Welke vrijstellingen zijn mogelijk?

In sommige situaties kan je als verplicht inburgeraar worden vrijgesteld van de verplichting. Je kan dan nog altijd vrijwillig inburgering volgen en wordt geregistreerd als 'rechthebbende' inburgeraar. Hierna sommen we de situaties op waarin er een vrijstelling van de verplichting tot inburgering geldt. Elk van de onderstaande gevallen houdt op zich een vrijstelling in. Eventuele vrijstellingen kan je bespreken met je trajectbegeleider.

EU+ onderdanen

Als je een EU+ nationaliteit (EU, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) hebt, kan je vrijgesteld worden van de verplichting tot inburgering. De Belgische nationaliteit leidt niet tot een vrijstelling van de plicht behalve in het geval je een 'mobiele Belg' bent (dat wil zeggen dat je een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden hebt gehad in een andere EU-lidstaat op basis van het vrij personenverkeer). Heb je naast de Belgische nationaliteit ook nog een andere EU+ nationaliteit, dan kan je vrijgesteld worden op basis van de niet-Belgische EU+ nationaliteit. 

Let op: De volgende Britten en familieleden van Britten beschouwen we nog als EU+ burgers en familieleden van EU+ burgers voor inburgering: 

  • De Brit die een verblijfsrecht van meer dan drie maanden als (gelijkgestelde van) Unieburger aanvroeg vóór 1 januari 2021. Je kreeg als Brit dan eerst een verblijfskaart EU en in de loop van 2021 of later kreeg je een verblijfskaart M.

Bepaalde familieleden van EU+ onderdanen

Als je een familielid in Europeesrechtelijke zin (Burgerschapsrichtlijn 2004/38) van een EU+ onderdaan bent, kan je vrijgesteld worden van de verplichting tot inburgering. Als familielid van een niet-mobiele, dus 'statische', Belg (dat is een Belg die nooit, samen met zijn familie, een verblijfsrecht van meer dan drie maanden had in een andere EU-lidstaat op basis van het vrij personenverkeer) ben je niet vrijgesteld van de plicht. 
Ben je één van de volgende familieleden dan kan je vrijgesteld worden als je de EU+ burger begeleidt of je je bij hem voegt:

  • Echtgenoot of gelijkgesteld partner van een EU+ onderdaan behalve Belgen
    • België stelt alleen partnerschappen uit Denemarken, Duitsland (“lebenspartnerschaft”), Finland, IJsland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk (“civil partnership”) en Zweden officieel gelijk met een huwelijk.
  • (Klein)kinderen (rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn of ‘descendenten’) van een EU+ onderdaan (behalve Belgen) of van diens echtgenoot of gelijkgesteld partner
  • (Groot)ouders (rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn of ‘ascendenten’) van een meerderjarige EU+ onderdaan (behalve Belgen) of van diens echtgenoot of gelijkgesteld partner

Let op

Ben je een van de onderstaande derdelands familieleden van een EU+ onderdaan, dan heb je geen recht op een vrijstelling. Je bent immers geen familielid in Europeesrechtelijke zin: 

  • Derdelands partner met duurzame relatie met EU+ onderdaan, die wettelijk of feitelijk samenwonend is maar die 'niet-gelijkgesteld' is
  • Derdelands descendenten (in neergaande lijn) of ascendenten (in opgaande lijn) van de niet-gelijkgestelde samenwonende partner met duurzame relatie met EU+ onderdaan
  • Derdelands ouder van een minderjarige EU+ onderdaan

De volgende Britten en familieleden van Britten beschouwen we nog als EU+ burgers en familieleden van EU+ burgers voor inburgering: 

