Door het schorsingsarrest geldt voor de nareizende familieleden van subsidiair beschermden géén wachttermijn van twee jaar + vrijstelling van retributie en materiële voorwaarden. Daarnaast ook soepelere bewijsregels inzake familieband.
Fedasil blijft medeverantwoordelijk voor medische hulp aan asielzoeker wanneer OCMW bevoegd is voor maatschappelijke dienstverlening na vernietiging weigering verplichte plaats inschrijving.
Als DVZ visum C heeft afgeleverd aan derdelands familielid van Unieburger (gezinshereniging) kan deze achteraf afgifte verblijfskaart in BE niet meer weigeren omdat niet zou zijn voldaan aan voorwaarden GH.
Bij ‘cumul’ van beëindigingsgronden waarbij referentiepersoon België verlaten heeft vóór echtscheiding, kan derdelands familielid van Unieburger/Belg zich beroepen op behoud verblijfsrecht.
Het Grondwettelijk Hof schorste op 26-2-2026 een aantal artikelen van de wet over gezinshereniging in werking sinds 18-8-2025. Deze wet verstrengde onder andere de gezinshereniging met subsidiair beschermden.
Op 26-2-2026 schorste Grondwettelijk Hof de bepalingen die VIB van M-statushouders kwalificeren als ‘volgend verzoek’ en die beperking van opvang op deze grond mogelijk maakte.
Het referentiebedrag van voldoende bestaansmiddelen voor een verblijf als derdelands student of voor een zoekjaar als afgestudeerde student voor academiejaar 2026 – 2027 gevoelig verhoogd naar 1062 euro.
Vanaf 1-3-2026 moet het OCMW bij de bepaling van het leefloon rekening houden met de bestaansmiddelen van alle meerderjarige onderhoudsplichtigen die samenwonen met de hulpaanvrager.
De opschorting geldt tot wanneer CGVS objectieve informatie heeft om veiligheidssituatie in Iran en risico op vervolging accuraat te kunnen beoordelen.
Een moet ‘EU-beschikker’ moet aantonen dat hij over een ziekteverzekering beschikt. We gaan dieper in op de mogelijkheden om aan deze voorwaarde tegemoet te komen.
Zoals elk jaar op 1 januari verhoogden 1) federale retributies voor bepaalde verblijfsaanvragen, 2) nodige bestaansmiddelen voor status langdurig ingezetene, 3) te betalen kosten van repatriëring, en 4) registratierecht voor Belgische nationaliteit.
Sinds 29-7-2025 steeg het registratierecht voor een nationaliteitsaanvraag van 150 naar 1.000 euro, en wordt dat bedrag jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. In 2026 is het 1.030 euro. De datum van betaling bepaalt welk bedrag geldt.
Unieburgers kunnen vanaf 1-9-2025 maar bijlage 19 vragen bij de gemeente als ze onmiddellijk alle nodige bewijzen voorleggen. In praktijk rezen verschillende knelpunten.
Het bedrag van de retributie moet in redelijke verhouding zijn tot de geleverde dienst. Bij afwezigheid van dienst is de retributie een onverschuldigde betaling die je kan terugvorderen.