In een kort geding vonnis van 20-5-2026 verplicht de rechtbank van eerste aanleg van Brussel (Nederlandstalig) de Belgische staat om een student in Gaza een visumaanvraag vanop afstand te laten indienen.
Buitenlands vonnis dat twee vaderlijke afstammingsbanden vastlegt bij draagmoederschap is niet strijdig met Belgische internationale openbare orde. Er is ook geen sprake van wetsontduiking.
Op 12 juni 2026 wijzigen regels over beroepen bij en werking van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, onder voorbehoud van publicatie van de Wet op de RvV.
Schrapping uit Opvangwet van mogelijkheid tot niet-toewijzing en opheffing code 207 leidt tot ongerechtvaardigde achteruitgang in bescherming asielzoeker. Dit is strijdig met art. 23 Gw.
Algemene onderrichtingen bevolkingsregisters (versie 30-4-2026) stelt in punt 113 dat ook wie nooit een verblijfplaats heeft gehad een (eerste) inschrijving kan krijgen op een referentieadres.
Strafrechter moet bij veroordeling voor onwettig verblijf eerst nagaan of gezondheid van betrokken kan verslechteren bij terugkeer, ook bij hangend RvV-beroep tegen afgewezen medische regularisatie 9ter.
Opvangwet voorziet geen delegatie om bij KB sanctioneerbare gedragingen en manier van sanctioneren vast te leggen. Er is ook geen verband tussen de hoogte van bijdragen en kost van opvang.
HvJ oordeelt dat nationale regeling die geen mogelijkheid biedt om het geslacht in een akte van de burgerlijke stand te wijzigen, onverenigbaar is met het Unierecht
GwH stelt discriminatie vast tussen ouder die verklaring kon afleggen voor 5e verjaardag van het kind en ouder die overleed voor 5e verjaardag van het kind en vooraleer deze de verklaring kon afleggen.
Vanaf academiejaar 2026-2027 gelden strengere regels over het aantal credits die derdelands studenten moeten behalen om geen risico te lopen op een beëindiging of niet-verlenging van hun verblijf wegens overdreven verlenging van hun studies.
Vanaf 1-5-2026 worden de aanvragen voor arbeidskaarten van minder dan 90 dagen en arbeidskaarten voor grensarbeiders geïntegreerd en digitaal afgeleverd via het digitaal loket ‘Working in Belgium’.
Spaanse wetgeving voorziet dat bescherming eindigt wanneer verzoeker zich in ander land vestigt. Al dan niet daadwerkelijke uitvoering daarvan en concrete gevolgen in verzoeker 's geval zijn onduidelijk.
We krijgen regelmatig de vraag of tijdelijke bescherming meetelt om een definitief statuut van langdurig ingezetene (verblijfskaart L) te krijgen. We zetten de principes op een rijtje om hierover duidelijkheid te scheppen.
Maanden zonder opvang en mogelijkheid om essentiële noden te voldoen, schendt art. 3 EVRM. Uitstel bij uitvoering definitieve uitspraak rechter, bevestigd door voorlopige maatregelen, schendt art. 6 en 34 EVRM.
De wet vereist niet dat het recht van bewaring exclusief is bij gezinshereniging met minderjarige Unieburger, een dergelijke interpretatie voegt een voorwaarde toe aan de wet.
Bij beoordeling aanvraag gezinshereniging als partner van een Belg moeten niet enkel de bestaansmiddelen van de Belg zelf in aanmerking genomen worden.