Afghanistan: verblijfsaanvragen sinds machtsovername Taliban

In het kort

Op deze pagina vind je een overzicht van de (praktische) informatie die wij ter beschikking hebben. De laatste update van dit dossier dateert van juli 2024. Er blijven veel onduidelijkheden bestaan, en de situatie wijzigt vaak. We volgen de ontwikkelingen op en blijven dit overzicht actualiseren met de info die wij krijgen. Consulteer regelmatig deze pagina, alsook de websites van de bevoegde instanties: DVZ, CGVS, Fedasil en de FOD Buitenlandse Zaken. 

Verblijfsprocedures vanuit het buitenland

Voor het indienen van een verblijfsaanvraag en de afgifte van een visum gelden voor Afghanen die naar België willen komen de inhoudelijke en procedurele voorwaarden die in normale omstandigheden van toepassing zijn.

Volgende verblijfsprocedures kunnen worden doorlopen:
- visum gezinshereniging
- humanitair visum
- visum kort verblijf
- arbeidsmigratie
- studentenvisum

In de praktijk zullen voor Afghanen voornamelijk de eerste twee procedures relevant zijn. Bijgevolg wordt enkel de specificiteit van deze procedures in het kader van de Afghaanse situatie besproken.

Of iemand in aanmerking komt voor een visum gezinshereniging hangt onder meer af van de nationaliteit en het verblijfsrecht van de referentiepersoon in België. De voorwaarden, documenten en te volgen procedure worden uitvoerig besproken op onze webpagina's gezinshereniging.

Met betrekking tot de beoordeling van aanvragen gezinshereniging gaat DVZ ook steeds uit van de normale wettelijke vereisten.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Enkel de wettelijk bepaalde familieleden komen in aanmerking. Andere familieleden (zoals bijvoorbeeld broers, zussen, ooms, tantes, grootouders, enzovoort) kunnen vaak enkel een humanitair visum aanvragen.
  • De materiële voorwaarden moeten vervuld zijn (indien van toepassing: toereikende, stabiele en regelmatige inkomsten; voldoende huisvesting; ziekteverzekering; geen gevaar voor volksgezondheid, openbare orde of nationale veiligheid). De wettelijk voorziene uitzonderingen of vrijstellingen blijven uiteraard van toepassing. Zo moet DVZ in het kader van de individuele behoefteanalyse en de verplichte evenredigheidstoets steeds rekening houden met alle individuele elementen van het dossier. Bijgevolg is het altijd nuttig om de individuele situatie van zowel de referentiepersoon in België, als het familielid in Afghanistan zoveel mogelijk te duiden en te staven met bewijzen.
  • De administratieve bijdrage moet betaald worden, behalve voor familieleden die vrijgesteld zijn.

a) Flexibiliteit vereiste documenten?

Het algemene standpunt van de DVZ is dat zij geval per geval beoordelen of het onmogelijk is om bepaalde documenten voor te leggen of niet.  DVZ beoordeelt de Afghaanse aanvragen in samenspraak met de Belgische ambassade in Islamabad. In elk individueel dossier bekijken ze welke alternatieve, al dan niet gelegaliseerde, documenten aanvaard kunnen worden. Hierbij wordt er gekeken naar het geheel van documenten die worden voorgelegd. Zo wordt er rekening gehouden met de bewijswaarde van deze documenten en conformiteit met bestaande elementen in het dossier (bv. verklaringen van de referentiepersoon tijdens zijn asielprocedure). 

Het is aan de betrokkene om proactief en uitvoerig te beargumenteren waarom hij in zijn specifiek geval niet aan de vooropgestelde wettelijke vereisten kan voldoen, indien mogelijk met bewijsstukken. De algemene veiligheidssituatie in Afghanistan voorziet Afghanen dus niet automatisch van bepaalde vrijstellingen. Het is dus cruciaal om te specifiëren welke dienst gesloten is, welke beschermingsrisico’s de aanvrager loopt, waarom hij daardoor niet de vereiste documenten kan verkrijgen, enzovoort. 

In de praktijk blijkt dat DVZ toch zeer streng blijft wat betreft de voorgelegde documenten. Het blijft dus aangeraden om de aanvraag te onderbouwen met zo veel mogelijk nuttige documenten.

Bewijs familieband

In sommige gevallen is DVZ bij wet verplicht om rekening te houden met andere geldige bewijzen. Voor het bewijs van de familieband voorziet de Verblijfswet zelf in alternatieve bewijsmodaliteiten via een cascadesysteem. Dit geldt in het algemeen, onafhankelijk van de specifieke situatie van Afghanistan, maar is in dit kader wel belangrijk.

Volgens de Verblijfswet wordt de familieband door middel van de volgende bewijsmiddelen vastgesteld:

  1. officiële documenten die deze band aantonen, opgesteld overeenkomstig de regels van het internationaal privaatrecht, zowel wat de inhoudelijke en vormelijke voorwaarden als wat de legalisatie betreft. Over het algemeen gaat het om een letterlijk afschrift van het origineel van de akte die overeenkomstig artikel 30 van het Wetboek van internationaal privaatrecht gelegaliseerd werd.
  2. 'andere geldige bewijzen', indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is om officiële documenten voor te leggen. Bij familie van begunstigden van internationale bescherming, met wie de familieband al bestond voor aankomst van de referentiepersoon in België, is DVZ verplicht hiermee rekening te houden. Ook mag DVZ de aanvraag niet weigeren om de enige reden dat er geen officiële documenten van de gezinsband werden voorgelegd. Het Hof van Justitie en de RvV bevestigden dit principe en passen dit toe
    Voor familie van begunstigden van internationale bescherming, met wie de familieband pas tot stand kwam na aankomst van de referentiepersoon in België, voor familie van andere derdelanders met verblijfsrecht in België en familieleden van Belgen en Unieburgers is deze mogelijkheid onderworpen aan de discretionaire beoordeling van DVZ. De RvV oordeelde dat DVZ deze discretionaire bevoegdheid wel op redelijke wijze moet uitoefenen.
  3. een onderhoud of een aanvullende analyse (een DNA-test), indien het familielid geen ‘andere geldige bewijzen’ kan voorleggen. (zie Praktisch verloop visumaanvraag - punt 5)

De omzendbrief van 17 juni 2009 houdende bepaalde verduidelijkingen en wijzigings- en opheffingsbepalingen inzake gezinshereniging verduidelijkt verder:

  • wanneer aanvaard wordt dat het ‘onmogelijk’ is om officiële documenten voor te leggen, en
  • welke 'andere geldige bewijzen' aanvaard kunnen worden.
  • Opgelet! De omzendbrief van 17 juni 2009 verzwaart de bewijslast door te stellen dat men de ‘onmogelijkheid’ moet bewijzen om officiële documenten voor te leggen, terwijl noch de verblijfswetgeving, noch de Gezinsherenigingsrichtlijn dit oplegt. Het familielid moet alleen aantonen dat het geen officiële documenten kan voorleggen, zonder dat dit daarom onmogelijk moet zijn. Bovendien blijkt intussen uit rechtspraak van het Hof van Justitie (lees hierover meer in dit nieuwsbericht) dat, van zodra het familielid zijn samenwerkingsplicht ten aanzien van de lidstaat nakomt en er kennelijk geen sprake is van fraude, de lidstaat verplicht is om rekening te houden met andere bewijzen van de gezinsband, zelfs al vindt de lidstaat de uitleg voor het ontbreken van officiële documenten niet plausibel.

