Voorwaarden internationale bescherming (EU-migratiepact)

Sinds de inwerkingtreding van het EU-Migratiepact (Pact) op 12 juni 2026, wordt de betekenis en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiaire beschermingsstatus geregeld door de Kwalificatieverordening van 14 mei 2024 (EU) 2024/1347. Een verordening heeft rechtstreekse werking en hoeft niet, in tegenstelling tot een richtlijn, omgezet te worden in intern recht.    

In het kort

Doe je een verzoek om internationale bescherming (VIB)? Dan zal de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) eerst nagaan of je in aanmerking komt voor de vluchtelingenstatus. Als dat niet het geval is, kijkt het CGVS na of je de subsidiaire bescherming kan krijgen.

Vluchtelingenstatus

Om als vluchteling erkent te kunnen worden zal je moeten voldoen aan de voorwaarden van de definitie uit artikel 3, lid 5 van de Kwalificatieverordening van 14 mei 2024 (EU) 2024/1347.

Een vluchteling is: 

  • Een onderdaan van een derde land die zich wegens 
  • een gegronde vrees voor vervolging 
  • om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, 
  • buiten het land bevindt waarvan hij of zij de nationaliteit bezit 
  • en de bescherming van dat land niet kan of, wegens deze vrees, niet wil inroepen,
  • dan wel een staatloze, die zich om dezelfde reden buiten het land bevindt waar hij of zij vroeger gewoonlijk verbleef en daarheen niet kan, dan wel wegens gegronde vrees niet wil terugkeren….

Deze definitie bevat vier elementen:

  • een gegronde vrees voor vervolging;
  • omwille van één van de vijf gronden: ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of van een politieke overtuiging;
  • zich buiten het land van herkomst bevinden;
  • een gebrek aan bescherming in het land van herkomst 

Vier elementen

Gegronde individuele vrees 

Een gegronde vrees voor vervolging bestaat uit een subjectief (vrees) en een objectief (gegrond) element. 
Het Subjectieve element is je individuele vrees. Het houdt sterk verband met jouw persoonlijkheid, achtergrond, leeftijd of eerdere ervaringen. 
Maar een vrees voor vervolging is niet voldoende. De vrees moet ook redelijk zijn. Je moet ze kunnen objectiveren en de gegrondheid ervan kunnen staven door duidelijke en overeenstemmende verklaringen, bewijsdocumenten en/of beschikbare landeninformatie. 
Er dient wel benadrukt te worden dat je niet eerst vervolgd moet zijn om als vluchteling erkend te worden. Een gegronde vrees voor een (toekomstige) vervolging is voldoende.  

Actueel

Een gegronde vrees voor vervolging bestaat uit een subjectief (vrees) en een objectief (gegrond) element. 

Het Subjectieve element is je individuele vrees. Het houdt sterk verband met jouw persoonlijkheid, achtergrond, leeftijd of eerdere ervaringen.

Maar een vrees voor vervolging is niet voldoende. De vrees moet ook redelijk zijn. Je moet ze kunnen objectiveren en de gegrondheid ervan kunnen staven door duidelijke en overeenstemmende verklaringen, bewijsdocumenten en/of beschikbare landeninformatie. 

Er dient wel benadrukt te worden dat je niet eerst vervolgd moet zijn om als vluchteling erkend te worden. Een gegronde vrees voor een (toekomstige) vervolging is voldoende.  

Actueel

Jouw vrees moet actueel zijn op het moment dat de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) de beslissing neemt. Welk risico loop je moest je nu terugkeren naar jouw land van herkomst. Het is niet omdat je in het verleden vervolgd bent geweest, dat dit nu weer het geval zou zijn.

Hierop bestaat echter een belangrijke uitzondering. Als de vrees voor vervolging niet meer actueel is maar zodanige traumatische gevolgen heeft dat een terugkeer redelijkerwijs niet van jou verlangt kan worden, kan je toch als vluchteling worden erkend. 

