Rechtspraak

(XXX t. Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen) Prejudiciële verwijzing
Richtlijn 2011/95/EU
Normen voor erkenning als vluchteling of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt
Artikel 14, lid 4, onder b)
Intrekking van de vluchtelingenstatus
Derdelander die definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf
Gevaar voor de samenleving
Evenredigheidstoetsing
(Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl t. AA) Prejudiciële verwijzing
Richtlijn 2011/95/EU
Normen voor erkenning als vluchteling of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt
Artikel 14, lid 4, onder b)
Intrekking van de vluchtelingenstatus
Derdelander die definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf
Gevaar voor de samenleving
Evenredigheidstoetsing
Richtlijn 2008/115/EU
Terugkeer van illegaal verblijvende derdelanders
Uitstel van verwijdering
(Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid t. M.A.) Prejudiciële verwijzing
Richtlijn 2011/95/EU
Normen voor erkenning als vluchteling of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt
Artikel 14, lid 4, onder b)
Intrekking van de vluchtelingenstatus
Derdelander die definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf
Gevaar voor de samenleving
Evenredigheidstoetsing
(B.F e.a. t. Zwitserland) Artikel 8 EVRM
Positieve verplichtingen
Gezinsleven
Afwijzing van verzoeken om gezinshereniging, omdat niet is voldaan aan voorwaarde van financiële onafhankelijkheid, van voorlopig toegelaten vluchtelingen die vrezen te worden vervolgd wegens hun illegale vertrek uit hun land van herkomst
Lidstaten beschikken over een zekere beoordelingsmarge om te eisen dat dergelijke vluchtelingen niet afhankelijk zijn van sociale bijstand alvorens gezinshereniging toe te staan
Marge aanzienlijk beperkter dan die voor de invoering van wachttijden voor gezinshereniging waarom wordt verzocht, door personen zonder vluchtelingenstatus maar met subsidiaire of tijdelijke beschermingsstatus
Internationale en Europese consensus om geen onderscheid te maken tussen verschillende vluchtelingen uit hoofde van het Verdrag van 1951 wat betreft de vereisten voor gezinshereniging en om vluchtelingen in aanmerking te laten komen voor gunstigere gezins
Beperking van de beoordelingsmarge
Bijzonder kwetsbare situatie van vluchtelingen op de plaats waar zij verblijven moet naar behoren in aanmerking worden genomen bij de toepassing van een vereiste op hun verzoek om gezinshereniging
Onoverkomelijke hinderpalen voor het genieten van een gezinsleven in het land van herkomst die geleidelijk aan belangrijker worden bij de beoordeling van het billijk evenwicht naarmate de tijd verstrijkt
Noodzaak om het vereiste van niet-afhankelijkheid van sociale bijstand met voldoende flexibiliteit toe te passen
Vluchtelingen mogen niet worden verplicht "het onmogelijke te doen" om gezinshereniging te verkrijgen
Billijk evenwicht tussen concurrerende belangen bereikt in één verzoek, maar niet in drie andere verzoeken
(X t. International Protection Appeals Tribunal, Minister for Justice and Equality, Ierland, Attorney General) Prejudiciële verwijzing
Gemeenschappelijk beleid inzake asiel en subsidiaire bescherming
Richtlijn 2004/83/EG
Minimumnormen voor de erkenning als vluchteling of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt
Artikel 4, lid 1, tweede volzin
Samenwerking van de lidstaat met de verzoeker om de relevante elementen van zijn verzoek te beoordelen
Omvang
Algemene geloofwaardigheid van een verzoeker
Artikel 4, lid 5, onder e)
Beoordelingscriteria
Gemeenschappelijke procedures voor de toekenning van de internationale bescherming
Richtlijn 2005/85/EG
Deugdelijk onderzoek
Artikel 8, leden 2 en 3
Rechterlijke toetsing
Artikel 39
Omvang
Procedurele autonomie van de lidstaten
Doeltreffendheidsbeginsel
Redelijke termijn voor het geven van een besluit
Artikel 23, lid 2, en artikel 39, lid 4
Gevolgen van een eventuele niet-naleving
