DVZ vraagt gemeenten om in geen enkel geval nog ambtshalve verblijfskaarten EU af te leveren aan EU-familieleden van Belg of Unieburger bij overschrijving van beslissingstermijn 6 maanden.
EHRM oordeelde dat Griekenland art. 8 EVRM had geschonden omdat het geen billijk evenwicht had gevonden tussen belang verzoekers bij gezinshereniging en belang van Staat om immigratie te controleren.
Verordeningen onderdeel van dit pact treden rechtstreeks in werking in lidstaten van Europese Unie. We geven een overzicht van de rechten en plichten die ze creëren voor vreemdelingen en de Belgische staat.
De inwerkingtreding op 12-6-2026 van de Kwalificatieverordening 2024/1347, onderdeel van het Migratie- en asielpact heeft tot gevolg dat de regels rond gezinshereniging veranderen.
De wet vereist niet dat het recht van bewaring exclusief is bij gezinshereniging met minderjarige Unieburger, een dergelijke interpretatie voegt een voorwaarde toe aan de wet.
Bij beoordeling aanvraag gezinshereniging als partner van een Belg moeten niet enkel de bestaansmiddelen van de Belg zelf in aanmerking genomen worden.
Afhankelijkheid tussen ouder en minderjarig kind wordt immers (weerlegbaar) vermoed en vader had altijd contact gehouden met zoon, die intussen bij hem inwoont.
DVZ moet actief onderzoeken of het derdelands familielid zodanig afhankelijk is van de Belg dat een verblijfsweigering de Belg zou dwingen om de EU te verlaten.
Door het schorsingsarrest geldt voor de nareizende familieleden van subsidiair beschermden géén wachttermijn van twee jaar + vrijstelling van retributie en materiële voorwaarden. Daarnaast ook soepelere bewijsregels inzake familieband.
Als DVZ visum C heeft afgeleverd aan derdelands familielid van Unieburger (gezinshereniging) kan deze achteraf afgifte verblijfskaart in BE niet meer weigeren omdat niet zou zijn voldaan aan voorwaarden GH.
Bij ‘cumul’ van beëindigingsgronden waarbij referentiepersoon België verlaten heeft vóór echtscheiding, kan derdelands familielid van Unieburger/Belg zich beroepen op behoud verblijfsrecht.
Het Grondwettelijk Hof schorste op 26-2-2026 een aantal artikelen van de wet over gezinshereniging in werking sinds 18-8-2025. Deze wet verstrengde onder andere de gezinshereniging met subsidiair beschermden.
Afgifte verblijfstitel artikel 20 VWEU aan derdelands familielid geen rechtscheppende handeling. Verblijfsrecht start bij afhankelijkheid van derdelander.
De categorieën van arbeidsmigranten voor wie een ambtshalve afgifte mogelijk is worden beperkt. Er wordt daarnaast niet langer met een referentiebedrag van 5000 euro bruto gewerkt, maar wel met de referentiebedragen voor gezinshereniging.