Bijvoorbeeld:

  • gedwongen huwelijk
  • besnijdenis
  • oorlogsmisdaden

Vervolgingsactoren 

De vervolging kan uitgaan van de staat of van partijen of organisaties die de staat of een aanzienlijk deel van het grondgebied beheersen. Zelfs niet-overheidsactoren kunnen vervolgers zijn (art. 6 Kwalificatieverordening) wanneer je kan aantonen dat de staat of controlerende partijen of organisaties je geen bescherming kunnen of willen bieden. 

Daden van vervolging

Daden van vervolging zijn daden die zo ernstig zijn of zo vaak voorkomen dat zij een schending vormen van de grondrechten van de mens (recht op leven, verbod van foltering, verbod van slavernij of het legaliteitsbeginsel). Een combinatie van verschillende maatregelen zijn ook daden van vervolging wanneer zij samen voldoende ernstig zijn.

In artikel 9 geeft de kwalificatieverordening een niet-exhaustieve opsomming van vervolgingsdaden:

  • daden van lichamelijk of geestelijk geweld (inclusief seksueel geweld)
  • wettelijke, administratieve of politiële en/of gerechtelijke maatregelen die discriminerend zijn of die de instanties op discriminerende wijze uitvoeren
  • onevenredige of discriminerende vervolging of bestraffing 
  • ontneming van de toegang tot rechtsmiddelen, waardoor een onevenredig zware of discriminerende straf wordt opgelegd
  • vervolging of bestraffing omwille van weigering militaire dienst te vervullen
  • daden van genderspecifieke of kindspecifieke aard

De vijf vervolgingsgronden worden opgesomd in artikel 10 Kwalificatieverordening:

Ras

Het begrip ‘ras’ omvat onder andere de aspecten huidskleur, afkomst of het behoren tot een bepaalde etnische groep.

Godsdienst

Het begrip ‘godsdienst’ omvat allerlei soorten geloofsovertuigingen. Het al dan niet deelnemen aan formele erediensten in private of publieke sfeer, alleen of in gemeenschap met anderen. Het omvat ook andere religieuze activiteiten of uitingen. Tot ‘godsdienst’ behoren ook vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of die erdoor worden bepaald.

Nationaliteit 

Het begrip ‘nationaliteit’ is niet beperkt tot staatsburgerschap of het ontbreken daarvan, maar omvat onder meer ook het behoren tot een groep die wordt bepaald door haar culturele, etnische of linguïstische identiteit, door een gemeenschappelijke geografische of politieke oorsprong of door verwantschap met de bevolking van een andere staat.

Bepaalde sociale groep

‘Behoren tot een bepaalde sociale groep omvat met name het behoren tot een groep:

  • waarvan de leden een aangeboren kenmerk delen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die ze niet kunnen wijzigingen,
  • of een kenmerk of een geloof delen dat zo fundamenteel is voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen, dat men niet mag eisen dat zei dit opgeven,
  • en de groep in het betrokken land een eigen identiteit heeft omdat zij in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd.

De kwalificatieverordening vermeldt seksuele geaardheid als specifiek voorbeeld. Bij de beoordeling van je vrees voor vervolging kan het CGVS niet van je verwachten dat je je gedragingen aanpast of veranderd of je je van bepaalde praktijken onthoudt om het risico op vervolging in je herkomstland te voorkomen. 

Afhankelijk van de specifieke context in een bepaald land of regio kunnen vele risicosituaties vallen onder deze vervolgingsgrond. Zo kan het gaan om meisjes en vrouwen die het risico lopen op een gedwongen (kind)huwelijk, systematisch partnergeweld, vrouwenbesnijdenis, maar ook om mogelijke slachtoffers van bloedwraak of directe familieleden van mensenrechtenactivisten of politieke opposanten.     

Politieke overtuiging 

Het begrip ‘politieke vertuiging’ houdt in dat je een mening, gedachten of opvatting hebt met betrekking tot de actoren van vervolging, hun beleid of methoden. Het is niet nodig dat je hiernaar gehandeld hebt. Als het de autoriteiten ter kennis is gekomen dat je een bepaalde politieke overtuiging hebt, kan dat voldoende zijn. 

De Kwalificatieverordening spreekt over een ‘politieke overtuiging” en niet over ‘politieke activiteiten’. Je moet ook geen lid zijn van een politieke partij, een overtuiging is voldoende maar het risico moet wel bestaan om ervoor vervolgd te worden. 

