Nieuwe regelgeving voor grensarbeiders vanaf 15-8-2026
In het kort
Het koninklijk besluit van 19-7-2026 tot wijziging van het Verblijfsbesluit (KB) wijzigt de regels voor grensarbeiders. Zelfstandigen en gedetacheerden kunnen voortaan onder de definitie van grensarbeid vallen. De administratieve verplichtingen verschillen afhankelijk van de situatie. Derdelanders met verblijfsrecht in Nederland, Frankrijk, Luxemburg of Duitsland vragen voortaan een nieuwe bijlage 64 aan. Voor Britten of andere derdelander met verblijfsrecht in het Verenigd Koninkrijk geldt een nieuwe visumprocedure. Unieburgers worden vrijgesteld van administratieve verplichtingen. Het KB is op 15-8-2026 in werking getreden. We hebben de informatie op onze vaste webpagina hierover aangepast.
Nieuwe definitie van grensarbeid
Een eerste opvallende wijziging is dat de definitie van ‘grensarbeider’ wordt uitgebreid. Waar het vroeger enkel ging over werknemers, wordt nu expliciet in de wetgeving opgenomen dat het zowel om een werknemer als om een zelfstandige kan gaan.
Grensarbeiders krijgen geen verblijfsrecht in België, maar wel een in- en uitreisrecht.
Voor het overige verandert de definitie inhoudelijk niet:
- Het gaat om grensarbeiders die in een aangrenzend land wonen, waarbij naast Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland ook het Verenigd Koninkrijk als aangrenzend land wordt beschouwd.
- In principe moet de grensarbeider dagelijks terugkeren naar het land van zijn hoofdverblijfsplaats. Omwille van redenen die verband houden met werk, kan hiervan worden afgeweken, maar er moet in elk geval minimaal wekelijks teruggekeerd worden naar het land van de hoofdverblijfplaats.
De nieuwe regels maken vervolgens een onderscheid tussen drie categorieën van grensarbeiders:
- burgers van een land van de EU, Zwitserland, Liechtenstein, Noorwegen of IJsland
- derdelanders met een verblijfsrecht en hoofdverblijfplaats in Nederland, Frankrijk, Luxemburg of Duitsland
- Britten en derdelanders met een verblijfsrecht in het Verenigd Koninkrijk die daar hun hoofdverblijfplaats hebben
Unieburgers
Voor Unieburgers volstaat het dat zij hun Unieburgerschap kunnen bewijzen om België in en uit te reizen. Burgers van Zwitserland, Liechtenstein, Noorwegen of IJsland worden gelijkgesteld met Unieburgers.
Voor het overige gelden er voor hen niet langer administratieve verplichtingen. Zij moeten zich dus niet langer aanmelden bij de gemeente waar zij werken en ontvangen geen bijlage 15 of ander document.
Derdelanders met een verblijfsrecht en hoofdverblijfplaats in Nederland, Frankrijk, Luxemburg of Duitsland
Ook voor derdelanders met een verblijfsrecht en hoofdverblijfsplaats in Nederland, Frankrijk, Luxemburg of Duitsland wordt de bijlage 15 afgeschaft. Zij vragen voortaan een nieuwe bijlage 64 aan bij de gemeente.
Naast een geldig reisdocument en een geldige verblijfstitel uit het aangrenzend land, moeten hiervoor ook de volgende documenten worden neergelegd:
- de toelating tot arbeid, de beroepskaart of het bewijs van detachering
- een adres in België of een e-mailadres waarop de grensarbeider bereikbaar is
- een verklaring op eer dat de hoofdverblijfsplaats in een van deze aangrenzende landen ligt.
De bijlage 64 wordt afgeleverd voor de duur van de tewerkstelling met een maximum van één jaar en geldt als bewijs van het in- en uitreisrecht voor meer dan 90 dagen, in combinatie met een geldig paspoort. Zolang de tewerkstelling duurt kan een vernieuwing worden aangevraagd bij de gemeente tussen de zestigste en de dertigste dag voor het einde van de geldigheidsdatum ervan.
