Hervorming asielgrensprocedure
In het kort
Het Migratie- en asielpactbeoogt onder andere het tegengaan van onwettige migratie en het versterken van de Europese buitengrenzen. Het is de bedoeling van het pact om zoveel mogelijk verzoeken om internationale bescherming (VIB) aan de grens te behandelen. De Asiel- en migratiebeheerverordening(hierna: AMMR) verplicht de verzoeker dan ook om zijn verzoek te doen en te laten registreren in de lidstaat van eerste binnenkomst. Opverzoeken aan de grens kunnen de lidstaten de asielgrensprocedure toepassen. Omdat de oude Procedurerichtlijn 2013/32 hierover zeer beknopt is, bespreken we in dit nieuwsbericht de veranderingen en geven we een overzicht van de nieuwe asielgrensprocedure zoals voorzien in de Asielprocedureverordening(hierna: APR), die in werking treedt op 12-6-2026.
Het artikel over de Hervorming asielprocedure op het grondgebied kan je hier lezen.
Toepassingsgebied
APR voorziet de mogelijkheid om de grensprocedure toe te passen in volgende gevallen:
- Na de indiening van een verzoek aan de grens
- Na een aanhouding ten gevolge van een onwettige overschrijding van de buitengrens
- Na een ontscheping op het grondgebied ten gevolge van een opsporings- en reddingsoperatie
- Na een herplaatsing in het kader van het solidariteitsmechanisme. Het solidariteitsmechanisme, zoals uiteengezet in AMMR, is op dit ogenblik nog niet geactiveerd.
Op alle verzoeken die in België aan de grens worden gedaan, wordt de asielgrensprocedure toegepast. De buitengrenzen in België zijn:
- Luchthavens
- Brussel-Nationaal (Zaventem)
- Oostende
- Deurne
- Bierset (Luik)
- Gosselies (Charleroi)
- Wevelgem
- Havens
- Antwerpen
- Oostende
- Zeebrugge
- Nieuwpoort
- Gent
- Blankenberge
- Stations
- Brussel-Zuid
Mogelijke beslissingen
In de grensprocedure beslist het CGVSover:
- de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming.
- de gegrondheid van een verzoek voor zover de versnelde procedure kan worden toegepast.
Kan het verzoek niet behandeld worden in een ontvankelijkheidsprocedure of in de versnelde procedure dan beslist het CGVS dat verder onderzoek noodzakelijk is en moet verzoeker toegelaten worden tot het grondgebied. Het verzoek zal dan verder behandeld worden in de standaardprocedure.
Verplichte toepassing
De grensprocedure moet verplicht worden toegepast:
- als de verzoeker beschouwd wordt als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde. Hierbij moeten de lidstaten passende maatregelen nemen om de eenheid van het gezin zoveel mogelijk te bewaren.
- als de verzoeker de autoriteiten opzettelijk misleid.
- als de verzoeker afkomstig is van een land waar minder dan 20% van de VIB op Europees niveau worden goedgekeurd.
In de laatste twee gevallen kan er afgeweken worden van de verplichting om de grensprocedure toe te passen als de toereikende capaciteit of het jaarlijks maximumaantal verzoeken is bereikt. Bij een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde kan er nooit worden afgeweken van de asielgrensprocedure.
Uitzonderingen
Naast de verplichtingen om de asielgrensprocedure toe te passen voorziet APR ook in een aantal waarborgen en uitzonderingen.
- De asielgrensprocedure mag enkel op een niet-begeleide minderjarige (NBMV) worden toegepast als deze een gevaar zou vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde.
- De asielgrensprocedure mag niet (of niet verder) worden toegepast:
- als de gronden voor het afwijzen van het verzoek als niet-ontvankelijk of voor het toepassen van de versnelde behandelingsprocedure niet meer voorhanden zijn.
- als verzoekers met bijzondere opvangbehoeften of verzoekers met bijzondere procedurele waarborgen niet de nodige ondersteuning kunnen krijgen.
