HvJ: kwalificatie als veilig land kan maar bij adequate bescherming gehele bevolking

In het kort

Lidstaten kunnen derde land niet als veilig land van herkomst in de zin van artikel 37 van de Procedurerichtlijn 2013/32/EU aanduiden als het land niet veilig is voor ‘bepaalde categorieën van personen’. Een land kan pas worden aangeduid als veilig land van herkomst als het voldoet aan de voorwaarden daartoe met betrekking tot de gehele bevolking. Dit stelt het Hof van Justitie (HvJ) in de gevoegde arresten C-758/24 en C-759/24 van 1-8-2025. In arrest C-406/22 van 4-10-2024 verduidelijkte het HvJ al dat een land alleen een veilig herkomstland kan zijn als het gehele grondgebied veilig is.

'Algemeen gezien' geen sprake van vervolging

Een land wordt als veilig land van herkomst beschouwd wanneer ‘op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van de Kwalificatierichtlijn 2011/95/EU, noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict.’ 

Hoewel er linguïstiek verschillen bestaan in de vertalingen van de richtlijn, slaat de term ‘algemeen gezien’ op een invariabele toepassing op het geheel van de bevolking van het veilig herkomstland. De notie van ‘veilig herkomstland’ is echter weerlegbaar: ‘algemeen gezien’ betekent namelijk niet dat er een absolute garantie bestaat dat elk individu er beschermd is tegen bovenvermelde zaken.

Aanwijzing als veilig land moet openstaan voor effectieve rechterlijke toetsing

Het hof verduidelijkt dat er geen verplichting is met betrekking tot het specifieke ‘juridisch instrument’ dat lidstaten gebruiken om de veilige herkomstlanden te bepalen, en dat zij hierin een marge van discretie genieten. De bepaling van een derde land als veilig land van herkomst moet echter wel open te staan voor een daadwerkelijk rechtsmiddel. In dit kader gelden volgende procedureverplichtingen:

  • De informatie waarop de aanduiding is gebaseerd moet toegankelijk zijn

De informatiebronnen waarop de aanduiding als veilig land is gebaseerd, moeten toegankelijk en raadpleegbaar zijn door de verzoeker om internationale bescherming. Op deze manier is de aanvrager in staat om te begrijpen op welke basis de beslissing is genomen zodanig dat een effectief beroep kan worden aangetekend.

  • De partij die beroep aantekent moet opmerkingen kunnen formuleren

Om het recht op een effectief rechtsmiddel te waarborgen moet de verzoeker de mogelijkheid hebben om opmerkingen te formuleren op de informatie waaruit de bepaling veilig land van herkomst volgt.

  • Er moet rekening gehouden worden met nieuwe elementen

Een effectief rechtsmiddel bevat eveneens de verplichting tot een compleet en ex nunc onderzoek van de relevante feiten. Dit betekent dat er in beroep rekening moet worden gehouden met alle mogelijke nieuwe elementen die naar boven zijn gekomen na de beslissing waartegen het beroep is aangetekend.

  • De aanduiding als veilig land moet weerlegbaar te zijn

Wanneer een rechter het beroep behandelt gericht tegen een weigering van internationale bescherming op basis van het feit dat de verzoeker afkomstig is uit een veilig derde land, moet de rechter er zich van vergewissen dat de informatie op basis waarvan het land als veilig werd aangemerkt, betrouwbaar is. Verder moet hij garanderen dat de partijen hun opmerkingen over die informatie kunnen maken.

Bericht geschreven door Vluchtelingenwerk Vlaanderen