Britten en andere derdelanders met een verblijfsrecht in het Verenigd Koninkrijk die daar hun hoofdverblijfplaats hebben
De grootste wijziging betreft Britten en andere derdelanders met een verblijfsrecht en hoofdverblijfplaats in het Verenigd Koninkrijk. Opgelet: het gaat hier niet over grensarbeiders die reeds voor de Brexit in België werkten en op basis van hun statuut van begunstigde van het terugtrekkingsakkoord in het bezit zijn van een N-kaart. De nieuwe regeling betreft dus louter grensarbeiders die na de Brexit tewerkgesteld worden in België en in het bezit zijn van een bijlage 15 of een nieuwe tewerkstelling starten in België na 15-8-2026.
Zij kunnen zich voortaan niet langer melden bij de gemeente voor een bijlage als grensarbeider, maar moeten een ‘visum voor lange duur zonder verblijf’ aanvragen dat hen het recht geeft om België in en uit te reizen voor een periode van meer dan 90 dagen.
Naast een geldig reisdocument en, in het geval dat de grensarbeider geen onderdaan van het Verenigd Koninkrijk is, een geldige verblijfstitel van het Verenigd Koninkrijk, moeten hiervoor ook de volgende documenten worden neergelegd:
- de toelating tot arbeid, de beroepskaart of het bewijs van detachering
- een adres in België of een e-mailadres waarop de grensarbeider bereikbaar is, en
- een verklaring op eer dat de hoofdverblijfsplaats in een van deze aangrenzende landen ligt
- een uittreksel uit het strafregister of gelijkwaardig document dat niet ouder is dan zes maanden
Het visum wordt afgeleverd voor de duur van de tewerkstelling met een maximum van één jaar en geldt als bewijs van het in- en uitreisrecht voor meer dan 90 dagen. Zolang de tewerkstelling duurt kan een vernieuwing worden aangevraagd bij de ambassade tussen de zestigste en de dertigste dag voor het einde van de geldigheidsdatum ervan.
Weigerings-, beëindigings- en intrekkingsgronden
Een nieuw artikel 109/2 Vb somt de weigerings-, beëindigings- en intrekkingsgronden van het in- en uitreisrecht voor grensarbeiders op.
Het gaat onder meer om:
- gevallen waarin de voorwaarden niet langer vervuld zijn of wanneer blijkt dat de grensarbeider voor andere doeleinden in België verblijft
- de grensarbeider een gevaar is voor de openbare orde of fraude heeft gepleegd
- de grensarbeider zijn recht om in België te werken of zijn verblijfsvergunning in de aangrenzende staat verliest.
De beslissing tot weigering, beëindiging of intrekking van het in- en uitreisrecht van een grensarbeider wordt afgeleverd in de vorm van een nieuwe bijlage 65.
Overgangsbepaling
Grensarbeiders die op basis van de oude bepalingen in het bezit zijn van een bijlage 15 krijgen twaalf maanden te tijd om zich in regel te stellen met de nieuwe bepalingen. Uiterlijk op 14 augustus 2027 dienen zij dus aan de bovenstaande administratieve verplichtingen te voldoen.
Uit de artikelsgewijze commentaar bij het KB en de informatie op de website van DVZ blijkt echter dat een bijlage 15 in het kader van de nieuwe EES-regels niet langer als binnenkomstdocument voor de Schengenzone aanvaard kan worden voor Britten en andere derdelanders met een verblijfsrecht in het Verenigd Koninkrijk. Zij zullen dus bij een eerstvolgende binnenkomst het nieuwe visum D moeten aanvragen. Het is onduidelijk of zij in de praktijk in afwachting van de aflevering van dit visum België zullen kunnen binnenkomen om te werken als grensarbeider.
Geen wijziging met betrekking tot toelating tot arbeid of beroepskaart
Ten slotte dient erop gewezen te worden dat het enkel gaat om een wijziging van de federale regelgeving met betrekking tot de administratieve stappen die grensarbeiders moeten ondernemen om België in en uit te kunnen reizen om te werken, zoals hierboven besproken. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen met betrekking tot de regels voor het bekomen van een toelating tot arbeid als werknemer of beroepskaart als zelfstandige die derdelands grensarbeiders in de meeste gevallen nodig hebben om in België te kunnen werken en die onder de bevoegdheid van de gewesten valt.
Meer info
- KB van 19 juli 2026 tot wijziging van het Verblijfsbesluit, wat betreft grensarbeiders, BS 14 augustus 2026
- Vaste webpagina ‘Grensarbeiders’