In de praktijk is het aangewezen dat de aanvrager alle mogelijke bewijzen van de gezinsband voorlegt en motiveert waarom hij, desgevallend, bepaalde documenten niet kan voorleggen. Ook hier voorziet de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan Afghanen dus niet automatisch van een vrijstelling.

b) Termijnen en leeftijdsvoorwaarden

De huidige situatie in Afghanistan maakt zowel het verzamelen van de nodige documenten als de indiening van een visumaanvraag bij de bevoegde Belgische diplomatieke post bijzonder moeilijk. Dit heeft verregaande gevolgen voor gezinshereniging, aangezien er tal van termijnen en leeftijdsvoorwaarden gelden: als de aanvraag niet tijdig ingediend wordt zal er in sommige gevallen geen recht op gezinshereniging meer bestaan of gelden er strengere voorwaarden.

Voor wat betreft termijnen en leeftijdsvoorwaarden die gelden voor de familieleden van erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden, verwijzen we naar de specifieke pagina's gezinshereniging voor deze doelgroep. De wetswijziging van 18 juli 2025, in werking getreden op 18 augustus 2025, verstrengt de voorwaarden en termijnen voor gezinshereniging. Momenteel geldt er nog een overgangsperiode tot 18 augustus 2027 waardoor er een onderscheid is tussen begunstigden van internationale bescherming die bescherming kregen VOOR 18 augustus 2025 en zij die bescherming kregen VANAF 18 augustus 2025 (te kijken naar de beslissingsdatum van het CGVS of datum van het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen).   

Belangrijk om hier al mee te geven, is dat de Verblijfswet (zowel onder de oude regels als onder de nieuwe) voorziet dat de DVZ rekening moet  houden met de bijzondere omstandigheden die laattijdige indiening van een aanvraag objectief verschoonbaar maken. 

Bij een laattijdige indiening van de aanvraag, is het dus steeds zeer belangrijk dat het gezinslid expliciet de specifieke moeilijkheden of omstandigheden uiteenzet die de tijdige indiening hebben verhinderd buiten zijn wil om. Dit door aan te tonen dat hij er alles aan deed om tijdig een aanvraag in te dienen (dit wil zeggen vóór het verstrijken van een termijn of leeftijdsgrens), maar dat dit onmogelijk of bijzonder moeilijk was. Het is daarom nuttig om een spoor bij te houden van de gezette stappen, en de nodige bewijsstukken hiervan aan te brengen. Bijvoorbeeld:

  • Persartikels of rapporten omtrent de sluiting van de grensovergangen, van de Afghaanse openbare diensten, enzovoort
  • Een kopie van de aanvraag en de afgifte van het Pakistaans e-visum om de grens over te steken
  • Printscreens van de website van VFS indien er geen afspraken kunnen worden gemaakt
  • Problemen met het indienen van een online aanvraag gezinshereniging (toepassing Afrin-arrest - zie punt 3 Praktisch verloop visumaanvraag)

De humanitaire visa met de meeste slaagkans, in de context van Afghanistan, zijn de hybride dossiers. Bij zo'n hybride aanvraag wordt een aanvraag voor een humanitair visum voor een familielid die buiten het toepassingsgebied van gezinshereniging valt, samen ingediend met een aanvraag voor een visum gezinshereniging van een of meer andere leden binnen het gezin die wel binnen het toepassingsgebied van gezinshereniging vallen. Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) laat zo'n aanvragen echter maar toe onder strenge voorwaarden (verstrenging praktijk sinds oktober 2024):

  • Begunstigden en niet-begunstigden van een recht op gezinshereniging vormen een gezinseenheid (wonen samen).
  • Alle visumaanvragen worden tegelijkertijd ingediend.
  • De aanvragers zijn verwant in de eerste graad of broer en zus.
  • Het meerderjarige kind of de meerderjarige kinderen zijn ongehuwd en jonger dan 21 jaar 
  • Alle leden van de familie-eenheid reizen samen. 

Interessante rechtspraak over humanitaire visa van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV):

  • RvV n° 329.256 van 3 juli 2025 over een 64-jarige Afghaanse grootmoeder die een humanitair visum had aangevraagd om haar kleinzoon (een niet-begeleide minderjarige vluchteling in België) te vervoegen samen met de moeder en de broers en zussen. 
  • RvV n° 292.036 van 17 juli 2023

Meer informatie over de mogelijkheid om een humanitair visum in te dienen, vindt u op onze webpagina’s ‘Humanitair visum’.

Praktisch verloop visumaanvraag

Om een visumaanvraag in te dienen, moeten normaliter een aantal documenten verzameld worden in Afghanistan. Bijvoorbeeld: taskara’s, paspoorten, huwelijks-, geboorte- en overlijdensaktes, uittreksel strafregister, enzovoort. We staan kort even stil bij enkele specifieke Afghaanse documenten:

  • Afghaans paspoort: dit reisdocument is te verkrijgen in Afghanistan en op de Afghaanse ambassade in Islamabad en Teheran. Wanneer de paspoortaanvraag is ingediend, ontvangt de aanvrager een bewijs van indiening van paspoortDit document is belangrijk als bewijs in het kader van Afrin (zie punt 3 - praktisch verloop visumaanvraag). Alle Afghaanse paspoorten (ook ordinary passport) worden aanvaard om naar België (en Nederland) te reizen met uitzondering van het trade passport en student passport.
  • Tazkira (of taskara): de Afghaanse nationale identiteitskaart. Dit document kan worden verkregen op basis van verklaring en is nodig om een paspoort te kunnen aanvragen. Opgelet, dit document geldt niet als geboorteakte. 
    • Er zijn 2 versies: de papieren tazkira en sinds 2018 is er de elektronische tazkira (e-Tazkira). Dit document kan alleen bekomen worden als de persoon in kwestie fysiek aanwezig is in Afghanistan (niet mogelijk vanuit België). Beide versies vermelden enkel de naam van de vader en de grootvader, niet van de moeder.  
  • Geboorteakte: Birth Registration Document (afgeleverd door ACCRA / NSIA). In dit document wordt de naam van de moeder wel vermeld. 
  • Huwelijksakte: Om rechtsgevolgen te hebben in België, moet een religieus huwelijk worden geregistreerd. De registratie gebeurt in twee stappen: 
    • Stap 1: verschijning in persoon of via vertegenwoordiging (dit kan wanneer de echtgenoten ver weg wonen) bij de rechtbank van de verblijfplaats van de echtgenoten. Naast de echtgenoten zelf (of hun vertegenwoordigers) moeten ook twee getuigen verschijnen voor de rechter. De rechter stempelt de huwelijksovereenkomst af.
    • Stap 2: de gestempelde huwelijksovereenkomst wordt door de rechter uit stap 1 doorgestuurd naar het Hooggerechtshof. Het is het Hooggerechtshof dat het huwelijkscertificaat/de huwelijksakte aflevert. 

