Voorwaarden gezinshereniging minderjarig kind derdelander (art 10)
Voorwaarden en documenten
Je moet je identiteit bewijzen. Dat doe je normaal met een door België erkend reisdocument (bv. paspoort). Je reisdocument moet nog minstens 12 maanden geldig zijn op het moment van de afgifte van het visum gezinshereniging. Het visum D gezinshereniging is zelf ook 12 maanden geldig. De geldigheidsduur van het reisdocument mag dus niet korter zijn dan de geldigheidsduur van het visum.
Je moet een kopie voorleggen van de verblijfsvergunning van de gezinshereniger in België die je wil vervoegen.
Je bent het kind van de gezinshereniger die je wil vervoegen of van zijn echtgenoot of (al dan niet gelijkgestelde) wettelijk geregistreerde partner.
Je bewijst dat met een geboorteakte of een adoptieakte (en eventueel een erkenningsakte).
Pleegkinderen of kinderen onder buitenlandse voogdij hebben volgens DVZ géén recht op gezinshereniging. Wel kunnen zij onder bepaalde voorwaarden met een humanitair visum naar België komen.
Heb je geen Belgische maar een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Ga dit na op de website van de FOD Buitenlandse zaken. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.
Let op! Je buitenlandse akte zal ook moeten worden voorgelegd aan de Belgische gemeente waar je (stief)ouder woont. Dat kan alleen als de akte vertaald is in de taal van die gemeente (zoals bepaald door de Belgische taalwetgeving). Voorbeeld: een Nigeriaanse akte opgesteld in het Engels kan je gebruiken om een visum gezinshereniging aan te vragen. Maar om de akte te laten registreren in Antwerpen, moet de akte vertaald worden naar het Nederlands.
Als je geen officiële akte kan voorleggen, kan DVZ rekening houden met ‘andere geldige bewijzen’.
Voorbeelden van andere geldige bewijzen zijn:
- een geboortecertificaat of geboorteattest
- een huwelijksakte, opgesteld door de Belgische ambtenaar voor de burgerlijke stand, waarin de afstammingsband vermeld wordt
- een notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid
- een affidavit
- een nationale identiteitskaart die de afstammingsband vermeldt
- een huwelijkscontract waarin de afstammingsband vermeld wordt
- uittreksels van de geboorteregisters
- een vervangend vonnis
De omstandigheid dat je geen officiële documenten kan voorleggen moet ontstaan zijn onafhankelijk van je wil. Dat is zo in de volgende gevallen:
- België erkent het betrokken land niet.
- Je persoonlijke situatie is moeilijk verzoenbaar met een terugkeer naar de betrokken staat of met een contact met zijn overheden.
Soms maakt de interne situatie van het betrokken land het niet mogelijk om een officiële akte voor te leggen, doordat:
- de documenten vernietigd werden en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen.
- de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren.
- de bevoegde nationale overheden niet meer bestaan.
Als je ook geen ‘andere geldige bewijzen’ kan voorleggen, kan DVZ of de Belgische ambassade je uitnodigen voor een gesprek en kan DVZ overgaan tot elk ander onderzoek dat het nodig vindt. In laatste instantie kan DVZ voorstellen om een DNA-analyse te laten uitvoeren.
Kan je wel een buitenlandse geboorte- of adoptieakte (en eventueel erkenningsakte) voorleggen? Dan moet België die akte (willen) erkennen. In principe gebeurt dat de plano door de Belgische overheid aan wie de akte voorgelegd wordt (bv. DVZ of de gemeente). 'De plano' wil zeggen: elke overheid kan autonoom over de erkenning oordelen zonder dat er eerst een procedure voor de rechter gevoerd moet worden. Behalve in het geval van een buitenlandse adoptieakte: daar gebeurt de erkenning uitsluitend door de Federale Centrale Autoriteit. Tot slot wordt bij de erkenning van buitenlandse afstammingsbanden soms een onderzoek gevoerd naar frauduleuze intenties van de betrokkenen.
