RvV: verzoek om internationale bescherming tijdens studies sluit aanvraag zoekjaar niet uit
In het kort
Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) kan een zoekjaar niet weigeren omdat de betrokkene tijdens de studies een verzoek om internationale bescherming indiende. Door dit wel te doen, voegt DVZ een voorwaarde toe aan de wet. Dat zegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in arrest 313.828 van 1-10-2024.
De betrokkene, een Iraanse studente, had een verblijfsrecht op basis van studies tot 31 oktober 2023. Op 24 juli 2023 diende zij een verzoek om internationale bescherming in. Vervolgens vroeg zij op 16 oktober 2023 ook een zoekjaar aan.
DVZ weigert de aanvraag voor het zoekjaar omdat uit het indienen van een verzoek om internationale bescherming zou blijken dat de betrokkene geen student meer was. In de beslissing wijst DVZ er ook op dat de betrokkene op het ogenblik van het nemen van de beslissing in het bezit is van een Attest van Immatriculatie op basis van het verzoek om internationale bescherming.
In zijn arrest stelt de RvV vast dat DVZ hiermee een voorwaarde toevoegt aan de wet:
- Het indienen van een verzoek om internationale bescherming is niet onverenigbaar met het indienen van een aanvraag voor een zoekjaar op grond van artikel 61/1/9 Vw.
- Artikel 61/1/9 Vw bevat een opsomming van de documenten die moeten worden voorgelegd voor de aanvraag van een zoekjaar en uit de bestreden beslissing blijkt niet dat de betrokkene dit niet heeft gedaan.
- DVZ motiveert niet op welke manier het indienen van het verzoek om internationale bescherming tot verlies van het verblijf als student zou hebben geleid.