      In de meeste gevallen ontvangen de echtgenoten na stap 2 een groen huwelijksboekje (‘nekah khat’). In dit boekje staan alle rechten en plichten van de echtgenoten (o.a. info over de bruidschat). 

Als het huwelijk pas lang na de huwelijksceremonie wordt geregistreerd, zou een verklaring op eer ('waseqa khat') worden afgeleverd. Deze zou bij dezelfde instanties en op (bijna) dezelfde manier verkregen worden als het groene huwelijksboekje (de ‘nekah khat’). De betrokkenen zouden met vijf volwassen Afghaanse getuigen (drie biechtvaders en twee getuigen) moeten verschijnen voor de rechtbank. De rechtbank registreert nadien ook het huwelijk. 

  • Attest van celibaat: Dit bewijs van ongehuwde staat ("single status certificate") wordt in de praktijk door de DVZ gevraagd voor Afghaanse meisje vanaf 16 jaar en is 6 maanden geldig. 
  • Uittreksel strafregister: Dit document toont aan dat de aanvrager geen problemen van openbare orde heeft. Dit document kan in Kabul worden aangevraagd bij het Ministerie van Justitie en verkregen bij de Afghaanse ambassade te Islamabad of Teheran. Sinds de zomer van 2024 levert het Ministerie van Binnenlandse Zaken ook attesten af. Als de aanvrager dit document niet kan bekomen, moet dit grondig gemotiveerd worden. In een arrest van 14 juni 2022 (nr. 274.047) beslist de Raad voor vreemdelingenbetwistingen (RvV) dat het ontbreken van een uittreksel uit het strafregister niet noodzakelijk mag leiden tot een weigering van de aanvraag.

Artikel 30 van het Wetboek van internationaal privaatrecht (WIPR) bepaalt dat een buitenlands vonnis of een buitenlandse akte moet worden gelegaliseerd om in België te worden gebruikt. Bij een legalisatie worden de handtekening, het zegel, of de stempel op een buitenlands document gecontroleerd.

Het Afghaans ministerie van Buitenlandse zaken onder het Talibanregime legaliseert Afghaanse documenten.

 

Legalisatie door Belgische ambassade in Pakistan:

De Belgische ambassade in Islamabad is bevoegd om documenten afgeleverd door de Afghaanse autoriteiten te legaliseren.

Op 6 juli 2022 liet het directiehoofd Personenrecht, Directie-generaal Consulaire zaken van FOD Buitenlandse Zaken weten dat er geen  Afghaanse documenten meer worden gelegaliseerd door de Belgische ambassade in Islamabad. Legalisatie is niet meer mogelijk omdat uit ingewonnen informatie, ook bij andere EU-Lidstaten, blijkt dat er de (feitelijke) onmogelijkheid is om de herkomst, de identiteit en de bevoegdheid van de Afghaanse autoriteit die documenten afgeeft te controleren. Dit is noodzakelijk met het oog op “het bevestigen van de echtheid van de handtekening en de hoedanigheid waarin de ondertekenaar heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van de stempel of het zegel waarmee het document is bekleed."

De Belgische ambassade in Pakistan vermeldt dit ook zo op hun website.

Plaats en wijze van indiening

In principe moet de aanvrager zich persoonlijk aanbieden bij de bevoegde Belgische diplomatieke post om zijn verblijfsaanvraag in te dienen. 

In situaties waarin het onmogelijk of bijzonder moeilijk is voor het gezinslid om zich te verplaatsen naar de bevoegde post, mag België dit niet eisen en moet er een indiening op afstand voorzien worden. Dit geldt in het bijzonder, maar niet uitsluitend, voor familie van personen met internationale bescherming. Lidstaten mogen wel vragen dat het gezinslid persoonlijk verschijnt in een latere fase van de aanvraagprocedure, zoals voor het ophalen van het visum. Meer informatie vind je in ons nieuwsbericht over de indiening op afstand naar aanleiding van arrest, C-1/23 PPU, Afrin van het Hof van Justitie van 18 april 2023. 

Afghanen die zich nog in Afghanistan bevinden en die een visum D voor België willen aanvragen, kunnen zich beroepen op de aanvraag op afstand. De Belgische ambassade in Islamabad (Pakistan) blijft voor Afghanen in principe de bevoegde diplomatieke post voor de indiening van een visumaanvraag. Een aanvraag op afstand kan per e-mail bij de diplomatieke post in Islamabad: islamabad.visa@diplobel.fed.be, volgens de procedure beschreven op de website van DVZ (Hoe vraag ik een visum aan? Fase 4.1 uitzondering). Deze aanvraag wordt best gemotiveerd, bv familieleden die nog niet over een Afghaans paspoort beschikken of familieleden die nog geen visum voor Pakistan hebben bekomen (zie grensovergang). 

  • Uit de praktijk van de ambassade in Islamabad blijkt dat de indiening op afstand ook mogelijk is voor hybride humanitaire visumaanvragen. Een puur humanitair visum is niet mogelijk op afstand. 

De indieningsdatum van een aanvraag op afstand is het moment van betaling van de visumleges (250 euro per persoon) ingeval van gezinshereniging met een derdelander (referentiepersoon). 

Afghanen die zich in Pakistan bevinden, kunnen zich niet beroepen op de aanvraag op afstand. Zij zullen de visumaanvraag moeten indienen via de outsourcingspartner van de Belgische ambassade in Islamabad, met name één van de drie VFS Global kantoren in Pakistan (Islamabad, Lahore of Karachi). Er moet op voorhand een afspraak worden gemaakt. 

De kosten van de aanvraag dienen ter plaatse bij de outsourcingpartner in cash te worden betaald. Het gaat om:

  • een ‘service fee’ van 45,50 EUR en
  • een visumleges van 250 EUR (ingeval van gezinshereniging met een derdelander-referentiepersoon).

Voor meer informatie over het praktische verloop van het indienen van een visumaanvraag, zie de Engelstalige website van de Belgische ambassade in Islamabad.