- er relevante medische redenen zijn, waaronder redenen i.v.m. geestelijke gezondheid.
- niet langer aan de waarborgen en voorwaarden voor bewaring wordt voldaan.
Als in bovenstaande gevallen de grensprocedure niet meer mag worden toegepast moet de verzoeker tot het grondgebied worden toegelaten.
Om de naleving van deze waarborgen en andere grondrechten binnen de asielgrensprocedure te garanderen verplicht APR de lidstaten om in een mechanisme voor toezicht te voorzien.
Locaties
Verzoekers in de grensprocedure worden verplicht om in locaties aan of in de nabijheid van de buitengrens of in transitzones of op andere aangewezen locaties op het grondgebied, te verblijven. De verzoeker kan dus geplaats worden in een centrum op het grondgebied alhoewel hij geen toestemming heeft om het grondgebied te betreden (juridische fictie van niet binnenkomst op het EU-grondgebied).
Deze juridische fictie bestond al België. Een verzoeker die aan de grens een VIB indient en waarop de asielgrensprocedure van toepassing is zal in één van de gesloten centra opgevangen opgevangen. Dat kan een gesloten centrum op het grondgebied zijn. De lijst van gesloten centra die beheert worden door DVZ is terug te vinden op hun website. Gezinnen met kinderen worden opgevangen in woonunits. Verzoekers met een terreurprofiel worden ondergebracht in het gesloten centrum van Vottem. Als in de gesloten centra niet kan worden tegemoetgekomen aan de procedurele noden van iemand met een kwetsbaar profiel, dan zal die worden ondergebracht in een aangepaste opvang op het grondgebied en zal de asielgrensprocedure niet langer van toepassing zijn.
Beroepsprocedure en termijnen
Verzoeken waarop de asielgrensprocedure wordt toegepast worden binnen de 5 dagen na de registratie of na de overdracht in de AMMR-procedure, ingediend. De niet-naleving van deze termijn heeft geen gevolgen voor de verder toepassing van de grensprocedure.
Tegen een beslissing van het CGVS in de asielgrensprocedure kan de verzoeker een niet automatisch-schorsend beroep indienen bij de RvV. Dit beroep zal behandeld worden in de ‘urgente procedure’ (art. 2.28, § 1, 1° RvV-wet). In het verzoekschrift tot vernietiging kan de verzoeker bij wijze van voorlopige maatregel ‘de toestemming vragen om te blijven’ (art. 2.29, § 2, eerste alinea RvV-Wet). Tijdens de procedure om uitspraak te doen over het verzoek om te mogen blijven, kan de verzoeker niet worden verwijderd van het grondgebied. Als de verzoeker toestemming krijgt om te blijven is het beroep schorsend.
De grensprocedure moet binnen de 12 weken worden voltooid. De beroepsprocedure is in deze termijn inbegrepen als de verzoeker de ‘toestemming krijgt om te blijven’ (= schorsend-beroep). Bij een overdracht aan een andere lidstaat, kan de termijn verlengd worden tot 16 weken.
Wordt het verzoek niet binnen deze termijnen afgerond dan moet de verzoeker toegang krijgen tot het grondgebied.
Overgangsbepalingen
De wet ter uitvoering van het Migratie- en asielpact van 10 juni 2026 is gestemd maar nog niet gepubliceerd. De wet vermeldt een inwerkingtreding op 12 juni 2026 maar met uitzondering van artikel 63, dat pas in werking treedt op 10 juli 2026.
Artikel 63 heft het oude art. 57/6/4 Vw. op. Dit artikel bepaalt dat het CGVS in de asielgrensprocedure binnen een termijn van 4 weken, na ontvangst van het VIB, een beslissing moet nemen. Neemt het CGVS binnen deze termijn geen beslissing dan moet de verzoeker toegelaten worden tot het grondgebied. Het artikel 57/6/4 en bijgevolg de termijn van 4 weken waarbinnen het CGVS moet beslissen, blijft tot 10 juli 2026 van toepassing op verzoeken ingediend vóór 12 juni 2026.