Verblijfsrecht meereizende echtgenoot of geregistreerde partner van een erkende vluchteling, staatloze of subsidiair beschermde met lang verblijf na 18-08-2025

Je hebt initieel een verblijfsrecht van beperkte duur . Hieraan is geen vaste termijn verbonden, jouw verblijfstitel zal dezelfde geldigheidsduur hebben als de verblijfstitel van de referentiepersoon .

De termijn van beperkt verblijf bedraagt maximaal vijf jaar, maar zal doorgaans korter zijn. De termijn van vijf jaar begint immers vanaf de indiening van het verzoek om internationale bescherming door de referentiepersoon  of vanaf de toekenning van de toelating to verblijf als de referentiepersoon een verblijfsstatuut heeft op basis van staatloosheid .

Je zal doorgaans samen met de referentiepersoon die subsidiair beschermde of staatloze is de vernieuwing moeten vragen van je A kaart en dit tussen de 60ste en 30ste dag vóór de vervaldatum van je verblijfsvergunning

Gezinsleden van erkende vluchtelingen ontvangen meteen een A-kaart die voor de gehele periode van beperkt verblijf geldig zal zijn.

Bij elke aanvraag voor een vernieuwing moet je bewijzen dat je (nog steeds) voldoet aan de voorwaarden voor gezinshereniging.

Jouw verblijf kan gedurende de eerste vijf jaar na afgifte van de verblijfstitel beëindigd worden om de volgende redenen :

  • Je  voldoet niet meer aan de voorwaarden die gesteld werden aan jouw verblijf;
  • Je onderhoudt geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven meer met jouw echtgenoot of partner;
  • Jij bent of jouw partner is gehuwd met een andere persoon of er werd een wettelijk geregistreerd partnerschap afgesloten met een andere persoon;
  • het gaat om een schijnhuwelijk of schijnpartnerschap: het huwelijk of partnerschap werd enkel afgesloten zodat je verblijfsrecht zou krijgen;
  • het verblijfsrecht van de referentiepersoon werd beëindigd, bijvoorbeeld omdat CGVS de internationale beschermingsstatus heeft opgeheven of ingetrokken of doordat de erkende vluchteling of subsidiair beschermde er afstand van deed of het verblijfsrecht van de staatloze werd beëindigd.
  • Jij of de referentiepersoon pleegde(n) fraude;
  • Je vormt een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

Indien DVZ overweegt om jouw verblijfsrecht te beëindigen, zullen zij in principe eerst een schrijven aan bezorgen via de gemeente, waarin zij vragen om eventuele relevante informatie voor te leggen die het nemen van de beslissing kan verhinderen of beïnvloeden. Op de hoorplicht bestaan wel een aantal wettelijke uitzonderingen

In principe krijg je 15 dagen de tijd vanaf de ontvangst van de brief van de minister of DVZ om relevante informatie schriftelijk over te maken. Heb je belangrijke informatie over je banden met België? Of over je gezinssituatie? Dan meld je dat best in je antwoord, samen met de bewijzen hiervan.

Als je verblijfsrecht beëindigd wordt om redenen van openbare orde of nationale veiligheid, moet DVZ zich baseren op jouw gedrag en rekening houden met :

  • de ernst of de aard van de inbreuk op de openbare orde of nationale veiligheid;
  • het gevaar dat van je uitgaat;
  • de duur van je verblijf in België;
  • het bestaan van banden met België;
  • het ontbreken van banden met je land van oorsprong;
  • je leeftijd;
  • de gevolgen voor jou en je gezinsleden

Als je niet langer samenwoont met je echtgenoot of partner kan DVZ een einde maken aan je verblijfsrecht. Dit kan tenzij je het slachtoffer bent van intrafamiliaal geweld. Dan is er in de wet een bijzondere regeling om het slachtoffer te beschermen.

Er zijn twee vormen van bescherming:

  1. DVZ kan géén einde maken aan je verblijfsrecht als je aantoont dat je tijdens het huwelijk of partnerschap het slachtoffer was van één van de volgende strafbare feiten (artikel 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 Strafwetboek):
    • verkrachting
    • opzettelijke verwondingen of slagen, al dan niet met ziekte, arbeidsongeschiktheid of een aantasting van je fysieke toestand tot gevolg
    • toediening van stoffen die ziekte, arbeidsongeschiktheid of een aantasting van je fysieke toestand veroorzaken
    • De bewijslast ligt bij het slachtoffer. Als het misdrijf bewezen is mag DVZ je verblijfsrecht sowieso niet beëindigen: het gaat om een gebonden bevoegdheid. Dat betekent onder meer dat DVZ geen bijkomende voorwaarden kan koppelen aan het behoud van je verblijfsrecht (bv. het hebben van voldoende bestaansmiddelen).
  2. Daarnaast moet DVZ ook 'rekening houden' met personen die slachtoffer zijn van geweld in de familie. Hier heeft DVZ geen gebonden maar een discretionaire bevoegdheid. Dat betekent dat DVZ meer vrijheid heeft bij het nemen van zijn beslissing (binnen redelijke grenzen). Het Grondwettelijk Hof oordeelde echter dat DVZ, in het kader van zijn discretionaire bevoegdheid, altijd rekening moet houden met het element ‘huiselijk geweld’ bij een beslissing om het verblijfsrecht te beëindigen van een familielid, slachtoffer van intrafamiliaal geweld.   