Uitzonderlijk kan indiening ook bij de Belgische diplomatieke post van een ander land:

  • Als de aanvrager wettig verblijft heeft in dat land (lang verblijf). Dit stelt DVZ op zijn website.
  • Voor een visum gezinshereniging van familieleden van begunstigden van internationale bescherming in België. Dit stelt DVZ op zijn website.
  • Voor een humanitair visum van familieleden van begunstigden van internationale bescherming dat samen wordt ingediend met een aanvraag voor een visum gezinshereniging van andere gezinsleden binnen dat gezin. (hybride aanvragen), zie de specifieke webpagina’s hierover.

Volgens deze modaliteiten is het dus mogelijk om de aanvraag in te dienen bij de Belgische ambassade in Teheran (Iran). Omwille van technische problemen, een gebrek aan capaciteit, en moeilijkheden in de werking van VFS Teheran, zijn er echter veel praktische belemmeringen. 

In geval van problemen bij de indiening van de aanvraag (Visa On Web, afsprakensysteem, betaling service fee, inontvangstname van de aanvraag), wordt er best contact opgenomen met:

Grensovergang

Om een visumaanvraag persoonlijk in te dienen of in het kader van het verdere verloop van de procedure (bv. DNA-onderzoek of het ophalen van het visum) wanneer de aanvraag op afstand (via e-mail) werd ingediend met toepassing van het Afrin-arrest, moeten personen die zich in Afghanistan bevinden naar de bevoegde Belgische diplomatieke post gaan. Hiervoor moeten ze Afghanistan dus verlaten. De grensovergangen met de buurlanden worden echter streng gecontroleerd.

Om naar Pakistan te kunnen afreizen moeten Afghaanse onderdanen een geldig visum hebben, afgeleverd door de Pakistaanse autoriteiten. Er is veel onduidelijkheid over de precieze procedure om een dergelijk visum te verkrijgen, en over de exacte gang van zaken aan de grensposten. Dit is wat wij weten: 

  • Afghanen kunnen een e-visum aanvragen via deze website. Om een e-visum te bekomen is een geldig paspoort vereist. In de praktijk stellen wij grote moeilijkheden en lange wachttijden vast bij de aanvraag van een e-visum. 
  • Sinds 2026 zijn de landgrenzen van Afghanistan overal gesloten, met uitzondering voor wat betreft goederentransport, omwille van de oorlog tussen Afghanistan en Pakistan.
Zelfs met een geldig visum, zijn er mogelijk obstakels om de grens over te steken. Het zou bijvoorbeeld voor vrouwen moeilijk of onmogelijk zijn om de grens over te geraken zonder begeleiding van een mannelijk familielid (zie nota Myria van 19 juli 2022).

 

De officiële grensovergangen tussen Afghanistan en Iran zijn enkel open voor Afghanen met een geldig paspoort en visum voor Iran. Iran blijft Afghanen die worden aangehouden terwijl ze onwettig de grens trachten over te steken, terugsturen naar Afghanistan.

Mogelijkheid indiening onvolledig dossier

Specifiek voor familieleden van begunstigden van internationale bescherming stelt DVZ in het algemeen op zijn website dat een aanvraag aanvaard wordt zodra de volgende documenten worden voorgelegd:

  • een ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier (visaonweb-formulier);
  • het bewijs van de betaling van de visumleges, tenzij de aanvrager is vrijgesteld;
  • een persoonlijk reisdocument waarin een visum kan worden aangebracht, of, indien de aanvrager dit document niet kan voorleggen, een ander bewijs van zijn identiteit (of meerdere andere bewijzen van zijn identiteit) waaraan de bevoegde Belgische ambassade of het bevoegd Belgisch consulaat geloof hecht;
    • een tazkira (of taskara) geldt als een ander bewijs van identiteit. 
  • het bewijs dat de gezinshereniger een door België beschermde vreemdeling is (erkenning van de vluchtelingenstatus of toekenning van een subsidiaire bescherming door het CGVS of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen).

In het geval dat de aanvraag wordt ingediend zonder Afghaans paspoort maar er in het visaonweb-formulier gevraagd wordt naar informatie over het reisdocument waarmee er naar België zal afgereisd worden, kan er bij gebrek aan een reisdocument uitzonderlijk en voorlopig een fictief documentnummer ingegeven worden. 

DVZ tracht de visumaanvragen zorgvuldig en zo snel mogelijk te behandelen. Omwille van het hoog aantal aanvragen kan de duur van behandeling mogelijks hoog oplopen. In september 2025 is er sprake van een gemiddelde behandelingsduur van ongeveer 9 maanden (8 maanden na ontvangst van het dossier bij de DVZ). Dit is een aanzienlijke stijging ten opzichte van de voorgaande jaren. 

Afghanen die al een visum gezinshereniging of humanitair visum hebben aangevraagd kunnen de status van de verwerking van hun aanvraag terugvinden op de website van DVZ. Hiervoor heb je je persoonlijk visumnummer nodig. Dit kan je terugvinden in je visaonweb-account onder mijn aanvragen (mijn aanvraagnummer) van zodra de Belgische diplomatieke post je aanvraag geïmporteerd heeft. Je hebt enkel de laatste cijfers nodig van het lange nummer dat met "BEL" begint. 

Het is mogelijk dat extra documenten worden opgevraagd tijdens de procedure. Dit wordt rechtstreeks gecommuniceerd door de Belgische ambassade aan de aanvragers. 

Wanneer de voorgelegde documenten volgens DVZ niet volstaan om de familieband vast te stellen, wordt de aanvraag in het algemeen geweigerd ‘onder voorbehoud van een DNA-test’. Zo stelt DVZ de aanvrager in staat om de verwantschapsband met een DNA-test aan te tonen. De aanvrager kan dus niet zelf voor deze procedure kiezen. 

De DNA-procedure wordt door DVZ voorgesteld ná een volledig onderzoek van de visumaanvraag, wanneer de rest van het dossier in orde is. Soms kan het gebeuren dat eerst nog een specifiek document moet worden voorgelegd vooraleer er wordt overgegaan naar de DNA-procedure (bv een medisch attest of uittreksel van het strafregister). Het is dus aan te raden om de weigeringsbeslissing zeer grondig te lezen. 

Het DNA-onderzoek gaat door op de Belgische diplomatieke post te Islamabad na uitnodiging door de ambassade. De ambassade maakt van dit moment ook gebruik om de vingerafdrukken van betrokkenen te nemen. Als het onmogelijk is voor de familieleden om in Islamabad te geraken, nemen ze best contact op met de Belgische post in Islamabad zodat die kan onderzoeken of een ander land haalbaar is (Teheran, Istanbul of New Delhi). 

Als alle voorwaarden voor de gezinshereniging / hybride humanitair visum vervuld zijn én de verwantschap werd aangetoond met een positieve DNA-test, kan het visum aldus op die basis worden afgegeven.

Meer informatie over de DNA-procedure vind je terug op de website van DVZ.

