Niet elke Burundees die vanuit België naar Burundi terugkeert heeft a priori gegronde vrees voor vervolging of loopt reëel risico op ernstige schade. Dat besliste RvV in AV op 21-11-2025.
Fedasil motiveerde beperking materiële hulp onvoldoende en voldeed niet aan de informatieplicht in verband met de bijdrageplicht voor VIB met een inkomen.
In arrest C-195/2 (Framholm) van 20-11-2025 stelt HvJ dat geen enkele EU-bepaling recht op subsidiaire bescherming beperkt voor tijdelijke beschermden.
Kwalificatie veilig land van herkomst (art. 37 Procedurerichtlijn 2013/32/EU) niet mogelijk als land niet veilig is voor ‘bepaalde categorieën van personen’.
Fedasil moet individuele situatie, levenstandaard en effectiviteit bescherming in andere EU-lidstaat nagaan bij beperking materiële hulp van M-statushouder.
Asielzoekers hebben in buitengewone omstandigheden wanneer ze in staat van manifeste nood verkeren toch recht op opvang, ook als ze hun bijdragenplicht niet voldeden.
Terugkeer van Amerikaans kind met derdelands ouders zonder verblijf in de Verenigde Staten impliceert mogelijk de scheiding van de ouders en schending hoger belang kind.
Om de opvang bij een volgend VIB wettig te kunnen beperken moet Fedasil nagaan of het recht op een waardige levensstandaard gewaarborgd is in de specifieke situatie. Deze feitelijke overwegingen moeten uitdrukkelijk vermeldt worden in de beslissing.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België kan niet langer worden toegepast in geval van asielaanvraag van alleenstaande niet-kwetsbare man.
Om recht te hebben op materiële hulp (artikel 6, §1, eerste lid Opvangwet) is verblijfsrecht nodig. Dit primeert op het feit dat er nog geen definitieve negatieve beslissing.
RvV vernietigt weigering asielaanvraag en vraagt onderzoek van actuele situatie. Een Georgische wet van 2024 had grote impact op de fundamentele rechten van LGBTQI+-personen.
Dienst Vreemdelingenzaken kan een zoekjaar niet weigeren omdat de betrokkene tijdens de studies een verzoek om internationale bescherming indiende, zegt de RvV in een arrest van 1-10-2024.
HvJ stelt op 18-6-2024 dat staten ten volle rekening moeten houden met vluchtelingenstatus in andere lidstaat. De RvV volgt deze rechtspraak in arrest van 12-7-2024 net als de RvS in arrest van 3-2-2025.
Als eerste lidstaat definitieve negatieve beslissing nam over eerste VIB, kan tweede lidstaat een volgend verzoek behandelen via ontvankelijkheidsprocedure.
Een land als veilig derde land aanduiden, kan niet als bepaalde delen van het land toch niet aan de criteria voldoen om als veilig te worden bestempeld.
Lidstaten mogen werken met algemene lijsten van ‘veilige landen’ maar moeten inhoudelijk onderzoek doen wanneer derde land toelating tot grondgebied weigert.