Vanaf begin asielprocedure moet er bijstand zijn van (voorlopige) vertegenwoordiger. CGVS doet leeftijdsbepaling voor asielzoekers. Er zijn nieuwe waarborgen voor NBMV.
Niet tijdig omgezette bepalingen kunnen rechtstreekse werking hebben: een overzicht van bepalingen waarbij dit mogelijk zo is: o.a. over toegang tot materiële opvang, werk en taal- en inburgeringscursussen.
Schrapping uit Opvangwet van mogelijkheid tot niet-toewijzing en opheffing code 207 leidt tot ongerechtvaardigde achteruitgang in bescherming asielzoeker. Dit is strijdig met art. 23 Gw.
Spaanse wetgeving voorziet dat bescherming eindigt wanneer verzoeker zich in ander land vestigt. Al dan niet daadwerkelijke uitvoering daarvan en concrete gevolgen in verzoeker 's geval zijn onduidelijk.
Maanden zonder opvang en mogelijkheid om essentiële noden te voldoen, schendt art. 3 EVRM. Uitstel bij uitvoering definitieve uitspraak rechter, bevestigd door voorlopige maatregelen, schendt art. 6 en 34 EVRM.
Op 27-3-2026 schorste RvS in arrest 266.219 ministeriële instructie van 2-3-2026 waarin de bevoegde minister Fedasil de opdracht gaf om opvang te blijven weigeren aan M-statushouders.
Fedasil blijft medeverantwoordelijk voor medische hulp aan asielzoeker wanneer OCMW bevoegd is voor maatschappelijke dienstverlening na vernietiging weigering verplichte plaats inschrijving.
Op 26-2-2026 schorste Grondwettelijk Hof de bepalingen die VIB van M-statushouders kwalificeren als ‘volgend verzoek’ en die beperking van opvang op deze grond mogelijk maakte.
De opschorting geldt tot wanneer CGVS objectieve informatie heeft om veiligheidssituatie in Iran en risico op vervolging accuraat te kunnen beoordelen.
Het KB van 3-12-2025 voegt Marokko toe aan de lijst van veilige landen. Verzoekers internationale bescherming uit deze landen hebben een zwaardere bewijslast.
Niet elke Burundees die vanuit België naar Burundi terugkeert heeft a priori gegronde vrees voor vervolging of loopt reëel risico op ernstige schade. Dat besliste RvV in AV op 21-11-2025.
Fedasil motiveerde beperking materiële hulp onvoldoende en voldeed niet aan de informatieplicht in verband met de bijdrageplicht voor VIB met een inkomen.
In arrest C-195/2 (Framholm) van 20-11-2025 stelt HvJ dat geen enkele EU-bepaling recht op subsidiaire bescherming beperkt voor tijdelijke beschermden.
Kwalificatie veilig land van herkomst (art. 37 Procedurerichtlijn 2013/32/EU) niet mogelijk als land niet veilig is voor ‘bepaalde categorieën van personen’.
Fedasil moet individuele situatie, levenstandaard en effectiviteit bescherming in andere EU-lidstaat nagaan bij beperking materiële hulp van M-statushouder.
Asielzoekers hebben in buitengewone omstandigheden wanneer ze in staat van manifeste nood verkeren toch recht op opvang, ook als ze hun bijdragenplicht niet voldeden.
Terugkeer van Amerikaans kind met derdelands ouders zonder verblijf in de Verenigde Staten impliceert mogelijk de scheiding van de ouders en schending hoger belang kind.