Rechtspraak verdeeld over kosteloze rechtsbijstand bij regularisatieaanvraag 9bis
In het kort
De huidige rechtspraak is het oneens over de vraag of er bij een regularisatieaanvraag op basis van artikel 9bis Verblijfswet (Vw) kosteloze rechtsbijstand en vrijstelling van retributie (artikel 1/1 Vw) kan worden toegekend. Een aantal gewone hoven en rechtbanken kennen rechtsbijstand toe voor de verschuldigde retributie, omdat zij de 9bis-procedure zien als een buitengerechtelijke procedure in de zin van het Gerechtelijk Wetboek. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) lijkt verdeeld over de kwestie. In een Nederlandstalig arrest 289.299 van 7-12-2023 weigert de RvV de kosteloze bijstand, toegekend door het bureau voor juridische bijstand (BJB) voor de retributie, te erkennen en verwerpt het beroep van de regularisatievrager. In een recent Franstalig arrest 322.284 van 25-2-2025 vernietigt de RvV de onontvankelijkheidsbeslissing van DVZ en erkent de kosteloze rechtsbijstand en vrijstelling van retributie zoals die eerder was toegekend door het BJB. De Raad van State beschouwt in een Nederlandstalig arrest de 9bis-aanvraag als een louter administratief verzoek waarvoor geen kosteloze rechtsbijstand mogelijk is
Hoven en rechtbanken: toekenning rechtsbijstand voor retributie 9bis-aanvraag
De rechtspraak van de meerderheid van de gewone hoven en rechtbanken lijkt rechtsbijstand toe te kennen voor de te betalen retributie bij een regularisatieaanvraag 9bis Vw, op grond van het Gerechtelijk Wetboek:
- Zo oordeelde het Hof van Beroep van Brussel in een arrest van 9 juni 2022 dat de artikelen 664 e.v. Ger. W. expliciet het toepassingsgebied van de rechtsbijstand openstellen voor buitengerechtelijke en administratieve procedures. Een vreemdeling die voldoet aan de andere voorwaarden voor rechtsbijstand, kan dus beroep doen op een vrijstelling voor de retributie voor een aanvraag conform artikel 9bis Vw.
- Ook het Hof van Beroep van Antwerpen is van oordeel in zijn arrest van 26 april 2017 dat volgens artikel 665,6° Ger. W. rechtsbijstand kan worden verleend voor alle buitengerechtelijke procedures die zijn opgelegd bij wet of door de rechter. Rechtsbijstand kan volgens artikel 668 d) Ger. W. worden toegekend aan alle vreemdelingen, in de procedures waarin voorzien is bij de Verblijfswet. Aangezien een verblijfsaanvraag conform artikel 9bis Vw een eerste stap is in de procedure tot het verkrijgen van een verblijfsrecht zoals voorzien in de Vw, valt deze dus onder artikel 688 Ger. W. en kan rechtsbijstand worden toegekend voor de retributie bij een aanvraag conform artikel 9bis Vw.
- Ook in zijn arrest van 21 november 2018 bevestigde het Hof van Beroep van Antwerpen dat er rechtsbijstand kan worden verleend voor de retributie bij een 9bis-aanvraag. Volgens artikel 665 Ger. W. kan enkel rechtsbijstand worden verleend wanneer deze handelingen moéten worden verricht in het kader van een gerechtelijke of buitengerechtelijke procedure. Aangezien de procedure in artikel 9bis van de Vreemdelingenwet gevolgd moet worden om een machtiging tot verblijf te krijgen en er geen andere procedure voorzien is om hetzelfde resultaat te bekomen, valt deze procedure onder de toepassing van artikel 665, 6° Ger.W. Met een iets andere motivering kwam het Hof van Beroep van Antwerpen op 26 april 2017 al tot ruimer besluit: rechtsbijstand kan voor alle buitengerechtelijke procedures opgelegd door de wet of door een rechter. Volgens artikel 668 d) Ger. W. kan de bijstand onder dezelfde voorwaarden verleend worden aan alle vreemdelingen in procedures voorzien door de Verblijfswet.
- De rechtbanken van eerste aanleg van Kortrijk (26 mei 2016) en Namen (9 december 2016) beschouwen de verblijfsaanvraag als buitengerechtelijke procedure waarbij een administratief beroep tegen de weigering openstaat. Om deze reden valt een aanvraag op basis van 9bis Vw onder de artikelen 665 en 668 van het Gerechtelijk Wetboek.
De Dienst Vreemdelingenzaken verklaarde in deze zaken telkens de verblijfsaanvraag op basis van artikel 9bis onontvankelijk, omdat de retributie niet op de rekening werd gestort. Aan de betrokken personen werd vooraf de vrijstelling van de retributie als rechtsbijstand toegekend door de rechtbank. Verschillende betrokkenen gingen tegen deze onontvankelijkheidsbeslissing in beroep, met deze rechtspraak tot gevolg.
Nederlandstalige arresten RvV en RvS: geen rechtsbijstand mogelijk voor retributie 9bis-aanvraag
Verzoeker diende op 10 november 2022 een regularisatieaanvraag in om humanitaire redenen conform artikel 9bis Verblijfswet (Vw). De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) verklaart zijn aanvraag op 22 mei 2023 onontvankelijk wegens gebrek aan betaling van de retributie. Verzoeker tekende tegen deze beslissing beroep aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) en argumenteerde dat kosteloze rechtsbijstand op grond van het Gerechtelijk Wetboek (Ger. W.) wel degelijk kan worden toegekend voor 9bis-aanvragen.