Om als vluchteling erkend te worden, moet je je buiten het grondgebied bevinden van het land waarvan je de nationaliteit bezit. Een staatloze vluchteling moet zich buiten het land van zijn gewone verblijfplaats bevinden.

Een ‘réfugié sur place’ is een vluchteling die geen vluchteling was op het ogenblik dat hij zijn land verliet maar dat wel geworden is door nieuwe ontwikkelingen of gebeurtenissen in zijn herkomstland, die nadien ontstonden.

Indien echter het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die je na het verlaten van je land van herkomst hebt veroorzaakt met als enig of voornaamste doel om internationale bescherming te vragen, kan het CGVS weigeren om je internationale bescherming te geven.

Je kan of wil de bescherming van je land van herkomst niet inroepen. 

Het ‘niet willen inroepen’ van bescherming verwijst naar de situatie waarin er wel bescherming beschikbaar is maar je deze niet kan inroepen omdat je een gegronde vrees voor vervolging hebt ten aanzien van de actor van bescherming.

De geboden bescherming moet doeltreffend en niet-tijdelijke van aard zijn. Als de bescherming niet effectief is, kan je concluderen dat je de bescherming niet kan inroepen.

Uitsluitend ‘actoren van bescherming’ kunnen bescherming voorzien. Dat kunnen zijn:

  • de staat 
  • of stabiele, gevestigde niet-overheidsinstanties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen.

De actor van bescherming moet bereid en in staat zijn om effectieve bescherming te bieden.

Het CGVS zal ervan uitgaan dat je geen nood hebt aan internationale bescherming wanneer je een veilig onderkomen kan vinden op een andere plaats in je land van herkomst. Dit is een intern vlucht- of vestigingsalternatief.

Het CGVS moet de mogelijkheid van een intern vluchtalternatief onderzoeken. De bewijslast ligt bij het CGVS. Het CGVS houdt daarbij rekening met de algemene omstandigheden in het relevante deel van het land van herkomst, inclusief de toegankelijkheid, doeltreffendheid en de duurzaamheid van de bescherming. Het CGVS zal bij het onderzoek naar het intern vlucht- en vestigingsalternatief ook rekening dienen te houden met je persoonlijke omstandigheden zoals gezondheid, leeftijd, gender, genderidentiteit, seksuele geaardheid, etnische afkomst en het behoren tot een nationale minderheid. Men kan bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die steeds op het platteland heeft gewoond niet verwachten dat zij een nieuw leven kan opbouwen in de stad waar zij geen enkel netwerk heeft. Je krijgt als verzoeker om internationale bescherming tijdens je persoonlijk onderhoud de kans om op het voorgestelde intern vluchtalternatief te reageren uit te leggen waarom je een vestiging elders weigert.  

Een intern vluchtalternatief moet bovendien veilig, wettig en praktisch toegankelijk zijn. Je moet het recht hebben om op een legale wijze te reizen naar het gebied, om het gebied wettig te betreden en er wettig te verblijven zonder veiligheidsrisico’s.

Subsidiaire bescherming

Voor subsidiaire bescherming moeten er overeenkomstig artikel 3, lid 6 Kwalificatieverordening:

‘zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat, wanneer hij of zij naar zijn of haar land van herkomst, of in geval van een staatloze, naar het land waar hij of zij vroeger gewoonlijk verbleef, terugkeert, een reëel risico zou lopen op ernstige schade en die zich niet onder de bescherming van dat land kan of, wegens dat risico, wil stellen’.

Je mag niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus. Is dat wel het geval dan moet het CGVS je erkennen als vluchteling.

Het duidelijkste verschil tussen de bescherming als vluchteling en de subsidiaire bescherming is dat je bij de subsidiaire bescherming geen verband moet aantonen met één van de vijf gronden (ras, godsdienst, nationaliteit, behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging).

Elke aanvraag wordt individueel onderzocht. Verwijzen naar de algemene toestand van je land is niet voldoende om een reëel risico aan te tonen. Leg de link met je persoonlijke situatie. Schets jouw situatie op een zo concreet mogelijke manier.

