RvV-rechtspraak inzake vereiste identiteitsbewijs bij gezinshereniging met minderjarige Belg uiteenlopend
In het kort
In recente arresten interpreteert de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) het identiteitsbewijs voor een ouder bij gezinshereniging met minderjarige Belg strikt. Volgens de RvV in arrest 321.541 van 13-2-2025 laat een vonnis waarin een persoon erkend wordt als staatloze niet toe de identiteit van de betrokkene met zekerheid vast te stellen. Zulk vonnis geldt niet als identiteitsbewijs. In arrest 321.511 van 12-2-2025 stelt de RvV dat een vervallen paspoort geen geldig identiteitsdocument is voor de gezinshereniging. Bovendien toont de ouder niet aan waarom deze geen nieuw paspoort kan verkrijgen. Een ongegrond verklaard verzoek om internationale bescherming (VIB) volstaat niet als reden hiervoor. In arresten 320.874 van 30-1-2025 en 327.865 van 6-6-2025 daarentegen vernietigde de RvV de weigering van de gezinshereniging louter omwille van het feit dat geen geldig paspoort voorgelegd werd. Deze rechtspraak roept vragen op over de eenheid van rechtspraak. De arresten die de vereiste strikt interpreteren roepen ook vragen op over de overeenstemming met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (GwH) dat in arrest 131/2024 van 21-11-2024 oordeelde dat in deze situatie ook alternatieve bewijsmogelijkheden mogelijk moeten zijn.
Vonnis erkenning als staatloze geen alternatief bewijs van identiteit voor aanvraag gezinshereniging met Belgisch kind
Het GwH oordeelde eerder dat de vereiste van een geldig paspoort bij aanvragen gezinshereniging door ouders van Belgische minderjarige kinderen onwettig is en dat alternatieve bewijzen van identiteit aanvaard moeten worden.
Met deze wetenschap diende een man die verklaart staatloos te zijn een aanvraag gezinshereniging in met zijn minderjarige Belgische dochter. Als bewijsstuk voor zijn identiteit legde hij een vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Gent voor waarin hij erkend werd als staatloze. DVZ achtte dit document geen adequaat identiteitsbewijs.
De RvV erkent in arrest 321.541 van 13 februari 2025 dat het GwH heeft beslist dat alternatieve bewijsmogelijkheden moeten worden toegestaan. Toch is een deugdelijk identiteitsbewijs vereist. Het vonnis waarin de ouder erkend wordt als staatloze is geen alternatief bewijs. De rechter erkende dat de Servische en Kosovaarse vertegenwoordiging (noch de Belgische staat) de vader als onderdaan beschouwen en erkent hem als staatloze. De rechter had, in tegenstelling tot wat de man beweert, niet gesteld dat hij onmogelijk identiteitsdocumenten kan bekomen. Het vonnis over de staatloosheid laat niet toe om de identiteit met zekerheid vast te stellen aangezien de fysieke band van het vonnis met verzoeker niet kan worden vastgesteld.
De RvV definieert een identiteitsdocument als volgt: ‘Een identiteitsdocument kan worden omschreven als een document dat één enkele burgerlijke identiteit van een persoon bevestigt en deze definieert in functie van de uitvaardigende staat. Het document bevat de persoonsgegevens van de betrokkene (uiteraard minstens de naam en enkele andere gegevens zoals geboortedatum en -plaats, geslacht, adres en nationaliteit, eventueel aangevuld met de namen van de ouders, leeftijd, beroep, en andere biografische informatie en daarnaast een foto, eventueel aangevuld met andere biometrische informatie zoals vingerafdrukken of irismetingen). Een identiteitsdocument maakt het mogelijk een fysiek individu te koppelen aan bepaalde persoonsgegevens.’
De RvV verwierp daarnaast ook de door de verzoeker ingeroepen schending van art. 20 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), dat het Unieburgerschap erkent, aangezien hij niet aangetoond heeft dat zijn dochter de EU zou moeten verlaten naar aanleiding van de weigering van de aanvraag gezinshereniging. Bovendien bevat de beslissing geen bevel om het grondgebied te verlaten (BGV), waaruit ook blijkt dat rekening werd gehouden met het gezinsleven van de man.
De RvV wijst er daarnaast op dat in de bestreden beslissing omschreven werd hoe de man zijn administratieve situatie in orde zou kunnen brengen. Het beroep werd verworpen.
Opmerking: grijs paspoort?
In een dergelijke situatie en wanneer de staatloze ouder niet in staat is een ander (alternatief) identiteitsdocument voor te leggen, kan hij of zij trachten een verblijfsrecht als staatloze te bekomen. Als hij een verblijfsrecht krijgt, kan hij vervolgens - als hij aan alle voorwaarden voldoet - een grijs paspoort aanvragen. Een grijs paspoort is een identiteitsdocument waarmee hij gezinshereniging kan aanvragen met zijn Belgisch minderjarig kind.
Vervallen paspoort volstaat niet als identiteitsdocument bij aanvraag gezinshereniging met minderjarig Belgisch kind
Een man uit Guinee legde bij zijn aanvraag gezinshereniging met zijn Belgisch minderjarig kind een vervallen paspoort voor. DVZ weigerde de aanvraag, aangezien niet voldaan werd aan de vereiste om een geldig identiteitsdocument voor te leggen.
De RvV volgt de DVZ in arrest 321.511 van 12 februari 2025. Bij wijziging van artikel 40ter Vw dat het recht op gezinshereniging met een (statische) Belg regelt, werd de verstrengde vereiste over het identiteitsbewijs voor ouders van een Belgisch minderjarig kind, die ingevoerd was in 2016, behouden. Artikelen 43 en 47 Vb, die van toepassing zijn op Unieburgers, doen geen afbreuk aan de specifieke vereiste over het identiteitsdocument bij een aanvraag gezinshereniging als ouder van een minderjarige Belg. Deze verplichting heeft tot doel de afstammingsband met het minderjarig kind met zekerheid vast te stellen.
De Raad erkent dat het Grondwettelijk Hof geoordeeld heeft dat alternatieve bewijsmogelijkheden moeten bestaan om rekening te houden met het hoger belang van het Belgisch kind. De verzoeker zet nergens uiteen waarom hij geen geldig paspoort kan verkrijgen bij de consulaire diensten van zijn land van herkomst. Een als ongegrond afgesloten VIB vormt geen reden om geen geldig identiteitsdocument te kunnen voorleggen. Het feit dat zijn naam vermeld staat op de geboorteaktes van de kinderen volstaat niet om vast te stellen dat hij effectief de persoon is die op deze aktes vermeld wordt. Bovendien werden deze aktes niet voorgelegd voorafgaand aan de bestreden beslissing. De RvV besluit dat niet blijkt dat de verzoeker de mogelijkheid werd ontzegd om zijn identiteit te bewijzen op een andere wijze, er werd geen alternatief identiteitsbewijs voorgelegd waarmee geen rekening gehouden werd.
Opmerking
Deze interpretatie van de RvV is erg strikt in dit arrest, aangezien het GwH expliciet stelde dat artikel 40ter, § 2, eerste lid, 2°, van de wet van 15 december 1980 niet bestaanbaar is met de artikelen 10, 11, 22 en 22bis van de Grondwet in zoverre het geen alternatieve bewijsmogelijkheden toestaat voor de vereiste om een geldig identiteitsdocument voor te leggen. Vereisen dat expliciet aangetoond wordt dat het onmogelijk is om een geldig paspoort voor te leggen is een restrictieve interpretatie van de verplichting om alternatieve bewijsmogelijkheden toe te laten.
Gelet op het doel van deze verplichting, namelijk dat de afstammingsband met het minderjarig kind met zekerheid vast kunnen stellen, rijst de vraag of een vervallen paspoort niet volstaat om deze garantie te bieden.
RvV: geldig paspoort vereisen als bewijs identiteit zonder voorwaarde te temperen, is ongrondwettig
In arrest 327.865 van 6 juni 2025 vernietigde de RvV echter een weigering van een aanvraag gezinshereniging met een Belgisch minderjarig kind. De reden voor weigering was dat de aanvrager een paspoort voorgelegd had dat enkele maanden vervallen was.
De Iraakse moeder had bij haar aanvraag op 9 april 2024 een paspoort voorgelegd dat geldig was tot 8 februari 2024. De RvV stelde vast dat de authenticiteit van het paspoort en de afstammingsband tussen moeder en kind niet betwist werden. Bovendien werd niet onderzocht of een verblijfsrecht op grond van art. 20 VWEU aan de orde is, hoewel de Iraakse vrouw een erg jong Belgisch minderjarig kind heeft. De RvV stelde een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel in het licht van art. 20 VWEU vast.
Tenslotte voegde de Raad toe dat, hoewel het voormelde arrest van het GwH niet gekend was op het ogenblik waarop de bestreden beslissing genomen werd, de vereiste van een geldig paspoort niet onverkort geldt nu de ongrondwettigheid van de rechtsgrond van de beslissing vastgesteld werd door het GwH, en deze getemperd moet worden. De tempering had er volgens de RvV in kunnen bestaan de Iraakse vrouw erop te wijzen dat zij een geldig paspoort diende voor te leggen.
RvV vernietigt weigering gezinshereniging ouder Belgisch minderjarig kind louter wegens geen geldig paspoort
De Armeense vader van een Belgisch minderjarig kind had gezinshereniging aangevraagd op voorlegging van een paspoort dat vervallen was op 27 februari 2016. De aanvraag werd geweigerd omdat dit document niet geldig was.
Het GwH heeft in het voormelde arrest geoordeeld dat de strikte toepassing van de vereiste van een geldig identiteitsdocument een disproportionele impact heeft op het recht op privé- en gezinsleven. De RvV vernietigde bestreden beslissing in arrest 320.874 van 30 januari 2025, en stelde de schending van de artikelen 62 Vw, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991, de artikelen 22 en 22bis GW en art. 8 EVRM vast.
Geen duidelijke lijn in de rechtspraak van de RvV
In zijn rechtspraak is de Raad niet eenduidig. Wel blijkt uit de rechtspraak dat het louter voorleggen van een alternatief document niet volstaat om zich te onttrekken aan de verplichting om een geldig identiteitsdocument voor te leggen. Wanneer men bij aanvragen gezinshereniging als ouder van een minderjarig Belgisch kind geen geldig identiteitsdocument kan voorleggen, probeer je best bewijzen aan te voeren waaruit blijkt dat het onmogelijk was om dit voor te leggen. Je legt alsnog best een document voor waaruit de identiteit van de aanvrager blijkt.