Onvoorwaardelijk en onbeperkt verblijfsrecht voor ouder PIB of medisch geregulariseerde

Onvoorwaardelijk en onbeperkt verblijfsrecht

Ten vroegste na 5 jaar kan je een verblijfsrecht van onbeperkte duur bekomen. Heb je de procedure in het buitenland opgestart, dan begint de termijn van vijf jaar te lopen vanaf de afgifte van de eerste A kaart. Als je van de gemeente eerst een bijlage 15 kreeg, nog voor de afgifte van de A kaart, dan start de termijn vanaf de datum op de bijlage 15. Heb je de aanvraag in België ingediend, dan begint de periode van vijf jaar te lopen vanaf de datum van de aanvraag (bijlage 15bis).

Om een verblijfsrecht van onbeperkte duur te krijgen, moet je aantonen dat je stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen hebt. Volgens de Verblijfswet is dat zeker het geval als je stabiele en regelmatige bestaansmiddelen hebt van minstens 120% van het leefloon tarief ‘persoon met een gezin ten laste’. Het bedrag is gekoppeld aan de spilindex van de consumptieprijzen. Momenteel bedraagt het 

2.173,88 euro netto/maand

 

Onder dit bedrag mag DVZ je onbeperkt verblijfsrecht niet automatisch weigeren. DVZ moet eerst een individuele behoefteanalyse maken om te bepalen welke bestaansmiddelen jullie gezin nodig heeft om te voorzien in jullie behoeften, zonder (structureel) ten laste te vallen van de sociale bijstand. Dat volgt uit rechtspraak van het Hof van Jutitie. Je bezorgt dan best alle nuttige gegevens zodat DVZ de financiële toestand van je gezin kan beoordelen. Geef bijvoorbeeld een gedetailleerd overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven en toon aan waarom je gezin niet ten laste zal vallen van de sociale bijstand ondanks het feit dat jullie inkomen lager ligt dan 120% van het leefloon.

Kan je géén stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen bewijzen? Dan zal je A kaart verder verlengd worden tot je kind meerderjarig wordt (zie 'Verlengbare A kaart' infra). 

Wil je meer weten over de inkomenseis?
 

Richtlijn 2003/86/EG

De inkomensvereiste komt voort uit EU-richtlijn 2003/86/EG over gezinshereniging met derdelanders. Volgens de richtlijn mogen lidstaten het bewijs vragen van “stabiele en regelmatige inkomsten die volstaan om het gezin te onderhouden, zonder een beroep te doen op de sociale bijstand van de gastlidstaat”. Volgens het HvJ gaat dit niet om bijzondere, individueel bepaalde of occasionele sociale bijstand maar om algemene, structurele sociale bijstand.  In België kan een gezin met een inkomen van minstens 100% van het leefloon tarief ‘persoon met een gezin ten laste’ niet structureel ten laste vallen van de sociale bijstand in de zin van de richtlijn, zoals geïnterpreteerd door het HvJ.

Belgische Verblijfswet en praktijk DVZ

Volgens de Belgische Verblijfswet heb je toereikende bestaansmiddelen wanneer je een inkomen hebt van minstens 120% van het leefloon tarief ‘persoon met gezin ten laste’  De Verblijfswet legt dus een hogere inkomenseis op dan toegelaten door het Unierecht.

De volgende inkomsten zijn volgens de Verblijfswet uitgesloten en tellen niet mee voor de berekening van de bestaansmiddelen:

  • leefloon
  • maatschappelijke dienstverlening
  • gezinsbijslag
  • wachtuitkering
  • overbruggingsuitkering
  • werkloosheidsuitkering, tenzij je bewijst dat je actief werk zoekt. Je moet niet bewijzen dat je actief werk zoekt als je vrijgesteld bent van de verplichting om beschikbaar te zijn op de arbeidsmarkt, conform artikel 89 en 98bis van het koninklijk besluit werkloosheidsreglementering van 25 november 1991. Dit volgt uit rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. 