(TE, RU, wettelijk vertegenwoordigd door TE t. Stad Frankfurt am Main (C 829/21) en EF t. Stad Offenbach am Main (C 129/22)) Prejudiciële verwijzing
Immigratiebeleid
Status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 9, lid 4, tweede alinea, artikel 14, lid 1, artikel 15, lid 4, tweede alinea, artikel 19, lid 2, en artikel 22
Recht van onderdanen van derde landen op de status van langdurig ingezetene in een lidstaat
Toekenning door de eerste lidstaat van een ‚EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen’ voor onbepaalde tijd
Onderdaan van een derde land die meer dan zes jaar afwezig was van het grondgebied van de eerste lidstaat
Daaropvolgend verlies van het recht op de status van langdurig ingezetene
Aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning die op grond van de bepalingen van hoofdstuk III van richtlijn 2003/109/EG door de tweede lidstaat is afgegeven
Afwijzing van de aanvraag door de tweede lidstaat wegens het verlies van dit recht
Voorwaarden
(X t. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid) Prejudiciële verwijzing
Burgerschap van de Unie
Artikel 20 VWEU
Recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven
Besluit tot weigering van verblijf, door een lidstaat vastgesteld jegens een derdelander die ouder is van een minderjarig kind dat de nationaliteit van die lidstaat heeft
Kind dat zich buiten het grondgebied van de Europese Unie bevindt en nooit op het grondgebied van de Unie heeft verbleven
(Europese Commissie t. Hongarije) Niet-nakoming
Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht
Beleid inzake grenscontroles, asiel en immigratie
Procedures voor de toekenning van internationale bescherming
Richtlijn 2013/32/EU
Artikel 6
Daadwerkelijke toegang
Indiening van een aanvraag
Nationale regels op grond waarvan vooraf buiten het grondgebied van de lidstaat administratieve formaliteiten moeten worden vervuld
Volksgezondheidsdoelstelling
(Azzaqui t. Nederland) Schending artikel 8 EVRM (recht op gezins- en privéleven)
uitwijzing en 10 jaar inreisverbod van gevestigde vreemdeling
gepleegde feiten gerelativeerd door beperkte strafrechtelijke aansprakelijkheid (internering)
sterke banden met Nederland
geen rekening gehouden met geestelijke ziekte
onvoldoende belangenafweging door interne rechters
geen schadevergoeding
(Ghadamian t. Zwitserland) Schending artikel 8 EVRM (recht op privé- en familieleven)
wettig verblijf sinds 1969
strafbare feiten
uitwijzingsbeslissing uitvoerbaar sinds 2002
uitwijzing nooit uitgevoerd
54 jaar verblijf waaronder 33 jaar in wettig verblijf
geen ernstige inbreuken sinds 2005
belangenafweging
redenen relevant maar niet voldoende
(M.D. t. Országos Idegenrendészeti Főigazgatóság Budapesti és Pest Megyei Regionális Igazgatósága) Prejudiciële verwijzing
Immigratiebeleid
Artikel 20 VWEU
Effectief genot van de belangrijkste aan de status van burger van de Unie ontleende rechten
Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Richtlijn 2008/115/EG
Gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven
Artikelen 5, 11 en 13
Rechtstreekse werking
Recht op een doeltreffende voorziening in rechte
Inreis- en verblijfsverbod dat is opgelegd aan een onderdaan van een derde land die familielid is van een minderjarige Europese burger
Bedreiging voor de nationale veiligheid
Niet-inaanmerkingneming van de individuele situatie van deze onderdaan van een derde land
Weigering om een rechterlijke beslissing tot opschorting van de gevolgen van dit verbod ten uitvoer te leggen
Gevolgen
(A.L. t. Migrationsverket) Prejudiciële verwijzing
Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof
Immigratiebeleid
Richtlijn 2008/115/EG
Gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van derdelanders die illegaal op hun grondgebied verblijven
Artikel 6, lid 2
Terugkeerbesluit dat gepaard gaat met een voor een periode van drie jaar geldend inreisverbod
Derdelander met een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfstitel
