Vluchtelingenwerk Vlaanderen met eindredactie van VIF-AgII
RvV: subsidiaire bescherming Koerd - lange afwezigheid uit Irak en beperkte kennis Arabisch
In het kort
In arrest van 29-9-2026 kent de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de subsidiaire bescherming toe aan een Koerdische man uit Irak. Hoewel er in Irak geen sprake is van algemeen geweld in die mate dat er een risico is op schade louter door aanwezigheid, oordeelt de Raad dat de persoonlijke eigenschappen van verzoeker hem extra kwetsbaar maken voor het willekeurige geweld in de provincie Ninive.
Niveau willekeurig geweld: geen risico op ernstige schade bij loutere aanwezigheid
De Raad volgt het CGVS in zijn standpunt dat het willekeurige geweld in de provincie Ninive niet een zodanig hoog intensiteitsniveau bereikt dat er sprake is van willekeurig geweld waardoor verzoekers een risico lopen op schade door hun loutere aanwezigheid.
De Raad erkent wel dat de situatie in Irak een ‘fluctuerend karakter’ heeft. De provincie Ninive kenmerkt zich door een grote etnische diversiteit en een groot aantal actoren op het grondgebied, met name de Koerdische regionale overheid. De situatie in blijft er gespannen en er deden zich nog verschillende veiligheidsincidenten voor.
Aanwezigheid persoonlijke kenmerken die risico op schade vergroten
Bij gebrek aan een risico op schade door de loutere aanwezigheid van een persoon, onderzoekt de Raad of er specifieke elementen zijn die de verzoeker zouden kunnen blootstellen aan een verhoogd risico op schade door het willekeurige geweld.
De Raad houdt rekening met de volgende persoonlijke elementen:
- De verzoeker heeft Irak verlaten op de leeftijd van 14 jaar.
- Zijn vader en oudere broer wonen in België, terwijl zijn moeder en zussen zich in Turkije bevinden.
- Hij beheerst het Arabisch niet goed. Dit is de taal die het meest gesproken wordt in zijn regio van herkomst.
De beslissing van het CGVS wordt hervormd naar de toekenning van subsidiaire bescherming.