Arbeidshof Antwerpen: recht op dringende medische hulp na ongeval tijdens onwettige tewerkstelling
In het kort
In een arrest van 8-7-2025 vernietigt het Arbeidshof Antwerpen een vonnis van de Arbeidsrechtbank Antwerpen. Het arbeidshof veroordeelt verder ook het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) Antwerpen tot het toekennen van dringende medische hulp aan een man die tijdens een onwettige tewerkstelling een arbeidsongeval kreeg. Zijn werkgever had geen arbeidsongevallenverzekering die voldoende snel in de kosten kon tussenkomen. Zelf had de man alle nodig stappen gezet om zijn andere rechten uit te putten: hij schreef onder andere zijn werkgever aan en diende een strafklacht in.
Ongeval tijdens onwettige tewerkstelling
Een Marokkaanse man zonder wettig verblijf werkt voor een malafide werkgever die hem ook huisvest. Tijdens het werk raakt hij ernstig gewond door een slijpschijf. Hij wordt met spoed geopereerd aan zijn hand en verblijft enkele dagen in het ziekenhuis. Voor deze ziekenhuisopname en de verdere medische behandeling vraagt hij dringende medische hulp aan bij het OCMW van Antwerpen.
Het OCMW weigert de dringende medische hulp en stelt dat de man zijn rechten moet uitputten via de arbeidsongevallenverzekering van zijn werkgever. Bovendien had hij tot aan het ongeval een inkomen van hoger dan het leefloon. Op basis daarvan acht het OCMW dat zijn behoeftigheid niet is aangetoond. De ziekenhuiskosten van de man, die intussen werkonbekwaam en dakloos is geworden, lopen op tot meer dan 4000 euro. Door het gebrek aan dagelijkse wondzorg ontstaat een infectie met tekenen van gangreen.
HvB: recht dringende medische hulp
Deze man bewijst dat hij voldoet aan de voorwaarden voor dringende medische hulp:
- Hij heeft geen wettig verblijf in België.
- Hij heeft een attest dringende medische hulp ondertekend door een arts
- Hij is behoeftig en kan de medische kosten niet betalen.
Zonder dringende medische hulp via het OCMW kan de man geen menswaardig bestaan leiden. De werkgever heeft geen arbeidsongevallenverzekering afgesloten waardoor een (voldoende snelle) tussenkomst van een verzekering of van de overheidsinstantie Fedris niet mogelijk is.
De hulpvrager zelf heeft de nodige stappen gezet: hij heeft zijn werkgever aangeschreven, een strafklacht ingediend bij het arbeidsauditoraat en Fedris onderzoekt de zaak, maar deze acties leiden niet tot een onmiddellijke financiële tussenkomst. De facturen van de medische kosten blijven onbetaald. De man kan geen werk meer uitoefenen dat fijne motoriek vereist en uit het dossier blijkt bovendien dat de man dakloos is. De behoeftigheid staat vast.
Het arbeidshof concludeert dat de man aan alle voorwaarden voor dringende medische hulp voldoet en dus recht heeft op tussenkomst in de kosten van de operaties, de ziekenhuisopname en de dringende medische zorg. Het hof vernietigt het vonnis van de arbeidsrechtbank en de weigeringsbeslissing van het OCMW.
Bedenking: informatiedocument POD MI
De beoordeling van het arbeidshof over het uitputten van rechten ligt in de lijn van de toelichting van de Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI) in zijn Informatiedocument ‘De medische bewijsstukken in het kader van de Wet van 02/04/1965 en het Ministerieel Besluit van 30/01/1995’. Op basis van dit kader kunnen OCMW 's kosten terugvorderen bij de POD MI. Daarin lezen we het volgende:
Soms kan een verzekering tussenkomen voor (een deel van) de medische kosten van de betrokkene, bijvoorbeeld (geen limitatieve lijst):
- een publieke ziekteverzekering in het land van herkomst (zie ook 2.4.b)i.)
- een reisverzekering (zie ook 5.c))
- een arbeidsongevallenverzekering (vaak pas na een lange (gerechtelijke) procedure)
- een schoolverzekering (vaak pas na een (al dan niet fictieve) tussenkomst van de ziekteverzekering)
Soms kan een derde tussenkomen voor (een deel van) de medische kosten van de betrokkene, bijvoorbeeld:
- een garant (zie A.4.b)ii.)
- een onderhoudsplichtige (partner of verwante in de eerste graad)
[…]
Dit alles wil echter nooit zeggen dat de mogelijke theoretische aanwezigheid van bijvoorbeeld een verzekering of borgsteller (zonder dit reeds onderzocht te hebben) het OCMW verplicht tot het weigeren van de kosten.
De betrokkene moet wel zijn/haar rechten uitputten door de verzekering of de derde te contacteren en aan te dringen dat deze tussenkomt voor de medische kosten. Vaak zal dit de nodige tijd in beslag nemen. Het is daarom mogelijk in deze gevallen kosten in te dienen via de POD MI (of een medische kaart aan te maken met beperkte duur) in afwachting van het antwoord van de verzekering en/of het onderzoek naar mogelijke tussenkomst van een derde.
Meer info
- Arbeidshof Antwerpen 8 juli 2025, nr. 2025/AA/75
- Informatiedocument ‘De medische bewijsstukken in het kader van de Wet van 02/04/1965 en het Ministerieel Besluit van 30/01/1995’, POD Maatschappelijke Integratie, Uitgave juni 2024, p16-17
- Wat is dringende medische hulp?
- Wat zijn de voorwaarden voor dringende medische hulp?
- Artikel 57, § 2 OCMW-wet
- Koninklijk besluit dringende medische hulp van 12 december 1996