Verzuim van de nationale politieautoriteit om deze derdelander toe te staan zich naar het grondgebied van die andere lidstaat te begeven alvorens jegens hem een terugkeerbesluit uit te vaardigen
(N.M. t. België) Geen schending artikel 5 §1 f) EVRM (recht op vrijheid en veiligheid)
opsluiting met het oog op verwijdering –voorlopige maatregel (art. 39 Procedurereglement)
geen invloed op de wettigheid van de detentie op basis van artikel 5§1 f)
geen schending art. 5§4 (recht op een effectief rechtsmiddel bij detentie)
voldoende gerechtelijke controle
geen schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandeling)
isolatieregime
drempel niet bereikt
(X, Y, A, wettelijk vertegenwoordigd door X en Y, B, wettelijk vertegenwoordigd door X en Y t. Belgische Staat (Afrin)) Prejudiciële verwijzing
Prejudiciële spoedprocedure
Grenscontroles, asiel en immigratie
Immigratiebeleid
Richtlijn 2003/86/EG
Recht op gezinshereniging
Artikel 5, lid 1
Indiening van een verzoek om toegang en verblijf in het kader van het recht op gezinshereniging
Regeling van een lidstaat op grond waarvan de gezinsleden van de gezinshereniger het verzoek persoonlijk moeten indienen bij de bevoegde diplomatieke post van die lidstaat
Onmogelijkheid of buitengewone moeilijkheid om zich naar die post te begeven
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Artikelen 7 en 24
(Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid t. S.S., N.Z., S.S.) Prejudiciële verwijzing
Verordening (EU) nr. 604/2013
Aanwijzing van de voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat
Artikel 27
Rechtsmiddel tegen een jegens een asielzoeker genomen overdrachtsbesluit
Artikel 29
Opschorting van de uitvoering van het overdrachtsbesluit
Overdrachtstermijn
Stuiting van de termijn waarbinnen de overdracht moet plaatsvinden
Richtlijn 2004/81/EG
Verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan derdelanders die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie
Artikel 6
Bedenktijd
Verbod op uitvoering van een verwijderingsmaatregel
Rechtsgangen
(Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid t. E.N., S.S., J.Y.) Prejudiciële verwijzing
Verordening (EU) nr. 604/2013
Bepaling van de voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat
Artikel 27
Rechtsmiddel tegen een jegens een asielzoeker genomen overdrachtsbesluit
Artikel 29
Overdrachtstermijn
Opschorting van deze termijn tijdens het hoger beroep
Door de overheidsinstantie gevraagde voorlopige voorziening
(J.A. en andere t. Italië) Artikel 3 EVRM
onmenselijke en vernederende behandeling
Tunesische migranten tien dagen vastgehouden in hotspotcentrum (Lampedusa) in slechte materiële omstandigheden- Artikel 5, §§ 1, onder f), 2 en 4
Willekeurige vrijheidsberoving ter voorkoming van illegale binnenkomst in het land
detentie zonder duidelijke en toegankelijke rechtsgrondslag en gebrek aan gemotiveerde beslissing
Verzoekers niet op de hoogte gesteld van wettelijke redenen voor detentie
Onvermogen om rechtmatigheid van feitelijke detentie aan te vechten wegens gebrek aan voldoende informatie
Artikel 4 Protocol 4 (Verbod op collectieve uitzetting van vreemdelingen)
Verwijdering naar Tunesië zonder naar behoren rekening te houden met individuele situaties van verzoekers
(Kogan en andere t. Rusland) Schending artikel 8 (Privé- en gezinsleven)
Ongerechtvaardigde intrekking van verblijfsvergunning van mensenrechtenadvocaat om niet bekendgemaakte redenen van nationale veiligheid
Zuiver formele toetsing van intrekkingsbesluit door nationale rechterlijke instanties
Intrekkingsprocedure aangetast door ernstige procedurele gebreken
Schending artikel 18 (+ artikel 8)
Beperking voor ongeoorloofde doeleinden
Intrekking van de verblijfsvergunning van verzoekster, hoofdzakelijk bedoeld om de mensenrechtengerelateerde activiteiten van haar en haar echtgenoot te bestraffen en de voortzetting ervan te verhinderen
Algemene context van toename van strenge beperkingen voor NGO's, mensenrechtenverdedigers en andere actoren van het maatschappelijk middenveld in Rusland, met als gevolg een "chilling effect" op hun activiteiten