RvV: weigering visum gezinshereniging onder voorbehoud van DNA test mag niet afhankelijk zijn van uittreksel strafregister

Vaak maakt DVZ het opstarten van de DNA-procedure afhankelijk van het voorleggen van bijkomende documenten, zoals een celibaatsattest of een uittreksel uit het strafregister. In een arrest van 14 juni 2022 (nr. 274.047) verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) deze praktijk. De RvV besliste dat wanneer DVZ een visumaanvraag gezinshereniging weigert en tegelijkertijd de mogelijkheid biedt om de verwantschaps- en afstammingsbanden alsnog aan te tonen door een DNA-test, deze niet afhankelijk mag worden gemaakt van het voorleggen van een uittreksel uit het strafregister van de betrokkene. Beiden staan namelijk los van elkaar. De weigering kan bovendien nog niet worden genomen vooraleer de DNA-test werd uitgevoerd. Lees meer over dit arrest in ons nieuwsbericht hierover. 

Wanneer een visum is toegekend, moet het in principe worden aangebracht op een door België erkend reisdocument om naar België te kunnen reizen (zie punt 1 - Praktisch verloop visumaanvraag). Dit kan zowel een Afghaans paspoort zijn als een Belgisch doorlaatbewijs ('laissez-passer') voor Afghanen die niet over een paspoort beschikken. 

Personen voor wie een positieve beslissing werd genomen, krijgen een e-mail van de Belgische ambassade met instructies. Het afgeleverd visum kan worden opgehaald door de betrokkene zelf of door een derde.

Voor wat betreft de geldigheidstermijn van het visum:

  • De instructies tot aflevering van het visum zijn 6 maanden geldig. Binnen deze termijn moet het visum dus worden opgehaald bij de ambassade.
  • Afgeleverde visa zijn 1 jaar geldig vanaf de datum van afgifte. 

Aangezien de Belgische ambassade in Islamabad de mogelijkheid voorziet om het visum te laten ophalen door een derde, kan deze derde persoon het paspoort met visum bezorgen aan de familieleden die zich in Afghanistan bevinden. Op die manier kan het vertrek naar België vanuit Afghanistan gebeuren. Opgelet: vertrek naar België vanuit Afghanistan is niet mogelijk met een Belgisch doorlaatbewijs ('laissez-passer').

Voor Afghanen die moeten vertrekken vanuit Pakistan, geldt de regel dat ze moeten beschikken over een geldig paspoort en geldig visum voor Pakistan. Is dit niet het geval moet een uitreisvisum (exit permit) worden aangevraagd. Uitzonderlijk is het mogelijk om Pakistan te verlaten zonder paspoort en zonder visum als je een Humanitarian Passagepermit kan bekomen via Nadra. 

 

De Iraanse autoriteiten aanvaarden een Belgisch doorlaatbewijs niet als reisdocument om het land te verlaten. Een Afghaans paspoort is dus noodzakelijk om het land te verlaten.

Verblijfsprocedures vanuit België

Het CGVS kondigde op 2 maart 2022 een nieuw beleid aan voor de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming uit Afghanistan. De tijdelijke opschorting van de beoordeling van de status van subsidiaire bescherming werd opgeheven. Het CGVS nam opnieuw beslissingen in alle Afghaanse dossiers. 

Dit nieuwe beleid houdt het volgende in: 

  • Vluchtelingenstatus: het CGVS erkent dat de situatie voor veel Afghanen is verslechterd en dat zijn een risico op vervolging hebben. Dit is met name het geval voor de volgende profielen: journalisten, mensenrechtenactivisten, opposanten en critici van de taliban, personen met bepaalde functies onder de vorige regering, bepaalde medewerkers van de vroegere buitenlandse troepen en organisaties, bepaalde minderheden, LGBT-personen en andere personen die ingaan tegen conservatieve of religieuze normen en waarden, alleenstaande minderjarigen of vrouwen zonder een netwerk, familieleden van bepaalde risicoprofielen …Volgens het CGVS is het toepassingsgebied voor de erkenning van de status van vluchteling dus ruimer dan die voor de machtsovername door de Taliban. 
  • Ook liet het CGVS weten dat als er over bepaalde aspecten niet voldoende informatie beschikbaar is of er twijfel bestaat, waardoor de vluchtelingenstatus niet met 100% zekerheid kan worden toegekend, het CGVS het voordeel van de twijfel zal toepassen. In dergelijk geval zal het CGVS toch de vluchtelingenstatus toekennen.  In de praktijk lijken de tot nu toe genomen beslissing eerder te wijzen op een strenge beoordeling van de verzoeken om internationale bescherming door het CGVS.  
  • Subsidiaire bescherming (op grond van artikel 48/4, § 2, c) Vw): het CGVS meent dat er geen risico meer bestaat voor gewone burgers om het slachtoffer te worden van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict. Het geweld ten gevolge van aanslagen of andere incidenten zouden voornamelijk doelgericht van aard zijn, waarbij specifieke personen geviseerd zijn. Om die reden wordt de status van subsidiaire bescherming omwille van een ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict  niet langer toegekend. Ook heeft het CGVS besloten om de status van subsidiaire bescherming niet toe te kennen op grond van de socio-economische of humanitaire omstandigheden in Afghanistan. Het CGVS stelt dat de voorwaarden hiervoor niet voldaan zijn.  
  • In zijn nieuw beleid, zegt het CGVS niets over de beoordeling van de ontvankelijkheid van volgende verzoeken na de machtsovername door de Taliban. In het verleden liet het CGVS echter weten dat de gewijzigde situatie in Afghanistan op zich niet automatisch een nieuw element uitmaakt. Elke verzoeker moet zijn individuele situatie uitvoerig motiveren. Een loutere verwijzing naar de actuele ontwikkelingen is niet voldoende. Dit beleid blijft onveranderd.  

Niet veel later werd de gedeeltelijke schorsing opnieuw ingevoerd na enkele arresten van de RvV waarin het zich uitsprak over dit beleid. (zie supra arrest RvV 31 maart 2022) Op 17 mei 2022 werden de beslissingen opnieuw hervat nadat het CGVS zijn beleid op punt had gesteld. Er werden geen fundamentele wijzigingen doorgevoerd. Eind 2022 velde de RvV tal van arresten in Afghaanse dossiers. Deze brengen volgens het CGVS het gevoerde beleid niet in het gedrang. 

Kritische noot: De parlementaire werken stellen uitdrukkelijk dat de kans dat een verzoeker om internationale bescherming aanspraak kan maken op de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus aanzienlijk vergroot wanneer de “veiligheids- of mensenrechtensituatie in het land van herkomst van de asielzoeker dermate gewijzigd is dat er zich in voorliggend geval een nood aan internationale bescherming opdringt". (Parl.St. Kamer 2012-2013, nr. 53 2555/001, pagina 23) 

Ook heeft de Raad van State reeds aanvaard “dat het aantonen van een algemene situatie, die bedreigend is voor de bevolking van een land of een regio, voldoende kan zijn om tot de subsidiaire bescherming te kunnen besluiten” (arrest n° 165.470, 1 december 2006, in de zaak A.178.826/VII-36.755). 

