Procedure gezinshereniging Unieburger met Belg
Procedure gezinshereniging Unieburger met Belg
Je moet 218 euro betalen als bijdrage in de administratieve kosten voor de behandeling van je aanvraag. Tenzij je vrijgesteld bent. Lees meer over vrijstellingen en procedure retributie.
Jijzelf, of een derde persoon, schrijft dit bedrag over op bankrekening BE57 6792 0060 9235 van de Dienst Vreemdelingenzaken.
In de mededeling vermeld je je naam, voornaam, geboortedatum en nationaliteit. Voor de mededeling moet je volgende structuur gebruiken: NaamVoornaamNationaliteitDDMMJJJJ.
Je bewijst dat je de retributie betaald hebt met een bewijs van betaling, zoals een rekeninguittreksel of een stortingsbewijs met stempel van de post.
Bij de gemeente van je verblijfplaats vraag je, via een bijlage 19, een ‘verklaring van inschrijving’ aan. Een ‘bijlage 19’ is een ‘aanvraag voor een verklaring van inschrijving’. In principe moet je dat doen binnen 3 maanden na je aankomst in België.
Om een bijlage 19 te krijgen moet je eerst bewijzen dat je Unieburger bent én alle documenten voorleggen die bewijzen dat je aan de voorwaarden voldoet (hoe je dit bewijst, lees je bij 'Voorwaarden en documenten').
Als je niet kan bewijzen dat je een Unieburger bent en/of er bepaalde documenten ontbreken, neemt de gemeente een beslissing tot niet-inoverwegingname. Je krijgt een bijlage 19quinquies en géén bijlage 19. Tegen deze beslissing kan je een niet-schorsend beroep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Zodra je je Unieburgerschap bewezen hebt, je alle nodige bewijsstukken hebt ingediend en een bijlage 19 kreeg, moet de gemeente je onmiddellijk inschrijven in het wachtregister.
Daarna doet de gemeente een woonstcontrole. Als uit de controle van de reële verblijfsplaats blijkt dat je daadwerkelijk woont op het grondgebied van de gemeente, schrijft de gemeente je over van het wachtregister naar het vreemdelingenregister.
Bij een negatieve woonstcontrole word je afgevoerd uit het wachtregister.
Na een positieve woonstcontrole zijn er twee mogelijkheden:
- De gemeente erkent zelf je verblijfsrecht. Dit gebeurt onmiddellijk. De gemeente kan je verblijfsrecht erkennen in de volgende gevallen:
- je bent een EU-werknemer of EU-zelfstandige
- je bent een EU-beschikker en levert het bewijs van je bestaansmiddelen met een invaliditeitsuitkering, vervroegd pensioen, ouderdomsuitkering of een uitkering van de arbeidsongevallen- of beroepsziekteverzekering. Bovendien moet je zelf beschikken over deze bestaansmiddelen.
- je bent een EU-student
- je bent een EU-echtgenoot of gelijkgestelde partner en bewijst je verwantschap met officiële documenten (d.w.z. vertaald door een beëdigd vertaler en desgevallend gelegaliseerd of met apostille)
je bent een EU-(stief)(klein)kind jonger dan 21 jaar en bewijst je verwantschap en eventueel het recht van bewaring of de toestemming (van de andere houder van het recht van bewaring) bij gedeeld recht van bewaring (bij minderjarigheid) met officiële documenten (d.w.z. vertaald door een beëdigd vertaler en desgevallend gelegaliseerd of met apostille)
In alle andere gevallen of wanneer de gemeente vindt dat je niet voldoet aan de voorwaarden, moet de gemeente je aanvraag doorsturen naar DVZ (zie punt 2 hieronder). De gemeente kan je verblijfsrecht dus alleen erkennen (in sommige gevallen), maar nooit weigeren. Dat kan alleen DVZ.
- De gemeente stuurt je aanvraag door naar DVZ. DVZ beslist binnen zes maanden over je aanvraag.
Als DVZ je verblijfsrecht niet erkent, krijg je een bijlage 20 zonder bevel om het grondgebied te verlaten (BGV).
Als je voldoet aan de voorwaarden kan de DVZ je aanvraag niet weigeren, tenzij:
- je fraude pleegde of andere onwettige middelen gebruikte.
- je een gevaar bent voor de openbare orde of nationale veiligheid. Een strafrechtelijke veroordeling is daarvan op zich nog geen bewijs. Het gevaar moet actueel zijn.
- je een gevaar bent voor de volksgezondheid. Het moet gaan om een ziekte die staat in de bijlage bij de Verblijfswet. De ziekte moet optreden tijdens de eerste drie maanden na aankomst in België. Een ziekte die later optreedt is geen reden voor weigering.
Alvorens het verblijfsrecht te weigeren moet de DVZ rekening houden met deze elementen:
- de duur van je verblijf in België
- je leeftijd
- je gezondheidstoestand
- je gezins- en economische situatie
- je sociale en culturele integratie in België, en
- je banden met het herkomstland
Je kan tegen de weigeringsbeslissing een automatisch schorsend beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Behalve als je een 'ander familielid' bent: dan is je beroep niet automatisch schorsend.
Als je geen beroep instelt binnen de beroepstermijn of je beroep wordt verworpen door de RvV, kan DVZ een BGV afgeven en moet je het grondgebied verlaten. Anders kan je gedwongen uitgewezen worden.
Als je voldoet aan de voorwaarden erkent de gemeente of DVZ je verblijfsrecht (al naargelang het geval, zie boven).
Je krijgt een verklaring van inschrijving in de vorm van een elektronische EU kaart. De EU kaart heeft in principe een geldigheidsduur van 5 jaar. In afwachting van deze kaart geeft de gemeente een bijlage 8ter af, een voorlopig document ter staving van de inschrijving.
Je geniet van een onbeperkt verblijfsrecht dat de eerste vijf jaar voorwaardelijk is.
Meer info
Wetgeving