GwH: videoverhoren op afstand tijdens asielprocedure schendt Grondwet

In het kort

In arrest nr. 73/2026 van 18 juni 2026 oordeelt het Grondwettelijk Hof (GwH) dat het uitvoeren van een interview of persoonlijk onderhoud per videoconferentie een schending vormt van het recht op privéleven. Het arrest heeft betrekking op zowel het gebruik van een videgehoor door DVZ (eerste interview) als door het CGVS (het persoonlijk onderhoud). Beide situaties vormen een schending van artikel 22 van de Grondwet (recht op privéleven) gelezen in samenhang met artikel 6, lid 3 van de Algemene verordening Gegevensbescherming (“AVG”) en met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit arrest komt er na een prejudiciële vraag gesteld aan het Grondwettelijk Hof door de Raad van State (RvS).

Videoverhoren vormen een bijkomende verwerking van persoonsgegevens

Het afnemen van een videverhoor een nieuwe soort verwerking van persoonsgegevens door het invoeren door het gebruik van de techniek van de videoconferentie. De deelname aan een videgehoor kan namelijk leiden tot de doorzending van metagegevens, zijnde persoonsgegevens die worden gegenereerd door het gebruik van de videoconferentie software zelf, zoals de identiteit van de personen die inloggen, hun elektronische adressen.

Bepalingen in de Verblijfswet niet voldoende nauwkeurig en volledig 

De RvS stelt zich de vraag of de Verblijfswet voldoende ‘nauwkeurig en volledig’ zijn om een videgehoor toe te staan bij wijze van een Koninklijk Besluit (KB) ‘om de koning toe te staan om te voorzien in een onderhoud per videoconferentie’.

Delegatie via een KB is niet strijd met het wettigheidsbeginsel. Wel moet de machtiging voldoende nauwkeurig omschreven zijn en betrekking hebben op de ‘tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de essentiële elementen vooraf door de wetgever zijn vastgesteld.’

Dit houdt onder meer in dat eenieder een voldoende duidelijk beeld moet kunnen hebben van de verwerkte gegevens, de betrokken personen, de voorwaarden, en de doeleinden van de verwerking. 

Personen zijn niet in staat om te bepalen welke gegevens worden verwerkt bij videogehoor

De essentiële elementen van de verwerking van de persoonsgegevens moeten in de wet zelf worden vastgelegd. De relevante bepalingen in de Verblijfswet staan echter niet toe aan de persoon om voldoende te begrijpen welke gegevens worden verwerkt:

  • Geen enkele bepaling in de Verblijfswet [voorzag] in de verwerking van de beelden en geluiden via videoconferentie
  • Het doeleinde van de verwerking van de metagegevens met betrekking tot de technische aspecten van de videoconferentie is niet bepaald
  • Er wordt niet bepaald welke categorieën van personen toegang hebben tot de technische gegevens 
  • Ook wordt niet gepreciseerd of de leverancier van de videoconferentie software toegang heeft tot die gegevens
  • De bewaartermijn van de gegevens wordt niet uitdrukkelijk vermeld, zowel wat betreft de technische metagegevens, als de gegevens rond identiteit, reisweg, de redenen van het VIB,…

Bijgevolg vormt het afnemen van een videgehoor, zowel door de DVZ als door het CGVS, een schending van artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6, lid 3 van de AVG en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Gevolgen voor de Belgische rechtspraktijk

Onmiddellijke toepasbaarheid

Een arrest van het Grondwettelijk Hof geldt ten aanzien van iedereen, waardoor het afnemen van een gehoor via video, zowel op niveau van de DVZ als op niveau van het CGVS, niet meer wettig is sinds datum van de uitspraak. Het is niet duidelijk of de videogehoren in de praktijk worden stopgezet.

De relevante artikelen in de Vreemdelingenwet waarop voormelde KB ’s zijn gebaseerd, bevatten namelijk niet voldoende waarborgen:

Artikelen 51/5, 51/8, 51/10, 57/1 §3, eerste lid, 57/5ter §1, 57/6/7 §4 eerste lid en 57/24, eerste lid van Vreemdelingenwet.

Deze waarborgen hebben betrekking op de essentiële elementen, namelijk;

  • De categorie van verwerkte gegevens
  • De categorie van de betrokken personen
  • De met verwerking nagestreefde doelstelling
  • De categorie van personen die toegang hebben tot de verwerkte gegevens 
  • De maximumtermijn voor het bewaren van de gegevens

Het Grondwettelijk Hof stelde in haar beslissing dat deze essentiële elementen in de wet zelf moeten worden vastgelegd. Desondanks is de vraag of de essentiële elementen van deze gegevensverwerking in de wet moeten worden opgenomen, momenteel nog aanhangig bij het grondwettelijk Hof (G.H., rolnummers 8448 en 8449).

Invoering van artikel 57/5Sexies §1 in de Verblijfswet op 19 juni 2026

De dag na het arrest van het Hof, werd een artikel ingevoegd in de Vreemdeling wet die wel vermelding maakt van de videoverhoren:

‘Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen kan in gerechtvaardigde omstandigheden het persoonlijk onderhoud per videoconferentie voeren.’ [...]

Dit artikel, na lezing van het arrest, lijkt ook niet te voldoen aan de voorwaarden voor delegatie aangezien zij nog steeds nalaat de essentiële elementen te vermelden, en deze niet voldoende en precies bepaalt in welke omstandigheden de verwerkingen van persoonsgegevens zijn toegelaten. 

Videverhoor toelaatbaar in het kader van het Migratie- en Asielpact?

Artikel 13 (10) van de APR stelt dat de beslissingsautoriteit, indien dit naar behoren gerechtvaardigd wordt door de omstandigheden, het persoonlijk onderhoud per videoconferentie kan voeren.

Het Wetsontwerp (p.67) verduidelijkt dat de beslissing om de verzoeker per videoconferentie te horen, behoort tot de appreciatiebevoegdheid van het Commissariaat-Generaal, dat geval per geval beoordeelt of een persoonlijk onderhoud per videoconferentie de geschikte manier is om de verzoeker te horen. 

Hoewel in het wetsontwerp melding wordt gemaakt van specifieke omstandigheden, lijkt de ruime appreciatiemarge haaks te staan op de vereiste dat de rechtsgrond die de inmenging met het recht op een privéleven toestaat, zelf de reikwijdte van de beperking van de uitoefening van het recht moet bepalen.

Impact op audio-opnames?

Art. 57/5 quinquies Verblijfswet voorziet dat het persoonlijk onderhoudt via audio-opname kan worden vastgelegd. 

§1. De verzoeker wordt vooraf geïnformeerd over het feit dat een dergelijke opname plaatsvindt en over het doel ervan. De opname wordt aan het dossier van de verzoeker toegevoegd.

Ook hier kunnen vraagtekens worden gezet of de essentiële elementen nodig voor een delegatie voldoende aanwezig zijn.  

Onbeantwoorde vragen

Verzoekers hekelden voor de RvS ook de verschillen in behandeling tussen asielzoekers en andere rechtszoekenden, waarvan bij de laatste groep geen toepassing wordt gemaakt van een videoverhoor in een procedure voor de rechtbanken of de RvS. Het Hof sprak zich hier echter niet verder over uit gezien dit geen onderdeel uitmaakte van de prejudiciële vragen.

 

Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen met eindredactie van AgII-VIF