In het kort

Na een ongunstige beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV), kan je cassatieberoep aantekenen bij de Raad van State (RvS).
De RvS spreekt zich uit wanneer substantiële vormen of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen niet zijn nageleefd. Het treedt daarbij niet in de beoordeling van de feiten zelf. 

De Raad van State controleert of het arrest van de RvV wettelijk tot stand is gekomen zonder in te gaan op de inhoudelijke elementen. De beroepstermijn voor het indienen van een beroep bij de RvS bedraagt 30 dagen. 

Kenmerken van het beroep:

  1. Niet schorsend

    Het beroep is niet schorsend. Een apart verzoek tot schorsing is niet mogelijk. Dit betekent dat het initiële arrest van de RvV blijft bestaan, zolang de RvS zich niet heeft uitgesproken over de gegrondheid van het cassatieberoep. Je Attest van Immatriculatie (AI) wordt dus niet verlengd waardoor je geen wettig verblijf hebt tijdens het beroep. Concreet betekent dit dat de Dienst Vreemdelingenzaken je kan repatriëren, ook al wacht je de uitspraak van je cassatieberoep niet af. 

    Let op: je hebt wel recht op materiële opvang vanaf de toelaatbaarheid van het cassatieberoep. Dit staat los van je recht op verblijf. Meer informatie vind je op de pagina's over materiële opvang.

  2. Schriftelijk

    Een beroep bij de RvS wordt hoofdzakelijk schriftelijk gevoerd. Er vindt in de meeste gevallen een korte terechtzitting plaats.

  3. Filterprocedure

    Er is een filterprocedure voorzien. De RvS gaat binnen een termijn van 8 dagen na of het beroep wel toelaatbaar is. Hierbij onderzoekt men of de RvS bevoegd is om het cassatieberoep te behandelen. 

    De toelaatbaarheid wordt bepaald aan de hand van drie criteria. Deze zijn elk op zich voldoende om te beslissen over de toelaatbaarheid. 

    • Beroepen zonder voorwerp of beroepen die kennelijk onontvankelijk zijn worden niet-toelaatbaar geacht, bijvoorbeeld wanneer de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor een cassatieberoep niet werden gerespecteerd
    • Er moet een schending van de wet of een substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste worden aangevoerd. Deze schendingen mogen niet kennelijk ongegrond zijn en moeten van die aard zijn dat ze tot cassatie van de bestreden beslissing kunnen leiden. De juridische waarde van de aangevoerde schending wordt dus onderzocht. De aangevoerde schending moet bovendien daadwerkelijk invloed hebben gehad op de bestreden beslissing.
    • Het beroep is noodzakelijk om de eenheid van rechtspraak te waarborgen 
  4. Gevolgen van het arrest

    Als de Raad van State akkoord is met de aangevoerde middelen wordt het arrest van de RvV vernietigd. De zaak wordt verwezen naar de RvV, die een nieuw arrest moet vellen over de zaak. De RvV moet rekening houden met het cassatiearrest, de motieven en overwegingen van de Raad van State. De RvV doet de nieuwe uitspraak in een andere samenstelling.