Voorwaarden gezinshereniging meereizende ouder van minderjarige erkende vluchteling, subsidiair beschermde of staatloze met lang verblijf na 18-08-2025
Je doorliep samen met je kind een procedure waarin je een verzoek om internationale bescherming deed in België dat afgewezen werd .
Om aan deze voorwaarde te voldoen is het niet vereist dat jij en jouw gezinslid samen aankwamen in België. Het volstaat dat je in België aangekomen bent alvorens je gezinslid een beslissing ontving over het verzoek om internationale bescherming. Je kan de aanvraag gezinshereniging wel pas indienen wanneer je een definitieve negatieve beslissing ontvangen hebt.
Het kind dat internationale bescherming geniet werd geboren alvorens het verzoek om internationale bescherming van de ouder afgewezen werd.
Enkel ouders die samen met hun kinderen in België verblijven kunnen een aanvraag gezinshereniging indienen als meereizend gezinslid.
Of je in wettig of onwettig verblijf bent heeft geen impact op de mogelijkheid om de aanvraag in te dienen. Je zal geen buitengewone omstandigheden moeten aantonen als je in onwettig verblijf bent.
Het kind werd geboren voor aankomst van het gezin in België.
Je moet je identiteit bewijzen. Dat doe je normaal met een reisdocument dat door België erkend wordt (bv. een paspoort). Je reisdocument moet nog minstens 12 maanden geldig zijn op het moment van de afgifte van het visum gezinshereniging. Het visum D gezinshereniging is zelf ook 12 maanden geldig. De geldigheidsduur van het reisdocument mag dus niet korter zijn dan de geldigheidsduur van het visum.
Als je geen reisdocument hebt en er ook geen kan bekomen, kan je uitzonderlijk de visumaanvraag indienen zonder een reisdocument. Het is de bevoegde Belgische post die bepaalt of het voor jou effectief bijzonder moeilijk of onmogelijk is om een reisdocument te bekomen. Als de post van mening is dat het redelijkerwijs wél mogelijk is om een reisdocument te bekomen, dan moet je toch een reisdocument voorleggen bij het indienen van de aanvraag, of, ten laatste, bij de afgifte van het visum.
Als de post aanvaardt dat je geen reisdocument kan voorleggen moet je je volledige identiteit kunnen aantonen met andere bewijsmiddelen. De bevoegde Belgische post bepaalt welke alternatieve documenten voorgelegd kunnen worden om je identiteit te bewijzen. Dit zal afhangen van de specifieke lokale context (bv. een geboorteakte, een familieboekje, een document afgegeven door het UNHCR, enz.).
De toelating tot verblijf moet verenigbaar zijn met jouw persoonlijke juridische status.
Dit dient niet expliciet bewezen te worden door jou. DVZ zal dit op eigen initiatief beoordelen.
Bijvoorbeeld, wanneer jouw nationaliteit jou recht geeft op een beter statuut in België dan dat van meereizend familielid is jouw persoonlijke juridische status onverenigbaar met de gezinshereniging als meereizend familielid.
Je bent ouder of een meerderjarige vreemdeling die naar Belgisch recht verantwoordelijk is voor de begeleide minderjarige subsidiair beschermde.
Dat bewijs je in principe met officiële documenten: een volledig afschrift van de geboorteakte of adoptieakte (en eventueel een erkenningsakte).
Pleegkinderen of kinderen onder buitenlandse voogdij hebben volgens DVZ géén recht op gezinshereniging. Wel kunnen zij onder bepaalde voorwaarden met een humanitair visum naar België komen.
Heb je geen Belgische maar een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Ga dit na op de website van de FOD Buitenlandse zaken. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je beroep kan doen.
Let op! Je buitenlandse akte moet ook worden voorgelegd aan de Belgische gemeente waar je (stief)ouder woont. Dat kan alleen als de akte vertaald is in de taal van die gemeente (zoals bepaald door de Belgische taalwetgeving). Voorbeeld: een Nigeriaanse akte opgesteld in het Engels kan je gebruiken om een visum gezinshereniging aan te vragen. Maar om de akte te laten registreren in Antwerpen, moet de akte vertaald worden naar het Nederlands.
Als je geen officiële documenten kan voorleggen, eventueel gelegaliseerd en vertaald door een beëdigd vertaler, mag DVZ dit nooit als enige reden aangrijpen om je aanvraag gezinshereniging te weigeren. DVZ is immers verplicht om rekening te houden met ‘andere geldige bewijzen’.
In de omzendbrief van 17 juni 2009 geeft men volgende voorbeelden van 'andere geldige bewijzen' die DVZ kan aanvaarden als bewijs van verwantschap:
- een geboortecertificaat of geboorteattest
- een huwelijksakte, opgesteld door de Belgische ambtenaar voor de burgerlijke stand, waarin de afstammingsband vermeld wordt
- een notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid
- een affidavit
- een nationale identiteitskaart die de afstammingsband vermeldt
- een huwelijkscontract waarin de afstammingsband vermeld wordt
- uittreksels van de geboorteregisters
- een vervangend vonnis
De omstandigheid dat je geen officiële bewijzen kan voorleggen moet ontstaan zijn onafhankelijk van je wil. Volgens de omzendbrief is dat zo in de volgende gevallen:
- België erkent het betrokken land niet.
- Je persoonlijke situatie is moeilijk verzoenbaar met een terugkeer naar de betrokken staat of met een contact met zijn overheden.
Soms maakt de interne situatie van het betrokken land het niet mogelijk om een officiële akte voor te leggen, doordat:
- de documenten vernietigd werden en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen.
- de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren.
- de bevoegde nationale overheden niet meer bestaan.