RvV verwerpt beroep: verblijfsaanvraag is geen rechtspleging
In zijn arrest nr. 289.299 van 7 december 2023 oordeelde de RvV dat overeenkomstig artikel 664 Ger. W. rechtsbijstand kan worden toegekend voor (buitengerechtelijke) rechtsplegingen.
Een verzoek om toekenning van een verblijfsvoordeel is echter geen rechtspleging’, maar een eenzijdige en vrijwillig ingediende aanvraag bij een administratie overheid.
De in artikel 1/1, § 1, eerste lid Vw bedoelde retributie zou alleen dienen om de kosten voor de administratieve verwerking van de aanvraag te dekken en zou geen verband houden met de in artikel 664 Ger. W. vermelde kosten.
Bijgevolg kan volgens de RvV geen rechtsbijstand worden toegekend voor de administratieve behandeling van een aanvraag om machtiging tot verblijf, omdat deze niet onder de toepassing valt van de in artikel 664 Ger. W. bedoelde (buitengerechtelijke) rechtsplegingen.
RvS: aanvraag bij orgaan van actief bestuur is geen rechtspleging
Verzoeker tekende tegen dit RvV-arrest cassatieberoep aan bij de Raad van State (RvS), die het beroep niet toelaatbaar verklaarde bij arrest nr. 15.757 van 15 februari 2024.
De RvS oordeelde dat uit artikel 1/1 Vw volgt dat een vreemdeling bij een 9bis-aanvraag een retributie moet betalen die de administratieve kosten dekt. Als deze dit niet doet, is de aanvraag niet-ontvankelijkheid.
Artikel 1 Ger. W regelt ‘de organisatie van de hoven en rechtbanken, de bevoegdheid en de rechtspleging’, terwijl artikel 2 Ger. W. deze regels op ‘alle rechtsplegingen’ toepasbaar maakt.
Volgens de RvS is een aanvraag indienen bij een orgaan van actief bestuur geen rechtspleging in de zin van artikel 2 Ger. W.
Een retributie betalen bij een verzoek om machtiging tot verblijf bij een administratieve overheid, is volgens de RvS dan ook geen rechtspleging en houdt dus geen verband met de in artikel 664 Ger. W. bedoelde kosten.
Artikel 668 Ger. W. geeft alleen aan in welke gevallen ook vreemdelingen aanspraak kunnen maken op rechtsbijstand, zoals deze conform artikel 667 Ger. W. wordt verleend aan Belgen.
Als je een regularisatieaanvraag indient op basis van artikel 9bis Vw heb je bijgevolg geen recht op kosteloze rechtsbijstand.
Franstalige arrest RvV: vrijstelling retributie als rechtsbijstand wel mogelijk
In arrest 322.284 van 25 februari 2025 oordeelde de RvV in een Franstalig arrest dat de vrijstelling van de retributie wel moet worden aanvaard door de DVZ. Verzoeker diende een verzoek op basis van 9bis Vw in samen met een vonnis van het Bureau voor Juridische bijstand van het Gerecht van eerste aanleg van Luik dat de verzoeker vrijstelt van de retributie voor de verblijfsaanvraag voorzien in artikel 1/1 Vw. DVZ verklaarde het verzoek toch onontvankelijk omdat de retributie niet was betaald. Het oordeelde dat het vonnis niet kon worden gevolgd, omdat de procedure geen gerechtelijke procedure is en de mogelijkheid om rechtsbijstand toe te kennen niet wordt voorzien in de Vreemdelingenwet. Verzoeker tekende daarop beroep aan bij de RvV.
De Raad merkt op dat het vonnis dat verzoeker vrijstelt van de retributie voorzien in artikel 1/1 Vw in lijn ligt met de rechtspraak van het Antwerpse Hof van Beroep in zijn arrest van 21 november 2018. Daarin oordeelde het Hof dat om een machtiging tot verblijf te bekomen de procedure beschreven in artikel 9bis Vw moet worden gevolgd. Omdat er geen andere procedure is voorzien die hetzelfde resultaat bekomt, valt de procedure onder de toepassing van artikel 665, 6° Ger.W. en kan er rechtsbijstand voor worden verleend. De Raad gaat akkoord met de leer van het Hof in dit arrest.
Volgens de Raad stelt de motivatie van DVZ die ingaat tegen deze leer de aanvrager dan ook niet in staat te begrijpen waarom hij geen rechtsbijstand kan genieten op basis van artikel 9bis Vw, aangezien de rechtsbijstand reeds werd toegekend aan hem door het Bureau voor Juridische Bijstand in Luik. Daarbovenop oordeelde de Raad dat de DVZ de inhoud van het vonnis betwist, maar er geen beroep tegen instelde. De onontvankelijkheidsbeslissing schendt daarmee de motivatieplicht en de Raad vernietigde de beslissing.
Meer info
- Artikel 664 Gerechtelijk Wetboek
- RvV 25 februari 2025, nr. 322.284
- RvV 7 december 2023, nr. 289.299
- RvS 15 februari 2024, nr. A. 240.895/VII-42.340
- Rb Kortrijk 26 mei 2016, nr. 15/342/I
- Rb Namen, 9 december 2016, nr. 16/455/I
- Antwerpen 26 april 2017, nr. 2017/PD/104
- Lees ons artikel ‘HvB Brussel: vrijstelling retributie bij aanvraag humanitaire regularisatie (9bis) mogelijk in het kader van rechtsbijstand’
- Lees ons artikel ‘Ook Hof van Beroep Antwerpen stelt 9bis-aanvraag vrij van retributie’