Voorwaarden gezinshereniging echtgenoot of gelijkgestelde partner EU-beschikker en EU-student

Voorwaarden en documenten

Je moet je identiteit bewijzen. Dat doe je normaal met een geldig paspoort of nationale identiteitskaart. Als je visumplichtig bent moet je in principe ook een visum hebben.

Maar je mag het bewijs van je identiteit ook leveren met:

  • een vervallen paspoort
  • een vervallen identiteitskaart
  • een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, afgegeven door een andere lidstaat van de EER
  • een duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, afgegeven door een andere lidstaat van de EER
  • enig ander bewijs van je identiteit

In de praktijk aanvaardt DVZ enkel documenten met biometrische en veiligheidskenmerken (bijv. foto en/of vingerafdrukken). 

Als je bij binnenkomst in België niet in het bezit bent van een geldige identiteitskaart of paspoort en, eventueel, geldig visum, kan DVZ een administratieve geldboete opleggen van 200 euro. 

Je bent de echtgenoot of gelijkgestelde partner. 

> Wat is een 'gelijkgestelde partner'? 

Je bewijst dat met een huwelijksakte of een akte van geregistreerd partnerschap.

In de praktijk vraagt DVZ ook bijkomende documenten ter controle van de vorm- en grondvoorwaarden van een buitenlands huwelijk: 

  • een kopie van de volmacht als het gaat om een huwelijk bij volmacht, of 
  • een bewijs van ontbinding van het vorige huwelijk of bewijs van overlijden als jij of de gezinshereniger opnieuw in het huwelijk zijn getreden.

Heb je geen Belgische maar een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Ga dit na op de website van de FOD Buitenlandse zaken. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen. 

Als je geen officiële akte kan voorleggen, kan DVZ rekening houden met ‘andere geldige bewijzen’

In de omzendbrief van 17 juni 2009  geeft men volgende voorbeelden van 'andere geldige bewijzen' die DVZ kan aanvaarden als bewijs van verwantschap: 

  • akte van een traditioneel huwelijk
  • een notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid
  • een religieuze akte
  • een nationale identiteitskaart die de huwelijksband vermeldt
  • uittreksel van de huwelijksakte
  • een vervangend vonnis

De omstandigheid dat je geen officiële documenten kan voorleggen moet ontstaan zijn onafhankelijk van je wil. Dat is zo in de volgende gevallen:

  • België erkent het betrokken land niet.
  • Je persoonlijke situatie is moeilijk verzoenbaar met een terugkeer naar de betrokken staat of met een contact met zijn overheden.

Soms maakt de interne situatie van het betrokken land het niet mogelijk om een officiële akte voor te leggen, doordat:

  • de documenten vernietigd werden en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen.
  • de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren.
  • de bevoegde nationale overheden niet meer bestaan.

Als je ook geen ‘andere geldige bewijzen’ kan voorleggen, kan DVZ of de Belgische ambassade je uitnodigen voor een gesprek en kan DVZ overgaan tot elk ander onderzoek dat het nodig vindt. Als er gemeenschappelijke kinderen zijn stelt DVZ soms voor om een DNA-analyse uit te voeren om de verwantschap tussen de ouders te bewijzen.

België moet het buitenlands huwelijk of geregistreerd partnerschap ook (willen) erkennen. In principe gebeurt dat de plano door de Belgische overheid aan wie de akte voorgelegd wordt (bv. DVZ of de gemeente). 'De plano' wil zeggen: elke overheid kan autonoom over de erkenning oordelen zonder dat er eerst een procedure voor de rechter gevoerd moet worden. In de praktijk gaat de erkenning vaak gepaard met een onderzoek naar schijnhuwelijk of schijnpartnerschap. 

Wil je een familiesituatie die je in het buitenland geregeld hebt, in België laten erkennen?
> Lees meer over de erkenning van een buitenlands huwelijk.
> Lees meer over de erkenning van een buitenlands partnerschap.

Je moet bewijzen dat de Unieburger bij wie je je wil voegen, een verblijfsrecht heeft in België. Bijvoorbeeld met een kopie van zijn bijlage 19 of van zijn EU kaart. Of een bewijs dat de Unieburger naar België zal komen in de nabije toekomst. 

De Unieburger moet voldoende bestaansmiddelen hebben om te voorkomen dat hij of zijn familie ten laste valt van de Belgische sociale bijstand. De bestaansmiddelen moeten niet noodzakelijk de eigen middelen zijn van de Unieburger, maar mogen ook afkomstig zijn van iemand anders. 

Een EU-student kan zijn (voldoende) bestaansmiddelen (voor zichzelf en voor zijn familie) bewijzen met een eenvoudige verklaring op eer. 

