Melding en identificatie van een niet-begeleide minderjarige
In het kort
De dienst Voogdij van FOD Justitie is bevoegd voor het ontvangen van meldingen en voor de identificatie van niet-begeleide minderjarigen (NBM). Overheidsinstanties zijn verplicht melding te maken van de aanwezigheid van een NBM, maar ook particulieren kunnen een melding doen.
Melding van een niet-begeleide minderjarige
Door wie?
Iedere overheid die kennis heeft van de aanwezigheid aan de grens of op het grondgebied van een vermoedelijke NBM is verplicht dat te melden aan de dienst Voogdij en Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Het gaat om alle personen die er jonger uitzien dan 18 jaar of die verklaren jonger te zijn dan 18 jaar, en die lijken te voldoen aan de andere voorwaarden voor een NBM.
Ook particulieren kunnen een melding doen. Bijvoorbeeld een advocaat.
Hoe?
Vul het meldingsformulier in. Enkele gegevens die je moet invullen, zijn: de naam, voornaam, verklaarde leeftijd, bepaalde kwetsbaarheden of medische problematiek, informatie over familie, afgelegde reisweg...
Neem daarnaast ook telefonisch contact op met de dienst Voogdij. Je kan hen permanent bereiken via het noodnummer: 078 15 43 24.
Identificatie van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling
Diende je een verzoek om internationale bescherming in vanaf 12 juni 2026? Dan is het CGVS bevoegd voor de leeftijdsbepaling.
Als er twijfel bestaat over de minderjarigheid door de verklaringen van de VIB, beschikbare documenten of andere aanwijzingen, kan het CGVS een leeftijdsbepaling doen. Dit is in de eerste plaats een multidisciplinaire beoordeling.
Dit is een beoordeling:
- uitgevoerd door gekwalificeerde beroepsbeoefenaars
- die minstens een psychosociale beoordeling omvat
- niet uitsluitend gebaseerd mag zijn op het fysieke voorkomen of het gedrag van de verzoeker
Beschikbare documenten, over de leeftijd, worden als echt beschouwd, tenzij het tegendeel is bewezen. Ook verklaringen van minderjarigen worden in aanmerking genomen.
Pas als er na de multidisciplinaire beoordeling twijfel blijft over de leeftijd, kunnen medische onderzoeken als laatste uitweg worden gebruikt. Ze moeten dan aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Ze zijn zo weinig mogelijk ingrijpend en eerbiedigen de waardigheid van het individu.
- Ze worden uitgevoerd door medische beroepsbeoefenaars met ervaring en deskundigheid in leeftijdsbepaling.
- De resultaten ervan worden samen met de multidisciplinaire beoordeling geanalyseerd.
- De verzoeker en zijn ouders of voogd geven voor het onderzoek een geïnformeerde toestemming
De weigering van een medisch onderzoek kan worden beschouwd als een weerlegbaar vermoeden dat de verzoeker niet minderjarig is.
Het CGVS zal als medisch onderzoek nog steeds een 'triple test' gebruiken. Deze bestaat uit 3 radiografieën: van gebit, sleutelbeen en pols.
DVZ kan een beslissing over de leeftijdsbepaling van een andere lidstaat erkennen, op voorwaarde dat deze in overeenstemming met het Unierecht werd genomen.
Een verzoeker kan het CGVS om een heropening van het leeftijdsonderzoek vragen bij nieuwe, objectieve, elementen die de vastgestelde leeftijd ter discussie kunnen stellen na een definitieve beslissing.
Diende je geen verzoek om internationale bescherming in vanaf 12 juni 2026? Dan blijft de Dienst Voogdij bevoegd.
De dienst Voogdij onderzoekt of je jonger bent dan 18 jaar op basis van je verklaringen en de documenten die je bij je hebt. Twijfelt de dienst Voogdij of één van de overheden bevoegd voor internationale bescherming, toegang tot het grondgebied, en verblijf en verwijdering, of je jonger bent dan 18 jaar? Dan laat de dienst Voogdij een medisch onderzoek uitvoeren.