Het moet gaan om stabiele en regelmatige bestaansmiddelen. Om die reden weigert DVZ vaak inkomsten uit:

  • interimarbeid (tenzij bij een ononderbroken tewerkstelling van minstens één jaar of na een periode van werkloosheid)
  • tijdelijke arbeidsovereenkomsten
  • een 'artikel 60 tewerkstelling'

DVZ vraagt dat je bij voorkeur bewijzen overmaakt van bestaansmiddelen van de laatste 12 maanden.

Je kan toereikende en stabiele bestaansmiddelen o.m. bewijzen met:

  • loonfiches
  • maaltijdcheques
  • netto huurinkomsten. Hoe dit precies berekend wordt vind je op de website van DVZ.
  • het meest recente aanslagbiljet in de personenbelasting
  • een arbeidscontract
  • rekeninguittreksels
  • pensioenfiches
  • bewijzen van het actief zoeken naar werk, in combinatie met het bewijs van de werkloosheidsuitkering
  • inkomsten uit een zelfstandige activiteit moeten met specifieke documenten bewezen worden. Je vindt een gedetailleerd overzicht van de vereiste bewijzen op de website van DVZ.

DVZ houdt alleen rekening met jouw eigen bestaansmiddelen en niet met eventuele inkomsten van derden. Deze praktijk staat op gespannen voet met rechtspraak van het Hof van Justitie. Uit een arrest van de Raad van State volgt dat DVZ ook rekening moet houden met inkomsten je ontvangt van een familielid, bv. via een doorlopende opdracht. 

Voor meer info, lees ons rechtspraakoverzicht over de bestaansmiddelenvoorwaarde bij gezinshereniging.

Om een onbeperkt verblijfsrecht te bekomen moet nog steeds samenwonen met je kind. Dat volgt uit de Belgische Verblijfswet. EU-richtlijn 2003/86/EG legt strikt genomen géén samenwoonstverplichting op: wel moet je een 'werkelijk gezinsleven' (blijven) onderhouden met het gezinslid dat je vervoegt. Het HvJ preciseerde al dat bij gezinshereniging met een erkend vluchteling die tijdens de asielprocedure meerderjarig is gewondenhet begrip 'werkelijk gezinsleven' niet betekent dat een meerderjarig geworden kind en zijn ouder(s) moeten samenwonen of eenzelfde huishouden delen: incidentele bezoeken en regelmatige contacten kunnen volstaan. Het is ook niet nodig dat ouders en kind mekaar financieel ondersteunen. 

Het HvJ deed nog geen uitspraak over de samenwoonstverplichting van kinderen die tijdens de periode van beperkt verblijf meerderjarig zijn geworden. In de praktijk verlengt DVZ de A kaart van de ouders wanneer er nog een werkelijk gezinsleven is en de ouders voldoende inspanningen leveren om te integreren (taal, tewerkstelling, enz.).

Van zodra je vijf jaar een beperkt verblijfsrecht hebt kan je je aanmelden bij de gemeente om een B kaart te vragen, ook als je A kaart nog geldig is. Je moet de documenten overmaken waaruit blijkt dat je (nog steeds) voldoet aan de voorwaarden.

DVZ kan twee beslissingen nemen. Ofwel krijg je een onbeperkt verblijfsrecht. Ofwel wordt je A kaart verder verlengd.

Heb je stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen? En heb je nog een 'werkelijk gezinsleven' met het kind dat je vervoegde? Dan heb je recht op een onbeperkt verblijf dat definitief is en onvoorwaardelijk. Dat betekent dat je niet langer moet voldoen aan de voorwaarden om je verblijfsrecht te behouden. De gemeente geeft je een elektronische B kaart. De kaart is geldig voor 5 jaar.

Kan je na vijf jaar nog geen stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen bewijzen dan zal je A kaart éénmalig met één jaar verlengd worden. Nadien zal je A kaart telkens met één jaar verlengd worden als je beschikt over toereikende bestaansmiddelen, om niet ten laste te vallen van de openbare overheden, een ziektekostenverzekering, en voor zover je bewijst geen gevaar te vormen voor de openbare orde en/of de nationale veiligheid. (art. 13, §1, lid 3 Vw). 