> Wil je een familiesituatie die je in het buitenland geregeld hebt in België laten erkennen?
> Lees meer over de erkenning van een buitenlandse afstamming.
> Lees meer over de erkenning van een buitenlandse adoptie.
Je (stief)ouder in België moet al minstens 12 maanden gemachtigd of toegelaten zijn tot een verblijf in België. Zowel periodes van beperkt, als onbeperkt verblijfsrecht komen in aanmerking. Hierdoor is bijna in alle gevallen voldaan aan deze voorwaarde.
Er is géén wachttijd van 12 maanden wettig verblijf als je het gemeenschappelijk minderjarig kind bent van de gezinshereniger en zijn echtgenoot of partner.
Ten gevolge van rechtspraak van het Hof van Justitie kan/zal DVZ je aanvraag niet weigeren enkel en alleen omdat niet voldaan is aan de voorwaarde van de wachttijd.
Je bent jonger dan 18 jaar. Je leeftijd wordt beoordeeld op het moment van je aanvraag gezinshereniging . Je bewijst je leeftijd met een paspoort of geboorteakte.
Als je jonger bent dan 18 jaar op het moment van de aanvraag gezinshereniging moet je ouder het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, over je uitoefenen. In de meeste gevallen behoort dit toe aan de (beide) ouders. Bij een gedeeld ouderlijk gezag moet de andere ouder zijn toestemming geven dat het kind in België komt wonen bij de ene ouder. Een niet-gelegaliseerde schriftelijke verklaring (in het Nederlands, Frans, Duits of Engels) volstaat in de praktijk. Als de andere ouder verdwenen is (bij gedeeld ouderlijk gezag) moet je een officieel document hebben van de instanties van het land van herkomst waarin dat bevestigd wordt. Of je bewijst de afwezigheid met een rechterlijke beslissing.
Heeft je ouder hier het exclusieve ouderlijke gezag? Dan moet hij dat bewijzen overeenkomstig het recht van de gewone verblijfplaats van de minderjarige, meestal aan de hand van een rechterlijke beslissing.
Je moet ongehuwd zijn. Je bewijst dat met een attest van ongehuwdheid. Of eventueel met een echtscheidingsvonnis of overlijdensakte. Je moet dit bewijs alleen leveren als je volgens het recht van je land van herkomst de leeftijd bereikt hebt waarop je kan huwen.
Heb je een buitenlands attest of buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Ga dit na op de website van de FOD Buitenlandse zaken. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.
Ben je een kind uit een vorig huwelijk of relatie van de ouder die zich laat vervoegen of van zijn echtgenoot of partner? Dan moet je volgens de Verblijfswet 'ten laste' zijn van je ouder. In de praktijk zou DVZ dit bewijs niet vragen en gaat het er vanuit dat ongehuwde minderjarige kinderen sowieso ten laste zijn van hun ouders.
Als je minderjarig bent op het moment van de aanvraag gezinshereniging en je vraagt 'alleen' gezinshereniging, dan moet je géén bestaansmiddelen bewijzen. 'Alleen' betekent dat er gelijktijdig met jouw aanvraag geen aanvraag ingediend wordt door een ander gezinslid voor wie wél een voorwaarde van bestaansmiddelen geldt. Opgelet: als je het minderjarig kind bent uit een vorige relatie van de wettelijke partner van je stiefouder, geldt er wél een voorwaarde van stabiele en toereikende bestaansmiddelen.