  • De derdelands familieleden die een verblijfsrecht als gezinsmigrant van een Brit aanvragen vóór 1 januari 2021. Je kreeg dan als familielid een verblijfskaart F en in de loop van 2021 of later kreeg je een verblijfskaart M:
    • Echtgenoot of gelijkgesteld partner
    • (klein)kinderen (rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn of descendenten) van de Brit of van diens echtgenoot of gelijkgesteld partner
    • (groot)ouders (rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn of ascendenten) van de Brit of van diens echtgenoot of gelijkgesteld partner
  • Volgende derdelands (dus inclusief Britse) familieleden van de Brit die een verblijfsrecht aanvroegen vanaf 1 januari 2021, op voorwaarde dat de Brit zelf een verblijfsrecht heeft aangevraagd als (gelijkgestelde van) een Unieburger voor 1 januari 2021:
    • echtgenoot of gelijkgesteld partner
    • (klein)kinderen (rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn of descendenten) van de Brit of van dienst echtgenoot of gelijkgesteld partner
    • (groot)ouders (rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn of ascendenten) van de Brit of van diens echtgenoot of gelijkgesteld partner
  • Voorbeeld: Je verblijft als Brit in 2019 in België met een verblijfskaart E. In de loop van 2021 ruilt je de verblijfskaart E in voor een verblijfskaart M. Je huwt in december 2020 met een Marokkaanse vrouw. Zij vraagt met jou gezinshereniging aan in januari 2021 en krijgt een verblijfskaart M. Zij is als echtgenote vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

Mobiele Belgen - vrij verkeer

Heb je als Belg gebruik gemaakt van het recht om je in een andere EU+ staat te vestigen (op basis van de Burgerschapsrichtlijn 2004/38)?  Als je inburgeringsplichtig zou zijn, kan je vrijgesteld worden: 

  • Je moet zelf bewijs leveren dat je een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden in een andere EU+ lidstaat hebt gehad als EU-werknemer, -zelfstandige, -student of beschikker over voldoende bestaansmiddelen. Dat kan ook voor een periode korter dan 3 maanden geweest zijn (bijvoorbeeld omdat je 2 maanden ging werken in een andere EU+ lidstaat). Bijvoorbeeld: de verblijfskaart uit de andere EU-lidstaat.
  • een kort verblijf bijvoorbeeld als toerist, is dus niet voldoende.

Bepaalde familieleden van mobiele Belgen - vrij verkeer

Ben je familielid in Europeesrechtelijke zin van een 'mobiele' Belg? Dan word je als familielid van een Unieburger beschouwd. Je bent dan in bepaalde gevallen vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

  • Je moet zelf bewijs leveren dat  
    1. de Belg daadwerkelijk in een andere EU+ lidstaat verbleef op basis van het vrij personenverkeer (verblijfsrecht als EU-werkzoekende, -werknemer, -zelfstandige, -student, -beschikker). Alle mogelijke bewijzen kunnen voorgelegd worden, als er maar uit blijkt dat er een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden was op basis van het vrij personenverkeer. Bijvoorbeeld; een verblijfskaart van een andere EU+ lidstaat, een arbeidscontract,..
    2. de Belg met jou, het gezinslid, een gezinsleven opgebouwd of bestendigd heeft in de andere EU+ lidstaat
    3. je begeleidt of vervoegt de Belg in België
    4. het gezinsleven niet beëindigd werd vóór je binnenkomst in België of vóór het indienen van de aanvraag gezinshereniging.
  • Let op: niet alle familieleden van mobiele Belgen (of Unieburgers) zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Alleen de volgende personen zijn familielid in Europeesrechtelijke zin en kunnen worden vrijgesteld:
    • Echtgenoot of gelijkgesteld partner
    • (Klein)kinderen (rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn of ‘descendenten’) van de Belg of van diens echtgenoot of gelijkgesteld partner
    • (Groot)ouders (rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn of ‘ascendenten’) van de meerderjarige Belg of van diens echtgenoot of gelijkgesteld partner

Alle andere familieleden (zoals de wettelijk samenwonende partner of de 'ruimere' familieleden) zijn dus niet vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

  • Let op:
    • Als familielid van een niet-mobiele, dus 'statische', Belg (dat is een Belg die nooit, samen met zijn familie, een verblijfsrecht van meer dan drie maanden had in een andere EU+ lidstaat op basis van het vrij personenverkeer) ben je niet vrijgesteld van de plicht. Je bent verplicht tot inburgering als derdelands gezinsmigrant van een statische Belg.