De wijziging van de situatie in Afghanistan, en met name de verslechtering van de veiligheids- en mensenrechtensituatie, zou dus wel degelijk een nieuw element op zich kunnen zijn op basis waarvan de kans op het verkrijgen van internationale bescherming wordt vergroot. 

Ciré en Vluchtelingenwerk Vlaanderen hebben in het kader hiervan samen een begeleidende brief opgesteld voor Afghanen die een volgend verzoek willen indienen (Nederlandstalige versie/Franstalige versie).Nansen publiceerde hier ook een nota over op 9 november 2021. 

Analyse en kritiek beleid CGVS

Vluchtelingenwerk Vlaanderen maakte een juridische analyse van de eerste beslissingen genomen door het CGVS. Lees hun analyse in dit rapport

In de nieuwsbrief van ADDE van maart 2022 verscheen ook een kritische analyse van het beleid van het CGVS. 

Belangrijke rechtspraak RvV
  1. In het kader van een volgend verzoek moet de verzoeker effectief de mogelijkheid krijgen om relevante elementen aan te brengen in het licht van de fundamenteel gewijzigde situatie in Afghanistan. Indien nodig kan dit door een nieuw gehoor. Een zitting bij de RvV is immers onvoldoende om de verzoeker te kunnen horen hierover.
  2. Het CGVS moet zorgvuldig onderzoeken wat de situatie van Afghaanse terugkeerders uit het buitenland is, en of op die grond de vluchtelingenstatus kan worden erkend.  
  3. In tegenstelling tot de beperkte analyse van het CGVS, blijkt uit recente internationale rapporten en landeninformatie dat de huidige precaire socio-economische en humanitaire situatie in Afghanistan mogelijks het gevolg is van gedragingen van de Taliban. Er zijn indicaties van gedragingen van de Taliban die een ontwrichtend effect kunnen hebben op de reeds precaire socio-economische omstandigheden. De RvV geeft aan dat de bestaande rapporten uiterst zorgvuldig moeten worden gelezen, en met de nodige terughoudendheid. Omwille van de veranderde situatie, kunnen verschillende instanties die voordien materiaal publiceerde over de situatie in Afghanistan niet meer naar behoren functioneren of zijn ze opgehouden. Het EASO COI rapport van januari 2022 benadrukt zelf dat het omwille van beperkte onderzoeksmogelijkheden enkel voorlopige bevindingen bevat over de huidige situatie. Het CGVS moet dit dus verder grondig onderzoeken, om zo nodig de subsidiaire bescherming toe te kennen op grond van artikel 48/4, § 2, b) Vw.
  4. Het lijkt momenteel niet meer nodig om de subsidiaire beschermingsstatus toe te kennen op grond van artikel 48/4, § 2, c) Vw. Er zou geen uitzonderlijke situatie meer zijn “waar het willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar Afghanistan, louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt om te worden blootgesteld aan een ernstige bedreiging van zijn leven of persoon”. De situatie in het land blijft echter onstabiel. Er is geen landeninformatie beschikbaar waaruit kan blijken dat de (veiligheids)situatie in Afghanistan zich in die mate gestabiliseerd heeft dat men momenteel een correcte toekomstgerichte beoordeling kan maken. Ook lijken er regionale verschillen te zijn.

Wanneer de voogd van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) de bijzondere verblijfprocedure opstart, dient DVZ op zoek te gaan naar de duurzame oplossing in het hoger belang van het kind. In functie daarvan geeft DVZ opdracht aan de bevoegde Belgische ambassade om een family assessment uit te voeren. In dat kader onderzoekt de ambassade onder meer de lokale situatie, de familiale context, opvanggaranties, en de bereidheid van de familie om de NBMV terug op te vangen.

De huidige context laat het uitvoeren van family assessments in Afghanistan niet toe. DVZ heeft momenteel geen zicht op het heropstarten van de family assessments voor Afghaanse NBMV. De behandeling van de bijzondere verblijfprocedure van Afghaanse NBMV zal echter niet opgeschort worden. DVZ tracht een beslissing omtrent de duurzame oplossing te nemen gebaseerd op de elementen aanwezig in het dossier: dit is bijvoorbeeld de aanvraag van de voogd, het interview, informatie uit voorgaande procedures, landeninformatie, en best interest-elementen.

Indien DVZ er niet in slaagt de duurzame oplossing te bepalen voor de 18de verjaardag van de NBMV, eindigt de procedure.

Documenten vanuit België

  • De Afghaanse ambassade in België levert bepaalde documenten af, nl. een geboorteattest, een attest van nationaliteit, een individualiteitsattest, een akte van gewoonterecht en een huwelijksattest. De FOD Buitenlandse Zaken bevestigde op 07/03/2022 dat documenten afgeleverd door de Afghaanse ambassade in België zonder enig probleem kunnen worden gelegaliseerd. Dit gebeurt nog steeds in de praktijk.
  • Op 30 juli 2024 publiceerde het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Afghanistan (IEA - MoFa) een bericht op hun website, stellende dat ze geen verantwoordelijkheid meer nemen voor de consulaire dienstendie door een aantal buitenlandse posten worden geleverd. Het gaat onder andere om consulaire diensten inzake akten, de uitgifte van paspoorten, het vernieuwen van paspoorten en het plaatsen van visumstickers. Afghanen die in het buitenland verblijven kunnen voor deze diensten niet meer terecht in volgende posten: Londen, België, Berlijn, Bonn, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Griekenland, Polen, Zweden, Noorwegen, Canada en Australië. 