Als je niet geniet van bovenstaande vrijstelling moet je bewijzen dat de gezinshereniger stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen heeft om zichzelf en zijn gezin te onderhouden en niet ten laste te vallen van de sociale bijstand. Volgens de Verblijfswet is dat zeker het geval als de gezinshereniger stabiele en regelmatige bestaansmiddelen heeft van minstens 120% van het leefloon tarief ‘persoon met een gezin ten laste’. Het bedrag is gekoppeld aan de spilindex van de consumptieprijzen. Momenteel bedraagt het
2.173,88 euro netto/maand
Onder dit bedrag mag DVZ de aanvraag gezinshereniging niet automatisch weigeren. DVZ moet eerst een individuele behoefteanalyse maken om te bepalen welke bestaansmiddelen jullie gezin nodig heeft om te voorzien in jullie behoeften, zonder (structureel) ten laste te vallen van de sociale bijstand. Dit volgt uit het arrest Chakroun. Je bezorgt dan best bij je aanvraag gezinshereniging alle nuttige gegevens zodat DVZ de financiële toestand van je gezin kan beoordelen. Geef bijvoorbeeld een gedetailleerd overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven en toon aan waarom je gezin niet ten laste zal vallen van de sociale bijstand ondanks het feit dat jullie inkomen lager ligt dan 120% van het leefloon.
Als de gezinshereniger aantoont dat hij een inkomen heeft dat gelijk is aan of hoger dan het wettelijke referentiebedrag, dan hoef je geen bijkomende bewijzen toe te voegen. Dit volgt uit rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.
Richtlijn 2003/86/EG
De inkomensvereiste komt voort uit EU-richtlijn 2003/86/EG over gezinshereniging met derdelanders. Volgens de richtlijn mogen lidstaten het bewijs vragen van “stabiele en regelmatige inkomsten die volstaan om het gezin te onderhouden, zonder een beroep te doen op de sociale bijstand van de gastlidstaat”. Volgens het HvJ gaat dit niet om bijzondere, individueel bepaalde of occasionele sociale bijstand maar om algemene, structurele sociale bijstand. In België kan een gezin met een inkomen van minstens 100% van het leefloon tarief ‘persoon met een gezin ten laste’ niet structureel ten laste vallen van de sociale bijstand in de zin van de richtlijn, zoals geïnterpreteerd door het HvJ.
Belgische Verblijfswet en praktijk DVZ
Volgens de Belgische Verblijfswet heeft de gezinshereniger toereikende bestaansmiddelen wanneer hij een inkomen heeft van minstens 120% van het leefloon tarief ‘persoon met gezin ten laste’
De volgende inkomsten zijn volgens de Verblijfswet uitgesloten en tellen niet mee voor de berekening van de bestaansmiddelen:
- leefloon
- maatschappelijke dienstverlening
- gezinsbijslag
- wachtuitkering
- overbruggingsuitkering
- werkloosheidsuitkering, tenzij je gezinslid bewijst dat hij of zij actief werk zoekt. De gezinshereniger moet niet bewijzen dat hij actief op zoek is naar werk als hij vrijgesteld is van de verplichting om beschikbaar te zijn op de arbeidsmarkt, conform artikel 89 en 98bis van het koninklijk besluit werkloosheidsreglementering van 25 november 1991. Dit volgt uit rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.
Het moet gaan om stabiele en regelmatige bestaansmiddelen. Om die reden weigert DVZ vaak inkomsten uit:
- interimarbeid (tenzij bij een ononderbroken tewerkstelling van minstens één jaar of na een periode van werkloosheid)
- tijdelijke arbeidsovereenkomsten
- een 'artikel 60 tewerkstelling'
DVZ vraagt dat je bij voorkeur bewijzen overmaakt van bestaansmiddelen van de laatste 12 maanden.
Je kan toereikende en stabiele bestaansmiddelen o.m. bewijzen met:
- loonfiches
- maaltijdcheques
- netto huurinkomsten. Hoe dit precies berekend wordt vind je op de website van DVZ.
- het meest recente aanslagbiljet in de personenbelasting
- een arbeidscontract
- rekeninguittreksels
- pensioenfiches
- bewijzen van het actief zoeken naar werk, in combinatie met het bewijs van de werkloosheidsuitkering
- inkomsten uit een zelfstandige activiteit moeten met specifieke documenten bewezen worden. Je vindt een gedetailleerd overzicht van de vereiste bewijzen op de website van DVZ.