> Opgelet! Deze voorwaarde geldt niet wanneer de Unieburger die je komt vervoegen al een duurzaam verblijfsrecht heeft (E+ of EU+ kaart). In een interne instructie van 21 maart 2023 aan gemeenten stelt DVZ dat familieleden van een Unieburger met duurzaam verblijf wél nog bestaansmiddelen moeten bewijzen. Maar dat druist in tegen het Unierecht. 

Er is geen vast bedrag vastgelegd in de verblijfswetgeving. Het Unierecht verbiedt dat. Lidstaten moeten altijd rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de Unieburger en zijn gezin. In geen geval mag DVZ een bedrag eisen dat hoger ligt dan de tarieven van het leefloon in functie van de gezinssituatie.

Maar zelfs als de Unieburger een inkomen heeft dat lager is dan het leefloontarief mag DVZ er niet automatisch vanuit gaan dat zij geen voldoende bestaansmiddelen hebben. DVZ zal dit altijd geval per geval moeten beoordelen, rekening houdend met hun individuele omstandigheden.

Hoe bewijzen?

De Unieburger kan de voldoende bestaansmiddelen op meerdere manieren bewijzen, bijv.: 

  • bewijs van een uitkering van de sociale zekerheid (in België of in een andere lidstaat)
  • bewijs van een grote som spaargeld
  • bewijs van inkomsten uit arbeid in een andere lidstaat, bijv. een aangrenzend land
  • bestaansmiddelen die hij verkrijgt via een derde, bijvoorbeeld loonfiches van zijn partner

Jij en de Unieburger die je vervoegt moeten beiden verzekerd zijn voor ziektekosten in België.

> Opgelet! Deze voorwaarde geldt niet wanneer de Unieburger die je komt vervoegen al een duurzaam verblijfsrecht heeft (E+ of EU+ kaart). In een interne instructie van 21 maart 2023 aan gemeenten stelt DVZ dat familieleden van een Unieburger met duurzaam verblijf wél nog een ziekteverzekering moeten bewijzen. Maar dat druist in tegen het Unierecht.

Je kan het bewijs van een ziekteverzekering leveren met:

  • het bewijs van aansluiting bij een Belgisch ziekenfonds van jezelf en de Unieburger die je vervoegt > dit kan alleen als je de aanvraag gezinshereniging in België indient.
  • een modelattest van het Belgisch ziekenfonds van de Unieburger die je komt vervoegen > dit kan alleen als je de aanvraag gezinshereniging in het buitenland indient. Het modelattest bevestigt dat jij je in België kan aansluiten bij het ziekenfonds vanaf je aankomt in België. Dit is alleen mogelijk voor de echtgenoot ten laste en kinderen jonger dan 25 jaar.
  • een privéziekteverzekering. De privéziekteverzekering dekt de risico’s in België gedurende minstens 3 maanden, voor een bedrag van 30.000 euro. Je moet ook bewijzen dat de Unieburger die je komt vervoegen aangesloten is bij een Belgisch ziekenfonds.
  • een buitenlandse ziekteverzekering. De buitenlandse ziekteverzekering moet de risico’s in België dekken. DVZ vermeldt de buitenlandse ziekteverzekering niet op zijn website als mogelijk bewijs, maar de Verblijfswet en het Unierecht sluiten dat niet uit. Je moet dan ook bewijzen dat de Unieburger een verzekering heeft die de ziektekosten in België dekt. Voorbeelden van bewijzen van een buitenlandse ziekteverzekering zijn:
    • Gepensioneerden in het bezit van het document S1. Zij hebben recht op medische verzorging van de lidstaat die hun pensioen betaalt. 
    • EU-studenten die tijdelijk naar een andere lidstaat verhuizen om daar een studie te volgen vallen onder de ziekteverzekering van hun lidstaat van herkomst. Zij kunnen het bewijs van ziekteverzekering leveren met hun Europese ziekteverzekeringskaart (afgeleverd door de lidstaat van herkomst). 

 

Je moet je echtgenoot of partner in België begeleiden of je bij hem voegen. Dat betekent dat jullie feitelijk een gezinscel moeten vormen en minimale echtelijke relaties moeten onderhouden.

Samenwonen met je echtgenoot of partner is strikt genomen geen vereiste om een gezinscel te vormen. Als je tijdens de week gescheiden leeft, om professionele of andere redenen, en je je tijdens het weekend bij hem voegt, dan vormen jullie ook een gezinscel. Als je wel samenwoont met je echtgenoot of partner moet je geen bijkomende bewijzen voorleggen. De gezinscel blijkt dan uit de samenwoonst.