HvJ over inburgering voor personen met internationale bescherming
In het kort
Het Hof van Justitie verduidelijkt in zaak C-158/23 van 4-2-2025 dat lidstaten erkend vluchtelingen en subsidiair beschermden (personen met internationale bescherming of PIB) mogen verplichten om te slagen voor een inburgeringsexamen. Maar, het vereiste niveau moet passend zijn en mag niet hoger liggen dan wat strikt noodzakelijk is om de integratie in de samenleving te bevorderen. Als de PIB voorafgaande daadwerkelijke integratie kan aantonen, moet deze vrijstelling krijgen voor het slagen op de test. Lidstaten mogen de PIB voor het niet slagen op de test ook geen stelselmatige boetes opleggen. In principe moet het inburgeringsaanbod voor PIB kosteloos zijn. Lidstaten mogen de volledige kosten van inburgeringscursussen en -examens dus niet op hen verhalen.
Inburgering: lidstaten moeten het aanbieden en mogen het verplichten
Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn) verplicht lidstaten om de integratie van PIB te bevorderen door hen toegang te geven tot integratieprogramma’s die zijn afgestemd op hun specifieke behoeften. De lidstaten moeten aan hen de toegang tot die programma's waarborgen. De Kwalificatierichtlijn verbiedt lidstaten niet om PIB te verplichten om een integratieprogramma te volgen en te slagen voor een inburgeringsexamen.
Inburgeringsexamen: passend niveau en verplichte vrijstellingsmogelijkheid
Lidstaten mogen PIB verplichten om te slagen voor een inburgeringsexamen maar dat kan alleen onder bepaalde voorwaarden:
- Lidstaten moeten hierbij daadwerkelijk rekening houden met de speciale behoeften en omstandigheden van PIB en met hun specifieke integratieproblemen.
- De kennis nodig om te slagen voor een inburgeringsexamen moet van een passend niveau zijn. Dit mag niet hoger zijn dan wat strikt noodzakelijk is om de integratie in de samenleving te bevorderen.
- Bovendien moeten PIB worden vrijgesteld van de plicht om te slagen voor een inburgeringsexamen als ze kunnen aantonen dat ze al daadwerkelijk geïntegreerd te zijn in de samenleving van de betrokken lidstaat.
Verbod op systematische geldboete voor niet slagen examen
Lidstaten mogen het falen voor inburgeringsexamen niet stelselmatig bestraffen met een geldboete. In geen geval mag de boete zo hoog kan zijn dat zij een onredelijke financiële last vormt voor de betrokken persoon als je hierbij rekening houdt met zijn persoonlijke en gezinssituatie.
Een boete is alleen toegestaan in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer de persoon niet wil integreren. Dit gebrek aan bereidheid om te integreren moet:
- objectief vastgesteld zijn
- bewezen zijn
- aanhoudend zijn
Kosteloze inburgering is uitgangspunt
De kosten voor inburgeringstrajecten en -examens mogen niet volledig aangerekend worden aan personen met internationale bescherming. Dit zou strijdig met artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn. Het zou immers een financiële drempel vormen die de toegang tot integratieprogramma’s belemmert. Ook overheidssteun in de vorm van een lening lost dit probleem niet op. De verplichting om grote bedragen terug te betalen creëert volgens het Hof financiële onzekerheid die ook deelname aan inburgering kan ontmoedigen. Financiële obstakels mogen de effectieve integratie niet ondermijnen. Bij integratieprogramma's moet net rekening houden met:
- de speciale behoeften van PIB
- hun specifieke omstandigheden
- hun bijzondere kwetsbaarheid
Gevolgen voor inburgering in Vlaanderen
Hoewel het HvJ zich hier uitsprak naar aanleiding van een Nederlandse zaak zijn een aantal principes ook relevant voor het recht en de plicht op inburgering in Vlaanderen.
Nieuwe vrijstelling MO voor PIB: 'daadwerkelijk integratie'?
PIB, zowel erkend vluchtelingen als subsidiair beschermden, zijn in Vlaanderen verplichte nieuwkomers tenzij ze vrijgesteld zijn. Er bestaat echter geen aparte vrijstelling voor het onderdeel maatschappelijk oriëntatie in de Vlaamse regelgeving voor een PIB die kan aantonen dat hij al daadwerkelijk in de samenleving is geïntegreerd en die dus volgens het HvJ vrijgesteld moet worden van de plicht om te slagen voor een inburgeringstest of -examen. In de huidige stand van zaken sinds de wijzigingen van 1 maart 2022 moet een PIB die vrijgesteld wil worden voor het onderdeel maatschappelijke oriëntatie (MO) nog altijd een test afleggen en daarvoor slagen. Dit lijkt voor het HvJ een brug te ver en de vraagt rijst dus of vrij te bewijzen 'daadwerkelijke integratie in de samenleving' niet moet toegevoegd worden aan de vrijstellingsmogelijkheden voor het onderdeel MO van het Vlaams inburgeringstraject.
Nieuwe vrijstelling retributie voor PIB?
Sinds 1 september 2023 is inburgering betalend geworden in Vlaanderen. Er zijn in artikel 30 §3 Inburgeringsdecreet een aantal categorieën opgesomd die vrijgesteld zijn van retributie. Er is echter geen aparte categorie voorzien voor erkend vluchtelingen en subsidiair beschermden. In het geval dat zij in de praktijk zich niet kunnen beroepen op een van de bestaande vrijstellingen lijkt het ook hier nodig om een vrijstelling van retributie te voorzien specifiek voor PIB. Volgens het HvJ moet deelname aan een integratieprogramma voor hen immers kosteloos zijn.