(D.M. t. Zweden) Artikel 3 EVRM (verbod op onmenselijke en vernederende behandeling)
uitzetting van een Afghaanse onderdaan van Hazara-afkomst naar Afghanistan zou een schending van artikel 3 EVRM inhouden
Ernstige algemene veiligheids- en mensenrechtensituatie in Afghanistan na de machtsovername door de Taliban in 2021 onvoldoende om te concluderen dat elke uitzetting daarheen noodzakelijkerwijs artikel 3 EVRM zou schenden
Situatie van Hazara's, hoewel nijpend, niet zodanig dat zij kunnen worden beschouwd als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan mishandeling die het niveau van artikel 3 EVRM bereikt
Aanwezigheid van individuele risicoverhogende factoren, waaronder de etniciteit van de verzoeker, het herkomstgebied waarnaar hij zou worden teruggestuurd, zijn langdurig verblijf in Zweden, "verwestering", en gedrag dat wordt gezien als een overtreding van religieuze en morele normen in Afghanistan
Ontbreken van een cumulatieve risicobeoordeling in de relevante nationale beslissingen
Reëel risico op mishandeling op basis van het cumulatieve effect van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, in het licht van de algemene mensenrechtensituatie en die van Hazara's in Afghanistan