- Het medisch onderzoek bestaat uit 3 radiografieën: van je gebit, je sleutelbeen en je pols. Het Voogdijbesluit voorziet ook in een psycho-affectieve test, maar in de praktijk gebeurt dat niet.
- Uit het medisch onderzoek wordt je gemiddelde leeftijd afgeleid. Bij twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek wordt met de jongste leeftijd rekening gehouden.
- De kosten van het medisch onderzoek worden betaald door de overheid die het medisch onderzoek gevraagd heeft.
De dienst Voogdij zal ook een gesprek met je voeren, alle documenten die je bij je hebt bekijken, en spreken met je voogd en de maatschappelijke werkers van het opvangcentrum waar je verblijft.
Buitenlandse documenten over de ‘staat van persoon’, zoals een geboorteakte, hebben in principe voorrang op de resultaten van een leeftijdsonderzoek. De staat van een persoon wordt immers beheerd door het nationale recht van die persoon. Wanneer de rechtbank van eerste aanleg een buitenlandse akte (of een buitenlands vonnis) erkent, is de inhoud daarvan bindend voor elke overheid. Lees meer over de erkenning van buitenlandse documenten.
Na het onderzoek neemt de dienst Voogdij een identificatiebeslissing en deelt die aan je mee. Ook DVZ en andere instanties worden op de hoogte gebracht. Er kunnen zich 2 situaties voordoen:
- De dienst Voogdij oordeelt dat je jonger bent dan 18 jaar? Er wordt dan onmiddellijk een voogd voor je aangesteld.
- De dienst Voogdij oordeelt dat je 18 jaar of ouder bent? Je wordt dan niet meer begeleid door de dienst Voogdij. Je kan tegen die beslissing van meerderjarigheid in beroep gaan bij de Raad van State binnen 60 dagen.
De dienst Voogdij onderzoekt of je begeleid wordt door iemand die het ouderlijk gezag of de voogdij over je uitoefent. Artikel 35 van het Wetboek IPR bepaalt dat de wet van je gewoonlijke verblijfplaats van toepassing is om die vraag te beantwoorden. Dat is dus meestal het Belgisch recht.
De dienst Voogdij gaat dat na door:
- de voorgelegde documenten te onderzoeken
- eventueel een gesprek met je te voeren
- eventueel een DNA-test uit te voeren
Er kunnen zich 2 situaties voordoen:
- De dienst Voogdij oordeelt dat er niemand in België is die het ouderlijk gezag of de voogdij over jou uitoefent? Er wordt dan een voogd voor je aangesteld.
- De dienst Voogdij oordeelt dat er wel iemand in België is die het ouderlijk gezag of de voogdij over jou uitoefent? Je wordt dan niet meer begeleid door de dienst Voogdij.
Opgelet! Je kan dus in de praktijk begeleid zijn door iemand en toch geïdentificeerd worden als "niet-begeleid", bijvoorbeeld als je in België bent met een broer, zus, oom... die niet het ouderlijk gezag of de voogdij over jou uitoefent.
De landen van de Europese Economische Ruimte (EER) zijn de 28 landen van de Europese Unie plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
Om als NBMV geïdentificeerd te worden, mag je geen onderdaan zijn van een land van de EER of van Zwitserland.
Je wordt alleen als NBMV beschouwd als je je in één van deze situaties bevindt:
- Je hebt een verzoek om internationale bescherming ingediend.
- Je bent zonder wettig verblijf in België.
In de praktijk wordt deze voorwaarde vaak soepel toegepast.
Identificatie van een niet-begeleide Europese minderjarige
De dienst Voogdij onderzoekt of je jonger bent dan 18 jaar op basis van je verklaringen en de documenten die je bij je hebt.
Twijfelt de dienst Voogdij of één van de overheden bevoegd voor internationale bescherming, toegang tot het grondgebied, en verblijf en verwijdering, of je jonger bent dan 18 jaar? Dan laat de dienst Voogdij een medisch onderzoek uitvoeren.
- Het medisch onderzoek bestaat uit 3 radiografieën: van je gebit, je sleutelbeen en je pols. Het Voogdijbesluit voorziet ook in een psycho-affectieve test, maar in de praktijk gebeurt dat niet.
