden in België blijven. 

Als je na drie maanden België verlaat, kan je nadien terugkomen naar België voor een nieuwe periode van maximum drie maanden. Als je visumplichtig bent, moet je inreisvisum wel nog geldig zijn.

Er is géén referentieperiode waarbinnen je telkens een verblijfsrecht hebt van maximum drie maanden, zoals bij gewone derdelanders.

Je vorige verblijf moet wel 'daadwerkelijk en effectief' beëindigd zijn, om recht te hebben op een nieuw kort verblijf.

Einde kort verblijf

DVZ kan jekort verblijf alleen beëindigen in de volgende gevallen: 

  • Je bent het familielid van een economisch niet-actieve Unieburger (= EU-beschikker of EU-student) en vormt een onredelijke belasting voor de sociale bijstand;
  • Je vormt een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De beslissing moet uitsluitend gebaseerd zijn op je persoonlijk gedrag. Een strafrechtelijke veroordeling is niet voldoende. Je gedrag moet een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormen voor een fundamenteel belang van de samenleving.
  • Je vormt een gevaar voor de volksgezondheid. Alleen als je lijdt aan een ziekte die vermeld wordt in de lijst bij de Verblijfswet, kan je kort verblijf beëindigd worden. Het gaat om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie of andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten. Bij ernstige aanwijzingen kan DVZ je binnen drie maanden na je datum van binnenkomst onderwerpen aan een kosteloos medisch onderzoek om aan te tonen dat je (niet) lijdt aan een van die ziekten. De DVZ mag deze medische onderzoeken niet systematisch opleggen.

Daarnaast kan DVZ je kort verblijfsrecht retroactief intrekken als je fraude pleegde die bijgedragen heeft tot de erkenning van je verblijfsrecht.

Vooraleer DVZ je kort verblijfsrecht beëindigt of intrekt moet het altijd rekening houden met de volgende elementen:

  • de duur van je verblijf in België
  • je leeftijd
  • je gezondheidstoestand
  • je gezins- en economische situatie
  • je sociale en culturele integratie in België
  • je banden met het herkomstland

Tegen de beëindiging of intrekking van je kort verblijf kan je een automatisch schorsend beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.