Arbrb Brussel: Fedasil moet opvang blijven voorzien voor asielzoekers in manifeste nood ondanks niet voldane bijdrageplicht
In het kort
Het koninklijk besluit van 16-4-2024 (KB Cumul) voorziet in een melding- en bijdrageplicht voor asielzoekers met materiële hulp die een inkomen hebben uit werk. Wie niet spontaan voldoet aan de bijdrageplicht, krijgt een brief van Fedasil met de aanmaning het verschuldigde bedrag over te maken. Bij gebrek aan naleving, kan Fedasil beslissen een einde te maken aan de opvang en een code 207 no show toe te kennen. In enkele recente beschikkingen oordeelde de arbeidsrechtbank van Brussel echter dat, gezien de buitengewone omstandigheden van manifeste nood, Fedasil toch verder opvang moest verlenen. Het gaat telkens om een voorlopige beschikking van de arbeidsrechter in afwachting van een latere uitspraak ten gronde.
Geheel van buitengewone omstandigheden
De rechter spreekt telkens van buitengewone omstandigheden waarbij de persoon in een staat van manifeste nood verkeert. De aangetekende beroepen betroffen personen met kwetsbare profielen:
- Een Palestijn uit Gaza met M-status in Griekenland die lijdt aan ernstige psychiatrische aandoeningen
- Een alleenstaande vrouw uit Tsjaad
- Een Palestijn uit Gaza met psychologische kwetsbaarheid
- Een vrouwelijke onderdaan van Ivoorkust die op het moment van het verzoekschrift al erkend was als vluchteling, maar die een verlenging had gekregen van de opvang in het kader van een zwangerschap. Zij was in het land van herkomst slachtoffer geweest van ernstige psychologische en fysieke mishandelingen waaronder besnijdenis
- Een Guinese vrouw die eveneens is besneden en sinds aankomst in België twee kinderen en twee miskramen had
In de zaken 25/541, 25/507 en 25/506 werden de beroepen aangetekend tegen de beslissing van Fedasil waarin de persoon werd aangemaand om de bijdrage te betalen. In 25/397 en 25/405 werd beroep ingesteld tegen de beperking van de materiële hulp wegens niet-betalen van het verschuldigde bedrag.
In alle gevallen aanvaardde de rechtbank de urgentie. De termijnen voor betaling (gewoonlijk 3 weken) en de termijnen om het opvangcentrum te verlaten (wanneer er al een code 207 no show was toegekend gewoonlijk 5 dagen) zijn immers erg kort.
Stereotiepe en inadequate motivatie
De arbeidsrechtbank hekelde de stereotiepe en inadequate motivatie van Fedasil, die in zijn beslissing verwijst naar artikel 35/2 Opvangwet (bijdrageplicht en sanctie bij het niet-naleven):
- Fedasil weigerde aanvragen van een afbetalingsplan systematisch ondanks de uitdrukkelijk voorziene mogelijkheid daartoe in KB Cumul. Het afbetalingsplan werd geweigerd in al de besproken zaken.
- Fedasil hield geen rekening met het feit dat de verzoeker op het moment van de aanmaning niet meer actief was op de arbeidsmarkt en niet binnen korte tijd de betaling kon uitvoeren. Dit was het geval in alle zaken behalve in zaak 25/541.
- Fedasil ging niet na of de verzoeker bij beperking van de materiële hulp al dan niet een bestaan zou kunnen leiden dat voldoet aan de menselijke waardigheid en hield geen rekening met de kwetsbaarheden van de verzoeker. Dit was het geval in alle zaken behalve 25/397.
- Inzaken 25/541 en 25/507 vermeldde Fedasil niet wanneer en op welke manier de bewoner geïnformeerd zou zijn over de verplichting om zijn persoonlijke inkomsten aan te geven. In de twee gevallen ging het om een persoon die analfabeet was.
- In 25/397 hield Fedasil geen rekening met het feit dat verzoeker al spontaan een deel van het bedrag had overgeschreven.
Verder werpt de rechter vragen op over de manier waarop Fedasil artikel 35/2 Opvangwet interpreteert:
- De sanctie voorzien in artikel 13 KB Cumul is bedoeld voor de situatie waarin een persoon niet wil bijdragen, terwijl de persoon in kwestie wel gewillig was om bij te dragen (25/541).
- Artikel 35/2 Opvangwet voorziet een bijdrageplicht voor asielzoekers die over genoeg financiële middelen beschikt, terwijl Fedasil nalaat om te onderzoeken of de inkomsten van mevrouw werkelijk voldoende waren om aan het bestaansminimum te voldoen aangezien deze onder het leefloonbedrag ligt (25/507). Hierbij valt eveneens op te merken dat er artikel 35/2 een meldingsplicht voorziet ongeacht de hoogte van het verdiende bedrag.
Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen
Meer info
- Artikel 35/2 Opvangwet
- Koninklijk besluit Cumul van 16 april 2024
- Arbrb Brussel 6 augustus 2025, nr. 25/506/K
- Arbrb Brussel 7 augustus 2025, nr. 25/507/K
- Arbrb Brussel 18 augustus 2025, nr. 25/541/K
- Arbrb Brussel 11 juni 2025, nr. 25/397/K
- Arbrb Brussel 17 juni 2025, nr. 25/405/K
- Lees ons artikel 'Bijdrageplicht asielzoekers in opvang met inkomsten: wijziging bedragen & controlebevoegdheid voor Fedasil'