Bij beoordeling aanvraag gezinshereniging als partner van een Belg moeten niet enkel de bestaansmiddelen van de Belg zelf in aanmerking genomen worden.
Vanaf 1-4-2026 stijgt het GGMMI door CAO 43/18 van 24-3-2026. Hierdoor geldt voor bepaalde situaties van gezinshereniging een hoger referentiebedrag als bewijs van voldoende inkomsten.
Het Grondwettelijk Hof schorste op 26-2-2026 een aantal artikelen van de wet over gezinshereniging in werking sinds 18-8-2025. Deze wet verstrengde onder andere de gezinshereniging met subsidiair beschermden.
Er is geen bestaansmiddelenvereiste bij gezinshereniging van moeder met minderjarig Belgisch kind, ook bijgelijktijdige aanvraag van minderjarig derdelands kind met Belgische vader.
In een arrest van 20-10-2022 verduidelijkt de Raad van State (RvS) dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) bij gezinshereniging met een Belg rekening kan houden
In arrest X t. Belgische staat, C-930/19 van 2-09-2021 oordeelt het HvJ dat derdelands echtgenoten van Unieburgers en van derdelanders, die slachtoffer waren va
Volgens GwH arrest nr. 149/2019 van 24-10-2019 mag DVZ eisen dat de bestaansmiddelen bij gezinshereniging met een statische Belg, van de Belg persoonlijk afkoms
GwH arrest nr. 17/2019 van 7-02-2019 maakt een einde aan de ongelijke behandeling bij de beëindiging van het (voorwaardelijk) verblijfsrecht van, enerzijds, de
HvJ: vrijstelling voorwaarden gezinshereniging met vluchteling of subsidiair beschermde geldt ook bij laattijdige aanvraag die objectief verschoonbaar is
Een verklaring op eer kan bewijswaarde hebben als zij niet van om het even welke welwillende derde komt, en mits DVZ contactgegevens heeft van de getuigen. Dat
Twee nieuwe wetten veranderen regels inzake gezinshereniging: de wet diverse bepalingen asiel en migratie (4-05-2016, in werking 7-07-2016) en de Wet tot wijzig