Arbeids- of studiemigranten en hun gezinsmigranten

Let op: deze vrijstelling geldt niet voor een verplichte inburgeraar als bedienaar van een erkende eredienst. Voor de andere categorieën van verplichte nieuwkomers die geen bedienaar van eredienst zijn geldt het volgende:

Je bent vrijgesteld als je een tijdelijk verblijfsstatuut hebt dat mogelijk definitief kan worden als derdelands arbeidsmigrant of studiemigrant. Je hebt dan een verblijfsstatuut hebt gekregen in functie van werk in loondienst, werk als zelfstandige of studie én verblijf in België kan mogelijk definitief worden .

Als jouw verblijf nooit definitief kan worden, ben je uitgesloten van de doelgroep. Zie 'Recht op inburgering'.

Je bent vrijgesteld als studiemigrant als je een verblijfsstatuut hebt op basis van studies hoger onderwijs of een voorbereidend jaar voor hoger onderwijs. Lees hier meer over de uitgesloten studiemigranten.

Ook gezinsmigranten van rechthebbend arbeidsmigranten en studiemigranten zijn vrijgesteld van de plicht. Het gaat om: 

  • echtgeno(o)t(e),
  • samenwonende partner in het kader van duurzame relatie of
  • kinderen

Je bent ook vrijgesteld van plicht als afgestudeerde student of als onderzoeker die zijn onderzoek voltooid heeft, die een zoekjaar aanvraagt om in België werk te zoeken of een onderneming op te richten: 

  • Had je als derdelanders een eerste verblijfstitel van meer dan 3 maanden op basis van studies of werk dan ben je vrijgesteld. Lees meer over de toepassing van de 'algemene regel' op deze pagina 'Welk moment bepaalt de doelgroep?'
  • Had je een eerste verblijfstitel van meer dan 3 maanden in Brussel of Wallonië: ook wanneer de 'verhuisregel' van toepassing is, is wie verblijft op basis van een zoekjaar vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

Let op

  • Je bent ook vrijgesteld wanneer op basis van artikel 9 Verblijfswet (discretionair, humanitair verblijf) of artikel 9bis Verblijfswet (humanitaire regularisatie) verblijf kreeg toegekend en dit verblijf alleen gebaseerd is op werk, studies, opleiding, stage, uitwisseling of vrijwilligerswerk. Bijvoorbeeld:
    • Als geregulariseerde (9bis) op basis van een arbeidskaart B (criterium 2.8.B instructie 19 juli 2009).
    • Kloosterlingen worden op deze basis vrijgesteld van de verplichting. Deze vrijstelling geldt niet wanneer je verplichte inburgeraar bent als bedienaar van een erkende eredienst.
  • Als je als Brit vanaf 1 januari 2021 het verblijfsstatuut van arbeidsmigrant of studiemigrant krijgt, zal je -zoals de overige arbeidsmigranten en studiemigranten- vrijgesteld zijn van de inburgeringsplicht. Ook je gezinsmigranten (echtgeno(o)t(e), gelijkgestelde partner of samenwonende partner en kinderen) zijn vrijgesteld.
  • Als je discretionaire verblijfsvergunning een ‘tijdelijk verblijfsdoel’ heeft, d.w.z. dat het verblijf onmogelijk langer dan 12 maanden kan duren op die basis, ben je geen doelgroep van inburgering. Bijvoorbeeld: uitwisselingsscholieren, au pairs.
  • Als je een EU+ onderdaan bent en in België werkt, gelden de vrijstellingen van toepassing op 'EU+ onderdanen'. Voor je familie gelden de regels van toepassing op 'bepaalde familieleden van EU+ onderdanen'.

Langdurige ingezetenen met tweede verblijf in België op basis van 'andere redenen'

Je bent alleen verplicht om NT2 te volgen en de doelstellingen van dat onderdeel te behalen als 

  • je de status van langdurig ingezetene derdelander (LID) in een andere EU-lidstaat hebt én
  • je in België een verblijfsrecht aanvraagt als LID met tweede verblijf in België op basis van 'andere redenen'
  • in die eerste lidstaat al aan integratievoorwaarden hebt voldaan om die status te krijgen.

