Fedasil past de criteria en de steunverlening bij vrijwillige terugkeer aan. De aanpassingen gelden voor alle terugkeerders met vertrekdatum vanaf 1 januari 202
In een arrest nr. 260.995 van 23-09-2021 oordeelde de RvV dat een bevel om het grondgebied te verlaten rekening moet houden met een niet-terugleidingsclausule,
Raad van State arrest nr. 252.002 van 28-10-2021 oordeelt dat een hangend MB tot terugwijzing gelijk staat aan een inreisverbod, waardoor het geen beletsel vorm
Het HvJ oordeelt in arrest nr. C-719/19 van 22-06-2021 dat een Unieburger ten aanzien van wie een uitwijzingsbevel is genomen, niet voldoet aan dit bevel door z
In antwoord op een prejudiciële vraag van het GwH oordeelt het HvJ in arrest nr. C-718/19 van 22-06-2021 dat: de maximale duur van vasthouding van acht maanden
Het HvJ oordeelt dat lidstaten rekening moeten houden met het belang van het kind vóór zij een met een inreisverbod gepaard gaand terugkeerbesluit vaststellen.
RvS arrest nr. 248.424 van 1-10-2020 verklaart artikel 13 van het KB van 22-07-2018 houdende het regime en de werkingsmaatregelen van de gesloten gezinswoningen
RvV arrest nr. 229.068 van 20-11-2019 schorst een bijlage 13septies bij UDN omdat DVZ onvoldoende rekening hield met het privé- en gezinsleven en niet concreet
EHRM arrest nr. 54962/18 van 30 juni 2020 oordeelt dat de vasthouding aan de grens van een man uit Bangladesh tijdens de asielprocedure gedurende bepaalde perio
RvV arrest nr 232.297 van 6-2-2020 vernietigt een bevel tot terugbrenging aan de voogd van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling. De bijlage 38 was in hoo
RvV arrest nr. 233.410 vernietigt de beslissing tot opleggen van een inreisverbod, omdat ze aan een derdelander betekend werd nadat deze het Rijk verlaatte.
RvV arrest nr. 230 498 van 18-12-2019 vernietigt een BGV dat de Dienst Vreemdelingenzaken had laten betekenen aan een persoon die zijn kind wilde erkennen.
Grondwettelijk Hof arrest nr. 151/2019 van 24-10-2019 gaat naar analogie op voor elk (oud) MB tot terugwijzing of KB tot uitzetting dat nog uitwerking heeft.
Sinds 01/2020 werd bekend dat DVZ bij een negatieve Dublinbeslissing aan de VIB vraagt om binnen de 10 dagen een verklaring 'vrijwillige terugkeer' te tekenen.
In de zaak N.A. tegen Finland van 14-11-2019 veroordeelt het EHRM Finland voor een schending van het recht op leven (artikel 2 EVRM) en verbod op foltering (art
De instructie van 14-11-2019 laat vanaf 25-11 toe dat het terugkeertraject op vraag van betrokkene wordt uitgevoerd in de gewone materiële opvangstructuur, zond
RvV oordeelt dat een vreemdeling die een AI kreeg in het kader van een gezinsherenigingsaanvraag nog steeds een belang heeft bij een beroep tegen een BGV