    Het begrip "geweld in de familie" is ruimer omdat het kan gaan om andere vormen van geweld dan de feiten opgesomd in artikel 375, 398 tot 400, 402, 403 en 405 Strafwetboek, bijvoorbeeld psychisch geweld. In de praktijk gaat DVZ strenger om met psychisch geweld dan met fysiek geweld en zal je meer bewijzen moeten overmaken over een langere periode. Toch moet DVZ rekening houden met eventuele aanwijzingen van psychisch geweld.

    1. Wanneer DVZ informeren?
       
      1. Je kan DVZ en de gemeente proactief informeren over het feit dat je slachtoffer bent van intrafamiliaal geweld. Je doet dit best schriftelijk met een ontvangstbewijs, bijvoorbeeld per aangetekend schrijven. Voeg zoveel mogelijk bewijzen toe.Van zodra er een aanwijzing is over huiselijk geweld of partnergeweld zal de dienst Gezinshereniging van DVZ (voorlopig) geen einde maken aan je verblijfsrecht en bijkomend onderzoek voeren. Het zal dan een brief sturen naar de gemeente die jou op zijn beurt zal vragen een aantal bewijzen over te maken. Je moet dat doorgaans doen binnen een termijn van 1 tot 3 maanden.
      2. Het is aangewezen de bewijzen van het intrafamiliaal geweld ten laaste voor te leggen indien je een eventuele verlenging van jouw tijdelijk verblijfsrecht aanvraagt of een brief ontvangt waarin DVZ aangeeft te overwegen om jouw verblijfsrecht te beëindigen, bijvoorbeeld omdat zij vastgesteld hebben dat je niet meer op hetzelfde adres woont als jouw echtgenoot of geregistreerde partner. Indien een brief verstuurd wordt door DVZ, zal dit naar jouw domicilieadres zijn. Het is dus belangrijk dat je deze informatie actualiseert.
         
      3. Heb je noch de gemeente, noch DVZ op tijd geïnformeerd dat je slachtoffer bent van huiselijk geweld en is je verblijfsrecht intussen al ingetrokken? Dan loont het de moeite om je bewijzen toch nog over te maken aan DVZ. Zij kunnen hun beslissing om je verblijfsrecht te beëindigen altijd herzien. Een annulatieberoep bij de RvV zal weinig zin hebben. Tenzij DVZ op het moment van zijn beslissing om je verblijfsrecht te beëindigen andere aanwijzingen had dat er mogelijk sprake was van huiselijk geweld en dit niet verder onderzocht. Bijvoorbeeld verklaringen van buren aan een wijkagent. 
         
    2. De bewijzen die je kan voorleggen of die DVZ van jou zal vragen kunnen de volgende zijn:
      • het proces-verbaal met je klacht over de feiten van partnergeweld. Als slachtoffer van een misdrijf kan je klacht neerleggen bij de politie. Er wordt dan een PV van verhoor opgesteld. Het parket onderzoekt of ze de dader ook effectief zal vervolgen. Het is dus niet zeker of de klacht zal uitmonden in een strafrechtelijke veroordeling;
      • een brief van het parket dat de stand van een eventueel onderzoek weergeeft;
      • een of meerdere medische attesten (als je die hebt);
      • het bewijs dat je verbleven hebt in een opvangcentrum voor mishandelde vrouwen en een gedetailleerd verslag of het begeleidingsplan van het opvangcentrum;
      • bij psychisch geweld: een attest van een psycholoog/therapeut;
      • een veroordeling van jouw echtgenoot of geregistreerde partner wegens intrafamiliaal geweld;
      • getuigenissen van hulpverleners;
      • foto's die het geweld attesteren;
      • PV's waaruit blijkt dat je je aangemeld hebt bij de politie of waaruit blijkt dat er relationele moeilijkheden zijn 
      • ...

Het is belangrijk om zoveel mogelijk objectieve bewijzen voor te leggen. Vaak zijn aparte bewijzen zoals foto's of medische verslagen onvoldoende, maar kan uit het geheel van de voorgelegde elementen wel blijken dat er sprake is van huiselijk geweld. Hoe meer bewijzen je als slachtoffer voorlegt, hoe groter de kans dat DVZ de uitzondering toepast (of moet toepassen na een annulatieberoep bij de RvV).

 Zie ook de Omzendbrief 15 juni 2023 betreffende de verblijfsrechtelijke bescherming voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld, toegelaten tot een verblijf in het Rijk op grond van gezinshereniging en ons nieuwsbericht erover.

Je kan tegen de beslissing van DVZ om je verblijfsrecht te beëindigen een automatisch schorsend beroep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het beroep is niet schorsend in de volgende gevallen: 

  • de beslissing steunt op ‘dwingende redenen van nationale veiligheid’
  • DVZ maakt een einde aan je verblijf omdat je een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid
  • DVZ maakt een einde aan je verblijf omdat jij of de gezinshereniger fraude pleegde (Opgelet: tegen een einde van verblijf omwille van schijnrelatie of -adoptie, staat wél een automatisch schorsend beroep open).

Als je geen beroep instelt binnen de beroepstermijn of je beroep verworpen wordt door de RvV, kan DVZ een BGV afgeven en moet je het grondgebied verlaten. Anders kan je gedwongen uitgewezen worden.

Jouw verblijfsrecht wordt van onbeperkte duur als de referentiepersoon een onbeperkt verblijfsrecht heeft. Daarnaast zijn er de volgende voorwaarden:

  • Je voldoet nog steeds aan de voorwaarden die gesteld werden aan jouw beperkt verblijf;
  • Je vormt geen gevaar voor de openbare orde en/of nationale veiligheid