Procedure gezinshereniging ‘ander familielid’ met Unieburger in België
Procedure in België
Bij de gemeente van je verblijfplaats vraag je, via een bijlage 19ter, een ‘verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie’ aan. Een bijlage 19ter is een ‘aanvraag voor een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Europese Unie’. In principe moet je dat doen binnen 3 maanden na je aankomst in België.
Om een bijlage 19ter te krijgen, moet je eerst je verwantschap bewijzen. Doe je dat niet dan neemt de gemeente een beslissing tot niet-inoverwegingname. Je krijgt een bijlage 19quinquies en géén bijlage 19ter. Je kan alleen een niet-schorsend beroep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Na een recente evolutie in de rechtspraak vraagt de Dienst Vreemdelingenzaken aan steden en gemeentes om, specifiek bij ‘andere familieleden’, na te gaan of de aanvraag vergezeld is van een geldig paspoort én een geldig inreisvisum (tenzij vrijgesteld van visum). Deze stukken moeten worden overhandigd op het ogenblik van de aanvraag gezinshereniging en uiterlijk binnen de drie maanden na de datum van de bijlage 19ter.
Na een positieve woonstcontrole schrijft de gemeente je in het vreemdelingenregister in en krijg je een attest van immatriculatie (oranje kaart). Dat attest heeft een geldigheidsduur van 6 maanden vanaf de aanvraag (= datum op de bijlage 19ter).
Als je niet woont op het opgegeven adres weigert de gemeente je aanvraag. De gemeente geeft je een bijlage 20, met bevel om het grondgebied te verlaten (BGV). Het attest van immatriculatie wordt ingetrokken. Tegen de bijlage 20 kan je een niet-automatisch schorsend beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Sinds 2017 hebben ‘andere familieleden’ geen automatisch schorsend beroep bij de Raad voor vreemdelingenbetwistingen.
Je moet ten laatste binnen drie maanden na datum van de bijlage 19ter alle documenten voorleggen die bewijzen dat je voldoet aan de voorwaarden, waaronder ook het geldig paspoort én het geldig inreisvisum (tenzij vrijgesteld van visum). Als je dossier volledig is binnen de termijn van drie maanden stuurt de gemeente je dossier door naar DVZ.
Als je niet alle bewijsstukken overmaakt binnen drie maanden na je aanvraag, dan weigert de gemeente je aanvraag. De gemeente levert dan een bijlage 20 af, met een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV). De gemeente trekt je attest van immatriculatie in. Tegen de bijlage 20 kan je een niet-automatisch schorsend beroep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Deze nieuwe praktijk van de Dienst Vreemdelingenzaken waarbij ze vraagt aan steden en gemeentes om de verblijfsaanvraag te weigeren met een bijlage 20 met BGV indien de aanvraag geen geldig paspoort én geldig inreisvisum bevat, is gebaseerd op Deze praktijk houdt echter geen rekening met situaties waarin afhankelijkheid wordt aangetoond tussen het ander familielid en de Unieburger. Dit lijkt op gespannen voet te staan met rechtspraak van het Hof van Justitie en het Unierecht.
DVZ beslist over je aanvraag gezinshereniging binnen zes maanden na de datum van je aanvraag (= datum op de bijlage 19ter). Ofwel weigert DVZ je aanvraag, ofwel erkent DVZ je verblijfsrecht.
Wat als DVZ geen beslissing neemt binnen die termijn? Volgens artikel 52 Verblijfsbesluit staat een niet-tijdige beslissing gelijk aan een erkenning van je verblijfsrecht (zie onder). Volgens de Raad van State heeft artikel 52 Verblijfsbesluit echter geen wettelijke grondslag.Daardoor kan je de ambtshalve afgifte van je F kaart bij overschrijding van de termijn, niet meer afdwingen voor de rechter. In de plaats van ambtshalve afgifte van F kaarten vraagt DVZ aan gemeenten om het attest van immatriculatie met één maand te verlengen. Hiervoor bestaat echter geen wettelijke basis.
Als DVZ het verblijfsrecht niet erkent, krijg je een bijlage 20 met een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV). Je kan tegen de weigeringsbeslissing een niet-automatisch schorsend beroep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Sinds 2017 hebben ‘andere familieleden’ geen automatisch schorsend beroep bij de Raad voor vreemdelingenbetwistingen.
Als je voldoet aan de voorwaarden voor gezinshereniging kan DVZ je aanvraag niet weigeren, tenzij:
- je fraude pleegde of andere onwettige middelen gebruikte (bv. schijnhuwelijk of schijnadoptie).
- je een gevaar bent voor de openbare orde of nationale veiligheid. Een strafrechtelijke veroordeling is daarvan op zich nog geen bewijs. Het gevaar moet actueel zijn.
- je een gevaar bent voor de volksgezondheid. Het moet gaan om een ziekte die staat in de bijlage bij de Verblijfswet. De ziekte moet optreden tijdens de eerste drie maanden na aankomst in België. Een ziekte die later optreedt is geen reden voor weigering.
Alvorens het verblijfsrecht te weigeren op basis van één van bovenvermelde gronden moet DVZ rekening houden met deze elementen:
- de duur van je verblijf in België
- je leeftijd
- je gezondheidstoestand
- je gezins- en economische situatie
- je sociale en culturele integratie in België, en
- je banden met het herkomstland
Als de DVZ echter je verblijf weigert om de enkele reden dat je niet beschikt over een geldig paspoort én geldig inreisvisum (tenzij vrijgesteld), dan is dit mogelijk in strijd met verplichtingen die voortvloeien uit de Burgerschapsrichtlijn, artikel 20 EU-werkingsverdrag en de rechtspraak van het Hof van Justitie.
Als DVZ een positieve beslissing neemt over je aanvraag gezinshereniging, wordt je verblijfsrecht in België erkend.
Je geniet dan van een onbeperkt verblijfsrecht dat tijdens de eerste 5 jaar voorwaardelijk is.
Je krijgt een ‘verblijfskaart van een familielid van een burger van de Europese Unie’ in de vorm van een elektronische F kaart. De F kaart heeft een geldigheidsduur van 5 jaar.
Als de gemeente je niet onmiddellijk een elektronische F kaart kan geven, verlengt de gemeente je attest van immatriculatie tot de afgifte van je verblijfskaart.