Nieuws

EU-lidstaten moeten bij een aanvraag gezinshereniging na internationale bescherming de minderjarigheid van een kind beoordelen op het tijdstip dat het kind of de ouder erkend wordt als vluchteling. Ook als het kind meerderjarig wordt tijdens of na de asielprocedure blijft het recht op gezinshereniging bestaan. De aanvraag gezinshereniging moet wel binnen een redelijke termijn ingediend worden. Een werkelijk gezinsleven tussen ouder en kind vereist geen samenwoonst: bezoeken en regelmatige contacten kunnen volstaan. Dat volgt uit twee arresten van het Hof van Justitie van 1 augustus 2022 over gezinshereniging met een erkend vluchteling. In België gelden dezelfde regels voor gezinshereniging met subsidiair beschermden.
Er zijn de laatste jaren vaak indexeringen van de leefloonbedragen ten gevolge van het wettelijk mechanisme voor de welvaartsaanpassing. Soms is het voor gezins
Het bijzonder profiel van Afghaanse verzoekers om internationale bescherming van Hazara-afkomst vereist een individuele risicoanalyse gecombineerd met een analyse van de algemene landeninformatie. Hazara’s hebben herkenbare fysieke kenmerken waardoor zij de belangrijkste slachtoffers zijn van sektarische aanvallen op sjiieten. Veel Hazara’s zijn immers sjiitische moslims. Bij terugkeer naar Afghanistan kunnen zij een gegronde vrees voor vervolging hebben waartegen de talibanregering geen behoorlijke bescherming kan bieden. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen erkende op 13-10-2022 een Afghaanse verzoeker van Hazara-afkomst als vluchteling.
Het willekeurig geweld in Afghanistan is aanzienlijk gedaald sinds de machtsovername van de Taliban. Er zijn geen ernstige redenen om aan te nemen dat een burger die naar Afghanistan terugkeert een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een ernstige bedreiging van zijn leven of persoon. Om in aanmerking te komen voor subsidiaire bescherming moeten verzoekers aantonen hoe hun persoonlijke omstandigheden het risico om het slachtoffer te worden van willekeurig geweld verhogen. Dit oordeelde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in twee arresten op 13 oktober 2022.
In twee arresten van 16 januari 2023 en 19 januari 2023 geeft de Raad voor Vreemelingenbetwistingen (RvV) meer duiding over "verwestering". Eerder stelde de RvV op 12 en 13 oktober 2022 dat verwesterde Afghanen die vanuit Europa terugkeren naar Afghanistan geen sociale groep in de zin van artikel 48/3, § 4, d) van de Verblijfswet. Zij kunnen wel worden erkend als vluchteling op basis van hun politieke of religieuze overtuiging als na individueel onderzoek blijkt dat zij zich westerse waarden en normen of kenmerken of gedragingen zodanig eigen hebben gemaakt dat niet kan worden verwacht dat zij deze opgeven. Een verzoeker moet bewijzen dat hij in die zin is verwesterd of als verwesterd kan worden beschouwd.
De socio-economische situatie in Afghanistan is geen “onmenselijke behandeling” in de zin van artikel 48/4, § 2, b) van de Verblijfswet. De onmenselijke behandeling moet worden veroorzaakt door een opzettelijke handeling of nalaten van een actor en moet gericht zijn tegen de betrokkene. De socio-economische situatie is na de machtsovername door de taliban in augustus 2021 is het gevolg van een complexe crisis waarvoor niet één specifieke actor verantwoordelijk is. Dit oordeelde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in twee arresten op 12 en 13 oktober 2022. De RvV beklemtoont wel dat de huidige socio-economische situatie een schending van artikel 3 van het EVRM kan uitmaken en mee moet worden onderzocht bij de afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten.
Verzoekers om internationale bescherming uit Afghanistan moeten kunnen duiden wat de invloed is van de machtsovername door de taliban op hun persoonlijke situatie. Een nieuw persoonlijk onderhoud met het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (CGVS) of het invullen van een nieuwe vragenlijst is niet altijd vereist. Verzoekers kunnen dat ook duiden in hun verzoekschrift, bij aanvullende nota of ter terechtzitting bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Dit oordeelt de RvV op 13-10-2022.
In een arrest van 11-2-2022 stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) dat er in de Gazastrook sprake is van een gewapend conflict. Voor de toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus moet het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen (CGVS) de persoonlijke omstandigheden onderzoeken. De RvV vernietigt de weigering van het CGVS omdat deze de verscherpte lokale vatbaarheid te weinig heeft onderzocht. De familiewoning van verzoekster licht immers dichtbij doelwitlocaties.
Het Grondwettelijk Hof stelt in een arrest van 24-11-2022 een discriminatie vast in de woonplaatsvoorwaarde van de Brusselse ordonnantie van 25-4-2019 voor kinderen die vóór 1-1-2020 recht hadden op de ‘oude’ federale gezinsbijslagen ook als hun hoofdverblijfplaats niet geregistreerd staat in het Rijksregister in een Brusselse gemeente maar ze er wel daadwerkelijk verblijven. Volgens de letter van de ordonnantie voldeden deze kinderen wel nog aan de verblijfsvoorwaarde van de nieuwe Brusselse gezinsbijslag, maar niet aan de woonplaatsvoorwaarde. Dat is ongrondwettig ook omdat het niet strookt met de wens van de Brusselse regelgever om kinderen zonder wettig verblijf het recht op kinderbijslag niet te ontnemen als zij hier voor 1-1-2020 recht op hadden.
Op 1-1-2023 wordt richtlijn (EU) 2016/801 gedeeltelijk omgezet. Vanaf dan is het mogelijk om voor vrijwilligers in het kader van Europese vrijwilligersprojecten een gecombineerde vergunning of arbeidskaart aan te vragen. Daarnaast veranderen de regels voor gecombineerde vergunningen en arbeidskaarten voor stagiairs. Ook onderzoekers stappen binnenkort in het gecombineerde vergunningen- en arbeidskaartensysteem, maar die regels treden pas op 1-3-2023 in werking. Vanaf 1-1-2023 kunnen onderzoekers die hun onderzoek voltooid hebben wel een zoekjaar aanvragen. Het koninklijk besluit van 27 november 2022 dat deze regels in werking laat treden werd op 23-12-2022 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Het hof van beroep van Bergen onderzoekt in dit arrest van 18-7-2022 nogmaals de vraag die al tot zoveel controverse leidde: zijn Palestijnen staatloos? Het hof concludeert, zoals het Hof van Cassatie op 19-11-2021, dat Palestina een staat is volgens de criteria van de Conventie van Montevideo. Maar het hof van beroep van Bergen stelt wel dat twee categorieën Palestijnen staatloos zijn: deze geregistreerd bij UNRWA die niet in UNRWA-gebied verblijven en deze niet-geregistreerd bij UNRWA die niet in UNRWA-gebied én ook niet in Palestijns bezet gebied verblijven.