Vluchtelingenwerk Vlaanderen met eindredactie van VIF-AgII
Repatriëringskosten mogen niet teruggevorderd worden bij dublinoverdracht
In het kort
In een vonnis van 22-5-2026 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg van Brussel (Franstalig) dat de Belgische staat de kosten van verblijf in een gesloten centrum niet mag terugvorderen wanneer de persoon enkel is overgedragen in het kader van de Dublinverordening (nu ). Er is bij een overdracht namelijk geen sprake van een repatriëring.
Overdracht naar Duitsland
Verzoekster werd in administratieve detentie geplaats met oog op verwijdering naar het land van herkomst (Congo). Zij diende tijdens dit verblijf in detentie een verzoek internationale bescherming in, wat aanleiding gaf tot een overdrachtsbesluit naar Duitsland. Verzoekster werd ook effectief overgedragen, maar keerde vervolgens op eigen houtje terug naar België. Mevrouw kreeg een factuur van de Belgische staat. De betwisting betreft de resterende kosten van verblijf in administratieve detentie daterend van voor de asielaanvraag.
Overdracht naar verantwoordelijke lidstaat is geen repatriëring
De Belgische staat baseerde zich voor de terugvordering van de kosten op artikel 27 §3 Verblijfswet (Vw) dat stelt: ‘De kosten veroorzaakt door de repatriëring van de vreemdeling zijn te zijnen laste’. Daarnaast verwijst ze ook naar artikel 17/7 Verblijfsbesluit (Vb) dat stelt dat de Belgische staat de kosten van verblijf, gezondheidszorg en repatriëring kan terugvorderen. De kosten van verblijf in administratieve detentie zijn vastgelegd op 180 per dag per persoon.
De rechtbank oordeelt echter dat de toepassing van deze bepaling vereist dat er effectief een repatriëring heeft plaatsgevonden, hetgeen niet het geval is bij een overdracht. Repatriëring is in artikel 17/7 §3 Vb namelijk gedefinieerd als ‘het transport van de vreemdeling naar het land waarvan hij de nationaliteit bezit of dat hem een verblijfstitel voor meer dan drie maanden heeft afgegeven.’ Mevrouw beschikt niet over de Duitse nationaliteit, noch over een geldige Duitse verblijfstitel. Bijgevolg is er geen sprake van repatriëring.
Kosten van overdracht kunnen niet op verzoeker worden verhaald
Ten slotte verwijst de rechtbank naar het (toenmalige) artikel 30, §3 van de Dublin III-verordening dat stelt dat de kosten van de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat niet ten laste van de vreemdeling mogen worden gelegd. De terugvordering is dus onwettig.