Vluchtelingenwerk Vlaanderen met eindredactie van VIF-AgII
Rb Brussel: Belgische staat moet schadevergoeding betalen voor zeer lange asielprocedure
In het kort
In een vonnis van 30-3-2026 veroordeelt de rechtbank van eerste aanleg van Brussel (Nederlandstalig) de Belgische staat tot het betalen van een schadevergoeding. De rechtbank vond de termijn van 21 maanden voor eerste beslissing, meer dan 7 jaar voor de beroepsprocedure en 5 jaar voor een nieuwe beslissing over een verzoek om internationale bescherming onredelijk lang. De Belgische staat gaf ook geen valabele reden voor deze lange behandelingstermijn. De rechtbank beschouwt dit als een fout met schade tot gevolg en kent een beperkte schadevergoeding toe voor de periode van 5 jaar voorafgaand aan de vordering. Een deel van de vordering was verjaard.
21 maanden is geen redelijke termijn zonder verantwoording
Verzoeker diende een verzoek om internationale bescherming in op 8 oktober 2003 en werd erkend als vluchteling op 31 juli 2023. Deze gehele periode was persoon in procedure, met uitzondering van een zeer korte periode tussen een definitieve negatieve beslissing en een eerste volgende verzoek.
Het CGVS nam een initiële weigeringsbeslissing na 21 maanden. Dit is niet binnen een redelijke termijn. De Belgische staat haalt geen omstandigheden aan die deze duur verantwoorden.
Aanvullend oordeelt de rechtbank ook dat de 15 maanden die het CGVS nodig had om een beslissing te nemen (tot toekenning van de vluchtelingenstatus) na vernietiging van de niet-ontvankelijkheidsbeslissing van de RvV, de redelijke termijn schendt. Het dossier lag tijdens deze periode zo goed als volledig stil, zonder dat daarvoor enige valabele redden werd aangevoerd, voor zover er een valabele reden zou bestaan.
Het verzoek tot internationale bescherming van één van de gezinsleden werd uiteindelijk pas positief beoordeeld (toekenning vluchtelingenstatus) na 19 jaar. Zijn partner en kinderen (die in 2005 een VIB hadden ingediend) werden geregulariseerd in 2021.
De rechtbank kent een schadevergoeding toe van 500 euro voor twee personen in het gezin (verzoeker en zijn vrouw).
Geen schadevergoeding voor schade van langer dan 5 jaar geleden
De schadevergoeding beperkt zich tot de laatste vijf jaar voorafgaand aan de vordering. Wat betreft de verjaring na vijf jaar, bij een ‘voortdurende fout’, is het niet zo dat de verjaringstermijn pas begint te lopen zodra het foutief handelen van de overheid heeft opgehouden te bestaan. De fout, schade, en het verband waren ‘dag na dag’ verenigd. De feiten op basis van dewelke de schadevergoeding werd gevraagd, deden zich dus met andere woorden al jaren voor. De rechtbank hield dus enkel rekening met de schade geleden in de vijf jaar voorafgaand aan de vordering.