Elke aanvraag zal individueel worden onderzocht. Je moet persoonlijk een risico op ernstige schade lopen, maar niet persoonlijk geviseerd zijn of getroffen worden.

Bovendien moet het risico echt zijn, d.w.z. realistisch en niet hypothetisch.

Volgens artikel 15 Kwalificatieverordening bestaat de ernstige schade uit:

  a) doodstraf of executie

  b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing 

  c) ernstige schade door een gewapend conflict

Ernstige schade

De doodstraf wordt als ‘ernstige schade’ beschouwd. Als je bij terugkeer een reëel risico loopt op de doodstraf, kom je in principe in aanmerking voor subsidiaire bescherming. De ernstige schade kan ook bestaan wanneer niet-overheidsactoren, met enige vorm van gezag, een persoon opzettelijk willen doden. Dan spreekt men van executie. De doodsdreiging kan ook uitgaan van een familielid of van je gemeenschap omwille van vermeende schending van culturele, religieuze of traditionele normen. 

Een rechtbank moet de straf nog niet uitgesproken hebben. De overheid moet op de hoogte zijn van het gepleegde feit en er moet een begin van strafprocedure zijn.

Foltering of een onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in het land van herkomst is een behandeling die in strijd is met artikel van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Het is van belang om voldoende concrete elementen aan te brengen die aantonen dat je een persoonlijk en reëel risico loopt op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling in geval van terugkeer. 

Dit komt bijvoorbeeld voor wanneer de mate aan willekeurig geweld niet hoog genoeg is om te spreken van ‘ernstige schade door gewapend conflict’ maar dat jouw persoonlijke kwetsbaarheid dermate hoog is dat er sprake is van een reëel risico op onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing bij terugkeer naar jouw land of regio.

Onder ernstige schade door een gewapend conflict verstaan we:

  • een risico op een ernstige bedreiging van je leven of persoon
  • als gevolg van willekeurig geweld 
  • in de context van een internationaal of binnenlands gewapend conflict 

Alleen burgers, dus niet strijders, kunnen een beroep doen op deze beschermingsgrond. Bij twijfel moet iemand als burger worden beschouwd.

Het gewapend conflict moet:

  • georganiseerd zijn 
  • aanhoudend
  • intensief
  • daadwerkelijk aan de gang zijn

Het CGVS onderzoekt verschillende objectieve elementen om het reëel risico te beoordelen. Het kan hierbij gaan om de aard van het geweld, de verspreiding van het geweld, het aantal burgerslachtoffers of de impact op socio-economisch gebied.

Het CGVS zal geval per geval oordelen of het willekeurig geweld in een bepaald land of regio voldoende hoog is voor in aanmerking te komen voor subsidiaire bescherming. De regio’s die hiervoor in aanmerking komen worden niet openbaar gemaakt.

Op basis van het arrest Elgajafi van het Hof van Justitie spreekt de RvV van een:

‘uitzonderlijke situatie waarbij de mate van willekeurig geweld in het aan de gang zijnde gewapend conflict dermate hoog is dat zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het betrokken land of, in voorkomend geval, naar het betrokken gebeid, louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt’.

De RvV voegt daaraan toe dat:

‘Hoe meer een verzoeker het bewijs kan leveren dat hij specifiek wordt geraakt om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden, hoe lager de mate van het willekeurig geweld zal zijn die vereist is opdat hij in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming’.

Het blijft dus belangrijk om niet enkel te verwijzen naar de algemene situatie. Maak steeds op een zo concreet mogelijke manier de link met jouw persoonlijke omstandigheden. 

Gezinsleden

Gezinsleden die niet in aanmerking komen voor internationale bescherming, maar meegereisd zijn met hun gezinslid dat wel erkend werd als vluchteling of subsidiaire bescherming kreeg of aangekomen zijn in België alvorens die bescherming toegekend werd, kunnen in aanmerking komen voor gezinshereniging als meereizend gezinslid.

Meer informatie hierover lees je op de pagina's gezinshereniging als meereizend gezinslid.