Je moet dit zelf aantonen. Je bent dan niet verplicht om de doelstellingen van de volgende onderdelen te behalen:

  • het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie (MO),
  • de inschrijving bij VDAB en
  • het participatie- en netwerktraject (PNT)

Alleen voor het niet-volgen van NT2 kan je gesanctioneerd worden. Als je de doelstellingen van MO, VDAB of PNT niet behaald, kan je dus geen sanctie krijgen. Om het inburgeringsattest te behalen, moet je wel alle onderdelen van het inburgeringstraject voldoen.

In de volgende landen kunnen integratievoorwaarden vervuld zijn als je de status van langdurig ingezetene krijgt: Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Tsjechië, Portugal, Roemenië.

In de volgende landen geldt geen integratievoorwaarde en je kan dus ook geen vrijstelling krijgen voor reeds vervulde integratievoorwaarde: Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Finland, Hongarije, Ierland, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Polen, Slovenië, Slowakije, Spanje, Zweden.

Het is mogelijk om als langdurige ingezetene een 'tweede verblijf' aan te vragen. Als dat tweede verblijf toegekend is op basis van werk of studie ben je vrijgesteld van de gehele inburgeringsplicht als arbeids- of studiemigrant. Alleen als je als langdurig ingezetene een tweede verblijf aanvraagt om 'andere redenen' (beschikken over voldoende bestaansmiddelen) kan je je op deze vrijstelling beroepen.

Let op: deze vrijstelling geldt niet voor een verplichte inburgeraar als bedienaar van een erkende eredienst.

Tijdelijk beschermden en gezinsmigranten

Als ontheemde met tijdelijke bescherming ben je vrijgesteld van de verplichting tot inburgering. Ook de gezinsmigranten een tijdelijk beschermde zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Het gaat om de echtgeno(o)t(e), gelijkgestelde partner, samenwonende partner in het kader van duurzame relatie en kinderen.

Je ben vrijgesteld van de plicht met een van documenten of in de volgende situatie:

  • een verblijfskaart A
  • bijlage 15 met aangekruist vakje 2 of 9 (d.w.z. al ingeschreven met toegekend verblijfsrecht maar in afwachting van (9) de afgifte van de verblijfskaart A, of (2) de vernieuwing van de verblijfsvergunning)
  • ingeschreven in het vreemdelingenregister

Let op

  • Wanneer je eerst een verblijfsstatuut als ‘tijdelijk beschermde’ krijgt, en nadien een statuutswijziging doet - bijvoorbeeld naar gezinshereniging of via een asielaanvraag een statuut krijgt als erkend vluchteling of subsidiair beschermde - dan blijf je vrijgesteld van de verplichting. De eerste verblijfstitel van meer dan 3 maanden is immers bepalend voor de verplichting. Zie 'Welk moment bepaalt de doelgroep?'
  • Je bent als tijdelijk beschermde geen doelgroep met alleen het attest van tijdelijke bescherming van DVZ, want dan is er nog geen inschrijving in het Rijksregister.
  • Deze vrijstelling geldt niet als je verplichte inburgeraar bent als bedienaar van een erkende eredienst.

Ernstige ziekte of handicap

Je levert het bewijs dat je een ernstig ziekte hebt of een mentaal of fysieke handicap die de deelname aan een inburgeringstraject blijvend onmogelijk maakt. Je toont dat aan met een medisch attest.

 

Attest van inburgering al behaald

Als je al een attest van inburgering op basis van het Vlaamse inburgeringsdecreet behaald hebt in Vlaanderen of Brussel, ben je vrijgesteld van de verplichting.

Let op:

  • Een attest van inburgering behaald op basis van andere regelgeving - bijvoorbeeld Brusselse, Waalse of Nederlandse - zorgt niet voor een vrijstelling.
  • Personen die in het verleden al regelmatig hebben deelgenomen of de doelstellingen van het vormingsprogramma al behaald hebben, kunnen mogelijk niet meer verplicht worden omdat zij hun verplichtingen al voldaan hebben. Zie 'Wat is de Vlaamse inburgeringsplicht?'

Leeftijd van 65 jaar of ouder

Als je 65 jaar wordt, of ouder dan 65 jaar bent, ben je vrijgesteld van de verplichting.