Als je ook geen ‘andere geldige bewijzen’ kan voorleggen, dan kan DVZ jou en je gezinslid uitnodigen voor een gesprek of overgaan tot elk ander onderzoek dat het nodig vindt. In laatste instantie kan DVZ voorstellen om een DNA-analyse te laten uitvoeren.
Kan je wel een buitenlandse geboorte- of adoptieakte (en eventueel erkenningsakte) voorleggen? Dan moet België die akte (willen) erkennen. In principe gebeurt dat de plano door de Belgische overheid aan wie de akte voorgelegd wordt (bv. DVZ of de gemeente). 'De plano' wil zeggen: elke overheid kan autonoom over de erkenning oordelen zonder dat er eerst een procedure voor de rechter gevoerd moet worden. Behalve in het geval van een buitenlandse adoptieakte: daar gebeurt de erkenning uitsluitend door de Federale Centrale Autoriteit. Tot slot wordt bij de erkenning van buitenlandse afstammingsbanden soms een onderzoek gevoerd naar frauduleuze intenties van de betrokkenen.
> Wil je een familiesituatie die je in het buitenland geregeld hebt in België laten erkennen?
> Lees meer over de erkenning van een buitenlandse afstamming.
> Lees meer over de erkenning van een buitenlandse adoptie.
Jouw kind/ het kind waarvoor je naar Belgisch recht verantwoordelijk voor bent is jonger dan achttien jaar en ongehuwd en je moet samenleven met jouw kind voor het 18 jaar wordt.
Het HvJ oordeelde in een arrest waar ter bestendiging van het recht op gezinsleven ook internationale bescherming gegeven kan worden aan de ouder van een minderjarig kind met internationale bescherming, de leeftijd van de minderjarige bepaald wordt op basis van de datum waarop de ouder een VIB heeft ingediend.Het Hof voegde daaraan toe dat wanneer begrippen van een Unierechtelijke bepaling die voor de vaststelling van de betekenis en draagwijdte ervan niet naar het nationaal recht verwijzen, ze eenvormig uitgelegd moet worden. Het Hof verwijst daarbij naar rechtspraak inzake de gezinsherenigingsrichtlijn.
Ingevolge deze rechtspraak lijkt de beoordeling van de minderjarigheid van de referentiepersoon niet gebaseerd te moeten worden op het ogenblik waarop de beslissing genomen wordt, maar op een eerder tijdstip.
Je moet minstens een kopie voorleggen van de beslissing waarbij internationale bescherming toegekend wordt aan de referentiepersoon in België. Of je kan een kopie van zijn Belgische verblijfsvergunning voorleggen.
Als jouw kind jonger is dan 18 jaar op het moment van de aanvraag gezinshereniging moet je het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, over jouw kind uitoefenen. In de meeste gevallen behoort dit toe aan de (beide) ouders.
Het ouderlijk gezag wordt verondersteld als de betrokken ouder een rechtsgeldige geboorteakte overlegt waarin zijn of haar naam als ouder van het kind wordt vermeld. Als een dergelijke geboorteakte echter niet kan worden overgelegd of als de geldigheid ervan wordt betwist, is het aan de verzoeker om de uitoefening van het ouderlijk gezag met alle wettelijke middelen te bewijzen, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving inzake ouderlijk gezag.
Bij een gedeeld ouderlijk gezag moet de andere ouder zijn toestemming geven dat het kind in België komt wonen bij de ene ouder. Dat kan met een gewone schriftelijke verklaring. Als de andere ouder verdwenen is (bij gedeeld ouderlijk gezag) moet je een officieel document hebben van de instanties van het land van herkomst waarin dat bevestigd wordt. Of je bewijst de afwezigheid met een rechterlijke beslissing.
Heb je hier het exclusieve ouderlijke gezag? Dan moet je dat bewijzen overeenkomstig het recht van de gewone verblijfplaats van de minderjarige, meestal aan de hand van een rechterlijke beslissing.
De referentiepersoon moet ongehuwd zijn. Je bewijst dat met een attest van ongehuwdheid. Of eventueel met een echtscheidingsvonnis of overlijdensakte. Je moet dit bewijs alleen leveren als je volgens het recht van je land van herkomst de leeftijd bereikt hebt waarop je kan huwen.
Heb je een buitenlands attest of buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Ga dit na op de website van de FOD Buitenlandse zaken. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.
De wet schrijft voor dat de aanvrager moet samenleven met de subsidiair beschermde. De wet vereist dat er een daadwerkelijk gezinsleven is.
Minderjarigen en hun ouders moeten samenleven tot hun achttiende verjaardag, maar moeten een daadwerkelijk gezinsleven behouden.
Je mag geen gevaar vormen voor de volksgezondheid . Om die reden mag je niet lijden aan één van de ziekten opgesomd in de bijlage bij de Verblijfswet. Je bewijst dat met een medisch attest dat bevestigt dat je niet lijdt aan een ziekte die een gevaar vormt voor de Belgische volksgezondheid. Het mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Je kan een medisch attest laten opmaken door een arts naar keuze in België.
Je moet bewijzen dat je geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Je bewijst dat met een uittreksel uit het strafregister of een bewijs van goed gedrag en zeden. In principe vraag je dit aan bij de bevoegde overheid in het land van herkomst. Het document mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Kijk na of je het buitenlands document moet laten legaliseren of voorzien van een apostille. Als het document in een andere taal opgesteld is dan het Duits, het Engels, het Frans of het Nederlands, dan moet je het laten vertalen door een beëdigd vertaler. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.
Als je geen bewijs of geen voldoende recent bewijs kan voorleggen, motiveer dan waarom.
Meer info
Wetgeving
- Verblijfswet