In de praktijk wordt een onderscheid gemaakt tussen de situatie waarbij de NBMV nog minderjarig is en het geval waarbij de NBMV ondertussen al meerderjarig is. 

Is de NBMV nog minderjarig dan zal DVZ je A kaart verlengen tot je kind meerderjarig wordt (zonder bijkomende voorwaarden). Nadien zal DVZ je persoonlijke situatie onderzoeken. 

Is het kind al meerderjarig op het ogenblik dat een onbeperkt verblijfsrecht wordt gevraagd en is niet voldaan aan de vereiste van voldoende bestaansmiddelen, dan zal je éénmalig een A kaart van één jaar krijgen. Nadien moet je o.a. toereikende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering aantonen om je verblijfsrecht te behouden. Kan je deze zaken niet aantonen, dan zal DVZ een evenredigheidstoets moeten uitvoeren waarbij het rekening moet houden me je individuele omstandigheden. 

Wanneer je na vijf jaar niet in aanmerking komt voor een B kaart, kom je misschien wel in aanmerking voor een L kaart als langdurig ingezeten derdelander. De inkomenseis voor een L kaart is immers (veel) lager dan de inkomenseis voor een B kaart. Een L kaart geldt als bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister. Je hebt dan een onvoorwaardelijk en onbeperkt verblijfsrecht, net als bij de B kaart. Kijk hier na of je voldoet aan de voorwaarden voor de status van langdurig ingezeten derdelander.

DVZ kan je onbeperkt verblijfsrecht beëindigen in de volgende gevallen:

  • de gezinshereniger pleegde fraude 
  • het staat vast dat er een schijnadoptie plaats vond
  • je bent een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Je gedrag moet een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging zijn voor een fundamenteel belang van de samenleving.

Daarnaast kan DVZ je verblijfsrecht retroactief intrekken als je zelf fraude pleegde die bijgedragen heeft tot de erkenning van je verblijfsrecht. 

Voordat DVZ je verblijfsrecht beëindigt of intrekt zal hij je schriftelijk vragen om eventuele relevante informatie, die het nemen van de beslissing kan verhinderen of beïnvloeden, over te maken. Op de hoorplicht bestaan wel een aantal wettelijke uitzonderingen. Ook moet DVZ altijd rekening houden met al jouw individuele omstandigheden, zoals:

  • de aard en de hechtheid van je gezinsband
  • de duur van je verblijf in België
  • het bestaan van familiale-, culturele of sociale banden met je land van herkomst

Als je verblijfsrecht beëindigd wordt om redenen van openbare orde of nationale veiligheid, moet DVZ altijd rekening houden met:

  • de ernst of de aard van de inbreuk op de openbare orde of nationale veiligheid
  • het gevaar dat van je uitgaat 
  • de duur van je verblijf in België
  • het bestaan van banden met België
  • het ontbreken van banden met je land van oorsprong
  • je leeftijd
  • de gevolgen voor jou en je gezinsleden

In principe krijg je 15 dagen de tijd vanaf de ontvangst van de brief van DVZ om relevante informatie schriftelijk over te maken. Heb je belangrijke informatie over je banden met België? Of over je gezinssituatie? Dan meld je dat best in je antwoord, samen met de bewijzen hiervan.

Je kan tegen de beslissing van DVZ om je verblijfsrecht te beëindigen of in te trekken of tegen de weigering om een B kaart te geven, een beroep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Je moet dat doen binnen 30 dagen. Het beroep is alleen automatisch schorsend wanneer DVZ je onbeperkt verblijfsrecht beëindigt omdat het gaat om een schijnadoptie. Behalve wanneer de beslissing steunt op ‘dwingende redenen van nationale veiligheid’. In dat geval en in alle andere gevallen is het beroep niet automatisch schorsend. Als je geen beroep instelt binnen de beroepstermijn of je beroep verworpen wordt door de RvV, kan DVZ een BGV afgeven en moet je het grondgebied verlaten. Anders kan je gedwongen uitgewezen worden.