Schending artikel 38
Niet-nakoming van de verplichting van de staat om alle nodige faciliteiten te verstrekken
(L.G. t. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid) Prejudiciële verwijzing
Asielbeleid
Verordening (EU) nr. 604/2013
Criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming
Artikel 6, lid 1
Belang van het kind
Artikel 16, lid 1
Afhankelijke persoon
Artikel 17, lid 1
Discretionaire bepaling
Tenuitvoerlegging door een lidstaat
Derdelander die zwanger was op het moment van indiening van het verzoek om internationale bescherming
Huwelijk
Echtgenoot die in de betrokken lidstaat internationale bescherming geniet
Besluit om het verzoek niet te behandelen en om de verzoeker over te dragen aan een andere lidstaat die wordt geacht voor dat verzoek verantwoordelijk te zijn
(Alhowais t. Hongarije) Schending artikel 2 EVRM (recht op leven) en artikel 3 EVRM (verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandeling)
procedureel vlak
Gebrek aan daadwerkelijk onderzoek naar de dood van asielzoeker in grensrivier tussen Servië en Hongarije
Schending artikel 2 EVRM (recht op leven, materieel vlak)
positieve verplichtingen van de grenswachters
nalatigheid bij de uitvoering en organisatie van de reddingsoperatie
Geen schending artikel 3 EVRM (materieel vlak)
EHRM niet in staat om buiten redelijke twijfel te concluderen (grotendeels door tekortkomingen in het onderzoek) dat fysiek geweld werd gebruikt tegen verzoeker
(Minasian e.a. t. Moldavië) Schending artikel 5, lid 1 EVRM
detentie van minderjarige kinderen zonder wettelijke basis
Verzuim van de nationale rechter om te onderzoeken of detentie van kinderen een uiterste maatregel is en of het detentiecentrum geschikt is voor de detentie van gezinnen met minderjarige kinderen. Artikel 5, lid 4 EVRM
Onmogelijkheid voor kinderen om de rechtmatigheid van hun detentie aan te vechten
(Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid t. B (C‑323/21), F (C‑324/21) en K t. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (C‑325/21)) Prejudiciële verwijzing
Verordening (EU) nr. 604/2013
Bepaling van de lidstaat dieverantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming
Indieningvan meerdere verzoeken om internationale bescherming in drie lidstaten
Artikel 29 –Overdrachtstermijn
Verstrijken
Overgang van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van hetverzoek
Artikel 27
Rechtsmiddelen
Omvang van de rechterlijke toetsing
Mogelijkheid voor deverzoeker om zich te beroepen op de overgang van de verantwoordelijkheid voor de behandeling vanhet verzoek
(P.I. t. Migracijos departamentas prie Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerijos) Prejudiciële verwijzing
Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht
Gemeenschappelijk asielbeleid
Voorwaarden om voor de vluchtelingenstatus in aanmerking te komen
Richtlijn 2011/95/EU
Artikel 10, lid 1, onder e), en lid 2
Gronden van de vervolging
Begrippen ‚politieke overtuiging’ en ‚toegeschreven politieke overtuiging’
Pogingen van een asielzoeker om zich in zijn land van herkomst met wettige middelen te verdedigen tegen niet-overheidsactoren die illegaal opereren en in staat zijn het repressieve apparaat van de betrokken staat in te zetten
(Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid t. B (C 323/21), F (C 324/21), en K t. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (C 325/21)) Prejudiciële verwijzing
Verordening (EU) nr. 604/2013
Bepaling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming
Indiening van meerdere verzoeken om internationale bescherming in drie lidstaten
Artikel 29
Overdrachtstermijn
Verstrijken
Overgang van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het verzoek
Artikel 27
Rechtsmiddelen
Omvang van de rechterlijke toetsing
Mogelijkheid voor de verzoeker om zich te beroepen op de overgang van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het verzoek