Cass: verantwoordelijkheid OCMW sluit verantwoordelijkheid Fedasil voor medische hulp niet uit

In het kort

In arresten van 24-11-2025 oordeelt het Hof van Cassatie dat Fedasil medeverantwoordelijk blijft voor medische hulp aan een verzoeker om internationale bescherming wanneer het OCMW bevoegd is voor maatschappelijke dienstverlening na de vernietiging van een beslissing van Fedasil die weigert een verplichte plaats van inschrijving toe te kennen. Het hof besliste in 9 andere gelijkaardige zaken in dezelfde zin.

Fedasil: oneigenlijke toekenning Code 207 No Show

Een verzoeker om internationale bescherming diende op 5 januari 2024 een verzoek om internationale bescherming (VIB). Op 19 januari 2024 nam Fedasil een beslissing ‘207 No Show’ omwille van een gebrek aan opvangplaatsen in de context van de opvangcrisis. De verzoeker vroeg maatschappelijke dienstverlening bij het OCMW van Luik. Die werd geweigerd, omwille van de Code 207 No Show (die duidt op een bevoegdheid van Fedasil). De verzoeker tekende beroep aan in kort geding tegen de beslissing van Fedasil.

Op 25 juni 2024 vernietigde de arbeidsrechtbank van Luik de beslissing. Fedasil tekende beroep aan tegen deze beschikking bij het arbeidshof. De verzoeker tekende eveneens incidenteel beroep aan.

Arbeidshof: arrest geldt als niet-toewijzing verplichte plaats van inschrijving, maar behoud van recht op medische begeleiding door Fedasil 

Het arbeidshof stelde vast dat de beslissing van Fedasil uit drie delen bestond: 

  • een beslissing tot niet-toewijzing van een verplichte opvangplaats,
  •  een beslissing tot toekenning van een “Code 207 No-Show” en
  •  een beslissing tot toekenning van het recht op medische begeleiding. 

Het hof stelde vast dat de twee eerste delen de verzoeker verhinderden om maatschappelijke dienstverlening van hetzij Fedasil, hetzij het OCMW te krijgen. Het arbeidshof volgde de arbeidsrechtbank wat betreft de beslissing om deze onderdelen van de beslissing van Fedasil te vernietigen. Wat betreft het derde onderdeel, besloot het hof evenwel dat het niet in het belang van de verzoeker zou zijn om dit te vernietigen. Het behield daarom dit onderdeel van de beslissing.

Het arbeidshof besliste tot slot dat het arrest als beslissing van niet-toewijzing van een verplichte plaats van inschrijving gold, om te verzekeren dat de verzoeker toegang zou hebben tot de hulp waarop hij recht heeft.

Fedasil stapte daarop naar het Hof van Cassatie. Het stelde dat het OCMW, als gevolg van het arrest van het arbeidshof, als enige bevoegd was geworden voor de toekenning van maatschappelijke hulp aan de verzoeker, inclusief voor medische hulp. Volgens Fedasil zijn de hulpverlening van het OCMW en van Fedasil niet cumuleerbaar en sluit de bevoegdheid van de ene de verantwoordelijkheid van de andere uit. 

Cass: bevoegdheid OCMW voor maatschappelijke hulpverlening sluit verantwoordelijkheid Fedasil niet uit

Het Hof van Cassatie herinnert eerst aan verschillende bepalingen uit de Opvangwet:

  • Artikel 4 Opvangwet waarborgt in elk geval het recht op medische begeleiding en een menswaardig levensniveau, zelfs bij beperking of intrekking van materiële hulp.
  •  Artikel 25 Opvangwet maakt Fedasil uitdrukkelijk bevoegd voor de medische begeleiding van asielzoekers, ongeacht de concrete opvangstructuur, en zelfs wanneer de betrokkene niet verblijft in de hem toegewezen structuur.

Ze herhaalt ook het kader rond de bevoegdheid van het OCMW:

  • Artikel 57ter OCMW-wet sluit de bevoegdheid van het OCMW uit zolang de verzoeker materiële opvang geniet in een door Fedasil aangewezen structuur, of wanneer die op basis van artikel 4 opvangwet uitgesloten is van materiële hulp. Wanneer die voorwaarden niet vervuld zijn, rust de bevoegdheid voor materiële hulp in beginsel op het OCMW.

Het Hof van Cassatie preciseert dat uit geen enkele wettelijke bepaling volgt dat, wanneer een rechter de onwettige niet-toewijzing (oneigenlijke code 207 no show) aan een opvangplaats vernietigt, Fedasil volledig en exclusief wordt ontslagen van elke bevoegdheid over de medische begeleiding. Geen enkele bepaling stelt dat, wanneer een OCMW bevoegd is voor maatschappelijke hulpverlening aan een verzoeker om internationale bescherming, de verantwoordelijkheid van Fedasil voor het verzekeren van medische hulp uitgesloten is.

Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen