Samenstel discriminerende Talibanmaatregelen tegenover vrouwen zijn vervolgingsdaad
In het kort
Het Europees Hof van Justitie (HvJ) oordeelde op 4-10-2024 in de zaken C-608/22 en C-609/22 dat de discriminerende maatregelen van de Taliban tegen Afghaanse vrouwen, door hun cumulatieve effect, daden van vervolging uitmaken. Wanneer de nationaliteit en het gender zijn vastgesteld, kunnen deze elementen voldoende zijn om zonder verder individueel onderzoek het vluchtelingenstatuut toe te kennen. Artikel 4, lid 3 Kwalificatierichtlijn legt volgens het HvJ niet de verplichting op om ook andere elementen dan haar geslacht en haar nationaliteit in aanmerking te nemen die kenmerkend zijn voor de persoonlijke situatie.
Maatregelen die op zichzelf vervolging uitmaken vs maatregelen met zelfde effect door cumulatie
Het Hof oordeelde eerder al dat vrouwen mogelijke een sociale groep kunnen uitmaken op basis van gedwongen huwelijken, lichamelijk/geestelijk geweld, of identificatie met het principe van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en als zodanig vervolging vrezen. Het HvJ gaat verder in op de maatregelen van de Taliban die op zichzelf geen daad van vervolging uitmaken, maar hetzelfde effect hebben door hun samenstel.
Het HvJ maakt eerst een onderscheid tussen de maatregelen onder de Taliban die
- op zichzelf een vervolgingsgrond uitmaken, zijnde onder andere
- een gedwongen huwelijk
- de afwezigheid van bescherming tegen gendergerelateerd geweld en huiselijk geweld
- door hun samenstel een zodanig niveau van ernst bereiken dat zij de menselijke waardigheid op dezelfde manier ondermijnen, zijnde onder andere:
- Beperkte toegang tot
- gezondheidzorg,
- politiek betrekkingen
- en onderwijs
- professionele activiteiten
- vrijetijdsactiviteiten
- beperkte vrijheid om
- zich te verplaatsen
- eigen kleding te kiezen
- Beperkte toegang tot
Het hof gaat nog verder door te stellen dat de systematische toepassing van deze maatregelen blijk geeft aan ‘een sociale structuur gebaseerd op een regime van segregatie en onderdrukking’ waarin vrouwen worden uitgesloten van het publieke leven en hun recht om een waardig leven te leiden niet kunnen doen gelden.
Niet absoluut noodzakelijk vervolgingsgronden individueel te onderzoeken als afkomst en gender is vastgesteld
Tenslotte oordeelt het Hof dat – hoewel lidstaten vrij zijn om hun eigen individuele onderzoek te voeren – de lidstaten kunnen beslissen dat een individueel onderzoek dat verder gaat dan de vaststelling van het feit dat men een vrouw is uit Afghanistan, niet nodig is gezien de huidige situatie in Afghanistan voor vrouwen onder de Taliban.