Let op: deze vrijstelling geldt niet voor een verplichte inburgeraar als bedienaar van een erkende eredienst.

Diploma of getuigschrift van onderwijs

Je bent vrijgesteld als je een van de volgende getuigschriften of diploma's kan voorleggen: 

  • een getuigschrift basisonderwijs
  • een getuigschrift (na de eerste of tweede graad) of diploma (na de derde graad) van secundair onderwijs,
  • een diploma hoger onderwijs

De bovenstaande documenten moeten behaald zijn aan een onderwijsinstelling gefinancierd, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse, Franse of Duitstalige gemeenschap of door het Koninkrijk der Nederlanden, met uitzondering van Aruba en de Nederlandse Antillen.

Let op

  • Deze vrijstelling geldt niet wanneer je verplichte inburgeraar bent als bedienaar van een erkende eredienst.
  • Ook als je een attest, getuigschrift of diploma behaalde in het buitengewoon secundair onderwijs dan ben je vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

Attest regelmatige lesbijwoning onthaalonderwijs (OKAN – classes passerelles)

Als je een attest van regelmatige lesbijwoning van onthaalonderwijs (OKAN) voorlegt, wordt je vrijgesteld van de verplichting. Je trajectbegeleider moet niet nagaan hoeveel maanden les er effectief gevolgd werden. Zodra je school een attest van regelmatige lesbijwoning aflevert, geldt er een vrijstelling van de verplichting. Ook een attest regelmatige deelname van het Franstalige onthaalonderwijs (classes passerelles) zorgt voor een vrijstelling van de inburgeringsplicht. 

Minderjarige nieuwkomer die 18 jaar wordt

Als minderjarige nieuwkomer die 18 jaar oud wordt, ben je vrijgesteld in de volgende gevallen:

  • Op moment van eerste aanmeldingsplicht én op 31 augustus van het schooljaar leg je één van de volgende bewijzen voor:
    • een bewijs van inschrijving
      • in het onthaalonderwijs of
      • in een opleiding die leidt tot een diploma secundair onderwijs of
    • een diploma hoger onderwijs in een onderwijsinstelling erkend, gefinancierd, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse, Franse of Duitstalige gemeenschap of door het Koninkrijk der Nederlanden met uitzondering van Aruba en de Nederlandse Antillen

Op het moment van de éérste aanmelding en met zulk bewijs krijg je een opschorting van de verplichting tot 31 augustus van het schooljaar. Als je op 31 augustus van dat schooljaar terug zulk bewijs voorlegt, ben je vrijgesteld van de verplichting.

Je bent als minderjarige nieuwkomer die 18 wordt alleen verplicht als je op het moment dat je 18 jaar wordt nog geen 12 opeenvolgende maanden voor het eerst met een verblijfstitel van meer dan 3 maanden was ingeschreven in het Rijksregister. Dat wil zeggen dat je niet verplicht bent als je vóór je 17de verjaardag een verblijfstitel van meer dan 3 maanden kreeg.

Belg geworden?

Als je als verplichte vreemde nieuwkomer de Belgische nationaliteit verwerft en zo in het Rijksregister wordt ingeschreven, 

  • voldoe je niet meer aan de definitie van vreemde nieuwkomer:
    • Je bent geen vreemdeling (niet-Belg) meer  want je verwierf de Belgische nationaliteit.
  • voldoe je ook niet aan de definitie van Belgische nieuwkomer:
    • Je wordt immers niet voor het eerst ingeschreven wordt in het Rijksregister. 

Dit leidt er toe dat je in deze situatie geen verplicht inburgeraar meer bent. Je blijft wel doelgroep van inburgering.

  • Let op: een verplichte inburgeraar als bedienaar van een erkende eredienst die Belg wordt, blijft wel verplicht tot inburgering (als hij of zij buiten België geboren is uit minstens een ouder die ook buiten België geboren is).

Let op: Als je geen Belg wordt maar wel het statuut van vestiging (verblijfskaart C of K) of langdurig ingezetene (verblijfskaart D of L) verwerft, blijft een niet voldane inburgeringsplicht wel bestaan. Je blijft in dat geval immers een niet-Belg.