RvV: DVZ mag gezinshereniging (stief)kind met Unieburger niet weigeren na afgifte visum C – zelfs niet wanneer kind ondertussen 21 jaar is geworden en geen bewijzen van ‘ten laste’ voorliggen
In het kort
Wanneer de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een visum C (kort verblijf) heeft afgeleverd aan een derdelands familielid van een Unieburger in het kader van gezinshereniging (visumcode BNL 11) kan hij achteraf de afgifte van een verblijfskaart in België niet meer weigeren omdat niet zou zijn voldaan aan de voorwaarden voor gezinshereniging. Bij de afgifte van het visum C werden de bewijsstukken voor gezinshereniging al inhoudelijk beoordeeld en erkende DVZ het verblijfsrecht. Ook wanneer het familielid ondertussen de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, mag DVZ de afgifte van de verblijfskaart niet weigeren wanneer geen bewijzen van ‘ten laste zijn’ voorliggen.
De RvV oordeelde al op 30 juni 2022 (arrest nr. 274.917) dat DVZ na toekenning van een visum C (kort verblijf) afgeleverd aan een familielid van een Unieburger in het kader van gezinshereniging achteraf de gezinshereniging in België niet meer kan weigeren. Bij de afgifte van het visum C werden de bewijsstukken voor gezinshereniging al inhoudelijk beoordeeld en erkende de DVZ het verblijfsrecht. Dat het familielid nadien nog in België de administratieve formaliteit moet vervullen om een verblijfskaart F aan te vragen, doet geen afbreuk aan het al erkende verblijfsrecht. In een arrest van 4 december 2025 (arrest nr. 337.141) bevestigde de RvV deze rechtspraak. De RvV verduidelijkte bovendien dat ook wanneer het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt op het moment dat de verblijfskaart wordt aangevraagd, terwijl het jonger was dan 21 jaar op het moment van de aanvraag van het visum, DVZ de afgifte van de verblijfskaart niet mag weigeren wanneer geen bewijzen van ‘ten laste’ voorliggen.
Gezinshereniging van derdelands stiefkind met Unieburger
In oktober 2023 vroeg een Tunesische vrouw een visum gezinshereniging om haar Italiaanse stiefvader in België te vervoegen. Ze was op dat moment 20 jaar oud. Aangezien ze jonger was dan 21 jaar, diende ze niet te bewijzen dat ze ‘ten laste’ was van haar Italiaanse stiefvader. Artikel 2, lid 2, c) Burgerschapsrichtlijn definieert de notie ‘familielid’ immers als de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn alsmede die van de echtgenoot of geregistreerde partner) beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn.
In januari 2024 kreeg de vrouw een visum C met de vermelding BNL 11. Volgens de omzendbrief van 21 september 2005 heeft deze code de volgende betekenis: ‘een visum afgeleverd in het geval van een gezinshereniging’. De Europese Commissie geeft als toelichting bij de code BNL 11: ‘visa issued for family member of EU/EEA/CH citizen or family member of a UK national who is a Withdrawal Agreement beneficiary’.
Op 5 maart 2024 kwam de vrouw aan in België. Op 11 maart 2024 diende ze bij de gemeente een aanvraag in voor een verblijfskaart als familielid van een Unieburger (bijlage 19ter). Op dat moment was ze 21 jaar oud. Ze overhandigde aan de gemeente een bewijs van identiteit en afstamming. In augustus 2024 weigerde DVZ de toekenning van een verblijfsrecht van meer dan drie maanden omdat geen/onvoldoende bewijs voorlag dat de vrouw in het land van herkomst:
- Geen eigen inkomsten had,
- Materieel en/of financieel ten laste was van haar stiefvader,
- Het inkomen van haar stiefvader voldoende hoog was om haar financieel te kunnen onderhouden.
Verblijfsrecht al erkend bij afgifte visum C
Net zoals in het hierboven vermeldde arrest van 30 juni 2022 stelde de RvV in het arrest van 4 december 2025 vast dat, hoewel verzoekster een visum C kreeg, zij duidelijk en ondubbelzinnig gezinshereniging met haar Italiaanse stiefvader beoogde. Reeds op het moment van de visumaanvraag onderzocht DVZ of verzoekster beschouwd kon worden als familielid van een Unieburger en of ze voldeed aan de voorwaarden voor gezinshereniging. Door de afgifte van het visum C met de vermelding BNL 11 oordeelde DVZ dat verzoekster voldeed aan de voorwaarden voor gezinshereniging.
Verwijzend naar rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (27 mei 2021, nr. 77/2021, punt B.4.2) en de richtsnoeren betreffende het recht van vrij verkeer van EU-burgers en hun familieleden (p. 56 e.v.) benadrukte de RvV dat het verblijfsrecht van familieleden van Unieburgers een declaratief karakter heeft. Het recht op gezinshereniging en het daaruit voortvloeiende verblijfsrecht ontstaat op het ogenblik dat het visum wordt toegekend. De aanvraag tot het bekomen van een verblijfskaart is een louter administratieve handeling die geen impact heeft op het reeds ontstane verblijfsrecht.
Kantelpunt: leeftijd van 21 jaar
DVZ weigerde de toekenning van een verblijfsrecht van meer dan drie maanden omdat verzoekster op het ogenblik van de aanvraag van haar verblijfskaart als familielid van een Unieburger 21 jaar oud was én geen/onvoldoende bewijs voorlag dat ze ‘ten laste’ was van haar Italiaanse stiefouder met verblijfsrecht in België. Rekening houdend met het feit dat het recht op gezinshereniging ontstaat op het ogenblik dat het visum wordt toegekend en dat op dat moment aan alle voorwaarden voor gezinshereniging was voldaan, oordeelde de RvV dat de weigeringsbeslissing van DVZ onvoldoende was gemotiveerd.
Praktijk DVZ?
DVZ lijkt zijn praktijk tot op heden niet te hebben aangepast aan de rechtspraak van de RvV. Op de website van DVZ staat nog steeds:
‘Het familielid van een EU-burger wiens visumaanvraag aanvaard wordt, ontvangt een inreisvisum voor de Schengenruimte (visum type C) waarop de vermelding BNL 11 wordt aangebracht.
OPGELET: De afgifte van een inreisvisum geldt niet als afgifte van een verblijfskaart. Bijgevolg moet het familielid dat meer dan 90 dagen in België wenst te verblijven een verblijfsaanvraag indienen bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats in België en bewijzen dat hij aan de voorwaarden voor een gezinshereniging voldoet.’ (eigen nadruk)
Bij een weigering tot afgifte van een verblijfskaart type F als familielid van een Unieburger omdat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor gezinshereniging, is het steeds de moeite beroep aan te tekenen bij de RvV wanneer het derdelands familielid naar België is gereisd met een visum C code BNL 11.
Mogelijke oplossingen
Voor mogelijke structurele oplossingen verwijzen we naar het nieuwsbericht dat we schreven naar aanleiding van het arrest van de RvV van 30 juni 2022 (arrest nr. 274.917): 'DVZ mag gezinshereniging niet weigeren na afgifte visum C aan familie Unieburger'.