DVZ houdt alleen rekening met de eigen bestaansmiddelen van het gezinslid in België dat je komt vervoegen en dus niet met jouw inkomsten of eventuele inkomsten van derden. Deze praktijk staat op gespannen voet met rechtspraak van het Hof van Justitie. Uit een arrest van de Raad van State volgt dat DVZ ook rekening moet houden met inkomsten die de gezinshereniger ontvangt van een familielid, bv. via een doorlopende opdracht.
Voor meer info, lees ons rechtspraakoverzicht over de bestaansmiddelenvoorwaarde bij gezinshereniging.
De gezinshereniger in België moet over voldoende huisvesting beschikken om je op te vangen. Je bewijst dit met één van de volgende documenten:
- een kopie van het geregistreerd huurcontract van de woning waar de gezinshereniger zijn hoofdverblijfplaats (domicilie) heeft:
- Een huurcontract moet geregistreerd zijn op het registratiekantoor. De registratie is een verplichting van de verhuurder. Maar ook de huurder kan het zelf laten registreren. Lees hier meer over de registratieprocedure.
- Let op! Het attest van MyRent (= bewijs registratie) is niet voldoende. De aanvrager moet zowel het huurcontract, als het bewijs van registratie voorleggen.
- een kopie van de notariële eigendomsakte van de woning waar de gezinshereniger zijn hoofdverblijfplaats (domicilie) heeft:
- De eigendomsakte moet een notariële akte zijn. Een onderhandse verkoopakte (bijvoorbeeld een compromis) wordt niet aanvaard.
- In de praktijk aanvaardt DVZ ook een bankattest met betrekking tot het hypothecair krediet als bewijs van huisvesting, op voorwaarde dat de naam van de gezinshereniger en het adres van het goed vermeld op het attest overeenkomt met het domicilieadres van de gezinshereniger in het rijksregister.
- In de praktijk aanvaardt DVZ ook een attest met betrekking tot de betaling van de onroerende voorheffing (kadastraal inkomen), op voorwaarde dat het adres van het goed vermeld op het attest overeenkomt met het domicilieadres van de gezinshereniger in het rijksregister.
Als de woning onbewoonbaar verklaard is, weigert DVZ je aanvraag.
Zorg ervoor dat je bewijzen actueel zijn.
Leg de bewijzen van huisvesting voor van het adres waar de gezinshereniger effectief woont op het moment van de aanvraag gezinshereniging. Het heeft geen zin om een huurcontract of eigendomsakte af te geven van een woning waar je gezin pas later zal intrekken (bijv. na de gezinshereniging). Zelfs al is die woning ruimer en beter geschikt. Op de wachtlijst staan voor een sociale woning, voldoet niet als bewijs. Wanneer de gezinshereniger reeds in een (te kleine) sociale woning woont, kan hij wel een attest bekomen van de sociale huisvestingsmaatschappij waarin staat dat het gezin, na aankomst van de familieleden in België, prioritair een aangepaste (lees: grotere) sociale woning kunnen krijgen. De huurder dient de huisvestingsmaatschappij uiteraard wel te informeren over de lopende aanvraag gezinshereniging of de intentie om een aanvraag gezinshereniging in te dienen. Dit attest van de sociale huisvestingsmaatschappij wordt door DVZ wel aanvaard.
In de praktijk eist DVZ niet dat de gezinshereniger zelf als huurder vermeld staat in het geregistreerd huurcontract of als eigenaar in de notariële verkoopakte. Het volstaat dat hij op dat adres woont en dat dit blijkt uit het rijksregister. De persoon die als huurder vermeld staat in de huurovereenkomst of als eigenaar in de notariële eigendomsakte moet wel een familielid zijn van de persoon die je in België komt vervoegen.
DVZ, niet de gemeente, oordeelt of er voldoende huisvesting is. De gemeente gaat alleen na of je de vereiste documenten overmaakte (als je de aanvraag gezinshereniging in België indient).
Jij en de gezinshereniger moeten beiden verzekerd zijn voor ziektekosten in België.
Bij een aanvraag in België kan je dat bewijs leveren met:
- het bewijs van aansluiting bij een Belgisch ziekenfonds van jezelf en de gezinshereniger.