- Uit het medisch onderzoek wordt je gemiddelde leeftijd afgeleid. Bij twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek wordt met de jongste leeftijd rekening gehouden.
- De kosten van het medisch onderzoek worden betaald door de overheid die het medisch onderzoek gevraagd heeft.
De dienst Voogdij zal ook een gesprek met je voeren, alle documenten die je bij je hebt bekijken, en spreken met je voogd en de maatschappelijke werkers van het opvangcentrum waar je verblijft.
Buitenlandse documenten over de ‘staat van persoon’, zoals een geboorteakte, hebben in principe voorrang op de resultaten van een leeftijdsonderzoek. De staat van een persoon wordt immers beheerd door het nationale recht van die persoon. Wanneer de rechtbank van eerste aanleg een buitenlandse akte (of een buitenlands vonnis) erkent, is de inhoud daarvan bindend voor elke overheid. Lees meer over de erkenning van buitenlandse documenten.
Na het onderzoek neemt de dienst Voogdij een identificatiebeslissing en deelt die aan je mee. Ook DVZ en andere instanties worden op de hoogte gebracht. Er kunnen zich 2 situaties voordoen:
- De dienst Voogdij oordeelt dat je jonger bent dan 18 jaar? Er wordt dan onmiddellijk een voogd voor je aangesteld. In de praktijk is er een wachttijd omdat er een tekort aan voogden is.
- De dienst Voogdij oordeelt dat je 18 jaar of ouder bent? Je wordt dan niet meer begeleid door de dienst Voogdij. Je kan tegen die beslissing van meerderjarigheid in beroep gaan bij de Raad van State binnen 60 dagen.
De dienst Voogdij onderzoekt of je begeleid wordt door iemand die het ouderlijk gezag of de voogdij over je uitoefent. Artikel 35 van het Wetboek IPR bepaalt dat de wet van je gewoonlijke verblijfplaats van toepassing is om die vraag te beantwoorden. Dat is dus meestal het Belgisch recht.
De dienst Voogdij gaat dat na door:
- de voorgelegde documenten te onderzoeken
- eventueel een gesprek met je te voeren
- eventueel een DNA-test uit te voeren
Er kunnen zich 2 situaties voordoen:
- De dienst Voogdij oordeelt dat er niemand in België is die het ouderlijk gezag of de voogdij over jou uitoefent? Er wordt dan een voogd voor je aangesteld.
- De dienst Voogdij oordeelt dat er wel iemand in België is die het ouderlijk gezag of de voogdij over jou uitoefent? Je wordt dan niet meer begeleid door de dienst Voogdij.
Opgelet! Je kan dus in de praktijk begeleid zijn door iemand en toch geïdentificeerd worden als "niet-begeleid", bijvoorbeeld als je in België bent met een broer, zus, oom... die niet het ouderlijk gezag of de voogdij over jou uitoefent.
De landen van de Europese Economische Ruimte (EER) zijn de 28 landen van de Europese Unie plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
Om als NBEM geïdentificeerd te worden, moet je een onderdaan zijn van een land van de EER of Zwitserland.
Als NBEM mag je niet ingeschreven zijn in het vreemdelingenregister of het bevolkingsregister.
Je moet daarnaast:
- ofwel in een procedure zitten tot erkenning als slachtoffer mensenhandel of –smokkel (artikel 61/2, §2, 2e lid Verblijfswet).
- ofwel je in een kwetsbare toestand bevinden. Wat een kwetsbare toestand is, wordt niet gedefinieerd in de Verblijfswet. De dienst Voogdij beoordeelt de kwetsbaarheid geval per geval.
Meer info
Wetgeving
- Asielprocedureverordening 2024/1348 (APR - Engels: Asylum Procedure Regulation)
- Voogdijwet NBM van 24 december 2002
- Artikel 3 Voogdijbesluit NBMV van 22 december 2003
- Omzendbrief van 8 mei 2015 over de signalementsfiche van niet-begeleide minderjarigen
Externe bronnen