  • Sinds 2022 is het onmogelijk om een Afghaans paspoort te bekomen in België. Toch blijft het beleid van de FOD BuZa over Belgische reisdocumenten voor vreemdelingen ongewijzigd. Een aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen 'rood paspoort' moet aan de vooropgestelde voorwaarden voldoen en verloopt volgens de bestaande procedure. Op deze webpagina vind je hierover meer informatie. 
  • Voor Afghanen die subsidiaire bescherming hebben in België betekent dit dat je alleen een reisdocument voor vreemdelingen kan krijgen wanneer je identiteit vaststaat én je een attest van het CGVS kan voorleggen waaruit blijkt dat je geen nationaal paspoort kan bekomen. 
    • Wat het attest van het CGVS betreft, zal dit in de praktijk maar heel uitzonderlijk worden afgeleverd. 
    • Als je identiteit niet vaststaat wil dit zeggen dat je als subsidiair beschermde je identiteit verklaarde. Je krijgt dan de vermelding 'DECL' op je verblijfskaart. Je identiteit staat niet vast en is gebaseerd op een verklaring en niet op een identiteitsbewijs. Je kan deze vermelding laten weghalen met een paspoort of ander document dat je identiteit bewijst. Je doet dit bij de gemeente die het op zijn beurt voorlegt aan de Dienst Vreemdelingenzaken.  
    •  Voor Afghanen geldt een soepelere regeling voor het weghalen van de vermelding ‘decl’:
      • Je legt een (vervallen) paspoort voor. Je kan een paspoort voorleggen dat niet verlengd werd door de Afghaanse ambassade.
      • Je hebt geen paspoort meer maar er werd destijds wel een kopie gemaakt van je paspoort door DVZ: maak bij de gemeente duidelijk dat er een kopie van je paspoort in het administratief dossier bij DVZ zit. Je moet dit zelf opwerpen. DVZ gaat immers niet automatisch op zoek naar een kopie van je paspoort in het administratief dossier.
      • Je hebt nooit een Afghaans paspoort gehad. Je moet dan alle volgende documenten voorleggen:
        • Een verklaring van de Afghaanse ambassade in Brussel dat je geen Afghaans paspoort kan verkrijgen.
        • Een vervangend geboorteattest afgeleverd door de Afghaanse ambassade in Brussel.
          • Om dit attest te bekomen vraagt de Afghaanse ambassade een Tazkira.
    • Is er een verschil tussen de identiteitsgegevens op het paspoort/vervangend geboorteattest en het rijksregister/de verblijfskaart?
      • Dan moet je ook een attest van individualiteit voorleggen, ook afgeleverd door de Afghaanse ambassade.
      • Een attest van individualiteit bevestigt dat de persoon op het paspoort/geboorteattest dezelfde is als diegene in het rijksregister/op de verblijfskaart. 
      • DVZ beslist hierover geval per geval. 
    • Documenten afkomstig van de Afghaanse ambassade in Brussel moet je legaliseren bij de dienst Legalisatie van de FOD Buitenlandse Zaken in Brussel.

Afghaanse documenten vanuit een IPR-rechtelijk oogpunt

Ook buiten de context van verblijfsaanvragen kan men geconfronteerd worden met praktische problemen om Afghaanse documenten te bekomen die voldoen aan alle wettelijke vereisten. Wat als men in België verblijft en een huwelijksaangifte wil doen, maar er dient een Afghaanse geboorteakte voorgelegd te worden: kan de gemeente dan vasthouden aan de voorwaarde van een gelegaliseerde geboorteakte uit het land van herkomst? Die daarenboven maximum 1 jaar oud mag zijn? In bepaalde gevallen zijn alternatieven mogelijk en niet elke voorwaarde die gesteld wordt, moet als absoluut beschouwd worden.

Het is belangrijk om voor ogen te houden dat er geen wettelijke geldigheidstermijn is voorzien voor buitenlandse documenten. Vaak hanteren Belgische instanties een standaard maximum ouderdomstermijn van documenten. Een afschrift van een buitenlands document zou dan maximum 6 maanden oud mogen zijn, of voor andere instanties 1 jaar.

Hoewel het in sommige gevallen gerechtvaardigd kan zijn om zich er van te vergewissen dat het afschrift de meest actuele toestand reflecteert, met alle randmeldingen erbij, schrijft de wet nergens voor dat een afschrift slechts 6 maanden of 1 jaar oud mag zijn. Bovendien werken niet alle landen met randmeldingen, waardoor het zinloos is om vast te houden aan een formele benadering. De Vaste Commissie inzake de Burgerlijke Stand bevestigde hierover expliciet dat men terzake de nodige soepelheid moet hanteren, rekening houdend met de moeilijkheidsgraad om bepaalde documenten te bekomen, getuige punt 2.10.9 van de FAQ van de DABS.

De huidige situatie in Afghanistan kan één van die factoren zijn die het aannemelijk maakt dat het zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is om recente afschriften van bepaalde documenten te bekomen.

Vervangend vonnis

Indien het werkelijk onmogelijk is om de oorspronkelijke akten in het land van herkomst te bekomen, bestaat de mogelijkheid om een vervangend vonnis te vragen aan de familierechtbank in België. Artikel 26 Burgerlijk Wetboek voorziet die mogelijkheid indien de oorspronkelijke akte is verloren gegaan of vernietigd. De vernietiging of het verlies en de inhoud van de akte kan men bewijzen door geschriften, door andere authentieke bronnen of door getuigen. Deze mogelijkheid staat ook open voor buitenlandse akten die men onmogelijk kan bekomen. Eens er een Belgisch vonnis is, geldt dat vonnis als een volwaardige vervanging van de oorspronkelijke akte en zal dat vonnis voor alle toekomstige situaties gebruikt kunnen worden.

Indien men een Afghaanse akte van de burgerlijke stand nodig heeft en men kan aantonen dat het onmogelijk is om die te bekomen, kan men beroep doen op deze procedure in België.

Consulair attest

In specifieke procedures kan de geboorteakte vervangen worden door een consulair attest afgeleverd door de Afghaanse ambassade. Het Koninklijk besluit van 17 januari 2013, tot vaststelling van de lijst van landen waar het verkrijgen van een geboorteakte onmogelijk is of op zware moeilijkheden botst (BS 30/01/2013) vermeldt onder meer Afghanistan. Het consulair attest moet dan gelegaliseerd worden door de dienst Legalisatie van de FOD Buitenlandse Zaken. Dit consulair attest kan worden gebruikt in de procedures van huwelijk (artikel 164/3 Burgerlijk Wetboek), de erkenning van een kind (artikel 327/2 Burgerlijk Wetboek) en de verwerving van de Belgische nationaliteit (artikel 5, §1Wetboek van de Belgische nationaliteit).

Indien men een Afghaans vonnis moet voorleggen om een bepaalde situatie op afdoende wijze te staven en/of te regelen, is het goed om voor ogen te houden dat ook de Belgische rechter soms uitzonderlijk bevoegd kan zijn in zaken waar men zich normaal gezien tot de Afghaanse rechter zou moeten wenden. Artikel 11 van het Wetboek Internationaal Privaatrecht (WIPR) bepaalt namelijk dat de Belgische rechters uitzonderlijk bevoegd zijn wanneer het onredelijk zou zijn te eisen dat de vordering in het buitenland wordt ingesteld. Dit kan bijvoorbeeld toepassing vinden indien het gaat om een vordering inzake ouderlijke verantwoordelijkheid (in dat geval in combinatie met art. 12.3 Brussel IIbis Verordening), gerechtelijke vaststelling vaderschap,…

Als er redelijkerwijze geen twijfel is over de authenticiteit van de buitenlandse akte, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand een beroep doen op artikel 24, §2 WIPR om in specifieke gevallen vrijstelling te verlenen van de legalisatievereiste om te oordelen over de geldigheid van een buitenlandse akte. Deze bepaling spreekt over de rechter, maar ze is volgens de Memorie van Toelichting naar analogie ook toepasselijk bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.