- een privéziekteverzekering. De privéziekteverzekering dekt de risico’s in België gedurende minstens 3 maanden, voor een bedrag van 30.000 euro. Je moet ook bewijzen dat de gezinshereniger aangesloten is bij een Belgisch ziekenfonds.
- een buitenlandse ziekteverzekering. De buitenlandse ziekteverzekering moet de risico’s in België dekken. DVZ vermeldt de buitenlandse ziekteverzekering niet op zijn website als mogelijk bewijs, maar de Verblijfswet sluit dat niet uit. Je moet ook bewijzen dat de gezinshereniger aangesloten is bij een Belgisch ziekenfonds.
Bij een aanvraag in het buitenland kan je het bewijs leveren met:
- een modelattest van het Belgisch ziekenfonds van de gezinshereniger. Het modelattest bevestigt dat jij je in België kan aansluiten bij het ziekenfonds vanaf je aankomt in België. Dit is alleen mogelijk voor de echtgenoot ten laste en kinderen jonger dan 25 jaar van de (verzekerde) gezinshereniger.
- een privéziekteverzekering. De privéziekteverzekering dekt de risico’s in België gedurende minstens 3 maanden, voor een bedrag van 30.000 euro. Je moet ook bewijzen dat de gezinshereniger aangesloten is bij een Belgisch ziekenfonds.
- een buitenlandse ziekteverzekering. De buitenlandse ziekteverzekering moet de risico’s in België dekken. De DVZ vermeldt de buitenlandse ziekteverzekering niet op zijn website als mogelijk bewijs, maar de Verblijfswet sluit dat niet uit. Je moet ook bewijzen dat de gezinshereniger aangesloten is bij een Belgisch ziekenfonds.
Je mag geen gevaar vormen voor de volksgezondheid. Om die reden mag je niet lijden aan één van de ziekten opgesomd in de bijlage bij de Verblijfswet. Je bewijst dat met een medisch attest dat bevestigt dat je niet lijdt aan een ziekte die een gevaar vormt voor de Belgische volksgezondheid. Het mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Het attest kan opgesteld worden door een arts die erkend is door de Belgische ambassade. Contacteer de ambassade om te weten op welke arts je een beroep kan doen. Als je voor een niet-erkende geneesheer kiest moet je zijn handtekening laten legaliseren door de bevoegde plaatselijke overheid. Nadien moet je de handtekening van deze overheid laten legaliseren door de Belgische diplomatieke post. Ben je al in België? Dan kan je een medisch attest laten opmaken door een arts naar keuze in België.
Je moet komen samenwonen met de gezinshereniger in België. Dat volgt uit de Belgische Verblijfswet. EU-richtlijn 2003/86/EG (Gezinsherenigingsrichtlijn) legt strikt genomen géén samenwoonstverplichting op: wel moet je een 'werkelijk huwelijks- of gezinsleven' (blijven) onderhouden met de gezinshereniger die je vervoegt. Het HvJ preciseerde al dat bij gezinshereniging met een erkend vluchteling het begrip 'werkelijk gezinsleven' niet betekent dat een (tijdens de asielprocedure) meerderjarig geworden kind en zijn ouder(s) moeten samenwonen of eenzelfde huishouden delen: incidentele bezoeken en regelmatige contacten kunnen volstaan. Het is ook niet nodig dat ouders en kind mekaar financieel ondersteunen. Of er sprake is van een werkelijk gezinsleven moet per geval beoordeeld worden, in het licht van alle relevante elementen en de doelstellingen nagestreefd door de Gezinsherenigingsrichtlijn. De juridische verwantschapsband tussen ouder en kind volstaat in ieder geval niet om een werkelijk gezinsleven te bewijzen aldus het HvJ.
De memorie van toelichting bij de Verblijfswet bevestigt dat de voorwaarde van samenwoonst vervalt wanneer het gaat om een minderjarige die meerderjarig wordt tijdens of kort na (= maximum drie maanden erna) de procedure internationale bescherming of verblijfsprocedure wegens staatloosheid van ouder of kind.
Meer info
Wetgeving