Arbrb Brussel: beperking materiële hulp wegens niet voldane bijdrageplicht vernietigd wegens stereotiepe motivering
In het kort
In een vonnis van 24-10-2025 nr. 25/3176A vernietigt de Franstalige arbeidsrechtbank van Brussel ten gronde de beslissing van Fedasil om de materiële hulp te beperken tot medische bijstand wegens het feit dat de verzoeker van internationale bescherming (VIB) niet zou voldaan hebben aan de bijdrageplicht voor VIB met een inkomen. De rechter kent bovendien terug materiële opvang toe en legt Fedasil een schadevergoeding op. De beslissing van Fedasil is immers stereotiep en niet concreet gemotiveerd. Fedasil legt niet uit op welke manier de VIB zijn inkomsten verborgen zou hebben gehouden, gaat niet in op de aanzienlijke mentale kwetsbaarheid van de VIB, gaat niet na of de beperking van de hulp wel proportioneel is in dit geval en onderzoekt niet of de persoon menswaardig zal kunnen leven.
Vanaf 1-7-2024 kreeg Fedasil de bevoegdheid om de bijdrageplicht voor verzoekers om internationale bescherming (VIB) die in een opvang verblijven en beschikken over een inkomen te controleren en rechtstreeks terug te vorderen. In enkele recente beschikkingen oordeelde de arbeidsrechtbank van Brussel dat Fedasil verder opvang moest verlenen gezien de buitengewone omstandigheden van manifeste nood ondanks een niet-voldane bijdrageplicht. Het ging om tijdelijke beschikkingen na indiening van een eenzijdig verzoekschrift. In dit huidige vonnis spreekt de arbeidsrechtbank zich echter ten gronde uit.
Fedasil beperkt materiële hulp tot medische bijstand
Verzoeker is een Palestijn afkomstig uit de Gazastrook. Op 6 juni nam Fedasil de beslissing om het recht op materiële hulp van verzoeker te beperken tot medische bijstand (de betwiste beslissing). Verzoeker had namelijk niet voldaan aan zijn bijdrageplicht om de som van 4.707,45 euro te betalen. Op 13 juni diende de advocaat een eenzijdig verzoekschrift in. Hoewel Fedasil werd gevraagd om verder opvang te verlenen in afwachting van de uitspraak, en verzoeker op 17 juni een zelfmoordpoging ondernam, werd verzoeker uit het opvangcentrum gezet op 18 juni 2025. Ondanks de betekening van de beslissing op 19 juni waarin Fedasil werd veroordeeld tot het verlenen van opvang in afwachting van de uitspraak ten gronde, reageerde Fedasil niet op de herhaaldelijke vraag om verzoeker te re-integreren in het opvangnetwerk.
Beslissing Fedasil onvoldoende gemotiveerd
Artikel 4 §1, 4° Opvangwet laat toe om de opvang te beperken voor asielzoekers die over voldoende financiële middelen beschikken om te voorzien in de eigen basisbehoeften (art. 35/2 Opvangwet). Een beslissing tot beperking op deze basis moet echter individueel gemotiveerd worden, rekening houdend met de specifieke situatie van de betrokkene, en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Het recht op een waardige levensstandaard dient gewaarborgd te blijven.
Niet gemotiveerd hoe VIB inkomsten probeerde verborgen te houden
De rechtbank wijst erop dat de notie ‘verborgen houden financiële middelen’ uit artikel 35/2 Opvangwet niet gedefinieerd is in Opvangwet of bijhorend KB Cumul. In de betwiste beslissing wordt verzoeker niet beschuldigd van het verbogen houden van zijn inkomsten, noch vermeldt de beslissing op welke manier hij deze verborgen zou hebben gehouden. De beslissing is gebaseerd op het loutere feit dat de bijdrage niet is betaald.
Niet aangetoond dat VIB beschikt over voldoende bestaansmiddelen
Daar waar artikel 35/2 specifiek betrekking heeft tot de verzoeker die ‘over voldoende financiële middelen beschikt om te voorzien in zijn basisbehoeften’ motiveert de betwiste beslissing niet dat dit ook effectief het geval is.
Fedasil heeft niet voldoende geïnformeerd
Artikel 14 Opvangwet voorziet erin dat Fedasil bij toewijzing van een opvangplek de verzoeker een informatiebrochure aanbiedt die de rechten en plichten van verzoeker omschrijft, en die in de mate van het mogelijke is opgesteld in een taal die persoon begrijpt. Ook artikel 2 § 6 van KB Cumul vermeldt dat dit met inbegrip is van de werking en gevolgen van het de bijdrageplicht. Tenslotte is het recht op sociale tolk- en vertaaldiensten voorzien in artikel 15 van de Opvangwet.
Fedasil heeft niet aangetoond dat de verzoeker op geschikte wijze werd geïnformeerd over de bijdrageplicht. De informatieplicht heeft tot doel om te vermijden dat er ‘sancties worden getroffen bij te goeder trouwe onwetendheid in hoofde van de betrokken bewoners’. Bovendien oordeelt de rechtbank dat de verplichting om Fedasil op de hoogte te houden van inkomsten met zich meebrengt dat alle partijen - waaronder zowel de verzoeker als het opvangcentrum – moeten samenwerken aan de bewijslast. Verzoeker stelde immers dat hij zijn sociaal assistent in het opvangcentrum wel degelijk op de hoogte had gebracht van zijn arbeidscontracten. Het kan bijgevolg niet worden aangetoond dat persoon zijn inkomsten trachtte te verbergen.
Beperking materiële hulp niet proportioneel en menswaardige levensstandaard niet verzekerd
De rechter oordeelt ten slotte dat de beperking van de materiële hulp gezien de precaire medische situatie van verzoeker, niet proportioneel is, en dat een menswaardige levensstandaard niet behouden zou kunnen worden. Bijgevolg moet Fedasil de persoon opnieuw integreren in het opvangnetwerk, op straffe van dwangsom van 200 per dag.
Recht op schadevergoeding
Ten slotte oordeelt de arbeidsrechtbank dat verzoeker recht heeft op een schadevergoeding ter hoogte van zijn bijdrageplicht (4.707,45 euro). De rechtbank verwijt Fedasil dat het enerzijds heeft nagelaten om te antwoorden op de verzoeken van de advocaat om de opvang in het netwerk te garanderen sinds de uitspraak in het kader van het eenzijdig verzoekschrift, en anderzijds dat het verzoeker niet opnieuw heeft geïntegreerd in het opvangnetwerk in uitvoering van de voorlopige beschikking. Deze nalatigheid heeft, met name gezien zijn medische toestand en de zelfmoordpoging, schade toegebracht aan de verzoeker.