In bepaalde gevallen is het namelijk noodzakelijk om te oordelen over de geldigheid van buitenlandse akten, ook al zijn deze niet gelegaliseerd. Dat is bijvoorbeeld al het geval voor documenten uit Somalië die niet kunnen worden gelegaliseerd. In de huidige situatie kunnen we aannemen dat het ook voor Afghaanse documenten uiterst moeilijk kan zijn om documenten correct gelegaliseerd te krijgen. In die gevallen waarin de ambtenaar zich voldoende geïnformeerd acht, moet het mogelijk zijn om zeer welbepaalde documenten vrij te stellen van de legalisatievereiste voor buitenlandse akten. In het bijzonder in die gevallen waarin de legalisatie onmogelijk is omwille van aantoonbare overmacht, is het niet redelijk om vast te blijven houden aan de legalisatievereiste. Temeer daar de legalisatievereiste enkel een formaliteitsvereiste is, en verder geen uitsluitsel geeft over de inhoud of authenticiteit van het document.

We zien in de praktijk dat de ambtenaren van burgerlijke stand eerder geneigd zijn om de beoordeling over de erkenning van een niet gelegaliseerd document over te laten aan de rechtbank. We begrijpen dat het voor de ambtenaren zeer moeilijk is om te besluiten dat een buitenlands document voldoet aan de voorwaarden van erkenning zonder dat het voldoet aan de legalisatievereiste. De betrokkenen kunnen bij weigering van erkenning van een buitenlandse akte door de ambtenaar, de erkenning verzoeken bij de familierechtbank in een procedure op eenzijdig verzoekschrift (art. 23 Wetboek IPR) of een procedure starten om een vervangend vonnis te bekomen van de ontbrekende akte (procedure art. 26 en 35 Burgerlijk Wetboek). 

 

De Centrale Autoriteit Burgerlijke Stand van de FOD Justitie geeft het volgende advies omtrent bepaalde Afghaanse documenten:

  • Een Afghaanse taskara is geen akte van burgerlijke stand. Het is bijgevolg niet mogelijk om op basis van een taskara de afstamming te bepalen of te wijzigen.
  • Ook consulaire attesten zijn geen aktes van burgerlijke stand. Ze zijn wel geldig voor een huwelijksaangifte, een nationaliteitsaanvraag en een erkenning van een kind.
  • Een bevestiging op eer voor de rechtbank van een huwelijk is ook geen akte van burgerlijke stand. Bovendien kan je er niet uit afleiden dat de grond- en vormvoorwaarden voor het huwelijk vervuld zijn.
  • Een huwelijkscertificaat of het groene huwelijksboekje is wel een akte van burgerlijke stand op voorwaarde dat het certificaat conform is.
  • Een geboortecertificaat (birth registration card of birth certificate) is wel een akte van burgerlijke stand op voorwaarde dat dit document afgeleverd werd door de ACCRA (Afghan Central Civil Registration Authority) of de NSIA (National Statistics Information Authority).

Terugkeer naar Afghanistan

Sinds 2025 is vrijwillige terugkeer met ondersteunde re-integratie naar Afghanistan opnieuw mogelijk. 

Terugkeer is mogelijk indien men in het bezit is van een laissez-passer afgeleverd door de Afghaanse ambassade in Den Haag of een (verlengd) Afghaans internationaal paspoort. Het verlengen van een paspoort is mogelijk via de Afghaanse ambassade in Brussel. 

De vrijwillige terugkeer wordt momenteel georganiseerd via een tussenstop in Dubai. Fedasil werkt samen met een private partner die terugkeerders begeleiden tot aankomst in Kaboul. 

Naast een som contant geld die personen ontvangen, is er ook toegang tot re-integratieprogramma's. Deze verlopen via het Europees terugkeerprogramma (EURP) in samenwerking met de organisatie IRARA voor de verdere begeleiding in Afghanistan. 

Gedwongen terugkeer vanuit België naar Afghanistan is ook mogelijk. Tot op heden zijn echter uitsluitend personen teruggekeerd die reeds over de nodige reisdocumenten beschikten. Voor deze personen was er bijgevolg geen tussenkomst nodig van de Afghaanse autoriteiten.

Extra informatie over Afghanistan

Gezien de veiligheidssituatie in Afghanistan, bestaat er een risico op contactverlies met familieleden (die zich binnen of buiten Afghanistan bevinden).

Het Rode Kruis blijft aanwezig in Afghanistan waardoor opsporingen in Afghanistan mogelijk blijven, weliswaar met de volgende restricties:

  1. Reeds bestaande dossiers worden verder opgevolgd. Er kunnen vertragingen optreden qua behandeltijd door een stijging in aanvragen en de algemene veiligheidssituatie die beweging op terrein bemoeilijkt.
  2. Nieuwe dossiers gelinkt aan de huidige situatie kunnen opgestart worden.

Woon je in Vlaanderen of Brussel, neem contact op met Rode Kruis - Vlaanderen via:

  • het contactformulier op de website: www.restoringfamilylinks.be;
  • het telefoonnummer: 015 44 35 22 (van maandag tot vrijdag, tussen 9 en 12.30 uur)

Woon je in Wallonië of Brussel, neem contact op met Croix-Rouge de Belgique - Communauté francophone (dienst “Rétablissement des Liens Familiaux”) via e-mail: service.rlf@croix-rouge.be.

Afghanen die zich in en rond Afghanistan bevinden en opzoek zijn naar hulp en/of informatie kunnen ook contact opnemen met UNHCR Afghanistan. Naar aanleiding van de situatie in Afghanistan heeft UNHCR de webpagina 'Help Afghanistan' en ‘Help Pakistan’ tot stand gebracht.

Het EU-asielagentschap (EUAA) publiceerde op 30 juni 2026 zijn richtlijnen voor Afghanistan: 'Country Guidance Afghanistan'. Het doel van deze richtlijnen is om de EU-lidstaten bij te staan in hun onderzoek van verzoeken om internationale bescherming. Daarnaast publiceerde ze ook een landeninformatierapport over Afghanistan op 22 januari 2026: 'EUAA COI Report Afghanistan: Country Focus'. 

Het CGVS publiceerde op haar website meerdere rapporten op haar website over Afghanistan (landeninfo > Afghanistan). 

Het UNHCR publiceerde in september 2025 een tweede nota met richtlijnen over de internationale beschermingsnoden van personen die Afghanen ontvluchten. 

Nansen schreef meerdere nota's over Afghanistan, waarvan de laatste in 2024 gaan over het volgend verzoek om internationale bescherming van een Afghaanse verwesterde jongeman en over Afghaanse homoseksuele mannen

De organisatie Asylos publiceerde ook een landeninformatierapport over de situatie in Afghanistan. Daarnaast geven zij ook adviezen over specifieke problemen in Afghanistan (en andere landen) voor hun leden.